Skepsiscongres 2024

‘AI: Een kwestie van gezond verstand?’

Op zaterdag 9 november vond in in Amersfoort het jaarlijkse Skepsiscongres plaats.
Dit jaar was het thema Kunstmatige Intelligentie – ofwel Artificial Intelligence (AI). Een aansprekend onderwerp, zo viel af te leiden uit het aantal deelnemers. Met ruim 320 mensen zat de grote zaal van ‘De Eenhoorn’ nagenoeg geheel vol.

Aan bod kwamen onderwerpen variërend van ‘Wat is AI nu precies, en wat zijn de grote beloftes?’
Tot en met: ‘En hoe reëel zijn deze dan wel?’
Maar ook: welke gevaren dreigen er? En kan een computerprogramma met AI eigenlijk echt een beetje denken, zoals sommige fabrikanten beweren en beloven?
Of leidt AI tot een eindeloze stroom desinformatie? En hoe serieus moeten we het idee nemen dat de intelligente computer de mens zometeen de baas is?

Aan de hand van een aantal gerenommeerde sprekers, met elk een eigen insteek ten aanzien van Artificial Intelligence, werd het fenomeen AI bekeken door een skeptische bril: een kwestie van gezond verstand dus.

Het verslag van de dag is hier terug te lezen!

De playlist van de video’s vindt u hier.

Impressie Skepsiscongres 2024

 

Dagvoorzitter: Richard Engelfriet

 

14:10 – 14:50
Prof. dr. Paul Iske
(Chief Failure Officer Instituut voor Briljante mislukkingen)
Mislukkingen zijn briljant wanneer ervan geleerd wordt en de ervaringen met anderen worden gedeeld.

16:15 – 16:30 Afsluiting

16:30 – 17:30 Borrel en napraten

Verslag Skepsis-congres 2025

Door Niels Olfert, foto’s Thomas de Wit

Een kwart van de eenentwintigste eeuw zit er alweer op. Op het congres van Stichting Skepsis blikten we terug en vooruit: was vroeger alles beter? En wat kan er nu beter? 

Even wat onderbuikgevoelens: steeds meer mensen geloven in fabeltjes en sprookjes. Jongeren putten tegenwoordig waarheid uit sociale media. En overal ter wereld klinkt nu misinformatie over LHBTI’ers. Vroeger was dat beter. Toch? 

Nou, nee. Het Skepsis-congres 2025 begint meteen met een kritische reflectie. Dagvoorzitter Richard Engelfriet vraagt aan de zaal of Stichting Skepsis nog wel goed bezig is. ‘Kan beter’, zegt iemand. De stichting kachelt achteruit, blijft klein en weinig effectief. Maar er valt ook wat positiefs te melden: de Skepsis-podcast werd honderdduizend keer beluisterd en Skepter, met zo’n drieduizend abonnees, wordt goed gelezen. 

Met de vormgeving van dat blad gaat het hoe dan ook beter dan vroeger, grapt Skepsis-voorzitter Eric-Jan Wagenmakers. Hij wijst naar de allereerste uitgave van het blad, uit 1988. Daarin stelde óók oprichter Kees de Jager de eeuwenoude vraag: ‘Is het tegenwoordig erger dan vroeger?’ Wagenmakers weet alvast te melden dat uit het Skepsis-onderzoek van 2023 blijkt dat mensen juist mínder geloven in sprookjes en fabels dan in 1985. 

Bovendien gaat het in het algemeen veel beter met de wereld, zegt Ralf Bodelier, journalist en filosoof bij CuriCos. Die organisatie probeert vooral media via optimistische feiten mee te krijgen in een ander wereldbeeld. Dat begint bij het rechtzetten van schrikbeelden. Zo zou klimaatverandering massale overstromingen veroorzaken, en daarmee een explosie aan diarree, aldus de media vorig jaar. Maar Our World In Data zegt anders: sterfte door diarree daalt wereldwijd al jaren. Het misverstand, laat Bodelier zien, is dat journalisten een persbericht van de universiteit over klimaatverandering niet goed hebben gelezen. En zelf geen cijfers opzoeken. Tijd dus voor een eerlijk journaal, vindt Bodelier. Zo is klimaatverandering erg, maar er sterven nu honderdduizenden mensen minder aan de gevolgen ervan dan honderd jaar geleden. Over de hoeveelheid uitgestoten CO2 is Bodelier ook optimistisch, want die dáált per hoofd van de bevolking. Vanuit de zaal komt er dan toch wat gemor: Skepsis-voorzitter Wagenmakers wijst erop dat er veel meer mensen op de planeet zijn, wat de totale uitstoot – ook volgens Our World in Data – exponentieel doet stijgen. Ook andere kritiek roert zich: de biodiversiteit doet het slecht, het aantal democratieën neemt af en we worden allemaal dikker. 

