‘Wetenschapsjournalistiek is nog erger dan sportjournalistiek’

De pers hoort op te komen voor het publiek belang en misstanden aan te kaarten maar schiet, zodra het over wetenschap gaat, hopeloos tekort, vindt Leonid Schneider.

door Pepijn van Erp – Skepter 32.2 (2019)

DE laatste jaren is er steeds meer aandacht voor de integriteit van de wetenschap. Geruchtmakende zaken halen de kranten natuurlijk wel en via websites als Retraction Watch is te volgen wat er internationaal speelt, maar zo lijk je toch maar het topje van de ijsberg mee te krijgen. En de berichtgeving is meestal achteraf, als de misstanden al zijn aangepakt.

Voor een meer betrokken geluid kun je terecht op de website For Better Science van Leonid Schneider. Daar tref je meer onderzoeksjournalistieke verhalen aan. Met enige regelmaat haalt Schneider nieuwe fraudegevallen naar boven, vindt artikelen die vol staan met foute afbeeldingen, of ontmaskert hij een organisator van nepconferenties. Skepter sprak met Schneider, die in Duitsland woont en werkt.

Leonid Schneider: ‘De druk komt als een journalist erover schrijft.’

Op je website omschrijf je jezelf als ‘onafhankelijk wetenschapsjournalist’. In welke zin verschilt dat van het werk van een gewone wetenschapsjournalist? En waarom begon je hiermee?
Ik noem mezelf zo omdat er geen betere omschrijving is voor wat ik doe. Eigenlijk zie ik mezelf meer als wetenschapsactivist, maar omdat ik erover schrijf, noem ik mezelf journalist. Journalisten schrijven doorgaans voor iemand, voor kranten, maar zijn daarom ook afhankelijk van hun redacteuren en de eigenaars van die kranten. Ik kan schrijven wat ik wil, ook over zaken die gewone journalisten niet oppakken. Maar het betekent ook dat ik weinig bescherming geniet, met rechtszaken als gevolg. Het is ook meer activisme wat ik doe omdat ik er geen geld mee verdien, op wat donaties na.

Toen ik nog als onderzoeker werkzaam was, schreef ik ook al wel voor wetenschapsbladen. Ik vond vooral de fraudezaken interessant, eigenlijk elk wangedrag binnen de wetenschap. Het sloot aan bij wat ik zelf meemaakte. Uiteindelijk kon ik me er niet meer toe zetten om nog naar het lab te gaan en besloot ik te stoppen als wetenschapper — gelukkig heeft mijn vrouw een baan. Mijn website ben ik gestart eind 2015, daarvoor had ik al wat internationale bekendheid gekregen met mijn onderzoek in de zaak rond de bioloog Olivier Voinnet.

Had je andere onafhankelijke wetenschapsjournalisten als voorbeeld toen je begon? Ik kon zelf niet zo snel anderen vinden die te werk gaan als jij.
Richard Poynder is zo iemand. Hij schrijft over open access op zijn blog en hij interviewt mensen daarover. Hij noemt zichzelf ook onafhankelijk journalist. Niet echt wetenschapsjournalist, want zijn aandachtsgebied is meer het publiceren van wetenschappelijke artikelen.
Naast die fraudegevallen begon ik me te verdiepen in het publicatieproces van wetenschapsartikelen. Daarmee is zoveel mis. Als je zelf in de wetenschap actief bent, zie je hoe verziekt dat systeem is, hoe oneerlijk.

Een van de bekendste zaken waar je je tanden in hebt gezet, draait om de chirurg Paolo Macchiarini, die zogenaamd succesvolle luchtpijptransplantaties uitvoerde, die achteraf dramatisch bleken te zijn voor de patiënten. Kun je vertellen hoe dat zat en hoe het er nu mee staat?
Dat speelde vanaf 2011 binnen de regeneratieve geneeskunde. Ik had zelf aan stamcelonderzoek gewerkt, dus ik raakte snel geïnteresseerd. Een van de lezers van mijn website maakte een samenvatting van de artikelen in de Zweedse pers over de zaak. Tot dan dacht ik dat eigenlijk het belangrijkste over de zaak al wel bericht was, via Retraction Watch bijvoorbeeld. Maar dat bleek een opgepoetste versie te zijn van de gebeurtenissen.

