De sterren zwijgen

door Rob Nanninga

[verschenen in De Groene Amsterdammer, 17 mei 1995]

Iedereen leest ze, velen geloven erin: horoscopen. Maar waar berusten ze eigenljk op? Rob Nanninga, van de Stichting Skepsis, onderwierp vierenveertig vooraanstaande astrologen aan een test. Het resultaat was ontluisterend. Net als bij die vele andere keren dat de astrologie op de wetenschappelijke pijnbank werd gelegd.

HONDERD JAAR geleden huurde handelsreiziger Alan Leo een kantoortje in de buurt van Fleet Street, waar hij horoscopen begon te trekken. Leo was een pionier, want destijds waren er in de westerse wereld bijna geen astrologen meer te vinden. Zijn eerste klanten waren voor het merendeel aangesloten bij de Theosofische Vereniging, een voorloper van de huidige New-Agebeweging. Leo had een goed zakeninstinct en ging kort na de eeuwwisseling tot massaproductie over. Hij schreef voor elk van de twaalf tekens van de dierenriem een horoscoopduiding, die hij voor een shilling aanbood. Binnen drie jaar waren er twintigduizend verzonden. De goedkope horoscopen dienden als lokaas voor een meer uitgewerkte versie, die in verschillende prijsklassen te koop was. De zaken gingen zo goed dat hij negen werknemers in dienst kon nemen. Leo droeg zijn kennis verder uit door een serie boeken te publiceren onder de titel Astrologie voor iedereen.
Vooral in Duitsland werd de astrologie zeer populair. Daar werd zelfs een Academische Vereniging voor Astrologisch Onderzoek opgericht, waarbij ruim honderd Herren Doktorenzich aansloten. De bekendste Duitse astroloog was Frau Ebertin, die in 1923 een voorspelling deed over een man die geboren was op 20 april 1889, met de zon op 29 graden in het teken Ram. Deze man was volgens haar voorbestemd om zich als Führer voor de Duitse natie op te offeren. Zij achtte het evenwel mogelijk dat hij in grote problemen zou raken door een onbezonnen actie. Hitlers mislukte putsch stelde Frau Ebertin in het gelijk en bezorgde haar veel publiciteit. Helaas bleek Hitler pas tegen de avond te zijn geboren. De zon stond toen niet meer in het teken van de strijdbare en impulsieve Ram maar in het passieve teken Stier.

OOK ONDER Nederlandse theosofen vonden Leo’s ideeën veel weerklank. Dit leidde in 1907 tot de oprichting van het astrologische tijdschrift Urania. De jonge Simon Vestdijk schreef in de jaren ’20 veertien artikelen voor dit blad, waaronder een uitvoerige analyse van de horoscoop van Gustav Mahler. Later verklaarde hij drie jaar nodig te hebben gehad om de astrologie goed onder de knie te krijgen en zes jaar om er weer veilig van af te komen. Urania wordt tegenwoordig uitgegeven door de Werkgemeenschap van Astrologen. De ruim tweehonderd leden van deze stichting onderscheiden zich van andere astrologen door hun geloof in de planeten Persephone, Hermes en Demeter. Astronomen hebben deze planeten nog steeds niet kunnen ontdekken.
Na de Tweede Wereldoorlog scheen de belangstelling voor astrologie weer weg te ebben, maar in de jaren ’60 keerde het tij. Sindsdien is het aantal astrologieboeken dat jaarlijks op de markt verschijnt iedere tien jaar verdubbeld. Momenteel zijn er bijna anderhalfduizend Amerikaanse astrologieboeken leverbaar, twee keer zoveel als in 1984. Ook Frankrijk is met negenhonderd titels een grote producent. De Amsterdamse uitgeverij Schors heeft ruim tweehonderd astrologieboeken in haar fonds. Geleidelijk begint de markt echter verzadigd te raken.
Dank zij de vele horoscooprubrieken in kranten en tijdschriften kent tegenwoordig iedereen het eigen zonneteken, dat in de volksmond sterrenbeeld wordt genoemd. Uit een grootschalig onderzoek bleek dat 85 procent van de Nederlandse jongeren wel eens horoscopen leest, al geloven ze daar meestal niet in. Krantenhoroscopen hebben in feite weinig met astrologie te maken, omdat het astrologisch gezien onmogelijk is om louter op basis van iemands zonneteken te voorspellen wat hem of haar de komende week te wachten staat. Serieuze astrologen maken gebruik van een zogenoemde geboortehoroscoop, waarin precies staat aangegeven waar de zon, de maan en de planeten stonden op het moment dat de betrokkene werd geboren. Uit een enquête die ik aan duizend universitaire studenten voorlegde, bleek dat ongeveer dertig procent van de ondervraagden geloofde dat zo’n geboortehoroscoop informatie kan verschaffen over iemands karakter. Onder de vrouwen lag het percentage bijna tweemaal zo hoog als onder de mannen.