Wij zijn goed, jullie slecht 
En dan is er nog de grote kloof van deze tijd: onze maatschappij zou alsmaar gepolariseerder zijn geworden. Toch? ‘Nou, we zien er niets van’, zegt Quita Muis, sociologe aan de Universiteit Tilburg, de tweede spreker van de dag. Vanaf 1981 tot 2017 worden mensen juist steeds toleranter ten opzichte van homoseksualiteit en abortus. Ook voor waarden als weldadigheid, veiligheid en zelfbepaling nemen verschillen tussen opleidingsgroepen af, laten recentere data tot 2023 zien. Wat wél plaatsvindt is waargenomen polarisatie, stelt Muis vast. En óók dat is van alle tijden. ‘Mensen denken altijd al dat normen en waarden naar de kloten gaan’, zegt Muis. In 1991 was toenmalig koningin Beatrix somber over de verloederende maatschappij. Zeven jaar later stelde het AD dat Nederlanders ‘harder en asocialer’ zijn geworden. In werkelijkheid is het sociaal vertrouwen in Nederland al jarenlang hoog. In de EU staat ons land op plek 2, net onder Zweden. De illusie van moreel verval komt door twee dingen, zegt Muis. Ten eerste plaatsen media vooral slecht nieuws. Ten tweede herinneren mensen zich vooral dingen die vroeger goed gingen. Maar eigenlijk schuiven mensen steeds meer naar elkaar toe. En daarom valt het ook op als mensen ergens anders over denken. Dat leidt dan weer tot affectieve polarisatie – hoe positief mensen zijn over de eigen groep, zo negatief zijn ze over anderen. Enerzijds trekt dat conflict mensen naar de stembus en zorgt het voor een gezond debat, ook in de politiek. Maar het is wel oppassen met het ‘wij zijn goed, jullie zijn slecht’-verhaal, zegt Muis. Mensen zijn het dan niet alleen meer oneens, maar worden vijanden. De democratie, die min of meer voor lief wordt genomen, komt dan toch onder druk te staan. 

Hokjes
Na een korte koffiepauze is het de beurt aan het Skepsis-panel om publieksvragen te beantwoorden. Zo fileert bestuurslid Pepijn van Erp een overdreven NS-persbericht en bespreekt Skepter-hoofdredacteur Ronald Veldhuizen rammelend wetenschappelijk onderzoek over microplastics in het brein. Ja, ook de wetenschap wordt tegenwoordig soms voor lief genomen. Dat stellen Mirjam Vossen en Margriet van der Heijden na de koffiepauze vast. Vossen is mediawetenschapper en Van der Heijden is hoogleraar wetenschapscommunicatie met een achtergrond in deeltjesfysica. Zij verklaren dat mensen wetenschap gaan wantrouwen als de media wetenschapsblunders breed uitmeten. Negatief nieuws doet het immers goed. 

Dat ging vroeger anders. Toen waren mensen ‘lege wijnglazen’ en vulde een wetenschapscommunicator die met kennis. Wetenschap was dus waarheid. Nu moet je mensen anders meenemen, willen ze vertrouwen in de wetenschap, zegt Van der Heijden. En niet door met feiten en redeneringen andermans standpunten te ontkrachten. Mensen vinden het immers niet leuk om op hun ongelijkheid gewezen te worden. ‘Dan gaan ze met de hakken in het zand’, zegt Vossen. Je moet dus uit een ander vaatje tappen, menen Vossen en Van der Heijden. Met alleen de ratio kom je er niet. Gooi het ethos – de waarden waarvoor je staat – en het pathos –gevoelens van sympathie – in de mix. Daarmee kun je mensen over de streep trekken. En noem mensen geen ‘wappie’, zegt Van der Heijden. Dan ben je zelf ook aan het polariseren. 

Ook Laura Batstra, hoogleraar orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, heeft kritiek op mensen in hokjes plaatsen. Ondanks alle tegenwoordige stoornissen zijn we echt niet gekker dan vroeger, meent ze. We gebruiken gewoon steeds vaker labels voor psychische aandoeningen. En de DSM – het boek dat die aandoeningen classificeert – is misschien eens aan revisie toe. DSM staat voor Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. Van die disorders bevat het er maar liefst 400. Wat er wel er niet in mag bepaalt een taakgroep van Amerikaanse psychiaters. Die geven dan een BOSGAT (Bunch Of Guys Sitting Around a Table)-diagnose van de desbetreffende stoornis, grapt Batstra. Bij geestelijke gezondheidszorg is met zo’n label de boodschap vaak automatisch: ‘Het ligt aan jou, jij moet in therapie.’ Met een wildgroei aan therapieën tot gevolg. Maar de oorzaak van onze problemen ligt vaak in de maatschappij, stelt Batstra. Mensen met een depressie kunnen allerlei verschillende somberheidsredenen hebben. En er is volgens haar te weinig oog voor contextuele factoren als armoede, uitsluiting en discriminatie. Terwijl uit onderzoek blijkt dat dat heel sterke bepalers zijn voor psychisch en lichamelijk leed. 

