Broodje Aspartaam

Regelmatig duikt het verhaal op dat de zoetstof aspartaam allerhande ziektes veroorzaakt of verergert, en dat een mondiale samenzwering alle gezondheidsorganisaties in haar greep heeft.

door Marie Prins – Skepter 17.2 (2004)

Cola Light

EEN provinciaal dagblad geeft in zijn sectie ‘Gezond’ ruimte aan een klassieke homeopaat. Meestal zijn die stukjes zo belachelijk dat ze eerder een antireclame voor zijn vak zijn. Begin 2003 kwam hij opeens met een lang verhaal over ‘het sluipende gif dat aspartaam heet’. (1) Canderel, ‘light’ frisdranken en alle andere spullen met aspartaam erin dient men meteen in het vuilnisvat te werpen. Dergelijke verhalen duiken regelmatig op. De essentie van een stadslegende, namelijk een geschikte combinatie van geloofwaardigheid en inspelen op moderne angsten, maakt dat het telkens weer nieuw blijkt te zijn voor velen. Zelfs het kritische actieblad Kleintje Muurkrant wijdde er twee artikelen aan, geschreven door een fervente bestrijder van aspartaam. (2) De meest recente misser (april 2004) is van de Consumentenbond, die beweerde dat aspartaam overgevoeligheid kan veroorzaken. (3)

Een jaar of zes geleden ging een broodjeaapverhaal over aspartaam per e-mail de hele wereld rond. (4) Het mailtje was afkomstig van ‘Nancy Markle’, al heeft niemand haar kunnen achterhalen. De tekst bleek te zijn samengesteld uit e-mails die eind 1995 waren verzonden door de ‘Super Volunteer Activist’ Betty Martini. Zij is al vanaf 1993 actief als aspartaambestrijdster en richtte daartoe de organisatie Mission Possible International op. De Nederlandse afdeling is te vinden op www.aspartaam.nl.

In de e-mail staat dat aspartaam (in Europa met E951 aangeduid) een sluipend gif is dat onder andere een epidemie van multiple sclerose en van lupus heeft veroorzaakt. Maar dat is nog lang niet alles. Ook angstaanvallen, depressie, fibromyalgie, gevoelloosheid in de benen, krampen, oorfluiten, pijnlijke gewrichten en stekende pijn zijn uitingen van de aspartaamziekte. Verder maakt dit spul je blind, het beschadigt de hersenen en verergert de ziekte van Alzheimer. Ook een deel van het Golfoorlogsyndroom (zie Skepter, juni 2001) zou door aspartaam verklaard worden, omdat de Amerikaanse militairen in Koeweit heel veel Cola light dronken. Aspartaam zou de kans op epileptische aanvallen en beroertes verhogen, en ook nog een oorzaak zijn van het chronische vermoeidheidssyndroom. Deze opsomming is nog lang niet volledig; in totaal zijn er ondertussen 95 verschillende kwalen die aan aspartaam worden toegeschreven. Zelfs de dood van Steve Bechler (zie Parariteiten, maart 2003) zou niet aan efedrine te wijten zijn, zoals de lijkschouwer (een arts) beweerde, maar aan frisdrank met aspartaam erin. Het lijkt nogal fantastisch dat een stof die zoveel ellende veroorzaakt, zomaar verkocht mag worden.

Omgekocht

Aspartaam werd in 1965 bij toeval ontdekt door de G.D. Searle Company. Het werd grondig onderzocht voordat het uiteindelijk in 1981 door de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) werd toegelaten (vanaf 1983 ook in frisdranken). De toelating heeft wel lang geduurd, want de aanvraag werd al in 1973 ingediend. Een zoetstoef dient echter zeer veilig te zijn. Bij een geneesmiddel laat je nu eenmaal zwaardere bijverschijnselen toe dan bij een zoetje, dat alleen voor diabetici werkelijk van nut is. Voor afslanken helpt het niet omdat de calorieën die op suiker bespaard worden door andere voedingsstoffen toch nog naar binnen komen, tenzij men op een strikt dieet gaat. Maar in dat laatste geval heb je die zoetjes weer niet nodig.