OVER HET AANTAL Nederlandse astrologiebeoefenaren zijn geen betrouwbare cijfers bekend. In de afgelopen tien jaar hebben ongeveer duizend mensen een meerjarige astrologieopleiding afgerond. Het aantal geïnteresseerden dat een korte astrologiecursus heeft gevolgd, is echter vele tientallen malen groter. Zulke cursussen worden overal in het land aangeboden, onder meer bij ruim dertig Volksuniversiteiten. Er zijn honderden astrologiebeoefenaren die regelmatig consulten geven, maar slechts een enkeling kan daarvan leven. Professionele astrologen halen hun inkomsten voornamelijk uit cursussen en opleidingen, al zijn er waarschijnlijk niet meer dan een dozijn die daar een redelijk inkomen aan overhouden. Wel is er een toenemend aantal mensen dat de astrologie toepast in hun werk als therapeut, genezer of bedrijfsadviseur.
De argumenten die door critici tegen de astrologie naar voren worden gebracht, zijn vaak al eeuwenoud. Zo schreef de heilige Augustinus dat hij zijn geloof in de sterren verloor toen hij ontdekte dat de levensloop van tweelingbroers sterk van elkaar kan verschillen. De auteur en voormalige astrologiebeoefenaar Rico Bulthuis gaf een hedendaags voorbeeld van dit beruchte probleem: ‘Mijn kleindochters zijn vier minuten na elkaar geboren. Je hebt een vergrootglas nodig om verschillen tussen hun horoscopen te zien. De meisjes zijn nu achttien jaar en in elk opzicht elkaars tegenpolen. De één is een geboren actrice en de andere juist niet. Ze interesseren zich voor heel andere dingen. Het is net alsof het geen zusjes zijn. Hun horoscopen zijn afgedrukt in het astrologische tijdschrift Spica, waarvan ik jarenlang abonnee ben geweest. Niet lang daarna is het blad opgeheven.’
Een ander probleem is dat astrologen er nooit in zijn geslaagd te verklaren waarom het geboortetijdstip zo’n doorslaggevende betekenis heeft. Met enige goede wil zouden we kunnen aannemen dat de planeten een rol spelen tijdens de conceptie. Maar het is heel moeilijk om in te zien hoe ze negen maanden daarna de natuurlijke aanleg van een kind kunnen beïnvloeden. De kosmische krachten waarover astrologen spreken, zijn ongetwijfeld niet dezelfde als de krachten waarmee natuurkundigen zich bezighouden. Het astrologische credo ‘zo boven, zo beneden’ schijnt echter geen nadere toelichting nodig te hebben.
Sommige critici beweren dat de astrologie hopeloos is verouderd omdat zij vasthoudt aan de sterrenstand van tweeduizend jaar geleden. Destijds schoof de zon aan het begin van de lente het sterrenbeeld Ram binnen. Wie tegenwoordig tussen 20 maart en 20 april is geboren, wordt door astrologen nog steeds een Ram genoemd, maar dat is astronomisch gezien niet meer correct. Vanwege de tollende beweging van de aardas zijn de sterrenbeelden bijna een plaats opgeschoven. Daar komt nog bij dat de zon in de eerste helft van december in het sterrenbeeld Slangendrager staat, dat in astrologieboeken nergens te vinden is. Een paar maanden geleden veroorzaakte de Engelse astronoom Jacqueline Mitten veel opschudding door te suggereren dat dit dertiende sterrenbeeld de astrologie op losse schroeven zet. Enkele kranten plaatsen haar ‘nieuwe’ ontdekking op de voorpagina.
Deze astronomische bezwaren zijn niet gerechtvaardigd omdat de westerse astrologie geen betekenis hecht aan de sterren buiten ons zonnestelsel. Die zouden net zo goed kunnen verdwijnen. Astrologen spreken niet over de sterrenbeelden maar over de tekens van de dierenriem. Deze tekens verdelen de baan die de zon jaarlijks lijkt te doorlopen in twaalf sectoren van elk dertig graden. Ze lopen niet in de pas met de gelijknamige sterrenbeelden maar met de seizoenen, omdat ze vastzitten aan het lentepunt. Dat is het punt waar de zon staat als de dagen even lang zijn geworden als de nachten. Astrologen weten al tweeduizend jaar dat het lentepunt langzaam verschuift ten opzichte van de sterren. Omstreeks het jaar 2377 zal de zon op 21 maart in het sterrenbeeld Waterman staan. Er zijn astrologen die menen dat het Aquariustijdperk dan zal aanbreken. Zij meten echter met twee maten, want volgens de astrologische leer staat de lentezon per definitie aan het begin van de dierenriem in het teken Ram.

