Wat staat in de sterren?

door Rob Nanninga

[verschenen in Psychologie, maart 1995]

Astrologen geloven dat de stand van de planeten tijdens de geboorte van een mens informatie geeft over diens karakter en levensloop. Maar dit geloof moet nog wel met feiten gestaafd worden.

Wie geboren is tussen 23 augustus en 23 september wordt door astrologen een Maagd genoemd omdat de zon dan in het teken Maagd staat. Aan dit zonneteken – dat overigens niet samenvalt met het gelijknamige sterrenbeeld – worden een aantal kenmerkende persoonlijkheidseigenschappen toegeschreven. Zo staat in astrologieboeken te lezen dat een Maagd zich in de omgang met anderen bescheiden en gereserveerd opstelt. Hij of zij is niet avontuurlijk, spontaan en impulsief, knoopt niet gemakkelijk een praatje aan en heeft weinig vrienden. De Maagd toont geen sterke emoties of hartstochten en is wat preuts. Hij is niet kunstzinnig of muzikaal en heeft geen aanleg voor theater en poëzie. Zijn fantasie en intuïtie zijn zwak ontwikkeld.

De Maagd is nuchter, rationeel en analytisch ingesteld. Hij heeft een kritische blik en laat zich niet snel wat wijsmaken. Hij heeft dikwijls belangstelling voor techniek of wetenschappelijk onderzoek en praat liever niet over dingen waarvan hij geen verstand heeft. Op zijn eigen terrein gedraagt hij zich niet zelden als een schoolmeester die alles beter weet. In zijn werk is de Maagd ordelijk, ijverig, erg nauwgezet en plichtsgetrouw.

Op basis van de bovenstaande typering zouden we onder meer kunnen veronderstellen dat er relatief weinig acteurs zijn met het zonneteken Maagd. Uit statistisch onderzoek blijkt echter dat deze hypothese onjuist is. Ook in andere beroepsgroepen – waaronder musici, auteurs, natuurwetenschappers en bibliothecarissen – waren Maagden niet onder- of oververtegenwoordigd.

De Leidse psycholoog Jan van Rooij vergeleek de zonnetekens van ruim vijfduizend psychologiestudenten met die van ruim drieduizend studenten aan een Technische Universiteit. Daarbij kwamen geen opmerkelijke verschillen aan het licht. Diverse andere onderzoekers vonden evenmin een verband tussen de tekens van de dierenriem en een voorkeur voor bepaalde beroepen.

De bekende astrologe Karen Hamaker-Zondag schreef in een recent boek dat haar Boogschutter-trekken onmiskenbaar zijn: ‘Velen hebben kunnen constateren dat de kenmerken van mijn dierenriemteken Boogschutter in mijn geval zeer toepasselijk zijn.’ Misschien vertoont haar karakter inderdaad gelijkenis met het Boogschutter-type en was dit een van de redenen waarom ze geloof ging hechten aan de astrologie. Hamaker geeft in haar boek nog veel meer voorbeelden van astrologische beweringen die treffend juist waren. Zulke voorbeelden bewijzen echter niets zolang we niet weten hoe groot het aantal tegenvoorbeelden is.

Impulsief als een… Ram?

Tot nu toe heeft men met behulp van psychologische persoonlijkheidsvragenlijsten niet kunnen aantonen dat de zonnetekens samenhangen met bepaalde kenmerkende eigenschappen. Een voorbeeld is de stelling dat de tekens kunnen worden ingedeeld in vier elementen (aarde, lucht, water en vuur) die overeenkomen met de vier psychologische functies in de typologie van Carl Gustav Jung (waarnemen, denken, voelen en intuïtie). Zo zouden de watertekens (Kreeft, Schorpioen en Vissen) gevoelsmensen zijn, terwijl de luchttekens (Tweelingen, Weegschaal en Waterman) meer op hun verstand vertrouwen.

De psycholoog Van Rooij verzamelde de geboortegegevens van 370 personen die de zogenoemde Myers-Briggs Type Indicator hadden ingevuld. Deze MBTI is een vragenlijst die kan uitwijzen welke Jungiaanse functie het meest dominant is. Van Rooij kwam tot de conclusie dat er over het geheel genomen geen verband bestond tussen de astrologische elementen en de psychologische functies. Niettemin was een van de uitkomsten statistisch significant: watertekens prefereerden gevoel boven verstand. Dat kan echter toeval zijn, want hoe meer statistische tests je uitvoert, des te groter wordt de kans dat één daarvan toevallig afwijkt van de kansverwachting.

