John of God en de dominante witte man

door Agnes Tieben – Skepter 30.3 (2017)

JOHN of God ofwel João de Deus is een Braziliaans medium. Hij staat entiteiten toe om via zijn lichaam mensen te genezen… Hij is het krachtigste nog levende medium… In zijn Casa in Brazilië werden al miljoenen mensen met succes behandeld… Hij stelt wetenschappers voor een raadsel… Met woorden van deze strekking wordt de Braziliaanse healer die bekendstaat als John of God aangekondigd door zijn fans — waartoe beroemdheden als Oprah Winfrey, Shirley MacLaine en Wayne Dyer behoren. De laatste twee beweerden zelfs dat ze door hem waren genezen van kanker (Dyer overleed in 2015 aan een hartaanval). Ook enkele grote Amerikaanse nieuwszenders zoals CNN, ABC-TV News en Discovery Channel droegen bij aan het beeld van John of God als onverklaarbaar fenomeen dat wonderen verricht.

Bij Amazon is een tiental boeken en dvd’s verkrijgbaar van enthousiaste bewonderaars. Dikwijls zijn de makers tevens werkzaam als touroperator, en organiseren ze reizen naar John of God in Brazilië. Maar sinds februari dit jaar is er ook een wetenschappelijk werk van de Australische antropoloog Cristina Rocha: John of God: the globalization of Brazilian faithhealing.

Rocha begon in 2006 met haar onderzoek, ze bezocht een aantal keren de Casa de Dom Inácio, hielp bij operaties die John of God uitvoert in het spirituele ziekenhuis, interviewde bezoekers en ging naar internationale evenementen in de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Duitsland, Australië en Nieuw-Zeeland. Ze belicht fraai de achtergronden van het spirituele gedachtegoed, en beschrijft hoe het medium in tien jaar tijd heeft kunnen uitgroeien tot internationale superster. Daarna gaat ze de mist van het relativisme in.

Slimme aanpak

Eind jaren negentig begon zijn spirituele ziekenhuis als een klein centrum in het provinciestadje Abadiânia dat op ongeveer honderd kilometer van de hoofdstad Brasilia ligt. Nu komen er zesduizend mensen per week voor een behandeling en is het uitgegroeid tot een internationaal bekend bedevaartsoord vergelijkbaar met bijvoorbeeld Dharamsala (waar de Dalai Lama verblijft) of Puttaparthi (de ashram van wijlen Sai Baba) in India.Volgens Rocha, van oorsprong Braziliaanse, worden in Brazilië westerse ideeën en producten hoog gewaardeerd, terwijl de eigen culturele tradities een stuk lager in aanzien staan. Om status en legitimiteit te verwerven heeft John of God zich daarom van meet af aan gericht op westerse wetenschappers en journalisten. Dat werkte. Andere healers worden nogal eens veroordeeld wegens charlatanerie of het beoefenen van de geneeskunde zonder bevoegdheid, maar John of God ontkwam daar steeds aan. Dat hij uiteindelijk voet aan de grond kreeg, heeft veel te maken met zijn populariteit bij buitenlanders. Tegenwoordig maken zijn internationale bekendheid en zijn connecties met machthebbers hem goeddeels onaantastbaar voor de Braziliaanse wet.

John of God had aan het begin van zijn carrière nogal wat problemen. Keer op keer kreeg hij het aan de stok met plaatselijke autoriteiten en de medische stand, tot hij in contact kwam met de jonge burgemeester van Abadiânia die in het medium een mooie kans zag om het stadje te ontwikkelen. De burgemeester is inmiddels manager van de Casa, en John of God is nu een van de plaatselijke oligarchen — hij bezit huizen, bedrijven (onder andere in de goud- en veeteeltsector), dure auto’s en een eigen vliegtuig. Tot gezondheidsadviezen beperkt hij zich allang niet meer, zijn domein beslaat heel de plaatselijke politiek en het alledaagse leven. Zo geeft hij bijvoorbeeld advies in zaken als studie, beroeps- en partnerkeuze, en zakelijke en politieke aangelegenheden.

Hoe dichter men bij de Casa staat, hoe bindender Johns adviezen zijn. Het is duidelijk dat hij trouw verwacht van iedereen die op wat voor manier dan ook met de Casa verbonden is. Toch wordt dat door de meerderheid van de betrokkenen niet als opdringerig ervaren maar juist in dankbaarheid aanvaard, als bijval en ondersteuning vanuit de spirituele wereld waar John of God als medium mee in verbinding staat. Advies van de spirits wordt als uiterst waardevol gezien omdat die alles weten van heden, verleden en toekomst. De bemoeienis met het alledaagse leven wordt opgevat als integraal onderdeel van ieders persoonlijke healingproces dat meer omvat dan alleen lichamelijk genezen.