Reuzel en pap
En eten we steeds slechter? Nee, zegt Hidde Boersma, journalist en bodemmicrobioloog. Paprika’s bevatten vroeger dan misschien wel meer voedingsstoffen omdat ze langer groeiden, maar wie in Nederland kon toen zo’n luxeproduct betalen? Honderd jaar geleden aten mensen reuzel, pap, aardappelen en ‘Noem mensen geen wappie, want daarmee polariseer je’  kool – mits in het seizoen. Nu kun je in de supermarkt avocado’s uit Mexico halen. In 1900 had 80 procent van de wereld honger. Nu is dat nog maar 9 procent. Volgens Boersma vinden mensen moderne landbouw afstandelijk en kil. Maar met biologische paprika’s ga je geen planeet redden, zegt hij. Tegenwoordig besproeien boeren hun groenten weliswaar met pesticiden, maar zelfs kleine overschrijdingen van normen zijn niet ziekmakend, zegt Boersma: ‘Daar durf ik m’n hand voor in het vuur te steken.’ Als we afstappen van de bestrijdingsmiddelen, gaat er meer oogst verloren en betekent het dat je echt veel meer landbouwgrond nodig hebt, zegt Boersma. Dat maakt voedsel niet duurzamer. Dat probleem gaat ook op voor biologisch voedsel: uiteindelijk is er 45 procent meer land nodig voor dezelfde opbrengst. Als je modern teelt en dus op een kleiner oppervlak, kun je de rest van het land teruggeven aan de natuur. Boersma zegt geen fan te zijn van de status quo, de landbouw moet wel anders. Bijvoorbeeld met genetische modificatie van groenten, of met kweekvlees. Bovendien kan intensieve landbouw nog beter, vindt Boersma. Door verder te moderniseren bijvoorbeeld. 

Wie snapt het nog?
Al met al stellen de sprekers vast dat vroeger niet alles per se beter was. Dus hoe leid je dan nú je beste leven? Niet door samen ‘een koffietje te doen’. En al helemaal niet met een ‘refill’. Als het aan NRC-columnist en taalkenner Japke-d. Bouma ligt, verdwijnen dit soort ‘jeukwoorden’ uit het Nederlandse vocabulaire. Evenwel komen jeukwoorden vooral in kantoortuinen juist helemaal tot bloei. Volgens Bouma gebruiken mensen jeukwoorden om gewichtiger te klinken. Zo had Mark Rutte een regierol – daarmee was hij niet de baas, maar bemoeide hij zich wel overal mee. Of om mee te liegen, bijvoorbeeld. ‘Hoe meer jeukwoorden mensen gebruiken, hoe minder verstand ze hebben’, zegt Bouma. Mensen praten moeilijker omdat dat makkelijker is, vervolgt ze. Bouma maakt zich zorgen dat ambtenaren, politici of ministers die jeukwoorden gebruiken zelf niet goed weten waar ze het over hebben. En als zij het al niet begrijpen, snappen burgers het dan nog? Gemeentes zien hun jeukwoorden als intern jargon dat de burger niet bereikt. Maar dat is niet zo, toont Bouma aan met een persbericht van de gemeente Hengelo. Die wilde ooit ‘de verblijfskwaliteit van de weg naar een hoger niveau brengen’. Met andere woorden: het asfalt vervangen. Bouma zegt dat tweeëneenhalf miljoen mensen in Nederland moeite hebben met lezen en schrijven. Dat is één op de zes. Bovendien hebben mensen met autisme moeite met beeldspraak. Dus: voor wie de wereld nog een stukje beter wil maken: gebruik duidelijke taal op je werk en op straat. Mensen ergeren zich dan minder en snappen meteen wat je zegt.

Niels Olfert is freelance wetenschapsjournalist.
Alle foto’s zijn gemaakt door freelance fotograaf Thomas de Wit. 
Het gehele congres is terug te kijken op Youtube,

De ijsprofeet laat restje geloofwaardigheid Wim Hof wegsmelten

door Pepijn van Erp – 22 november 2025

HET verhaal van Wim Hof en zijn methode was wetenschappelijk gezien altijd al vrij dunnetjes onderbouwd, maar dat belemmerde hem en zijn kinderen niet om er wereldwijd successen mee te vieren. Pas de laatste twee jaar kwamen er serieuze barstjes in dat mooie plaatje. De methode werd steeds vaker in verband gebracht met verdrinkingsgevallen en onthullingen over huiselijk geweld in Hofs privéleven deden het beeld bij velen kantelen.
Anneke Stoffelen en Robert van de Griend, die in de Volkskrant de onthullingen over het gewelddadige karakter van Hof brachten, hebben hun speurwerk nu uitgewerkt tot een kloek boek, een ongeautoriseerde biografie: De ijsprofeet.

Van de Griend en Stoffelen beginnen met een zeer gedetailleerde beschrijving van een recente workshop die Wim Hof zelf gaf in het Wim Hof Method Center in Stroe. In levenden lijve het gebeuren Hof ervaren kan natuurlijk inzichten geven in waarom de man zo’n enorme aanhang heeft weten te verwerven, maar net op het moment dat de deelnemers het eerste ijsbad gaan nemen komt de aap uit de mouw: ze waren er niet zelf maar hadden iemand gestuurd die ‘undercover’ deelnam, mister x.