Beschermingsmechanisme

Het was in werkelijkheid veel erger — een van de grootste fraudezaken binnen de geneeskunde. Elk beschermingsmechanisme faalde. Zoveel mensen bleken meegewerkt te hebben, ingepalmd door Macchiarini met vooruitzicht op onderzoeksgeld en mooie carrières. Ze hebben alle schuld op Macchiarini proberen af te schuiven, maar hij werkte niet alleen.

Hebben ze de puinhoop nu helemaal opgeruimd bij het Karolinska Instituut, waar hij werkzaam was?
Nee. Ze moesten natuurlijk wel optreden vanwege de publieke druk. Uiteindelijk hebben ze Macchiarini ontslagen, en ook zijn medewerker Jungebluth. Maar hun eigen wetenschappers hebben ze beschermd. Erger nog, ze hebben de klokkenluiders van wetenschappelijk wangedrag beschuldigd. Ook een klokkenluider aan het University College in Londen. De ironie wil dat in verscheidene artikelen van de interimrector van het instituut, Karin Dahlman-Wright, die het onderzoek naar deze affaire in gang zette, ook onregelmatigheden zijn aangetroffen. Weliswaar niet gerelateerd aan de zaak-Macchiarini, maar kun je van iemand die zelf op wangedrag is betrapt, verwachten dat die een integriteitsonderzoek naar een andere wetenschapper naar behoren uitvoert? Je krijgt de indruk dat dit soort grote instituten meer bezig zijn met het oppoetsen van hun blazoen dan het daadwerkelijk tot de bodem uitzoeken van wat er mis ging. Zeker, dat gebeurt bij alle universiteiten die met fraude te maken krijgen. Ze denken meteen hoe ze de affaire zo snel mogelijk kunnen beëindigen om hun reputatie te redden. Dat is het enige wat telt: damage control.

Macchiarini is na de affaire eerst nog in Rusland actief geweest. Maar daar hebben ze hem inmiddels ook ontslagen — nadat ze genoeg kennis hadden genomen van zijn technologie om zelf verder te kunnen experimenteren.
Volgens een Zweedse krant zit hij nu in Turkije waar hij via een vriend een baan heeft weten te krijgen. Hij kan in theorie nog in verschillende landen opereren, Italië, Spanje, Duitsland en Frankrijk, daar heeft hij op zich de papieren nog voor.

Paolo Macchiarini (foto: Karolinska Instituut)

Een flink aantal van zijn artikelen zijn inmiddels ingetrokken, alleen The Lancet lijkt moeilijk te doen en weigert het artikel waarmee het begon ook in te trekken. Ondanks verzoeken van het Karolinska Instituut.
Het officiële verhaal is dat de transplantaties met kunststof luchtpijpen niet deugden en die artikelen zijn nu ingetrokken. Op dringend verzoek van het instituut, en niet omdat de tijdschriften dat zelf wilden. Maar, bezwoer men, met het onderzoek naar de transplantaties waarbij een donorluchtpijp werd gebruikt, zou niets aan de hand zijn. Op die transplantaties heb ik me gericht en in mijn ogen zijn de resultaten daar net zo desastreus.

Investeringen

Het probleem is, dat in Londen al operaties op basis van deze technologie gepland waren en klinische trials waren voorbereid met geld van de Europese Unie. Door mijn berichtgeving ging dat allemaal niet door. University College heeft veel geïnvesteerd in die transplantaties met donormateriaal en heeft er belang bij om de zaak-Macchiarini te vernauwen tot een probleem met die plastic luchtpijpen. Ik heb nu een lijst met twaalf patiënten die een donorluchtpijp kregen allemaal overleden op één na die ontzettend veel geluk heeft gehad.
De patiënt van het Lancet-artikel uit 2008 leeft ook nog, maar daar gaat het eigenlijk om een transplantatie van een van de luchtwegen. Als dat niet werkt, kun je nog met de andere long ademhalen. Een luchtpijp die het begeeft, betekent het einde. Er is veel weerstand om dat artikel in te trekken. Vreemd genoeg ook vanuit COPE, het samenwerkingsverband waarbinnen uitgevers afspraken maken over hoe om te gaan met integriteitskwesties rondom publicaties.

Verschillende partijen hebben te veel geïnvesteerd in dit onderzoek om het zomaar helemaal af te schrijven. Voor allerlei organen en lichaamsdelen zijn onderzoekers bezig met dezelfde insteek. Maar als dat Lancet-artikel sneuvelt, zal het hele onderzoeksveld mogelijk begraven worden.