Niet dat er geen spanningen zijn. Tussen de plaatselijke bevolking en de Casa-community zijn de sociale, economische en culturele verschillen bijzonder groot. Het stadje is letterlijk in tweeën gedeeld, aan de ene kant van de snelweg ligt het oude Abadiânia waar de voornamelijk arme Brazilianen wonen. Het is een guur, stoffig plaatsje met wegen van gebroken asfalt en een weinig florerende economie. Voor jongeren is er nauwelijks toekomstperspectief, de meesten willen er dan ook zo gauw mogelijk weg. Aan de andere kant bevindt zich de Casa met winkels, cafés en pensionnetjes eromheen, vanwege de vele buitenlanders wordt er vooral Engels gesproken. De prijzen liggen er een stuk hoger en kleding en voedsel zijn aangepast aan de smaak van de westerse spirituele toerist. Hoewel een deel van de Abadiânianen in economisch opzicht baat heeft bij het toerisme, moeten de meesten niet veel hebben van de Casa-religie — zeventig procent is katholiek, twintig procent evangelisch christen. Ze piekeren er niet over om zich in geval van ziekte door John of God te laten behandelen.

Om goodwill te kweken heeft John of God aan de overkant van de snelweg een soepkeuken laten bouwen waar de lokale bevolking drie keer per week gratis soep kan eten. Ook toeristen komen er om op advies van John of God blessed soup te eten, de reisleiders raden aan om in groepen te gaan om zich zo te beschermen tegen de lage energieën aan de overkant van de snelweg, die ze ook wel ‘the Dark Side’ noemen.

In het ziekenhuis

Voor een behandeling in het spirituele ziekenhuis hoef je niet per se ziek te zijn — ernstig zieken wordt zelfs afgeraden te komen, omdat zij de organisatie onevenredig belasten. Casa de Dom Inácio is drie dagen in de week geopend en kent een strak programma. Er zijn twee healingssessies per dag, om 8.00 uur en om 14.00 uur. Per sessie doen ongeveer duizend mensen mee. In de verzamelhal waar grote afbeeldingen hangen van John of God en Jezus wordt eerst drie keer in drie talen het Onze Vader opgezegd onder leiding van een Casa-medewerker en enkele tourbegeleiders. Dan wordt de Casa-kosmologie uitgelegd en zijn er vrijwilligers die testimonials uitspreken. Voorgeschreven is dat iedereen witte kleding draagt, John of God zelf gaat vaak gekleed in een witte doktersjas of zelfs een chirurgenpak.

Voor de meeste bezoekers bestaat zo’n dag vooral uit urenlang wachten. Eerst worden degenen opgeroepen die staan ingeroosterd voor een operatie. Zij worden meegenomen naar de Current room, een speciale kamer waar de zware energieën die de zieken bij zich zouden dragen worden geharmoniseerd door lichtenergie die zou worden geproduceerd door degenen die daar zitten te mediteren. Volgens Casa-kosmologie is het tijdens het mediteren erg belangrijk om de ogen gesloten te houden, armen en benen niet te kruisen en goed gefocust te blijven, anders kunnen de operaties niet pijnloos verlopen.

Na een tijdje komt dan John zelf binnen, die vraagt wie er physical surgery wil. Wie de hand opsteekt, wordt naar het podium geleid. Het medium heeft drie ‘operaties’ op zijn repertoire: de huid wordt opengesneden met een scalpel, de ogen worden afgeschraapt met een keukenmes, of men krijgt een schaar diep in de neus gestoken. Welke het wordt is afwachten, John of God zegt zich niet bewust te zijn van wat hij doet, de entiteiten nemen het van hem over. De operatie vindt plaats op het podium zonder verdoving en zonder ontsmetting want daar zorgt de spirituele wereld voor. Na de behandeling moet je naar de Recovery room tot je sterk genoeg bent om per taxi naar je pension terug te keren. De  mediteerders krijgen ‘passiebloemtabletten’ voorgeschreven, die alleen kunnen worden aangeschaft bij John of Gods apotheek.

De mensen in de Current room hebben ondertussen instructies ontvangen voor hun onzichtbare spirituele operatie die naar men gelooft simultaan tot in wel negen delen van het lichaam tegelijk kan worden ondergaan. Als John klaar is met de physical surgery, komt hij de ruimte binnen en roept met bulderende stem: “In the name of God, you are all operated on!” Zij krijgen uitgebreide instructies om het de komende dagen rustig aan te doen, veel te slapen en, niet te vergeten, het logeeradres achter te laten omdat na precies acht dagen een geest langskomt die de onzichtbare hechtingen verwijdert.