DE BEKENDE wetenschapsfilosoof Karl Popper meende dat astrologie een pseudo-wetenschap was omdat haar beweringen bij voorbaat nooit door feiten kunnen worden weerlegd. Toch staan er in astrologische handboeken veel uitspraken die kunnen worden getoetst. Zo worden er allerlei typerende eigenschappen toegeschreven aan mensen die geboren zijn terwijl de zon in het teken Tweelingen stond. Zulke mensen zijn volgens de astrologische leer van nature communicatief, veelzijdig, nieuwsgierig, alert en veranderlijk. We mogen daarom verwachten dat er in bepaalde beroepsgroepen, bijvoorbeeld onder journalisten, opmerkelijk veel Tweelingen voorkomen. Uit statistisch onderzoek is echter gebleken dat zulke verbanden niet te vinden zijn. Ook met behulp van psychologische vragenlijsten is men er niet in geslaagd de kenmerkende eigenschappen van de zonnetekens aan te tonen.
Astrologen maken ernstig bezwaar tegen dit soort onderzoek. Zij benadrukken dat men altijd naar de hele horoscoop moet kijken. Het zonneteken is slechts één factor, die door talloze andere astrologische factoren wordt beïnvloed. Zo kan de invloed van de zon teniet worden gedaan door de stand van de maan of door het samenspel van de planeten. Daarom lijken duizend Tweelingen niet meer op elkaar dan iedere willekeurige groep mensen. Blijkbaar is het heel moeilijk om de invloed van het zonneteken aan te tonen. Het is daarom een groot raadsel hoe astrologen al lang geleden hebben kunnen ontdekken wat de tekens te betekenen hebben.
In de afgelopen jaren zijn er verscheidene onderzoeken uitgevoerd waarbij astrologen geboortehoroscopen van elkaar probeerden te onderscheiden. Het beste onderzoek staat op naam van de voormalige astroloog Geoffrey Dean. Door middel van een betrouwbare psychologische vragenlijst selecteerde hij zestig personen die bijzonder extravert waren en zestig personen die juist zeer introvert waren. De geboortehoroscopen van deze 120 proefpersonen werden verzonden naar 45 ervaren astrologen. De astrologen probeerden de extraverten van de introverten te onderscheiden door hun horoscopen te bestuderen. Van tevoren waren ze er bijna allemaal van overtuigd dat dit gemakkelijk zou lukken.
De resultaten pakten anders uit. De astrologen hadden hun keuzes even goed kunnen bepalen door kruis of munt te gooien, want hun score bedroeg slechts vijftig procent. Ze bleken evenmin in staat om emotioneel labiele personen van emotioneel stabiele te onderscheiden. Het was bovendien opvallend dat ze het onderling in het geheel niet met elkaar eens waren. Horoscopen die volgens de ene astroloog van een extraverte instelling getuigden, werden door de andere astroloog als introvert geduid.
De astroloog Rudolf Smit, die in de jaren ’70 het Nederlands Genootschap van Praktizerende Astrologen (NGPA) oprichtte en later nauwe contacten onderhield met Geoffrey Dean, kwam tot de conclusie dat hij jarenlang een hersenschim had nagejaagd. Hij besloot zijn praktijk te sluiten. Zijn collega’s lieten zich niet zo gemakkelijk ontnuchteren. Zij betoogden dat de psychologische test die Dean had gebruikt onvoldoende informatie bood.