Het was ook wel bijzonder geweest als de Volkskrant-journalisten zelf ontvangen waren door Hof, daarvoor was er teveel gebeurd sinds ze vorig jaar september in dat geruchtmakend artikel uit de doeken deden dat het in het privéleven van Hof veel minder rooskleurig aan toe was gegaan dan tot dan toe bekend was. De jarenlange mishandeling van zijn partner Caroline en dat het Openbaar Ministerie daar Hof ondanks aangifte niet voor vervolgd had, maar ook nieuwe inzichten over zijn relatie met zijn eerste vrouw, deden een ander licht schijnen op de goedlachse goeroe.
Hof was ontstemd over die berichtgeving (‘karaktermoord!’) en eiste in een rechtszaak rectificatie van de Volkskrant. Die zaak verloor hij in juli dit jaar, ook de maand waarin Mister x aan de workshop deelnam uitgerust met een verborgen opnameapparaatje, aangeschaft bij een spyshop.

Gezondheidsclaims

In het artikel dat ik voor Skepter in 2015 schreef over Hof merkte ik op dat hij in talkshows regelmatig vergaande claims deed over wat er medisch wel niet mogelijk zou zijn met zijn methode zonder dat daar enig bewijs voor was. Vaak nuanceerde hij bij doorvragen wel dat het slechts om zijn verwachting ging en dat hij vooral de wetenschap opriep om er nader onderzoek naar te doen.
Dat Hof in de beslotenheid van workshops veel sterkere gezondheidsclaims over de werkzaamheid van zijn methode doet, had ik al vaker vernomen, ook van deelnemers zelf. De opnames van Mister x leveren hier hard bewijs voor en laten ook zien dat hij inmiddels niet echt nog wat verwacht van wat dat wetenschappelijke onderzoek zou moeten laten zien:

‘Deze methode zou natuurlijk beschikbaar moeten zijn voor alle kinderen in de wereld die lijden aan kanker,’ zegt Hof. Tot zijn grote frustratie willen de artsen daar niet aan. Integendeel, zijn technieken worden ‘begraven in de modder van het geldbeluste systeem dat kinderen als offer brengt voor de duivel zelf.’

De mythe Wim Hof

Een uitvoerige beschrijving van de familie van Hof volgt. Hoe interessant het ook is om te lezen over de criminele achtergrond van zijn grootvader en zijn vader, en het duistere oorlogsverleden en latere malle fratsen van die laatste, kun je je afvragen hoe relevant dat allemaal is om het fenomeen Wim Hof te duiden. Van belang wordt het echter zeker wel als het over zijn eigen belevenissen gaat, want het blijkt dat hij daarover vaak een heel ander verhaal heeft opgehangen dan bronnen aan Van de Griend en Stoffelen vertellen. Dat Hof een wat losse verhouding heeft met de werkelijkheid wordt zo verder onderbouwd. Dat dat een familiekwaal is, gaat misschien wat ver om te stellen, maar huiselijk geweld en een criminele levensstijl worden wel vaak van generatie op generatie doorgegeven, schrijven de Volkskrant-journalisten.

Hoe de relatie met de Spaanse Olaya tot stand kwam, blijkt ook nogal anders dan we uit de verhalen van Hof zelf mochten opmaken. In 1995 pleegde zijn grote liefde en moeder van zijn vier oudste kinderen zelfmoord, een gebeurtenis die cruciaal was voor de transitie van Wim Hof tot ‘The Iceman’. Dat ze een ingewikkelde relatie hadden gehad, onder meer doordat zij schizofrenie ontwikkelde was bekend, maar het is frappant om te lezen dat zij al in 1990 waren gescheiden! Het is een van de talloze ‘weetjes’ die je opdoet bij het lezen en die je doen verrassen omdat Hof er zelf altijd een andere versie van heeft gegeven.

Van stuntman tot onderzoeksobject

Zelf had ik me tot nu toe vooral beperkt tot de claims die aan de Wim Hof-methode werden gehangen en zijn geschiedenis meer als side dish tot me genomen. Dit boek laat de puzzelstukjes die ik in de loop van de jaren had verzameld over Hof wel in elkaar passen. Hoe zijn tv-carrière als ijzige stuntman door Willibrord Frequin werd opgestart en uitmondde in talloze records (vooral verbeteringen van telkens hetzelfde record) en hoe hij ten slotte bij een van zijn stunts – meer dan een uur staan in een bak vol ijsblokjes – opgemerkt werd door de wetenschap. En over hoe hij omgaat met kritiek.

Dat die draai van malle stuntman naar onderzoeksobject bijna gesaboteerd werd door een fontein in het Vondelpark die Hofs darmkanaal aan gort spoot mag inmiddels wel een bekend verhaal zijn, al was het maar omdat ‘Sjamadriaan’ er ons regelmatig aan herinnert op zijn social media.

Het wetenschappelijk onderzoek naar de eigenschappen van Hof zelf en zijn methode kwamen vanaf 2010 op stoom. De betrokken wetenschappers, vooral die van Radboud UMC speelden een grote rol, worstelen duidelijk met hoe Hof de resultaten, die op zich interessant zijn, overdrijft en hoe moeilijk zijn enthousiasme, zoals ze dat meestal zagen, is af te remmen. (Zie ook het artikel dat de auteurs vandaag in de Volkskrant publiceerden.)
De media helpen daar niet echt bij en bleken nogal gretig het allemaal als een belangrijke doorbraak te brengen. Het ‘succesverhaal’ van de IJsman en ‘Wim Hof’ als merk begon daarmee pas echt. Met hulp van zijn zoon Enahm, die begon te bouwen aan het bedrijf Innerfire waar uiteindelijk alle kinderen van Wim en Olaya een rol in zouden krijgen.

