Moment Suprème

Waarom astrologen blijven geloven

door Rudolf Smit

In Australië ontmoette ik eens een pas begonnen astroloog, die in dodelijke ernst beweerde dat ‘als je zeven planeten in het zevende huis hebt staan, je ook zeven keer zult trouwen’. Ik wees hem toen op de horoscoop van Elizabeth Taylor, in wier zevende huis geen planeet te bekennen is, maar die inmiddels al wel aan haar vijfde of zesde echtgenoot toe was. Hij was niet onder de indruk. ‘Uitzonderingen bevestigen de regel’, zei hij. Jammer, hij wilde niet weten dat die regel alléén maar uitzonderigen kent…

Het levenspad van een astroloog gaat niet over rozen. Ten eerste verdient hij – vaker: zij – er niet zoveel aan, en ten tweede is hij of zij sociaal gezien, een buitenbeentje, eerder geduld dan gerespecteerd. We leven nu eenmaal in een maatschappij waarin zulke dingen ‘moeten kunnen’. Maar met name voor skeptici gaat dat dulden dikwijls gepaard met enig knarsetanden. Vreemd volk immers die astrologen, en ze doen nog dingen die eigenlijk níít mogen kunnen – nietwaar? Maar zijn astrologen nu wel zo raar? Als je zoals ik zelf astroloog bent geweest en onder astrologen hebt verkeerd, ontdek je dat astrologen in het algemeen heel aardige, goedwillende mensen zijn – en daar bedoel ik niets neerbuigends mee. Maar hoe aardig ook, juist vanwege hun dubieuze positie, tussen geaccepteerd zijn en beschouwd wordend als opgejaagd wild, is niets menselijks hun vreemd, en daar gaan ze dan ook vrij ver in hun verdediging van de astrologie.

Kelly et al. (1) hebben in 1986 eens de argumenten bekeken die astrologen gebruiken om daarmee hun geloof in astrologie te onderbouwen. Die argumenten, met tussen haakjes het commentaar van Kelly, zijn de volgende:

  1. Astrologie is al heel oud en niet kapot te krijgen. (Hetzelfde geldt voor moord.)
  2. Astrologie vind je in veel culturen. (Hetzelfde gaat op voor het geloof in een platte aarde.)
  3. Veel grote geleerden hebben er in geloofd. (Veel andere grote geleerden níét).
  4. Astrologie is gebaseerd op waarneming. (De ingewikkeldheid van astrologie tart elke waarneming.)
  5. Buitenaardse invloeden bestaan. (Geen ervan is belangrijk voor de astrologie.)
  6. Astrologie is door onderzoek bewezen. (Onjuist.)
  7. Niet-astrologen zijn niet bevoegd te oordelen over astrologie. (Wie oordeelt er dan over moord?)
  8. Astrologie is geen wetenschap maar een kunst en/of filosofie. (Geen reden om er dan in te geloven.)
  9. Astrologie werkt. (Het bewijsmateriaal suggereert het tegendeel.)

Behalve dat Kelly tweemaal te ver gaat in zijn commentaar (‘moord’) geeft hij mijns inziens teveel gewicht aan argumenten 1 t/m 8, die de meeste astrologen immers gewoonlijk slechts weten van horen zeggen en niet hebben overdacht, laat staan gecontroleerd. Veel belangrijker is argument nummer 9: ‘Astrologie werkt!’, want daar spreekt de persoonlijke ervaring en die is voor de gemiddelde astroloog duizendmaal belangrijker dan de resultaten van welk wetenschappelijk onderzoek ook.

Stopwatch

Het lijstje van negen beantwoordt verder niet de vraag waardoor astrologen in de astrologie geïnteresseerd zijn geraakt en er uit alle macht aan blijven vasthouden. Een antwoord hierop is van belang, vooral voor veel skeptici omdat die maar niet kúnnen begrijpen waarom astrologen zich zo hardnekkig aan de astrologie blijven vastklampen terwijl immers uit zóveel grondig experimenteel onderzoek is gebleken dat ze hun beweringen niet waar kunnen maken. Feiten zijn toch feiten en het is toch te gek dat ze die negeren! Zo eenvoudig ligt het niet. Voor astrologen is astrologie nauwelijks te vergelijken met een handeltje in knopen dat je van de ene op de andere dag van de hand kunt doen. Voor hen is het een levensbeschouwing. Welnu, dát opgeven is ongeveer hetzelfde als de zin van je bestaan kwijtraken. Omdat astrologie voor mij ook een levensbeschouwing én levensvervulling is geweest, zelfs tot een niveau dat toen de ‘ommekeer’ kwam ik in een geestelijke crisissituatie geraakte, meen ik hierover met enig recht te kunnen spreken.