OM DIT BEZWAAR te ondervangen voerde ik onlangs met financiële steun van de Stichting Skepsis een nieuwe astrologentest uit. Daarbij konden de deelnemende astrologen zelf aangeven wat voor informatie ze nodig hadden.
De opzet van mijn astrotest was simpel. Vijftig astrologen ontvingen elk de geboortegegevens van zeven anonieme proefpersonen die rond 1958 waren geboren. Daarnaast kregen ze zeven vragenlijsten die door de proefpersonen waren ingevuld. De vragen waren door de deelnemende astrologen aangedragen en hadden betrekking op diverse aspecten van het leven: beroep, hobby’s, interesses, persoonlijkheid, relaties, gezondheid, levensfilosofie, data van belangrijke gebeurtenissen, et cetera. De astrologen trokken van elke proefpersoon de horoscoop en probeerden vast te stellen welke van de ingevulde vragenlijst daar bijhoorde. Voor degenen die alle horoscopen aan de juiste lijst wisten te koppelden was een prijzengeld van vijfduizend gulden beschikbaar.
Door 44 astrologen werd een oplossing ingestuurd. De meerderheid had in het verleden minstens honderd geboortehoroscopen geanalyseerd en liet zich daar regelmatig voor betalen. De helft had meer dan vijftig astrologieboeken gelezen; driekwart had een astrologiecursus of -opleiding gevolgd en een kwart gaf zelf astrologielessen. De verwachtingen waren hooggespannen: achttien deelnemers dachten dat ze alle antwoorden goed hadden terwijl slechts zes astrologen minder dan vier treffers verwachtten. ‘Ik ben ervan overtuigd dat deze test absoluut foutloos te maken is,‘ schreef een astrologe die in haar praktijk al meer dan vijfhonderd horoscopen had geanalyseerd. Een andere optimist meldde:‘Ik ben er zeker van dat er heel velen ’t bij het rechte eind hebben, want bij mij was het zo dat ik na elke horoscoop meteen de lijst pakte die erbij hoorde.’
In werkelijkheid bleek de beste deelnemer slechts drie treffers te hebben gescoord terwijl de helft geen enkele vragenlijst bij de juiste horoscoop plaatste. De astrologen hadden hun antwoorden net zo goed willekeurig kunnen invullen, zonder de horoscopen te raadplegen. Ook dan zouden ze gemiddeld ongeveer één toevalstreffer hebben gescoord. Omdat ze allemaal dezelfde informatie ontvingen, leek het aannemelijk dat ze daar dikwijls dezelfde conclusies uit zouden trekken. Dat was echter niet het geval. Evenals bij het onderzoek van Dean waren de astrologen het onderling volstrekt niet met elkaar eens. Slechts twee deelnemers leverden onafhankelijk van elkaar dezelfde oplossing in. Blijkbaar gebruikte iedere astroloog zijn eigen spelregels.
Na afloop gaven de deelnemers allerlei verklaringen voor de teleurstellende resultaten. De meesten vonden de geboden informatie ontoereikend, al hadden ze van te voren om veel minder gevraagd. Ze klaagden ook dat de horoscopen en de proefpersonen te veel op elkaar leken. Hun voorkeur ging uit naar mensen die in leeftijd sterk van elkaar verschilden. Maar dan zou de test wat al te gemakkelijk zijn geworden, want uit de vragenlijsten kon je gemakkelijk opmaken hoe oud de betrokkenen ongeveer waren. Een minderheid veronderstelde dat de vragen niet naar waarheid waren beantwoord of dat de geboortetijden niet nauwkeurig genoeg waren. Dat kan echter niet verklaren waarom het oordeel van de astrologen geen onderlinge overeenstemming vertoonde.
Verscheidene deelnemers toonden zich verrast door het gebrek aan overeenstemming, maar slechts een enkeling had minder vertrouwen gekregen in de astrologie. Men was eerder geneigd de fout bij zichzelf te zoeken. Zo verklaarde een van de deelnemers: ‘Ik ben ervan overtuigd dat de mogelijkheden van de astrologie onbeperkt zijn, maar het stuit op de beperkte kennis van de astroloog.’ Anderen gaven toe dat ze de test hadden onderschat. ‘Het leek simpeler dan het was. Ik heb er maar twee avonden aan gezeten en ik had al gauw mijn antwoorden op een rijtje. Ik moet de uitslagen nog even nakijken en een verklaring zien te vinden. Wat mij echter het meest verbaast is dat niemand gewonnen heeft, dat iedereen in feite op z’n bek is gegaan!’ De meeste deelnemers verklaarden zich bereid om nogmaals aan een astrologentest deel te nemen. Bij deze nieuwe test zullen ze de proefpersonen mondeling vragen mogen stellen.