De goedkeuring was in 1974 bijna rond, toen er twijfels rezen over de veiligheid van de ontledingsproducten fenylalanine en methanol. Dat is daarna nauwkeurig uitgezocht. Het was behoorlijk moeilijk te beoordelen omdat aspartaam zo’n natuurlijke zoetstof is. De bestanddelen methanol, fenylalanine en asparaginezuur komen in talloze eet- en drinkwaren voor. In een glas melk zit meer fenylalanine en in een glas tomatensap vele malen meer methanol dan in een blikje ‘light’ frisdrank. Het effect van bijvoorbeeld de fenylalanine in de aspartaam moest worden beoordeeld apart van het effect van diezelfde stof in melk, kaas en eieren.

Daar kwam bij dat nieuwe zoetstoffen werden omgeven door de nodige achterdocht. Cyclamaat werd in 1969 in de VS verboden omdat het de kans om kanker te krijgen zou vergroten. (In Nederland wordt het nog steeds verkocht, E952). Sacharine (E954) onderging om dezelfde reden bijna hetzelfde lot, maar voor deze zoetstof werd een speciale wet vervaardigd die de verkoop voorlopig mogelijk maakte. Het leek te mooi om waar te zijn dat aspartaam helemaal zonder gevaar was.

Searle maakte het de critici ook gemakkelijk omdat de onderzoeken waarop men de aanvraag voor toelating baseerde, niet in alle gevallen zo zorgvuldig waren uitgevoerd en gerapporteerd als mocht worden verwacht. Daar kwam nog bij dat er ongeregeldheden waren ontdekt bij de eerdere aanvragen voor andere producten van Searle. De betrouwbaarheid van het bedrijf stond binnen de FDA ter discussie. In de loop der jaren bogen verschillende commissies zich met name over de vraag of gebruik van aspartaam de kans op hersentumoren vergroot. Deze vraag was moeilijk te beantwoorden omdat de desbetreffende proeven die met ratten waren uitgevoerd, gebreken vertoonden en geen eenduidige conclusies hadden opgeleverd. Multiple sclerose, lupus of al die andere kwalen werden daarentegen niet als mogelijke gevaren gezien.

Twee commissies adviseerden om meer onderzoek uit te voeren. De mogelijkheid dat aspartaamgebruik van invloed kon zijn op het ontstaan van hersentumoren was naar hun oordeel nog niet geheel uitgesloten. Arthur Hull Hayes, de nieuwe FDA-commisaris, vond echter dat het lang genoeg had geduurd. Hij had bovendien nieuwe onderzoeksresultaten uit Japan ontvangen, die geen reden tot ongerustheid gaven. Hayes was kort tevoren door president Reagan aangesteld. Het was diens welbewuste beleid om de commissies die toezicht moesten houden op diverse branches van het bedrijfsleven te bemannen door mensen uit diezelfde bedrijfstakken. Dat zou hun bekendheid met wat daar omging vergroten. Het gevolg was een draaideurscenario tussen het bedrijfsleven en de commissies, inclusief de FDA. Dit bevorderde vriendjespolitiek. Omkopen is dan niet eens nodig. Allemaal zaken die de achterdocht verder aanwakkerden.

Een piek in de grafiek

Na de toelating hield men in de gaten of er bij gebruik op grote schaal bepaalde bijverschijnselen aan het licht kwamen. Dat is een normale routine, ook na goedkeuring van nieuwe medicijnen. Mede door de activiteiten van de tegenstanders waren er duizenden consumenten die melding maakten van allerlei klachten. Er zaten echter geen duidelijke patronen in hun symptomen.

De meest gerenommeerde tegenstander van aspartaam was dr. John Olney, een neuropatholoog en psychiater aan de medische faculteit van de Washington University. Samen met een advocaat en een consumentengroep had hij al in 1974 bezwaar aangetekend tegen de toelating van aspartaam. In 1996 maakte hij een come-back met een wetenschappelijke publicatie waarin hij meende te hebben aangetoond dat er in het jaar 1985 een opmerkelijke toename van het aantal gevallen van hersentumor optrad. (5) Nadere bestudering van de cijfers leerde echter dat er al vanaf 1973 sprake was van een geleidelijke toename met 1 tot 2 procent per jaar. De stijging kon worden toegeschreven aan betere detectiemethoden en kwam vooral voor onder bejaarden, die niet bekend stonden als grote aspartaamgebruikers.