Rechtzaken

Het schrijven over deze affaire heeft je intussen al een paar keer voor de rechter gebracht.
In één zaak is een oordeel geveld. Als ik nog één verkeerd woord schrijf over Philipp Jungebluth, draai ik de bak in. Er is ook geen beroep meer mogelijk. Ik heb nog overwogen naar het Europese Hof te stappen, maar niemand wilde me daarbij helpen en ik kan me niet meer advocaatkosten veroorloven.

De andere rechtszaak, aangespannen door Heike en Thorsten Walles, die ook met Macchiarini samenwerkten, is uiteindelijk geschikt. Maar ook daar mag ik bepaalde dingen niet meer over schrijven. De Duitse pers konden deze zaken niets schelen. Een journalist stelde zelfs dat het mijn eigen schuld was: ik had kunnen weten hoe de wet werkt in Duitsland. Men vermijdt hier negatief te schrijven over artsen en wetenschappers en ze denken bovendien dat dat een goede zaak is. Ik ben eenmaal zelfs veroordeeld zonder dat ik ervan op de hoogte was gesteld dat er een kort geding tegen mij was aangespannen! Een uitspraak van het Hooggerechtshof heeft dat ooit mogelijk gemaakt. Ze zijn er hier nog trots op ook, een geniale manier om de pers te controleren. Die wetgeving is inmiddels wel iets aangepast, de journalist moet nu sowieso gehoord worden.

Op je website domineren de artikelen die gaan over problemen in biomedische artikelen. Veelal draait het om beeldmanipulaties, het dubbelgebruik van microscoopbeelden en gels. Is het zo’n puinhoop in dit vakgebied?
Stel dat je naar een arts gaat en die maakt een röntgenfoto van je borstkas. Vervolgens tekent hij er met Photoshop wat tumoren bij en vertelt hij je dat je kanker hebt en dat je allerlei dure behandelingen moet ondergaan. Dat is fraude, maar het is in wezen niet anders wat er in die artikelen gebeurt. Als lezer of reviewer zie je zo’n foto van een gel of een microscoopopname en je gaat ervan uit dat het laat zien wat je denkt dat het is. In werkelijkheid gaat het om digitaal aangepaste beelden.

Maar mij verbaast het hoe duidelijk sommige van die gevallen zijn, echt brutaal knip-en-plakwerk. Hoe konden die auteurs ooit denken dat ze er mee weg zouden komen?
Ze kwamen er inderdaad mee weg. Tot nu toe. Tot mensen er beter naar gingen kijken. Sommige van die artikelen zijn meer dan twintig jaar oud. Veel van die auteurs hebben carrière gemaakt op basis van die artikelen, zijn nu hoogleraar. Omdat niemand het opmerkte. Dat begon in feite pas enkele jaren geleden met de site PubPeer, waar je de gelegenheid hebt om dit soort dingen te signaleren. Het bedrog lijkt zo algemeen, denk je dat het reviewers nooit is opgevallen?

Nee, want ze verwachten het gewoon niet. Überhaupt niet dat er iets gemanipuleerd is, je gaat uit van eerlijk werk. Misschien zullen er reviewers zijn geweest wie het wel opviel, maar ik weet niet wat er in die gevallen gebeurd is. Misschien werden ze wel niet meer gevraagd. En als een artikel afgewezen wordt, kunnen auteurs het natuurlijk altijd bij een ander tijdschrift proberen.

Scheikunde

Het lijkt nu misschien ook wel dat er meer fraude is in biomedische wetenschappen omdat iedereen de problemen kan zien door gewoon goed naar die afbeeldingen te kijken. Je hoeft er geen expert voor te zijn die de achterliggende data ook begrijpt.

In de scheikunde gebruiken ze vaak afbeeldingen van spectra. En ook daar komen nu ook steeds meer voorbeelden naar boven van manipulatie. Je kunt dan bijvoorbeeld zien dat er herhaalde patronen voorkomen, ook in de ruis van de afbeelding waar je normaal nooit naar zou kijken. Je komt ook gewoon gephotoshopt werk tegen. Dit kon gebeuren omdat bijna nooit de achterliggende data bij de artikelen werden geleverd.

