Discussie over de Astrotest

In 1994 organiseerde ik de Astrotest, waaraan 44 astrologen deelnamen. Een van hen was Lea Manders, die voorzitter was van een astrologische beroepsvereniging (NGPA). In 2007 hoorde ik dat zij bezig was aan een werkstuk waarin zij ernstige kritiek leverde op de gang van zaken bij de Astrotest.

In een mailtje dat ik hierover ontving, stond onder meer: “Zij [Manders] heeft toen ook met u afgesproken dat als het onderzoek zou mislukken door de vorm die u er voor had gekozen, u die resultaten niet zou publiceren en het als een proefonderzoek zou beschouwen. U zou dan meewerken aan een ander vervolgonderzoek. U stemde daarmee in. U hebt u echter niet aan de gemaakte afspraken gehouden…”

Deze voorstelling van zaken was volgens mij onjuist, zodat ik Lea Manders om opheldering heb gevraagd. In mijn mailtje schreef ik haar onder meer:

In het tijdschrift Skepter van juni 1994 had ik al een voorbeschouwing gepubliceerd. De eerste zinnen van dit stuk luiden: “Kunnen Nederlandse astrologen de ene persoon van de andere onderscheiden aan de hand van astrologische gegevens? Over een aantal maanden zullen we het weten.” Het was volkomen duidelijk dat de resultaten gepubliceerd zouden worden, zoals ook behoorde te gebeuren. Er werd bovendien niet voor niks een beloning van 5000 gulden uitgeloofd.

Het beoogde vervolgonderzoek kwam niet van de grond omdat astrologen daar geen belangstelling voor hadden. Ik ben er nooit opnieuw in geslaagd om professionele astrologen te vinden die aan een onderzoek wilden meedoen.

Na mijn mailtje ontspon zich een discussie die ik hier mede op verzoek van Lea Manders publiceer. Hopelijk kan deze discussie duidelijk maken waarom skeptici en astrologen niet tot overstemming kunnen komen.

Rob Nanninga