Tienerjongens die zichzelf met hamers slaan om een betere kaaklijn te ontwikkelen: media van Nieuwsuur tot de BBC sloegen onlangs alarm over de gevaren van ‘bonesmashing’. Maar hoe ver gaat deze hype echt?
door Menno van de Bos – Skepter 39.3 (2026)
OP zaterdagavond 26 april zien de 1,6 miljoen kijkers van het satirische tv-programma Even tot hier een hamer door het beeld vliegen en deuken slaan in een jongensgezicht. Het filmpje – gelukkig een animatie – wordt afgespeeld terwijl presentatoren Jeroen Woe en Niels van der Laan een geestig liedje zingen: ‘Jukbeenderen, als die niet naar je smaak zijn / doe bonesmashing, even rammen voor een zware kaaklijn.’ Even later nog meer hamers die door het beeld tuimelen. ‘Er wordt zo tezamen, door alle jonge mannen die zich schamen / nog meer weggehamerd dan tegenwoordig in de Eerste Kamer’, zingt het duo.
Even tot hier is een humoristisch programma, maar baseert zich op feiten uit het nieuws. En daar is ‘bonesmashing’ op dat moment een hot item. Van Nieuwsuur tot CBS News en van de BBC tot EenVandaag besteedden media dit voorjaar aandacht aan het onderwerp, waar tot voor kort waarschijnlijk bijna niemand van had gehoord.
Bij bonesmashing zouden jonge mannen met hamers op hun kaak en jukbeenderen slaan, om zo microschade aan te brengen in de verwachting dat hun kaaklijn zich sterker herstelt. Het zou onderdeel uitmaken van ‘looksmaxxing’, waarbij jonge mannen zichzelf aantrekkelijker maken met methodes die uiteenlopen van crèmepjes smeren tot fanatiek sporten. Vooral populair in de zogeheten manosfeer, waar internetters (veelal conservatieve) ideeën over mannelijkheid en relaties uitwisselen. Deze losvaste subcultuur, waarvan de invloed moeilijk is vast te stellen, staat mede door de Netflix-documentaire Louis Theroux: Inside the Manosphere, al een tijdje in de schijnwerpers.
Dat mannen zich nogal eens twijfelachtig gedragen, zal niemand ontkennen – deze auteur in elk geval niet. Maar met een hamer op je eigen botten slaan? Dat klonk wel heel extreem, zelfs voor de manosfeer. Toch repte bijvoorbeeld Nieuwsuur stellig van een ‘trend die viraal gaat’. Ouders en artsen zouden ‘zich grote zorgen maken en waarschuwen voor de ernstige gevolgen’ en zelfs ‘tot wanhoop’ worden gedreven.
Maar een nadere blik op de berichtgeving en het onderliggende bewijs levert ernstige twijfels op bij dat beeld.
Weinig echte bottenmeppers
Allereerst zijn de jongemannen die daadwerkelijk aan bonesmashing doen in de berichtgeving ver te zoeken. Als het inderdaad een ‘virale trend’ betreft, zouden de interviewkandidaten voor nieuwsgierige journalisten voor het oprapen moeten liggen, maar dat valt tegen. Zo sprak Nieuwsuur onder meer met de 15-jarige Jay, die tot voor kort aan lichtere vormen van looksmaxxing deed – maar niet aan bonesmashing. Hij vertelt de verslaggever enkel dat hij het online heeft zien langskomen.
Hetzelfde geldt voor de 20-jarige influencer Valentijn Lieshout, die voorbijkomt in de items van Nieuwsuur, NOS Stories en NRC. In NRC vertelt hij dat hij net als Jay niet aan bonesmashing doet, al is ook hij het wel tegengekomen op internet. Misschien looksmaxxer Hidde dan, met wie EenVandaag een interview deed? Nee, ook deze 19-jarige vertelt dat hij zich persoonlijk nooit aan bonesmashing heeft gewaagd. Bij internationale media zoals de BBC is het beeld identiek: er komen wel jongens aan het woord die (ongezond) veel met hun uiterlijk bezig zijn, maar géén bonesmashers. Wel voeren media talloze bezorgde deskundigen op, met name artsen.
Verkeerde deskundigen
Deze deskundigen lijken in eerste instantie te bevestigen dat er sprake van een maatschappelijk probleem is. ‘Heel zorgelijk’, zegt een arts bij Nieuwsuur. ‘Extreem schadelijk’, aldus een plastisch chirurg. De vraag is hoeveel het zegt dat deze medici zich zorgen maken over bonesmashing. Elke arts die gebeld wordt met de vraag ‘wat vindt u ervan dat jongeren zichzelf met hamers slaan’ zal daar ongetwijfeld van schrikken en zich in stevige bewoordingen uitspreken. Zo’n arts vertrouwt er vermoedelijk op dat de journalist aan de andere kant van de lijn zich op degelijk onderzoek baseert.
Deze deskundigen lijken in eerste
instantie te bevestigen dat er
sprake van een maatschappelijk
probleem is
Deskundigen raadplegen is normaal gesproken alleen maar goed, maar het is in dit geval de vraag of journalisten de juiste deskundigen hebben geraadpleegd. Veelzeggend is de uitspraak van een arts bij CBS News dat bonesmashing ‘het bizarste is dat ik heb gehoord sinds de Tide pods’. Hij refereert daarmee aan een hoax van jaren geleden dat jongeren wascapsules zouden inslikken, wat later ontzenuwd is (zie ook kader). Deze uitspraak onderstreept dat medische expertise niet per se samengaat met deskundigheid in het doorgronden van sociale media-trends. Voor dat aspect heb je een stuk meer aan experts op het gebied van sociale media en jongerencultuur.