Het jaar 1985 leverde slechts ogenschijnlijk een piekje op doordat het voorgaande jaar wat onder de verwachting was gebleven. Het was sowieso onwaarschijnlijk dat het gebruik van aspartaam al zo snel tumoren kon veroorzaken, alsof het pukkels waren die na het eten van aardbeien of chocolade optraden. Bovendien vlakte de stijging in de latere jaren weer af, terwijl het aspartaamgebruik spectaculair bleef stijgen.

Men zou denken dat zo’n langdurig onderzoek geruststellend is, maar nee hoor; voor de aspartaamtegenstanders betekent het dat er nog steeds een luchtje aan zit. Ze beweren dat de ‘echte’ deskundigen bij de FDA tegen een toestemming waren, maar dat de FDA werd omgekocht door de fabrikant van aspartaam. Dit is sinds 1985 de firma NutraSweet, sinds Monsanto G.D. Searle Company overnam. Nou is de FDA een van die instanties waarover de farmaceutische industrie altijd klaagt omdat ze nieuwe medicijnen zo moeilijk accepteert. Het was dan ook de FDA die er destijds voor zorgde dat thalidomide (Softenon) niet in de VS toegelaten werd. (Softenon was een kalmerend middel dat ook zwangerschapsmisselijkheid tegenging en in 1959-1962 een epidemie van baby’s zonder armpjes en beentjes veroorzaakte.) De FDA heeft op dit punt een uitstekende naam. Desondanks is vergissen of zelfs omkoping mogelijk. De critici wijzen erop dat commissaris Hayes eind 1983 als goed betaalde medisch adviseur in dienst trad bij een pr-bedrijf van Searle. Een onderzoek dat in 1986 op last van senator Metzenbaum werd ingesteld, leverde echter geen aanwijzingen op dat hij buiten zijn boekje was gegaan.

Het besluit om aspartaam toe laten, was waarschijnlijk niet aan omkoping te danken, maar eerder aan gelijkgestemdheid tussen Hayes en Searle. Bovendien was er ook nog enorm veel druk van de kant van de diabetici en van mensen die hun vermageringsdieet wat aantrekkelijker wilden maken. De wijze waarop de beslissing werd genomen, wint zeker geen schoonheidsprijs, maar daarmee is nog niet aangetoond dat aspartaam schadelijk is. Bovendien is de FDA niet de enige organisatie die de ogen dicht zou hebben geknepen. Ook de Amerikaanse artsenvereniging (AMA), het U.K. Food Standards Agency en vergelijkbare instituten in zo’n honderd andere landen (waaronder ook de Nederlandse Keuringsdienst van Waren), de World Health Organisation en de Europese toezichthouders zagen geen bezwaren. Dit zou een gigantische samenzwering zijn met een betrekkelijk onnozel doel. De meeste samenzweringsgelovigen vermoeden een greep naar de wereldheerschappij of bezorgdheid om de planetaire veiligheid achter hun favoriete complot. Daar zit nog een zekere logica in, maar zoetjes?

‘Uitzinnig onnauwkeurig’

De lijst met alle ziekten die aspartaam zou kunnen veroorzaken, is in ieder geval ongeloofwaardig lang. Er bestaat dan ook geen enkel bewijs voor de beweringen. Uiteraard zijn er wel mensen bij wie bijvoorbeeld symptomen van multiple sclerose (MS) zijn waargenomen nadat ze veel aspartaam waren gaan gebruiken. Het hoge percentage aspartaamgebruikers maakt het onvermijdelijk dat zulke gevallen voorkomen. Als ze er niet waren, dan zou dat juist een reden zijn om te vermoeden dat aspartaam MS kan voorkomen. Van MS zowel als van lupus is bekend dat men het al jaren onder de leden kan hebben voor er symptomen optreden. (6) Bovendien is MS een ziekte die erg wisselvallig verloopt. Daardoor is het bijvoorbeeld mogelijk dat de symptomen toevallig minder worden wanneer iemand stopt met het gebruik van aspartaam.