DE RESULTATEN van het wetenschappelijk onderzoek sluiten niet aan bij de ervaringen van astrologen. Zij menen dat astrologie wel degelijk werkt omdat ze het bewijs daarvan in de praktijk kunnen waarnemen. Zo zijn de problemen waarover cliënten spreken vaak duidelijk in hun horoscoop aanwijsbaar. Bovendien kunnen zij zich meestal goed herkennen in de horoscoopinterpretatie. De vele tevreden klanten sterken de astrologen in hun overtuiging.
Helaas zijn dit soort bewijzen onbetrouwbaar. Cliënten blijken namelijk even tevreden wanneer de astroloog per ongeluk of met opzet een verkeerde geboortehoroscoop gebruikt. Het komt in de praktijk regelmatig voor dat de cliënt een foutieve geboortetijd opgeeft zonder dat dit tijdens het consult wordt opgemerkt. Bovendien zijn in een horoscoop tientallen factoren te vinden waaraan men betekenis kan toekennen. Niet alleen de tekens waarin de planeten staan, zijn van belang, maar ook hun stand ten opzichte van de horizon en ten opzichte van elkaar. Daardoor kan een astroloog bijna altijd wel een factor aanwijzen die de problemen van de cliënt verklaart. Een horoscoop kan worden vergeleken met een panty die iedereen past of met een grabbelton waaruit je altijd wel een prijsje haalt.
Psychologen hebben al lang geleden ontdekt dat mensen doorgaans zeer tevreden zijn met een algemene karakterschets wanneer ze menen dat die speciaal voor hen bedoeld is. Dit zogenoemde Barnum-effect trad duidelijk aan het licht in een aardig experiment van de neurochirurg Dick Zeilstra. Hij plaatste een advertentie in De Telegraaf waarin hij namens het fictieve bureau Grafospect voor fl. 17,50 een handschriftanalyse aanbood. Iedereen die zo’n analyse aanvroeg, ontving dezelfde karakterbeschrijving plus een begeleidende enquête, die door driekwart van de aanvragers werd ingevuld. Uit de enquëte bleek dat iedereen zich grotendeels en soms volledig in de karakterschets kon herkennen. De meerderheid was van mening dat de analyse hen meer inzicht had gegeven in de eigen persoonlijkheid.
In de karakterschets stonden uitspraken zoals: ‘U accepteert de beweringen van anderen niet zonder dat u er voldoende bewijzen voor heeft. U heeft de neiging om kritisch op uzelf te zijn. U maakt zich zorgen over hoe u door anderen wordt bekeken, omdat u behoefte heeft aan hun waardering. U heeft ondervonden dat het onverstandig kan zijn om uzelf te veel bloot te geven. U neigt tot impulsief gedrag en het kost u daarom vaak moeite uw geduld te bewaren. In onverwachte situaties kunt u daardoor snel handelen, maar dit gaat vaak ten koste van een zorgvuldige overweging. Hierdoor heeft u later wel eens spijt van een genomen beslissing. Hoewel er momenten zijn waarop uw levenspatroon chaotisch verloopt, laat u zich niet op een zijspoor brengen en worden bijzaken van hoofdzaken gescheiden.’
Als een astroloog dit soort uitspraken doet, zoekt de cliënt automatisch naar bevestiging. Wanneer hij bijvoorbeeld te horen krijgt dat de planeet Mars hem impulsief maakt, denkt hij terug aan een situatie waarin hij inderdaad impulsief reageerde. De uitspraak lijkt daardoor veel specifieker dan feitelijk het geval is. De cliënt realiseert zich niet dat iedereen wel eens impulsief is.

