Het oog van de meester

In 1750 was het gezichtsvermogen van Bach zo achteruitgegaan dat hij besloot zich te laten opereren. Hij koos voor ‘chevalier’ John Taylor, oogchirurg en fameus kwakzalver. Het liep slecht af.

door Richard Zegers – Skepter 31.1 (2018)

STEL je voor: rechtopzittend in een stoel wordt je hoofd van achteren stevig vastgehouden, terwijl op hetzelfde moment iemand een scherpe naald in je onverdoofde oog steekt. Ondertussen word je geacht zo stil mogelijk te blijven zitten én in de goede richting te blijven kijken, anders komt de naald op de verkeerde plek terecht. Zoiets ongeveer moet Johann Sebastian Bach in zijn laatste levensjaar hebben ondergaan — tot tweemaal toe.

J. S. Bach (1685–1750) – (door E. G. Haussmann, 1746 | Alten Rathaus Leipzig)

In de wereld van klassieke muziek (en regelmatig ook daarbuiten) staat Bach voor velen op eenzame hoogte, en we kunnen alleen maar dromen over wat voor moois er nog meer zou zijn geweest als al zijn composities bewaard waren gebleven. In tegenstelling tot het grote inzicht dat we hebben in zijn muzikale scheppingen, weten we vrij weinig over Bach als mens. Over zijn medische geschiedenis is nog veel minder bekend.

Er zijn twee, niet al te omvangrijke, biografieën geschreven door mensen die Bach zelf hebben gekend of die mensen hebben gesproken die Bach persoonlijk hebben meegemaakt. De eerste was een necrologie van twaalf pagina’s in een muziektijdschrift door een van Bachs leerlingen, Johann Friedrich Agricola, en Bachs zoon Carl Philipp Emanuel. Een halve eeuw later, in 1802, verscheen de biografie Über Johann Sebastian Bachs Leben, Kunst und Kunstwerke van Johann Nikolaus Forkel. Op slechts een enkel schilderij staat Bach met zekerheid afgebeeld, namelijk het portret uit 1746 van Elias Haussmann.

Gezond

Bach was, volgens de bronnen, zijn hele leven in blakende welstand — het is hem af te zien op het schilderij, gemaakt toen de componist 61 jaar was. Er is slechts één periode bekend waarin hij ziek was, tussen 1730 en 1740: toen moest Bach een reis naar Halle annuleren waar hij zijn collega Georg Friedrich Händel zou ontmoeten. Over de aard of de duur van die ziekte weten we niets.

Maar Bachs ogen waren van jongs af aan slecht, en in de necrologie wordt dit toegeschreven aan Bachs toegewijde studie van bladmuziek. De meest aannemelijke verklaring is dat Bach bijziend is geweest, maar verziendheid of astigmatisme kunnen niet worden uitgesloten. In die gevallen zou hij echter — zeker bij een sterke afwijking — hebben geklaagd over hoofdpijn, en dat past niet erg bij de ‘uitmuntende gezondheid’ die de biografen nadrukkelijk noemen.
Frappant genoeg — ervan uitgaande dat bijziendheid inderdaad de oogafwijking van Bach is geweest — lijkt het erop dat zij gelijk hadden met hun verklaring voor Bachs slechte zicht: het vele uren bestuderen van bladmuziek kan wel degelijk bijdragen aan het ontstaan of het toenemen van bijziendheid. Een variant hiervan zien we tegenwoordig bij kinderen die voortdurend op hun telefoon of tablet kijken: er worden de laatste jaren zo opvallend veel mensen bijziend dat oogartsen al spreken van een myopie-epidemie.

Volgens de biografen gingen Bachs ogen verder achteruit naarmate hij ouder werd; dit komt overeen met het gegeven dat hij niet veel meer schreef in zijn laatste levensjaar, al werkte hij in oktober 1749 nog aan de Hohe Messe en de Kunst der Fuge. Voor ogen die achteruit gaan op oudere leeftijd zijn veel verklaringen te bedenken. De meest logische oorzaak zou staar zijn, het troebel worden van de lens door veroudering. Andere aandoeningen, als glaucoom of maculadegeneratie, zijn echter niet geheel uit te sluiten.

‘Chevalier’ John Taylor (P. Ryche | Wellcome Collection)

‘Chevalier’ Taylor

Tegen zijn vijfenzestigste verjaardag waren de ogen van Bach zo slecht dat hij besloot zich te laten opereren. De operaties werden verricht door een rondreizende oogchirurg uit Engeland, ‘chevalier’ John Taylor — hij was geen echte ridder, maar hij vond dat wel interessant klinken. Taylor was een uiterst vreemde combinatie van arts-wetenschapper en charlatan.

Taylor was goed opgeleid en had een chirurgische opleiding in Engeland gevolgd. Daarna nam hij les bij de groten van zijn tijd, onder wie de wereldberoemde Leidse medicus Boerhaave. De staarsteek — een operatie waarbij een naald in het oog werd gestoken om de troebele lens van zijn plaats te duwen, zodat er weer licht in het oog kan komen — leerde hij in Frankrijk van Jean Louis Petit. Hij ging oefenen in Zwitserland; later zou hij nog eens bekennen dat hij honderden patiënten blind had gemaakt voordat hij de steek enigszins onder de knie had.

Tijdens zijn reizen reed Taylor rond in een koets die, zegt men, geheel was beschilderd met ogen; ook zijn motto was erop aangebracht: ‘Wie zicht geeft, geeft leven’. Hij trok van stad tot stad door Europa en tot zijn clientèle behoorden koningen en keizers — in 1736 werd hij oogarts van de Britse koning George II.