Er was meer reden om te verwachten dat sommige mensen misschien allergisch zouden zijn voor aspartaam. Voor hoofdpijn, de meest voorkomende klacht, werd dit als een mogelijkheid beschouwd. Per slot van rekening zijn pinda’s voor sommigen levensgevaarlijk, maar dat betekent nog niet dat je de verkoop van pinda’s niet toelaat. Het is dan alleen noodzakelijk om op de verpakking van voedsel te vermelden dat er noten of mogelijke sporen van noten in zitten. De hoofdpijnklanten bleken echter net zo vaak hoofdpijn te hebben bij het slikken van capsules met aspartaam als bij het slikken van een nepcapsule. Twee andere studies van mindere kwaliteit vonden daarentegen wel een zwak verband bij bovenmatig aspartaamgebruik, zodat hier misschien nog wat ruimte is voor twijfel.

De aspartaambestrijders beperken zich niet tot mogelijke hoofdpijnklachten, maar verspreiden via het internet allerlei ongefundeerde en onjuiste beweringen. Zo beweren ze dat patiënten met MS genezen als ze geen aspartaam meer gebruiken. Hoe zit het dan met al die MS-patiënten die nooit aspartaam hebben gebruikt, zoals iedereen die al MS had voor die zoetstof in de handel kwam? Ook beweren ze dat de MS Foundation in de VS de FDA had aangeklaagd wegens het goedkeuren van aspartaam. Daar is geen enkel woord van waar. (7) Integendeel, de MS Foundation vindt de beweringen van de tegenstanders van aspartaam ‘uitzinnig onnauwkeurig en schandalig misleidend’.

Een e-mailreactie die de FDA begin 1999 verstuurde, biedt een helder antwoord op de bezwaren tegen aspartaam. (8) Een goed overzicht van het beschikbare onderzoek is te vinden in een recent rapport van het Scientific Committee on Food (SCF), dat de Europese beleidsmakers adviseert. (9) Het SCF (2002) behandelt de verschillende gezondheidsklachten die men met aspartaamgebruik in verband heeft gebracht. Het comité ging na wat hierover aan degelijk, dubbelblind, gerandomiseerd en placebogecontroleerd onderzoek is gepubliceerd. In alle gevallen constateerde men dat de angst voor aspartaam ongegrond is.

Aspartaambestrijders hebben echter geen vertrouwen in de ‘omgekochte’ FDA en evenmin in wetenschappers die in opdracht van de fabrikant de effecten van aspartaamgebruik onderzochten. Ook het oordeel van het SCF maakt op hen geen indruk. Ze wijzen er onder meer op dat enkele leden van dit comité eerder betrokken waren bij een wetenschappelijk voedingsinstituut (ILSI) dat deels door het bedrijfsleven wordt gesponsord.

Omkoperij is echter niet zo’n best argument. Zelfs al zouden de FDA en al die andere instanties omgekocht zijn, dan is daarmee nog niet aangetoond dat aspartaam schadelijk is voor de gezondheid. Men mag van de anti-aspartaambeweging verwachten dat ze inmiddels zelf beschikken over bewijzen van schadelijkheid – en dan geen verhaaltjes over incidentele gebeurtenissen, maar degelijk medisch onderzoek met controlegroepen. Ze kunnen niet langer eisen dat de fabrikant of de FDA meer onderzoek laat uitvoeren, want zulk onderzoek vertrouwen ze bij voorbaat niet.