Tijdens een later onderzoek kwam Van Rooij nog een andere factor op spoor die van invloed kan zijn. Ditmaal onderzocht hij de astrologische stelling dat de zes ‘positieve’ tekens (Ram, Tweelingen, Leeuw, Weegschaal, Boogschutter en Waterman) extraverter zijn de ‘negatieve’ tekens. Dit wil onder meer zeggen dat mensen met een positief zonneteken actiever, impulsiever en gezelliger in de omgang zouden zijn. Van vijfhonderd proefpersonen werd de extraversie-score bepaald door ze een psychologische vragenlijst te laten invullen. Vervolgens ging men na welke proefpersonen hun eigen zonneteken kenden en drie bijbehorende eigenschappen konden noemen. Daarbij kwam een zeer interessant fenomeen aan het licht.

Proefpersonen die wisten welke eigenschappen bij hun zonneteken hoorden, waren enigszins geneigd de astrologische leer te bevestigen. Wanneer ze een positief zonneteken hadden, scoorden ze gemiddeld tien punten hoger op de extraversieschaal dan wanneer hun zonneteken negatief was. Dit effect was niet te vinden bij degenen die geen verstand hadden van astrologie. Sterker nog, in deze groep scoorden de positieve zonnetekens wat lager dan de negatieve.

We kunnen hieruit concluderen dat astrologische kennis van invloed kan zijn op ons zelfbeeld. Zo zijn er veel Rammen die weten dat ze volgens de astrologische leer van nature impulsief zijn, terwijl Stieren hebben gehoord dat zij veel geduld hebben. In werkelijkheid is iedereen wel eens impulsief. We mogen evenwel verwachten dat mensen die zich identificeren met het zonneteken Ram, extra veel betekenis toekennen aan de momenten waarop zij zich impulsief gedroegen, omdat ze geloven dat hun ware aard op zulke momenten naar boven kwam. Het is zelfs mogelijk dat ze zich daadwerkelijk impulsiever gaan gedragen omdat ze sneller toegeven aan hun impulsen. Dit kan van invloed zijn op het invullen van een psychologische vragenlijst. De Rammen die in astrologie geloven, zullen eerder dan de Stieren geneigd zijn om de vraag ‘Volg je dikwijls je spontane impulsen?’ bevestigend te beantwoorden.

Volgens astrologen heeft het onderzoek naar zonnetekens weinig of niets opgeleverd omdat je een bepaalde karaktertrek nooit kunt terugvoeren tot één onderdeel van de horoscoop. Het zonneteken is slechts één factor die door talloze andere astrologische factoren wordt beïnvloed. Men dient onder meer rekening te houden met de stand van de maan en de planeten. In welke tekens en ‘huizen’ (hemelsectoren) bevinden zij zich en hoe staan ze ten opzichte van elkaar? Dat heeft allemaal wat te betekenen. Daarom lijken duizend Rammen niet meer op elkaar dan een willekeurige groep mensen (behalve wanneer ze in astrologie geloven). De invloed van het zonneteken wordt dus gemakkelijk overstemd door andere factoren.

Als het zonneteken inderdaad zo weinig invloed heeft dat het zelfs niet door middel van een grote statistische steekproef aan het licht kan worden gebracht, dan mogen we ons afvragen hoe de oude astrologen er al in het verre verleden in zijn geslaagd de eigenschappen van de tekens te achterhalen. Volgens Karen Hamaker is de astrologie een kennisgebied dat zich net zo heeft ontwikkeld als de wetenschap. ‘Het is gegroeid uit vele, vele eeuwen speuren naar samenhangen tussen verschijnselen aan de hemel en gebeurtenissen op aarde.’ Van al dit vermeende onderzoek, is echter niets terug te vinden. Bovendien lijkt het onwaarschijnlijk dat de oude ‘onderzoekers’ zoveel succesvoller waren dan de hedendaagse, want destijds beschikten ze niet over nauwkeurige geboortetijden en statistische methoden.

Tevreden met foutieve horoscoop

Gelukkig hoeven we ons over deze problemen niet het hoofd te breken, want er bestaan betere methoden om astrologie te testen. Daarbij maakt men gebruik van complete geboortehoroscopen, waarin precies staat aangegeven hoe de hemel eruit zag op het moment dat iemand werd geboren. Een goed voorbeeld is een onderzoek van de voormalige astroloog Geoffrey Dean. Met behulp van een betrouwbare psychologische vragenlijst selecteerde hij zestig personen die bijzonder extravert waren en zestig personen die juist zeer introvert waren. De geboortehoroscopen van deze proefpersonen werden voorgelegd aan vijfenveertig astrologen. Zij probeerden aan de hand van de planeetstanden een onderscheid te maken tussen de extraverten en de introverten.