Geweld

Dat was wellicht allemaal anders gelopen als toen ook naar voren was gekomen wat er zich allemaal in zijn privéleven afspeelde op dat moment. Het hoofdstuk waarin zijn relatie met Caroline ter sprake komt, biedt een nog ontluisterender beeld dan het artikel in de Volkskrant al deed. Het totale gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel dat Hof tentoonspreidt komt hier haast ongeloofwaardig over, maar het is allemaal stevig onderbouwd met bronnen. Het ‘dramatisch’ noemen zou een understatement zijn. Alcoholmisbruik van Hof lijkt hier zeker een belangrijke rol te hebben gespeeld.

‘Alcohol maakte Hof agressiever, volgens Caroline en haar kinderen. Tussen zijn recordpogingen en mediaoptredens door sleet hij een groot deel van zijn tijd op de bank, met een halve liter Euro Shopper-bier in zijn hand. Meestal sloeg hij zes tot acht van die blikken op een dag achterover.’

En dan ben je pas op de helft van het boek en moeten Van de Griend en Stoffelen nog uit de doeken doen hoe Hof via een documentaire van Vice, een podcastoptreden bij Joe Rogan en een interview met carrièrecoach en bestseller auteur Tim Ferris in no time voet aan de grond kreeg bij de jet set van Amerika en een Hollywood hype werd. Het verhaal over het ontstaan van de Wim Hof-methode dat zorgvuldig door zijn zoon Enahm geconstrueerd was, ging erin als koek. Innerfire zou snel miljoenen omzet gaan draaien en een grote schare Wim Hof-instructeurs op gaan leiden.

In 2022 zond de BBC het reality programma Freeze the Fear uit: Can they face their fears? Celebrities take on epic adventures and freezing temperatures with Iceman Wim Hof. He’ll push their minds to the limit – will he change their lives?

Innerfire

De tamelijk bizarre manier waarop Enahm het bedrijf leidt en de talloze conflicten (ook binnen de familie) die dat, vooral buiten het zicht van de publiciteit, oplevert vullen een belangrijk deel van de rest van het boek. “Achter de schermen was er kortom weinig te merken van de balans, de stressreductie en de liefde waarmee Innerfire de Wim Hof-methode op sociale media in verband bracht.” schrijven de journalisten. Het komt allemaal nogal overweldigend over als je het achter elkaar doorleest; wat overigens prima kan, want ze hebben het zeer pakkend opgeschreven.

De positieve ervaringen die velen rapporteren bij het beoefenen van de Wim Hof-methode worden niet genegeerd. Deels zou het placebo-effect een verklaring kunnen zijn. Zijn ‘goeroekwaliteiten’ worden ook besproken in verband met vaak kortstondige relaties die Hof aanknoopt met cursisten. De beweging rond Wim Hof vinkt net niet alle criteria af om als sekte geduid te kunnen worden, maar veel scheelt het niet.

De coranapandemie bleek voor Innerfire een goudmijn. De belangstelling voor de Wim Hof-methode steeg enorm doordat andere vormen van bezig zijn met je fysieke gezondheid bemoeilijkt werden door lockdowns, en ook door de onverantwoorde uitspraken van Wim en Enahm over de effecten van hun methode bij covid-19. Hof werd steeds vaker gezien in de alternatieve media en nestelde zich stevig in het coronasceptische kamp dat ook vol alternatieve genezers en complotdenkers zit.

Bergafwaarts?

Hoe het verliep met de rechtszaak die ze aan de broek kregen in de Verenigde Staten vanwege de verdrinkingsdood in 2022 van de zeventienjarige Madelyn Metzger – die de Wim Hof-methode zou hebben toegepast voordat zij ging zwemmen – zal ik hier verder onbesproken laten. De geïnteresseerde kan dat ook wel volgen via het YouTube-kanaal van Scott Carney, die lange tijd een propagandist voor de methode van Hof was, maar de laatste jaren zijn ogen niet meer kon sluiten voor de misstanden en zich intussen tot een van zijn belangrijkste critici heeft ontpopt.

De schandalen die nu naar buiten zijn gekomen hebben de populariteit van Hof wel wat doen slinken: de geplande Hollywoodfilm over hem staat in de ijskast, nogal wat instructeurs hebben zich van hem en Innerfire gedistantieerd, de wetenschappers die ooit geïnteresseerd met hem samenwerkten zie hem niet meer zitten. Maar helemaal over en uit is het verhaal Hof nog niet. Misschien dat dit boek het laatste zetje geeft.

De ijsprofeet geeft een compleet plaatje van de IJsman dat niet bepaald vrolijk stemt. Waar ik, in ieder geval tot vorig jaar september, nog ergens wel iets van sympathie voor Hof voelde – hij was dan wel een kletsmajoor, maar zijn herhaaldelijk uitgesproken behoefte aan samenwerking met de wetenschap vond ik wel prijzenswaardig en iets wat hem apart zette van echte kwakzalvers – is dat met dit boek wel definitief verdwenen.
Hoe kan iemand zich toch tot zo’n onverantwoordelijk persoon met nare trekken ontwikkelen en tegelijkertijd publiekelijk een positief imago overeind houden waar wereldwijd hordes mensen instinken? IJskoud word ik ervan.