De aspartaambestrijders blazen de mogelijke nadelige effecten enorm op. Dit geldt bijvoorbeeld voor hun angst dat de methanol in aspartaam blindheid kan veroorzaken. Van methanol kun je inderdaad blind worden, maar dan moet je er wel heel veel meer van nuttigen dan met het gebruik van aspartaam als zoetstof mogelijk is. Er zit meer methanol in een glas sinaasappel- of tomatensap dan in een blikje Cola light. En alcoholische dranken zoals een glas goede bourgogne, zijn nog erger, omdat er in zuivere ethanol (wat wij normaal met alcohol aanduiden) wel een halve gram methanol per liter zit. Toch worden alcoholici niet blind. Misschien werkt de ethanol als tegengif. Wel gaat hun lever eraan en krijgen ze last met hun geheugen, het Korsakovsyndroom, lang voordat de methanol in alcoholhoudende dranken enig effect heeft. Vergeleken met wat deze patiënten aan methanol naar binnen werken, zijn de hoeveelheden die met normaal gebruik van aspartaam geconsumeerd worden te verwaarlozen. De minimale hoeveelheden methanol die een mens naar binnen werkt door een normaal gebruik van aspartaam kan ons spijsverteringssysteem goed verwerken. Of een stof al dan niet giftig is, is nu eenmaal in de regel sterk afhankelijk van de hoeveelheid die men naar binnen krijgt.

Er zijn echter drie groepen mensen die geen aspartaam kunnen gebruiken, maar die moeten ook heel wat alledaags voedsel laten staan. Fenylalanine, een aspartaambestanddeel, is een essentieel aminozuur dat van nature voorkomt in alle voedingsmiddelen die eiwit bevatten. Je kunt niet zonder, maar een teveel moet worden afgebroken, en dat afbreken werkt bij sommige mensen niet goed. Dat zijn de mensen (1 op de 16.000) met de erfelijke afwijking fenylketonurie (PKU), mensen met ernstige leverkwalen en zwangere vrouwen met hyperfenylalanine (te veel fenylalanine in hun bloed). Maar die zijn beslist onder doktersbehandeling en ze moeten een heel erg strikt dieet volgen. Voor hen moet dan ook op het etiket van alle eet- en drinkwaren staan of er aspartaam in zit, want dat zit maar al te vaak in producten waar je het helemaal niet verwacht. Voor alle andere mensen is aspartaam veilig. Bij navraag blijkt dat ook de Consumentenbond bij de woorden ‘Kan overgevoeligheid veroorzaken’ bij aspartaam alleen maar de bovengenoemde gevallen heeft bedoeld. Die bewoording was dus ongelukkig: het gaat om een aangeboren afwijking of een ziekte, niet veroorzaakt door aspartaam, en in dat geval ook niet om een bovenmatig sterke reactie op een verder onschuldig goedje. Van alle zoetjes die er op de markt zijn, is aspartaam verreweg de veiligste.

Bronnen

1. Provinciale Zeeuwse Courant, 22 februari 2003 (en mijn ingezonden brief van 28 februari, die veel instemmende reacties opleverde).
2. Dennis Rodie, De zoete leugen. Kleintje Muurkrant, 31 augustus en 28 september 2001 (www.stelling.nl/kleintje/359/Aspart1.htm).
3. Bijlage bij Nieuwsbrief Gezond, Consumentenbond, den Haag, april 2004.
4. De volledige tekst van de oorspronkelijke e-mail van ‘Nancy Markle’ is op vele websites te vinden.
5. Journal of Neuropathology and Experimental Neurology, 55(11), november 1996.
6. Anahad O’Connor, ‘On the Trail of Diseases, Years Before They Strike’, The New York Times, Health,11 mei 2004.
7. Zie www.MSfocus.org/publications/pub_articles_aspart.html . Deze link werkt niet meer, maar farmacoloog Ellen Whipple Guthrie legt op http://www.msfocus.org/article-details.aspx?articleID=40 ongeveer hetzelfde uit. Ze vermeldt dat het menselijk lichaam aspartaam niet zo snel kan afbreken dat er gevaarlijke hoeveelheden methanol en dergelijke vrijkomen.
8. Zie hoaxbusters.org/aspartame.html.
9. Zie ec.europa.eu/food/fs/sc/scf/out155_en.pdf

 Uit: Skepter 17.2 (2004)

Vond u dit artikel interessant? Overweeg dan eens om Skepsis te steunen door donateur te worden of een abonnement op Skepter te nemen.

Steun Skepsis

Marie Prins is elektrotechnisch ingenieur en oud-bestuurslid van Skepsis.