De resultaten van Deans onderzoek weken niet af van de kansverwachting. De astrologen hadden net zo goed een muntstuk kunnen opwerpen om hun keuzes te bepalen. Dean had ze gevraagd van welke keuzes ze erg zeker waren, maar die bleken niet vaker juist dan de overige. Bovendien was het opvallend dat de astrologen het onderling in het geheel niet met elkaar eens waren. Horoscopen die volgens de ene astroloog van een extraverte instelling getuigden, werden door de andere astroloog als introvert geduid. Een tweede test waarbij de astrologen emotioneel labiele personen van emotioneel stabiele probeerden te onderscheiden, mislukte eveneens.

Zelf voerde ik een experiment uit waarbij de deelnemende astrologen gezamenlijk een vragenlijst mochten samenstellen. Hun vragen werden voorgelegd aan zeven anonieme proefpersonen, waarvan ik de geboortegevens had opgevraagd. De astrologen trokken van elke proefpersoon de geboortehoroscoop en kregen tien weken de tijd om die aan de bijbehorende vragenlijst te koppelen. Op de lijst stonden vragen zoals: Wat zijn je hobby’s en interessen? Wanneer heb je een ongeluk gehad of een operatie ondergaan? Op welke dag heb je je partner voor het eerst ontmoet? Wat is je beroep en welk beroep zou je het liefste uitoefenen? Wat zijn volgens anderen je zwakste eigenschappen?

De 44 deelnemers aan deze astrologentest waren hoopvol gestemd toen ze hun oplossingen opstuurden. Slechts zes astrologen dachten dat ze minder dan de helft goed hadden en achttien rekenden op de maximale score van zeven. In werkelijkheid plaatste de meest succesvolle deelnemer slechts drie personen bij de juiste horoscoop terwijl de helft alles fout had. De uitkomst week niet af van de kansverwachting en de meest ervaren astrologen, waaronder een aantal cracks, deden het niet beter dan de rest. Evenals bij het onderzoek van Dean waren de astrologen het onderling volstrekt niet met elkaar eens. Hoewel ze allemaal dezelfde informatie hadden ontvangen, leverden slechts twee deelnemers dezelfde oplossing in.

Het gebrek aan onderlinge overeenstemming is niet verrassend omdat een geboortehoroscoop op heel veel manieren kan worden geïnterpreteerd. Dit verklaart waarom astrologen er soms in slagen de spijker op de kop te slaan wanneer ze de horoscoop van een bekende persoonlijkheid analyseren. Ook de problemen van hun cliënten kunnen ze doorgaans wel ergens in de planeetstanden terugvinden. Een horoscoop bevat zoveel elementen waaraan je betekenis kunt toekennen, dat er altijd wel een factor te vinden is die als verklaring kan dienen.

Cliënten geloven doorgaans maar al te graag in de vermeende vermogens van hun astroloog. Ze proberen zichzelf in zijn uitspraken te herkennen en realiseren zich niet dat hij zich in hoge mate laat leiden door hun reacties. Vaak geven astrologen hun cliënten een duwtje in de rug door ze te vertellen wat ze graag willen horen. Er is geen reden om aan te nemen dat de juiste planeetstanden noodzakelijk zijn voor een succesvol consult. Zo erkende de Britse astroloog Geoffrey Cornelius dat hij soms een perfecte horoscoopduiding gaf en dan achteraf ontdekte dat hij de verkeerde geboortegegevens had gebruikt. Ook uit onderzoek blijkt dat cliënten even tevreden zijn met een foutieve horoscoop.

Karen Hamaker schrijft: ‘Ik weet tot in het diepst van mijn hart dat astrologie werkt, ook al komen er nog talloze onderzoeken die bewijzen dat het niet zo is. In mijn leven, in mijn persoonlijk beleven, heeft het zijn waarde bewezen en heb ik de zin ervan ervaren. Dat neemt niemand me meer af.’ Daar valt niets tegenin te brengen. Astrologie kan zonder twijfel een bron van zingeving en inspiratie zijn. Het kan ook een kader bieden waarbinnen men de eigen ervaringen kan ordenen of onderzoeken en nieuwe mogelijkheden kan verkennen. Een horoscoop is echter geen bron van betrouwbare informatie. De horoscoop vertelt je niet wie je bent en wat je moet doen, want je moet er zelf een betekenis aan geven.