Anneke Stoffelen & Robert van de Griend. De ijsprofeet. Wim Hof: het duistere verhaal achter zijn wereldwijde succes. De Arbeiderspers 2025; 376 pagina’s, 24,99 euro.

De ijsprofeet verschijnt op 25 november, ik kreeg het boek eerder deze week van de uitgever onder embargo tot vanochtend 5.00u. Op 9 december is er in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam een programma met de auteurs en o.a. Adriaan ter Braack: Wim Hof: wellnessgoeroe of valse profeet?

Andere stukken over Wim Hof

Het Alternatieve Circuit: Risico’s, Kosten en Communicatie

.
Op 4 oktober vond in de Geertekerk in Utrecht het jaarlijkse symposium plaats van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Het thema dit jaar was Het Alternatieve Circuit: Risico’s, Kosten en Communicatie.

Meester Kackadorisprijs
De middag begon traditioneel met de toekenning van de Meester Kackadorisprijs.  Deze prijs wordt jaarlijks toegekend aan een persoon of instelling die kwakzalverij bevordert. Het gaat nadrukkelijk niet om beoefenaars zelf, maar om instanties die kwakzalverij faciliteren en/of legitimeren. Dit jaar werd de prijs toegekend aan het College van Bestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam. Het college krijgt de prijs vanwege de benoeming van chiropractor Sidney Rubinstein tot bijzonder hoogleraar. Chiropractie is immers geen bewezen effectieve behandeling en wordt om die reden niet vergoed vanuit het basispakket.  De VtdK vindt dat de VU met de benoeming van Rubinstein kwakzalverij de universiteit heeft binnengehaald. Helaas was er niemand van de VU aanwezig om de prijs in ontvangst te nemen…

Directe en indirecte schade van SCAM
Vervolgens was het woord aan Prof. Edzar Ernst, die in 1993 aan de Universiteit van Exeter in 1993 ’s werelds eerste hoogleraar Complementary Medicine werd. Hij publiceerde talrijke boeken en artikelen over de negatieve aspecten van alternatieve behandelingen, en vat deze categorie samen onder de titel SCAM: So Called Alternative Medicine. Zijn verhaal concentreerde zich op de gevaren en directe en indirecte schade van SCAM.

Met de voor hem kenmerkende directheid kon hij direct aanhaken op de eerder genoemde Kakadorisprijs, en het feit dat SCAM dus klaarblijkelijk ook in de Academische wereld steeds meer voet aan de grond krijgt.

Prof. Edzar Ernst

Maar al te vaak hoor je bij toepassingen van SCAM het argument ‘baat het niet, dan schaadt het niet’. In zijn betoog laat Ernst zien dat díe redenatie nu juist níet klopt. In tegendeel: er is juist heel veel schade. Met name bij behandelingen als chiropractie en accupunctuur gaat er nog wel eens wat mis met serieuze en soms dodelijke gevolgen. Helaas worden de negatieve gevolgen van dergelijke behandelwijzen niet structureel bijgehouden.

Een andere categorie is de schade als gevolg van de diagnostische technieken, die in het geval van SCAM ook grotendeels onbekend of genegeerd zijn in de conventionele geneeskunde (bioresonantie, iridologie, tongdiagnose). Geen van deze methoden is gevalideerd en zij leiden daarom bijna allemaal onvermijdelijk tot vals-positieve of vals-negatieve diagnoses. Dit laatste zou kunnen betekenen dat een patiënt door de SCAM-behandelaar het sein “veilig” krijgt, terwijl hij in werkelijkheid lijdt aan een ernstige aandoening, zoals bijvoorbeeld kanker.

Schade door beoefenaars
Ook SCAM-therapeuten zelf kunnen patiënten op meerdere manieren schade toebrengen. Deze schade ontstaat voornamelijk door het vaak incompetente advies van SCAM-behandelaars. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer de behandelaar een behandeling aanbeveelt die ineffectief is of aanzienlijk minder effectief dan een vergelijkbare conventionele interventie. In deze situaties zou de patiënt onnodig lijden of kostbare tijd verliezen om zijn/haar aandoening in een vroeg stadium te genezen.

Voorstanders van SCAM werpen vaak tegen dat conventionele geneeskunde veel meer schade kan aanrichten dan SCAM. Maar deze weerlegging mist een belangrijk punt: de waarde van een behandeling wordt niet bepaald door de schade of het voordeel dat deze oplevert; deze hangt vooralaf van de balans tussen de schade en de voordelen die deze kan opleveren.

Omdat de voordelen van SCAM vaak slechts marginaal of volledig afwezig zijn, wegen zelfs relatief kleine risico’s zwaar mee. Hieruit volgt dat de risico-batenverhouding van veel SCAM-behandelingen niet positief is. Dit betekent dat consumenten twee keer moeten nadenken voordat ze SCAM gebruiken of aanbevelen.