Wetenschappelijk

Taylor wist stellig veel van oogheelkunde; hij liet 45 wetenschappelijke publicaties na in diverse talen. Hij was de eerste die een kegelvormig hoornvlies (keratoconus) beschreef en ook wat betreft de chirurgische behandeling van scheelzien was hij zijn tijd ver vooruit. Anderzijds zwolg hij in zijn roem, etaleerde hij zich niet alleen als ridder maar ook als genie en casanova, en schreef hij enkele minder wetenschappelijke publicaties, waaronder een Italiaans werkje over de kunst van het verleiden. Klinkklare onzin is de bewering in zijn uitgebreide, meerdelige autobiografie dat hij ooit bij de onthoofding van een misdadiger was geweest waarbij de veroordeelde nog zeker acht minuten bleef doorpraten na zijn onthoofding.

Al tijdens zijn leven werd Taylor als oplichter beschouwd: een anonieme opera, The operator, stak de draak met zijn praktijken en Samuel Johnson gaf hem als voorbeeld van ‘hoe ver brutaliteit onwetendheid kan dragen’. Het Amsterdamse Chirurgijnsgilde waarschuwde het publiek in 1749 met een advertentie in de Amsterdamsche Courant voor Taylor.

Een jaar na Bach opereerde Taylor nog een andere componist: de al eerder genoemde Händel. Het was, net als bij Bach, geen doorslaand succes.

Liefst links

Taylor opereerde Bach de eerste keer tussen 28 en 31 maart 1750; de tweede keer tussen 5 en 7 april. In beide gevallen voerde hij, zeer waarschijnlijk, een staarsteek uit. Dat ging zonder verdoving: vaak dronk het slachtoffer zich voor de ingreep fors moed in.

Omdat Taylor rechtshandig was, opereerde hij bij voorkeur linkerogen, ook als die nog goed waren. Na de ingreep gaf hij oogdruppels die bestonden uit bloed van geslachte duiven, fijngemalen suiker of zout. Soms werd het oog nog ingepakt met verbanden waarin gebakken appel of een munt zaten verwerkt. Dat verband moest dan een paar dagen blijven zitten — tegen de tijd dat het eraf mocht, zat Taylor alweer in de volgende stad.

Het zal duidelijk zijn dat deze operaties nogal eens wat problemen veroorzaakten en maar zelden een blijvende verbetering van het zicht gaven. Behalve infecties zullen nogal eens bloedingen zijn opgetreden, netvliesloslatingen, oogdrukstijgingen en andere ernstige complicaties. De slachtoffers mochten blij zijn als het gevolg van een operatie enkel was dat het zicht slecht bleef in plaats dat er ook nog eens een pijnlijke kwaal bij kwam.

Uit een medisch woordenboek, 1743–1745. Links: een chirurg en zijn assistent voeren een staaroperatie uit. ( R. Parr | Wellcome Collection)

Tweede operatie

Bach had die tweede operatie nodig omdat de ‘staar weer was teruggekomen’. We weten echter niet of Taylor tweemaal één oog of tweemaal twee ogen heeft geopereerd, of de eerste keer het ene en daarna het andere.

Mogelijk heeft de eerste ingreep voor een kleine opleving van Bachs gezichtsvermogen gezorgd, maar na de tweede ingreep was hij in ieder geval helemaal blind. Ook waren zijn ogen pijnlijk en voelde hij zich ziek. Zelf bleef hij echter tot vlak voor zijn dood optimistisch, want op 26 mei 1750 dicteerde hij nog een brief met de woorden: ‘Doe hem de groeten totdat ikzelf weer in staat ben te schrijven.’

Hallucinatie

Bach herstelde echter niet meer van de operaties en bleef kwakkelen met zijn gezondheid tot hij vier maanden later overleed. Tien dagen voor zijn dood, zo gaat het verhaal, zou hij plots weer enkele uren hebben kunnen zien. Dit is echter zeer onlogisch en mogelijk is dit een hallucinatie geweest. Hij kreeg een ‘hersenbloeding’, gevolgd door hoge koorts. Die leidde uiteindelijk tot zijn dood, ondanks de zorgen van twee van de beste artsen in Leipzig. Met een hersenbloeding werd waarschijnlijk bedoeld dat Bach zijn bewustzijn had verloren, hoewel in die tijd ook al duidelijk was dat problemen in de hersenen konden zorgen voor verlammingen in een arm en been aan één kant van het lichaam.

De koorts duidt op een infectie. Die zal niet een direct gevolg zijn geweest van de oogoperaties, zoals kranten destijds beweerden: daarvoor is het interval van vier maanden te lang. Wel zullen de operaties een aanslag zijn geweest op zijn afweer en hem vatbaarder hebben gemaakt voor andere aandoeningen.

Bachs slechte ogen hebben hem er niet van weerhouden grote hoeveelheden prachtige muziek te schrijven. De twee oogoperaties die hij in zijn laatste levensjaar onderging, hielpen hem echter van de wal in de sloot. Hij zal zijn eigen muziek de laatste paar maanden van zijn leven alleen maar in duisternis hebben kunnen horen.

John Taylor stierf in 1772 eenzaam en vergeten in Parijs of Praag — stekeblind. Zijn zoon, ook John, was oogarts van koning George III en zijn kleinzoon, ook John, van George IV.

Uit: Skepter 31.1 (2018)

Vond u dit artikel interessant? Overweeg dan eens om Skepsis te steunen door donateur te worden of een abonnement op Skepter te nemen.

Steun Skepsis

Richard Zegers is oogarts