De Goedgelovige – Maja Vervoort

Stel dat een astrologisch consult de volgende karakterbeschrijving oplevert: ‘Uw persoonlijkheid wordt gekenmerkt door een opmerkelijke intensiteit van het gevoelsleven. U bent hierdoor in staat tot sterke voorkeuren en even sterke aversies. Sympathieën worden bijna altijd instinctief en onmiddellijk gevormd en u geeft zich gewoonlijk geen rekenschap van uw subjectieve standpunt.’ Was is de waarde van een dergelijk oordeel?
De vraag hoe juist deze beschrijving is, wordt in de astrologie aan de persoon zelf overgelaten. Anders dan in psychologisch onderzoek wordt er geen verband gezocht met externe, onafhankelijk verkregen gegevens zoals testresultaten of beoordeling van iemands functioneren op het werk. Dat hoeft op zich geen bezwaar te zijn, want is de persoon zelf niet bij uitstek degene die zijn eigen karakterbeschrijving kan beoordelen? Dat is in feite ook wat er bij het trekken van een horoscoop gebeurt: de cliënt beoordeelt het advies op de voor hem herkenbare gegevens. Alles wat klopt maakt tevens de geloofwaardigheid van de onverwachte uitkomsten, die er ook in staan, groter. De astrologie moet het hebben van het geloof van de cliënt.
De eerste alinea maakte onderdeel uit van een uitgebreide psychologische rapportage. De proefpersoon die deze als uitslag van een psychologisch onderzoek te lezen kreeg, vond het een treffende beschrijving van zijn karakter. Echter, álle personen aan wie het rapport als eindoordeel overhandigd werd, vonden het een treffend juiste persoonsbeschrijving van henzelf. De onderzoeker Kanisza wilde met deze proef aantonen dat een psychologische beschrijving door veel mensen geaccepteerd wordt. De proefpersoon herkent er zijn bijzondere, individuele eigenschappen in, waarmee hij zich van anderen onderscheidt.
Dergelijk onderzoek is meermalen herhaald. Dezelfde persoonsbeschrijving wordt aan verschillende proefpersonen ter kennisgeving gegeven, als was het het eindoordeel van een psychologisch onderzoek. Keer op keer blijkt dat mensen er gemakkelijk van te overtuigen zijn dat de uitslag specifiek op hen van toepassing is. Het maakt niet uit wat erin staat. Zelfs de karakteranalyse met een tegenovergestelde strekking als die hierboven geciteerd staat, werd (door een andere groep proefpersonen) enthousiast ontvangen. Daarin stond bijvoorbeeld dat de persoonlijkheid gekenmerkt werd door een opmerkelijke evenwichtigheid van het gevoelsleven, waardoor de betrokkene juist vrij was van al te hevige voorkeuren en aversies. ‘Sympathieën en antipathieën zijn over het algemeen verantwoord, daar zij niet zijn gebaseerd op de uiterlijke en onmiddellijke schijn, maar het resultaat van dieper doordachte beoordelingen.’
Waarom zijn mensen zo goedgelovig? Men kan veronderstellen dat een positief oordeel misschien eerder als juist wordt aangenomen dan een negatieve uitkomst. Dat maakt inderdaad wat uit. In Kanisza’s onderzoek herkende men zichzelf minder naarmate de toon van het rapport negatiever was, maar zelfs dan konden de proefpersonen zich er over het algemeen wel in vinden.
Wie een persoonsbeschrijving van iemand geeft, kan er dus vanuit gaan dat de betrokkene deze zal aanvaarden, mits de procedure aan bepaalde eisen voldoet: er moet een onderzoek aan vooraf zijn gegaan, het moet de vorm hebben van een officieel stuk en het moet de indruk wekken van een individueel rapport. Dat laatste is overigens niet moeilijk. De psycholoog Kouwer concludeerde in 1960 al dat men een beschrijving kan individualiseren door er wat simpele feitelijke gegevens aan toe te voegen: naam, leeftijd en sekse, liefst nog een foto en ten slotte de persoonlijke biografische gegevens. Elk rapport wordt daarmee herkenbaar en geloofwaardig.

Rob Nanninga was hoofdredacteur van Skepter van 2002 tot 2014