Misinformatie begint al bij persbericht onderzoek

Direct in aansluiting op Ernst liet Dr. Marleen Finoulst, arts, medisch journalist, auteur, hoofdredacteur van www.gezondheidenwetenschap.be, zien hoe misinformatie kan ontstaan en hoe zij factchecken gebruiken om misinformatie tegen te gaan.

Helaas ligt de basis van veel foute informatie al bij de wetenschap zelf. Berichten gebaseerd op nieuw medisch onderzoek dat onvolledig en ongenuanceerd in de media belanden. “Men vergeet bijvoorbeeld te vermelden dat het om een laboratoriumonderzoek gaat, een kleine proef, bij een beperkt aantal mensen. Ook zien we vaak dat verbanden die niet causaal zijn, wél worden voorgesteld als oorzakelijke verbanden.”

Dr. Marleen Finoulst

“Zijn het hierbij de media die de fout in gaan? Of is er meer aan de hand? We hebben gaandeweg ontdekt dat het aan de bron al misgaat. De onderzoekers, de universiteiten en de ziekenhuizen, die met het nieuws naar buiten komen willen graag in de media komen. Dit is belangrijk om meer kans te hebben op onderzoeksgeld. Ze nemen dan een communicatiebureau in de arm voor een persbericht en de verwachting is dan ook dat dit bericht de media haalt. En dan gaan ze dat persbericht nog een beetje opleuken, hetgeen verder vertekent. En dan is er de journalist, die krijgt soms honderden persberichten per dag, en pikt daaruit wat hij opvallend vindt.  Zonder dat hij echt gaat kijken wat er in het oorspronkelijke onderzoek stond. Daar is vaak geen tijd voor, en ook geen opleiding. Hoe beoordeel je als journalist of iets een goed onderzoek is?”

“We merken dat wetenschapsjournalisten eigenlijk dun gezaaid zijn, zeker in Vlaanderen. Soms bellen ze dan nog wel de onderzoekers, maar die doen er dan nog graag een schepje bovenop. En dan zorgt de eindredacteur vaak nog voor een spectaculaire kop. Niet noodzakelijkerwijs ook correct.
De grootste website in Vlaanderen is hln.be – Het Laatste Nieuws – en al die nieuwsberichten worden in Nederland gemaakt, door één bureau, dat verschillende kranten bedient en vaak zorgt dat nieuws in de media komt met een titel die eigenlijk de lading niet dekt, maar er wel voor zorgt dat mensen erop klikken (Clickbait).”

Wetenschapsontkenning

“Dan is er ook nog een groeiende wetenschapsontkenning. Je hoeft daarvoor alleen maar naar de VS te kijken waar nu een kwakzalver Secretary of Health is, en alle complottheorieën die meer en meer lucht krijgen via social media. Zeker sinds COVID hebben we gemerkt dat het wantrouwen is toegenomen, niet afgenomen. Omwille van maatregelen die er geweest zijn en die het wantrouwen hebben gevoed. En mensen durven nu met hun desinformatie naar buiten te komen, want ze zien voorbeelden, celebrities en politici die dat ook doen.”

“En daartegenover staat dan de wetenschap, die eigenlijk heel complex is. Wetenschappers proberen genuanceerde verhalen te brengen, maar mensen willen een simpele boodschap.  Of nog beter gezegd: social media gedijen het beste bij een simpele boodschap.
Social media verbieden of sterker reguleren, óf – wat nu gebeurt – mobieltjes buiten de scholen laten, lijkt een mogelijke oplossingsrichting, zij het zeer moeizaam. Wat ons betreft ligt een belangrijke sleutel bij het onderwijs en het op jonge leeftijd vertrouwd maken van jonge mensen met het kunnen onderscheiden van zin en onzin. We moeten ze leren dat influencers op TikTok niet het patent op de waarheid hebben. Integendeel. En hen aanmoedigen (en leren) kritisch te blijven denken.”

Het ‘Red Panda Effect’

.
In de Skeptical Inquirer van october/november (Volume 49, No. 5) wordt door Craig A. Foster en Kelsey M. McGinn teruggeblikt naar een uitgave van het blad uit 1979, met daarin een verhaal over een verdwenen panda, ontsnapt uit Blijdorp, wiens ontsnapping blijkbaar veel mensen in Nederland wist te mobiliseren. Hans van Kampen, Nederlands wetenschapsredacteur en ufo-onderzoeker, beschreef in zijn verhaal “De zaak van de vermiste panda” hoe mensen collectief kunnen geloven iets bijzonders gezien te hebben.  

Volgens Van Kampen ontsnapte op 10 december 1978 een kleine panda uit Blijdorp.  Medewerkers van de dierentuin waarschuwden het Algemeen Dagblad. Helaas werd de panda dood aangetroffen op een spoorlijn, ongeveer 500 meter van zijn verblijf, rond dezelfde tijd dat het nieuws over de vermiste panda publiekelijk werd gedeeld.
Einde verhaal, zou je zeggen. Totdat mensen uit heel Nederland, die niet wisten dat de panda al dood was gevonden, de dierentuin belden met tips over de vermiste panda. Binnen een paar dagen ontving de dierentuin honderd tips over waar het vermiste dier te vinden was. Omdat deze meldingen kwamen nadat de panda dood en begraven was, stond het dierentuinpersoneel voor een raadsel. De krant van 13 december onthulde uiteindelijk de trieste waarheid over de panda, en daarna kwamen er geen nieuwe meldingen meer binnen.