Astroloog word je niet zomaar. Dat ‘gebeurt’, in de zin dat je er op een goede dag tegen oploopt. Van de meeste astrologen heb ik dan ook het verhaal gehoord dat ze bij toeval kennis maakten met iemand die al aan astrologie deed. Bijna niemand van die would-be astrologen was toen bereid er onmiddellijk waarde aan te hechten, maar nieuwsgierig waren ze wel. Dus kwam het onvermijdelijke verzoek: ‘maak mijn horoscoop ook eens’. De astrologiebeoefenaar was maar al te graag bereid om aan dat verzoek te voldoen en zie: tot onuitsprekelijke verbazing van de geanalyseerde leek de horoscoopanalyse niet alleen zijn innerlijke wezen bloot te leggen, maar soms ook zijn levensomstandigheden. Dát nu, is een onvergetelijke gebeurtenis. En het is dat moment suprème, steeds wederkerend bij elke nieuwe horoscoop, wat maakt dat astrologen aan astrologie blijven vasthouden.

Dit wetend is het voor te stellen dat veel astrologen na enige tijd, de een wat sneller dan de ander, elke kritische zin laten varen. Astrologie wordt dan al gauw een onuitputtelijke bron van kennis en in die zin een persoonlijke steun. Net als gelovige katholieken hun bestaanszekerheid ontlenen aan geloof in God, Christus en de Heilige Geest, zo ontlenen astrologen hun bestaanszekerheid aan de astrologie. Ze voelen hoe hun leven en dat van anderen wordt geregeerd door de planeten in hun eeuwige kringloop door de tekens van de dierenriem en de ‘huizen’ van de persoonlijke horoscoop.

In de horoscoop zit dus alles besloten, je karakter, je lot; maar als je niet in staat bent er bepaalde informatie uit te halen, ligt dat niet aan de astrologie, maar aan jou, de astroloog. Je bent dan niet ver genoeg gevorderd in je vermogen die kennis aan de horoscoop te ontfutselen. Omdat volgens astrologen de astrologie alles beheerst, beperkt een horoscoop zich dan ook niet tot mensen. Je kunt, zolang er maar een precieze begintijd en een plaats bekend is, van alles een horoscoop maken: van je hond, je kat, de aankoop van je huis, de opening van een winkel, de installatie van een kabinet, de inauguratie van President Clinton – reken maar dat duizenden astrologen ijverig het moment van ‘so help me God’ hebben vastgelegd met de stopwatch.

Maar de horoscoop doet meer. Voor veel astrologen, met name de wat esoterisch ingestelden, is de astrologie de belichaming van het principe dat ‘alles één en één alles is’. Ze voelen zich opgenomen in een groter geheel, het AL. Voor skeptici is het gemakkelijk om over dat alles in hoongelach uit te barsten, waarbij ze dan vergeten dat ze zelf niet het hierboven beschreven gevoel hebben ervaren. Ook zien ze over het hoofd dat zelfs zeer kritische geesten – zij het na enige aarzeling en na voor díé tijd kritisch onderzoek – toch voor de astrologie gevallen zijn.

Lastige vent

Geoffrey Dean en Arthur Mather, auteurs van Recent Advances in Natal Astrology (2), waren eens overtuigd van de waarde van de astrologie en geloofden oprecht dat de onvolkomenheden en tegenstrijdigheden opgelost konden worden. Pas in de loop van de tijd werd stukje bij beetje duidelijk dat astrologie in wezen een grandioze illusie is. Ook ik begon na een aantal euforische jaren onraad te ruiken. Het kwam te vaak voor dat leer en werkelijkheid niet gelijk opgingen en dat tal van astrologen dat ook al hadden ontdekt maar er (schijn)oplossingen voor hadden gevonden, de een nog origineler dan de ander. Het aantal technieken nam toe, maar het aantal tegenstrijdigheden nam niet af. Het werd evenredig groter.

Het was in die tijd – de tijd ook dat ik voorzitter was van het NGPA (Nederlands Genootschap van Praktiserende Astrologen) – dat ik werd geconfronteerd met de ‘psychologie van de astroloog’. In mijn naïviteit meende ik dat mijn medeastrologen gretig zouden instemmen met kritisch onderzoek naar het werkelijkheidsgehalte van de astrologie. De astrologie kon er immers alleen maar beter van worden! In plaats daarvan ontmoette ik oorverdovend stilzwijgen en lijdelijk, later zelfs openlijk verzet: wetenschap en astrologie gaan niet samen, zo beweerden sommigen luid en duidelijk, en bovendien, astrologie hoeft niet wetenschappelijk bewezen te worden, want ze bewijst zichzelf elke dag weer. Dus waar maak je je druk over?