Dan zijn eindelijk de rijen wachtenden in de ontvangsthal aan de beurt. Een voor een krijgen zij enkele seconden aandacht van de healer die weer passiebloemtabletten voorschrijft of aanraadt heilig water te drinken (te koop in de Casa-winkel), een bad te nemen in de heilige waterval, tegen betaling een halfuurtje te liggen op een ‘kristalbed’ waarboven gekleurde lampen hangen die op de chakra’s zouden inwerken (de complete lampenset is ook te koop) of de volgende keer terug te komen voor physical surgery.

Cristina Rocha (foto: Western Sydney University)

Ziekte als groeiproces

In de interviews die Rocha hield met buitenlanders die voor kortere of langere tijd in Abadiânia verbleven, klonk veel gemopper op de reguliere geneeskunde. Vaak genoemd werd een ongelijkwaardige machtsverhouding en gebrek aan tijd en persoonlijke aandacht. (Dat deze zaken juist bij John of God ver te zoeken zijn, leek niemand als een probleem te zien.) Sommigen waren regulier uitbehandeld of moesten leren leven met hun klacht, bij één persoon was sprake van een foutieve diagnose, maar bovenal wilden alle geïnterviewden hun ziekte heel graag zien als een spiritueel groeiproces en vonden daarvoor geen weerklank bij de reguliere geneeskunde. Rocha tekent ook een aantal verhalen op van mensen die physical surgery ondergingen: allen zagen dit als een levenveranderende ervaring, een belangrijke wending in hun persoonlijke ontwikkeling. De Australische Sarah bijvoorbeeld is ervan overtuigd dat het haar geholpen heeft haar mediamieke gaven te ontwikkelen, ze is nu zelf in Australië een gezondheidscentrum begonnen waarin ze onder meer sessies met een ‘kristalbed’ aanbiedt.

Paul uit Californië had een bloeiende praktijk als psychotherapeut, maar was niet gelukkig en had chronische rugpijn na een skiongeluk. In Abadiânia hervond hij zijn geloof en vond een manier om met de pijn om te gaan. Zijn leven in Abadiânia ervaart hij als betekenisvol mede omdat hij ervan overtuigd is zo een bijdrage te leveren aan het voortbestaan van de aarde. De aan Harvard verbonden psychiater Jeffrey Rediger (hij deed ook ooit zijn verhaal bij Oprah) was aanvankelijk sceptisch en wilde de healer wetenschappelijk onderzoeken, maar daar kwam blijkbaar niets van terecht. Hij assisteerde bij operaties en onderging er ook een. Hij zegt niet te kunnen verklaren waarom mensen geen pijn lijken te voelen tijdens de onverdoofde chirurgie. Hij is erdoor veranderd, ja, zijn hele leven stond op zijn kop. (Volgens David Gorski van Science Based Medicine is hij met open ogen in een oude goochelaarstruc getrapt.)

De spirituele toerist

Rond John of God is min of meer een internationale gemeenschap ontstaan. Veel mensen reizen eens in de zoveel tijd naar Brazilië en onderhouden contact met elkaar via bijvoorbeeld Facebook. Tussentijds  worden, dichter bij huis, meditatieavonden of aanverwante evenementen bezocht. De mensen die Rocha sprak vertelden hoe belangrijk de community voor hen is: daar voelen ze zich ondersteund en begrepen.

Rocha wil vooral laten zien dat faith healing niet noodzakelijk een overblijfsel uit vroeger tijden is dat zal verdwijnen zodra de toegang tot wetenschappelijke geneeskunde verbetert. De spirituele toerist die Abadiânia bezoekt blijkt, net zoals al vaker gesignaleerd bij gebruikers van andere vormen van alternatieve geneeskunde, meestal hoogopgeleid en te behoren tot de groeiende groep mensen die zich ‘spiritual but not religious’ noemt. Rocha somt diverse onderzoeken op waaruit naar voren komt dat dit een wereldwijde trend is die zich voornamelijk voordoet in ontwikkelde landen maar ook in ontwikkelingslanden zichtbaar is.

Die nieuwe spiritualiteit heeft haar wortels in de New Age-beweging die in de jaren zeventig in het westen bekend werd, en waarin de genezing van lichaam, ziel en de planeet centraal staan. De Casa-religie slaat volgens Rocha aan omdat er veel overeenkomsten zijn met dit gedachtegoed. Zoals het geloof in reïncarnatie en de overtuiging dat men zijn huidige leven gekozen heeft om bepaalde lessen te leren. Maar er zijn ook verschillen. Medewerkers van John of God en tourbegeleiders moeten soms vertaalslagen maken om minder populaire gebruiken acceptabel te maken. Een voorbeeld is het verplicht meedoen met katholieke gebeden, omdat veel toeristen immers ‘not religious’ zijn. Dan kan het helpen te vertellen dat de paus een hekel heeft aan John of God, aldus een van de reisleiders.