BEHALVE HET Barnum-effect zijn er nog zo’n twintig andere psychologische factoren die eraan bijdragen dat cliënten ten onrechte de indruk krijgen dat de horoscoop hun diepste roerselen blootlegt. Twintig jaar geleden ondertekenden 186 wetenschappers, onder wie achttien Nobelprijswinnaars, een verklaring tegen de astrologie die naar duizenden kranten werd verstuurd. De ondertekenaars ergerden zich aan het toenemende irrationalisme en achtten de tijd aangebroken om ‘de aanmatigende beweringen van astrologische charlatans krachtdadig aan de kaak te stellen’. De autoritaire toon van hun manifest riep veel kritiek op, vooral toen bleek dat de meeste ondertekenaars zich nooit in de astrologie hadden verdiept. Zij kenden geen enkel onderzoek waaruit zou blijken dat astrologische beweringen onjuist waren.
Astrologen konden met recht betogen dat de wetenschappelijke wereld hen geen eerlijke kans gunde om hun gelijk aan te tonen. Maar inmiddels kijken zij aan tegen een berg van negatieve onderzoeksresultaten. Niets wijst erop dat zij hun beweringen kunnen waarmaken. Dit heeft binnen de intellectuele top van de astrologische gemeenschap enige onrust veroorzaakt. Men is zich gaan bezinnen op de grondslagen van de astrologische praktijk. In een keldertje onder de woning van de bekende astronoom prof. Kees de Jager vonden zelfs regelmatig gesprekken plaats tussen astrologen en sceptici.
Het werd duidelijk dat de astrologen een probleem hadden zolang hun beweringen toetsbaar waren. Een werkgroep van het NGPA boog zich over de kwestie en vond een uitweg. De werkgroep veronderstelt dat astrologen hun hogere intuïtie gebruiken wanneer ze zinvolle informatie uit een horoscoop halen. Deze intuïtie schijnt uitsluitend te werken in authentieke situaties. De cliënt moet een reële hulpvraag hebben waarmee hij spontaan en op een zelfgekozen tijdstip naar de astroloog van zijn keuze gaat. Zodra een wetenschapper zich in dit proces mengt, verstoort hij de intuïtie van de astroloog. Daarom zal wetenschappelijk onderzoek nooit iets opleveren.

DAAR KOMT NOG bij dat veel astrologen geloven dat een horoscoop met name inzicht kan verschaffen in het diepste innerlijk van de mens. De horoscoop toont onze ware aard, onze onbewuste drijfveren en potentiële mogelijkheden. Hij kan onze problemen verhelderen en ons helpen daar een oplossing voor te vinden. Een horoscoop kan echter niet voorspellen hoe iemand zich daadwerkelijk gedraagt en hoeft ook niet overeen te stemmen met de bewuste ervaringen van de betrokkene. Op deze wijze worden astrologische uitspraken oncontroleerbaar en dus ongrijpbaar voor kritiek.
Astrologie is daarmee eindelijk een echt geloof geworden, waarmee niet is gezegd dat dit geloof geen waarde heeft. Voor veel mensen is het een bron van inspiratie die zin geeft aan hun bestaan. Ze voelen zich dank zij de astrologie verbonden met de kosmos. De astrologie geeft hun de zekerheid dat achter alle gebeurtenissen een bedoeling schuilt die de goede verstaander aan de hemel kan aflezen. Bovendien kan een horoscoop worden gebruikt als een hulpmiddel om de eigen ervaringen te ordenen en te onderzoeken. De astrologiebeoefenaar kan zich onder meer afvragen hoe een bepaalde stand van Saturnus zich in zijn leven manifesteert. Dat kan diepe inzichten opleveren, al hebben de planeten daar niets mee te maken.

Zie ook: De Astrotest – voer voor astrologen uit Skepter 8.2 (1995)

Rob Nanninga was hoofdredacteur van Skepter van 2002 tot 2014