Ufo’s
Van Kampen herkende in dit verhaal de analogie met de waarnemingen van ufo’s. Hij schrijft:
Het is interessant om te weten dat deze panda-gebeurtenis plaatsvond een paar dagen vóór een wereldwijde “UFO-hype”. Sinds half december 1978 merkten onderzoekers van beweringen over zogenaamde UFO’s een drastische toename in UFO-meldingen. De meest gepubliceerde hiervan was een gebeurtenis in Nieuw-Zeeland, waar midden in de zomer nachtelijke lichten werden waargenomen laag boven de horizon en hoog in de lucht.”

“Toen de kranten berichten begonnen te publiceren over de Nieuw-Zeelandse UFO’s en nadat een film die in Nieuw-Zeeland was gemaakt op televisie werd vertoond, raakten veel mensen over de hele wereld geïnspireerd om omhoog te kijken. In Zuid-Afrika, beweerde mevrouw Meagan Quezet dat zij en haar zoon plotseling vijf of zes buitenaardse wezens hadden ontmoet. In Italië werd een UFO waargenomen nabij Gran Grasso, die ervan werd verdacht een energiecentrale te hebben beschadigd.”

“Op 27 december 1978 werd ik door de Rijkspolitie in de regio Dordrecht opgeroepen om gelijktijdige waarnemingen van een ogenschijnlijk onverwacht licht aan de zuidoostelijke hemel te onderzoeken. Vanwege het vroege tijdstip van de oproep – rond 6 uur ’s ochtends – besefte ik meteen dat dit een uitgelezen kans was om de Nederlandse politie de ware aard van het fenomeen en de feilbaarheid van “ervaren ooggetuigen” en menselijke waarneming te laten zien. Ik kon verbinding maken met het communicatiesysteem van de politie en rechtstreeks met de betrokken agenten praten. Vanaf drie verschillende locaties, vele kilometers van elkaar, werden waarnemingen gemeld van een langzaam bewegend, helder nachtelijk licht. Sommige politieagenten beweerden dat ze het licht dichterbij zagen komen en weer zagen vervagen, terwijl anderen op verschillende momenten het licht zagen op- en neergaan.”

Allen waren het er echter over eens dat ze de “UFO” boven de zuidoostelijke horizon hadden gezien. Uiteindelijk lukte het me om deze politieagenten ervan te overtuigen dat ze de heldere planeet Venus hadden gezien, die zich op de aangegeven positie bevond en achter enkele wolkenbanken verscheen en verdween. Ook de sikkel van de afnemende maan versterkte het “kiekeboe”-effect van die specifieke ochtend.”

Het pandaverhaal was volgens van Kampen indicatief voor de kwaliteit van elke bewering die sterk op menselijke getuigenissen berust. Zoals ook het monster van Loch Ness en de Verschrikkelijke Sneeuwman (Bigfoot) regelmatig gezien worden.

Bigfoot
De zaak van Bigfoot is sterk gebaseerd op menselijke getuigenissen over het zien, of in sommige gevallen horen, van de tweevoeter. De conventionele wetenschappelijke visie is dat Bigfoot niet bestaat, wat betekent dat de mensen die beweren Bigfoot te hebben gezien of gehoord, zich vergissen of liegen. Bigfoot-fanaten zijn het daar natuurlijk niet mee eens en beweren dat ten minste enkele getuigenissen over het zien van Bigfoot kloppen.

De zaak van de vermiste panda verschilt echter op één uiterst belangrijk punt van de discussie over Bigfoot: we kunnen er gerust van uitgaan dat er in Nederland inderdaad geen zwervende panda’s rondliepen. De afwezigheid van een echte panda bewijst dat veel oprechte publieke meldingen over de aanwezigheid van een panda daar plaatsvonden waar er geen echte panda was. Mensen kunnen zo bewijs leveren voor een dier dat ze niet daadwerkelijk zijn tegengekomen. Dit staat wetenschappelijk ook wel bekend als het “rode panda-effect”.

Het rode panda-verhaal onderstreept en benadrukt menselijke fouten als verklaring voor paranormale beweringen die zwaar leunen op getuigenverklaringen. Het is niet redelijk om te concluderen dat Bigfoot bestaat – ondanks het voortdurende onvermogen om Bigfoot-botten, -haar, -poep of -fossielen te vinden – wanneer misvattingen en fraude als gevestigde verklaringen gelden.

De menselijke perceptie en het geheugen zijn simpelweg niet zo betrouwbaar als mensen graag zouden willen geloven.

Van Kampen besluit: “De zaak van de Rijkspolitie was in feite de perfecte zaak. Ik twijfel er niet aan dat als serieuze “UFO”-onderzoekers ter plekke ten tijde van de waarneming zouden kunnen werken, bij voorkeur te midden van de waarnemers, “UFO’s” niet meer zouden bestaan. Helaas lijkt dat doel net zo ongrijpbaar als “UFO’s” zelf.”