Toegegeven, zij waren ook meer dan eens op onvolkomenheden gestuit. Maar dat is geen probleem. Dan kies je toch een andere techniek; je kunt putten uit een rijk arsenaal. Of je rectificeert de horoscoop. Geboortetijden kloppen immers zelden of nooit, dus een paar graadjes bij de ascendant optellen of aftrekken, dat kan allemaal best, ook daar heb je goede technieken voor. Jammer alleen dat die verschillende rectificatietechnieken geen eenduidige uitkomsten gaven; onderling sterk afwijkend en soms zelfs uren verschillend van de officieel genoteerde geboortetijd.

Als ik ze dat onder hun neus wreef, keken ze mij glazig aan en bij die reactie bleef het meestal. Behalve dat ze me maar een lastige vent begonnen te vinden. Want zij hadden zo hun ideeën en daar waren ze gelukkig mee; die feiten waarmee ik kwam aandragen vonden ze alleen maar erg verwarrend, dus wat beter te doen dan je hoofd in het zand steken?

Ik meen dat ze in de psychologie zoiets cognitieve dissonantie noemen: slechts datgene zien wat je wilt zien; je ogen sluiten voor de feiten omdat ze niet in je ideeënwereld passen. Dat is geen kwaal die je alleen bij astrologen aantreft, maar waar ze misschien wel beter dan wie ook in bedreven zijn is recht praten wat krom is – in alle onschuld overigens. Een mooi voorbeeld geeft David Hamblin, een voormalige voorzitter van de Britse Astrological Association:

‘Als ik een zachtmoedige en weinig agressieve persoon ontmoet die wel vijf planeten in Ram heeft staan, is dat geen enkele indicatie voor mij dat Ram wel eens niet ‘agressie’ zou betekenen. Want ik zou kunnen wijzen op zijn Vissen-ascendant, of op zijn Zon conjunct met Saturnus, of naar de heerser van zijn horoscoop die in het Twaalfde Huis staat. En als géén van de alibi’s geldig is, behoef ik slechts te zeggen dat hij zijn Ram-potentieel niet tot ontplooiing heeft gebracht. Of ik zou hebben gezegd (zoals ik dat inderdaad heb horen zeggen) dat, indien een persoon een teveel aan planeten in een bepaald teken heeft, hij de neiging zal hebben de eigenschappen te onderdrukken die bij dat teken horen, omdat hij bang is tot excessen te komen als hij die eigenschappen de vrije loop laat. Maar als ik op de volgende dag een zeer agressieve persoon ontmoet, die ook vijf planeten in Ram heeft, fluit ik een ander deuntje: Ik zal dan zeggen dat het zo heeft moeten zijn, omdat die persoon nu eenmaal vijf planeten in Ram heeft’ (3).

Procrustes-bed

Zo gaat het inderdaad. Astrologen zijn meesters in het passendmaken van de persoon op zijn horoscoop. De astrologie kán en m´g immers niet onwaar zijn, dus dan maken ze het wel waar. Dit is het beruchte Procrusteseffect, genoemd naar de mythologische herbergier die zijn klanten hoe dan ook in hun bed deed passen: was de klant te lang, dan hakte hij zijn benen er af. Was de klant te kort, dan rekte hij hem zover uit tot hij precies in de lengte van het bed paste. Omdat astrologie altijd waar zal en moet zijn, zullen astrologen ook niet onder de indruk raken van nieuwe (negatieve) feiten zelfs als die afkomstig zijn uit eigen kring.

Eind jaren ’70 verschenen de eerste programmeerbare calculators en homecomputers op het toneel. Ik was er als kippen bij om me een Commodore PET aan te schaffen waarvoor de eerste astrologische programma’s beschikbaar waren gekomen. Toen werd het mogelijk grote aantallen horoscopen door te testen, vooral op voorspellingstechnieken. Van de meeste beweringen in astrologische handboeken bleef zo al gauw niet veel over. Alweer, het had geen effect op de ware gelovigen. Ik herinner mij hoe ik op een steekproef van 72 mensen die in het verkeer waren omgekomen, vier verschillende voorspellingstechnieken had losgelaten. Bij één nogal onbekende techniek kreeg ik een statistisch buitengewoon significant resultaat (4). Laat ik die Techniek A noemen, de drie andere noem ik B, C en D. Toen ik ten overstaan van een grote groep astrologen in het Australische Melbourne de resultaten van mijn onderzoek bekendmaakte en daarmee eigenlijk hun geliefde drie voorspellingstechnieken aan gruzelementen gooide, was de reactie verbijsterend. De aanhangers van methode B beweerden dat zij in hun methode ook altijd raak schoten, maar niet in C en D; maar aanhangers van methode C beweerden terstond dat zij ook altijd raak schoten, maar niet in methode B en D… Toen ik er op wees dat ze misschien wel eens raak hadden geschoten maar dat astrologen, net als de meeste mensen, de neiging hebben de treffers te onthouden en de (vele) missers te vergeten, had ik tegen het zere been geschopt. Ook daar werd ik spoedig als een dissident beschouwd.