Ook de ziekenhuisentourage is onderdeel van het culturele vertalen, een manier om aan te sluiten bij de verwachtingen van de spirituele toerist. Helaas heeft de inmiddels zeventigjarige John of God al  voorzichtig aangekondigd met physical surgery te willen stoppen. Het hoeft niet meer, zei hij, omdat het alleen maar een manier is om ongelovigen het geloof te laten ervaren.

Werkt het?

Als Cristina Rocha wordt gevraagd naar de werkzaamheid van de Casa-behandeling antwoordt ze graag omzichtig met een citaat van collega-antropoloog Susan Sered:

Ik denk dat de belangrijkste les is dat godsdienst werkt. Daarmee bedoel ik dat godsdienstige overtuiging, gedragingen en praktijk reëel waarneembare effecten hebben. Mensen die aan healing-rituelen deelnemen, verwachten zeker dat ze daarmee tastbare resultaten zullen boeken, en de laatste tijd zijn onderzoekers die resultaten kritisch gaan toetsen en kwantificeren.

In de antropologie gaat men ervan uit dat wat mensen verstaan onder ziekte en genezing niet eenduidig is, maar afhangt van cultureel bepaalde factoren. Ook de wetenschappelijke geneeskunde is een cultureel systeem dat iemands opvattingen van wat ziekte en gezondheid inhouden vormt. Tegen journalisten die John of God een charlatan noemen, schiet Rocha zelfs in de verdediging:

Dit argument komt van het wetenschappelijke model van genezing waar een actieve dokter een passieve patiënt geneest en waar het fysieke lichaam de enige focus is. Casa-medewerkers en de staf van John of God hebben altijd verkondigd dat onmiddellijke genezing zeldzaam is, omdat het te maken heeft met karma dat gezuiverd moet worden of met de aanwezigheid van lage geesten.

Een bladzijde verder besteedt ze enkele alinea’s aan James Randi die op zijn website tekst en uitleg geeft bij de zogenaamde wonderoperaties (die onder meer bestaan uit oude circustrucs) met de bedoeling zo potentiële slachtoffers te waarschuwen. ‘Typisch voor iemand die het wetenschappelijke wereldbeeld aanhangt om bezoekers van John of God te zien als onwetende slachtoffers,’ is het commentaar van Rocha. Het komt niet overeen met haar studie waaruit juist blijkt dat bezoekers behoren tot de goed opgeleide middenklasse.

Dominant

Het viel me aanvankelijk mee dat Rocha wel een duidelijk onderscheid lijkt te maken tussen wetenschap en geloof, maar dat bleek bij verder lezen toch te optimistisch. In het hoofdstuk over culturele vertaalslagen sluit ze zich aan bij antropologen die menen dat wetenschap net zo goed een geloofssysteem is, omdat artsen uitgaan van het absolute geloof in niet-transcendentie (wat uiteraard een kulargument is). Dan betoogt ze dat de onvertaalbaarheid van Johns kosmologie de ongelijkwaardige machtsverhoudingen weerspiegelt tussen enerzijds de dominante reguliere geneeskunde en anderzijds traditionele en alternatieve geneeswijzen. Ter ondersteuning van deze visie haalt ze onderzoek van Hans Bear (een pleitbezorger voor ‘integratieve geneeskunde’) uit 2004 aan die liet zien dat in de VS reguliere artsen meestal blanke mannen zijn die behoren tot de hogere klasse,  terwijl volksgenezers meestal gekleurde vrouwen zijn uit de arbeidersklasse.

Dat zijn inderdaad geen ideale maatschappelijke verhoudingen, maar de conclusie die Rocha eraan verbindt is evident onjuist. De op wetenschap gebaseerde geneeskunde is niet zo populair (of in woorden van Rocha: dominant) omdat witte hoogopgeleide mannen erin oververtegenwoordigd zijn, maar omdat de op wetenschap gebaseerde geneeskunde het vaakst een goede afloop kent.

Het hoofdstuk besluit: “De macht van het westerse medisch wetenschappelijke paradigma werpt een muur op tussen seculiere en spirituele verklaringen van ziekte. De biomedische wetenschap ziet religie en gezondheid als twee aparte, niet naar elkaar te vertalen sferen.”

Het zijn deze uitlatingen die je doen beseffen dat Rocha en consorten de wetenschappelijke methode niet begrijpen, waardoor het boek toch weer eindigt in een pleidooi voor alternatieve feiten.

Cristina Rocha: John of God: The globalization of Brazilian faith healing. New York: Oxford University Press, 2017; 288 pagina’s, $ 29,80

Uit: Skepter 30.3 (2017)

Agnes Tieben is bestuurslid van Skepsis.