Hoe kijk je inmiddels aan tegen het zogenaamde zelfcorrigerend vermogen van de wetenschap?
Het werkt van geen kanten. Het komt er eigenlijk op neer dat de fraude van vandaag, over tien tot twintig jaar zal worden veroordeeld en vergeten door iedereen. In die zin reinigt de wetenschap zichzelf. Maar het betekent niet dat de fraudeurs van vandaag consequenties zullen ondervinden voor hun carrière. Ze kunnen lang het hele veld beïnvloeden en tweede, derde en vierde generaties aan fraudeurs voortbrengen, die de universiteiten gaan bevolken.

Promovendi

Er zijn wetenschappers waarvan iedereen weet dat ze fraudeur zijn — collega’s weten dat hun werk onbetrouwbaar is en ze leren het te negeren. Maar die mensen laten ze zitten, die blijven geld binnenhalen voor hun onderzoek en krijgen zelfs de kans promotie te maken. En zo ook promovendi te besmetten met hun frauduleuze werkwijzen.

Iemand moet daar toch boos over worden en voldoende reden hebben om er wat aan te doen?
Als je bijvoorbeeld in de farmaceutische industrie onderzoeksfraude pleegt, dan beschadig je je bedrijf. Maar in de wetenschap? Wie benadeel je dan? Uiteindelijk de samenleving. Maar wie komt daarvoor op? Binnen het onderzoek zullen mensen niet zo snel zien dat je met frauduleus onderzoek in feite publiek geld steelt. En dan speelt ook mee dat klokkenluiders binnen de wetenschap als de ergste misdadigers behandeld worden.

Het wordt daarna erg lastig om ergens anders een baan te vinden, ook omdat het zo’n internationaal verknoopt werkveld is. Als een machtig iemand besluit je te haten, kom je bijna nergens meer aan de bak. En die twee aspecten maken dat fraudeurs met veel wegkomen.

Welke waarborgen missen we? Wie komt op voor het publieke belang?
Dat is eenvoudig. Journalisten, de media! Het is hetzelfde als met politiek. Als politici zich misdragen, lees je daarover in de krant. Het publiek wordt kwaad, andere politici kunnen het oplossen. In de wetenschap zien we dat echter niet. Wetenschapsjournalistiek gaat over fantastische nieuwe resultaten, doorbraken. Wetenschapsjournalisten vervullen niet dezelfde functie als politieke verslaggevers. We missen wetenschapsjournalisten die wangedrag binnen de wetenschap aan het licht brengen. Als zulke zaken publiek worden, dan kunnen universiteiten optreden.

De manier waarop universiteiten nu zelf integriteitskwesties aanpakken lijkt echter niet altijd even goed te werken.
Universiteiten onderzoeken nu zichzelf en ze beschermen ook hun eigen belang. Maar in de zaak-Macchiarini zag je dat op het moment waarop het een politieke kwestie werd, toen het in de parlementaire commissie voor wetenschap en technologie aan de orde kwam, zelfs The Lancet begon te wankelen. Nu overwegen ze om het artikel in te trekken. Omdat de politici erop zitten, omdat het op de BBC was.

Er moet dus druk van buiten zijn?
Die druk komt als een journalist erover schrijft. Het publiek zal reageren. En andere wetenschappers zullen reageren, want die voelen zich gesterkt in hun scepsis en minder een eenling. Maar als je nu een misstand wil aankaarten bij een wetenschapsjournalist, begrijpt die de kwestie vaak niet: het zijn geen specialisten. En die onderzoeker heeft in Nature gepubliceerd, dus dan zal het toch wel goed zijn? Waarom verspreid je die laster? Wat is jouw belang?

Sportjournalistiek

Sportjournalisten zijn in hun berichtgeving kritischer over sport dan wetenschapsjournalisten over wetenschap. Als er fraude is binnen de sport, zullen ze erover schrijven. Onderzoeksjournalisten schrijven eerder over fraude in de wetenschap dan wetenschapsjournalisten. Het Karolinska Instituut werd pas gedwongen om de zaak goed te onderzoeken toen gewone journalisten over de zaak-Macchiarini begonnen te schrijven, niet dankzij wetenschapsjournalisten.
Wat we nodig hebben is echte, kritische wetenschapsjournalistiek.

De website van Leonid Schneider is: https://forbetterscience.com

Uit: Skepter 32.2 (2019)

Pepijn van Erp is wiskundige, redacteur van Skepter en bestuurslid van Skepsis.