Ik kreeg zelfs een min of meer officiële reprimande toen ik verhaalde over mijn onderzoekje naar tweelingen. De meeste tweelingen zijn kort na elkaar geboren en hebben dus vrijwel identieke horoscopen. Volgens de leer zouden ze dan nagenoeg hetzelfde moeten zijn in gedrag en levensloop. Niets van dat al. Karakters en levensloop blijken enorm te kunnen verschillen. Men was daar niet blij mee. Vanaf dat moment, zodra ik maar even een kritische vraag stelde, trachtte steeds één van de oudere bestuursleden mij de mond te snoeren met ‘so, you don’t believe in astrology, eh?'(5)

Astrologie een geloofsysteem

Al deze voorvallen hebben mij ervan overtuigd dat astrologie een geloofsysteem is. Astrologen vinden in de astrologie een substituut voor een religie. Het geeft hun zekerheid en zin aan hun leven. Het is dan voorstelbaar dat ze dat niet van zich af willen laten pakken. Het is dan wel merkwaardig te moeten vaststellen dat in verreweg de meeste gevallen sprake is van een tamelijk individuele ‘geloofsbeleving’. Ondanks de enorme verscheidenheid aan technieken, inzichten, uitgangspunten en dergelijke, die bij gevestigde religies kunnen leiden tot onderlinge strijd en verkettering, blijken astrologen in het algemeen het consensusmodel in de praktijk te brengen: het is allemaal even mooi en goed, en elk systeem ‘werkt’. Deze eenheid in verscheidenheid maakt het astrologen mogelijk een dam op te werpen tegen de kritiek die, zoals is gebleken, allesbehalve welkom is. Kritiek wordt genegeerd of geweerd, eenvoudig omdat dát de enige manier is om te overleven.

Overigens is het volgen van een overlevingsstrategie een algemeen menselijke eigenschap; wetenschappers gebruiken haar ook regelmatig. Eén van de redenen dat sommige wetenschappers zich buitengewoon fel kunnen keren tegen alles wat maar ruikt naar astrologie en het paranormale, is dat deze fenomenen hún wereldbeeld zouden kunnen aantasten. Mensen kunnen nu eenmaal niet zonder een wereldbeeld, of het nu op religie is gebaseerd of op rationalistische wetenschap. Skeptici kunnen dan ook doen wat ze willen, alle pogingen astrologen van hun geloof af te brengen zullen vergeefs zijn. Die enkeling die als gevolg van het vele negatieve bewijs de astrologie vaarwel zegt, is en blijft een grote uitzondering. Astrologen bekeer je niet – die moet je laten uitsterven.

Noten

1. Kelly, I.W., Culver, R., and Lopston, P.J., Arguments of the astrologers: A critical examination. In: Biswas et al.(eds), Cosmic Perspectives, India’s Science Circle, India, 1982.

2. Dean, G.A., Mather, A., Recent Advances in Natal Astrology. A Critical Review 1900-1975. Analogic, Western Australia, 1977.

3. Hamblin, D., The need for doubt and the need for wonder. Astrological Journal 24(3): 152-157, Summer 1982. David Hamblin heeft inmiddels de astrologie opgegeven, zoals hij liet weten in The Astrological Journal van november/december 1990.

4. Het was inderdaad een zeer significant resultaat: toevalskans ergens in de miljoenen. Er bestaat echter gerede twijfel over de waarde ervan, want de steekproef lijkt achteraf niet brandschoon. Bovendien moet ik een replicatie doen, maar het is ongelooflijk moeilijk om aan nieuw en vooral betrouwbaar testmateriaal te komen.

5. Overigens moet ik stellen dat onder de huidige Nederlandse astrologen er steeds meer komen die de (negatieve) resultaten van het moderne, experimentele onderzoek wel op zich hebben laten inwerken. Maar dat heeft hen alleen hun koers doen wijzigen. Ze putten uit de astrologie inspiratie bij hun hulp aan de medemens, en zien de horoscoop zeker niet meer als een bron van onfeilbare kennis.

Uit: Skepter 6.1 (1993)

Rudolf Smit was in het verleden astroloog en oprichter van een beroepsorganisatie voor astrologen. Hij was ook auteur van het boek De planeten spreken (1975). Tegenwoordig beheert hij een website over Astrology and Science.