Onbetrouwbare influencers
Die hadden de journalistiek bijvoorbeeld kunnen helpen bij het beoordelen van filmpjes op Instagram en vooral TikTok, die veelvuldig langskomen in berichtgeving over bonesmashing. Neem de posts van Clavicular, een 20-jarige Amerikaanse influencer wiens echte naam Braden Peters luidt. Peters heeft op Instagram bijna 900.000 volgers en geeft zelden interviews. Peters zou op zijn 14de met bonesmashing zijn begonnen. Onder andere NOS Stories laat een filmpje zien waarop hij inderdaad met zijn hamer op zijn kaak tikt.
Het probleem is dat Peters niet erg geloofwaardig is. Om online aandacht te genereren, doet hij de gekste dingen, van schieten op een alligator tot crystal meth gebruiken om dagenlang wakker te blijven. Shock value is het verdienmodel van ‘Clav’, die een PR-bedrijf inhuurde om hem vaker in de media te laten komen. Dat PR-bedrijf dwong Clavicular naar eigen zeggen overigens om te verzinnen dat hij een overdosis meth had genomen. Dat maakt hem en zijn filmpjes tot een onbetrouwbare bron om het bestaan van bonesmashing mee te onderbouwen.
Influencers zoals Clavicular hebben baat bij buitenissige uitspraken en acties, die leveren hen immers aandacht op en dus meer volgers. En meer volgers betekent meer mensen om producten en diensten aan te kunnen verkopen. Zo vertelt influencer Valentijn in het NRC-artikel dat hij 3.000 euro betaalde voor een online opleiding. Valentijn kwam van een koude kermis thuis, want de ‘opleiding’ bestond er enkel uit dat hij Peters een paar vragen mocht stellen in een videogesprek.
Zo zijn er meer looksmaxxers die voor de aandacht en het geld lijken te acteren dat ze bonesmashen. Zoals de tiktokker AndrewMaxxer, een jongen met inderdaad een opmerkelijk brede kaak. Die kaak kan alleen niet te danken zijn aan bonesmashing, want zoals al die artsen uitleggen: bonesmashing werkt helemaal niet, je kaak wordt er niet sterker van. Mogelijk is Andrew gewoon met dit gezicht geboren of heeft hij een aandoening. Hoe dan ook verdient hij geld aan de aandacht die hij genereert, door volgers op linkjes naar schimmige webshops te laten klikken.
TikTok-filmpjes blijken niet serieus
Er is ook een vrolijkere verklaring voor populaire bonesmashing-filmpjes: humor. Veel ‘schokkende’ filmpjes die media laten zien, blijken bij nadere bestudering bedoeld om looksmaxxers op de hak te nemen.
Zo laat de NTR in een online item over bonesmashing een tiktokker zien die met een zaklamp onnozel op zijn kaak tikt, bijschrift: ‘Doe ik het zo goed?’ Geen authentieke looksmaxxer, maar iemand die het fenomeen juist parodieert, zo lijkt het. Dat geldt zeker voor een andere tiktokker, ene Lewis Coden. De NTR toont een filmpje waarin hij op zijn kaken slaat, maar in datzelfde filmpje ligt hij even later met plakjes komkommer op zijn ogen – naar verluidt goed voor de huid – en de rest van de komkommer in zijn mond, gekke bekken trekkend. Misschien niet ieders humor, maar in elk geval bedoeld als grap.
Humor, ironie en rollenspellen zijn inherent onderdeel van de online cultuur van Gen Z. Op de redacties waar ernstige items over bonesmashing worden gemaakt, lijkt men zich hier niet van bewust. Maar nog los daarvan: de gemiddelde journalist zou inmiddels toch moeten weten dat niet alles wat op internet staat serieus genomen dient te worden.
Het valt natuurlijk niet uit te sluiten dat er beïnvloedbare jongeren zijn die daadwerkelijk gaan bonesmashen, bijvoorbeeld omdat ze TikTok-filmpjes van Clavicular bekeken. Dat blijft het lastige bij het ontzenuwen van hypes: bewijs maar eens dat iets niet gebeurt. Maar de bewijslast ligt aan de kant van degenen die spreken van een ’trend’, die daarvoor toch echt zullen moeten bewijzen dat er sprake is van een wijdverspreid fenomeen.
Ook in 2023 al een zogenaamde trend
Het dichtst in de buurt bij zulk bewijs komt wellicht het feit dat bonesmashing-filmpjes online veel views trekken. Zo zouden filmpjes met de tag ‘bone smashing tutorial’ wel 250 miljoen keer bekeken zijn op TikTok. Dat klinkt indrukwekkend, maar op een megaplatform als TikTok stelt 250 miljoen weinig voor. Betrouwbare statistieken zijn moeilijk te vinden, omdat alleen TikTok die kent, maar naar schatting wordt er elke dag vele miljarden keren een TikTok-filmpje bekeken – en vaak na een luttele seconde weer weggeswipet.
Bovendien is aandacht op sociale media geen bewijs dat iets ook invloed heeft in de echte wereld. Het kijken van een bonesmashing-filmpje kan voortkomen uit fascinatie: doen mensen dit écht? Voor een influencer maakt het niet uit waaróm iemand iets bekijkt, áls ze het maar doen. Tot slot zijn de data over de 250 miljoen views gedateerd: ze komen uit 2023. In dat jaar kwam bonesmashing namelijk voor het eerst in het nieuws, bij internationale media waaronder CBS News en de BBC.
Opvallend trouwens, dat bonesmashing eind 2023 dus al even in het nieuws was. Daarna was het twee jaar stil. Kwam bonesmashing in die periode dan niet voor – om deze lente weer de kop op te steken…? Een meer voor de hand liggende verklaring is dat deze twee pieken in media-aandacht niet zozeer iets zeggen over hoe veel bonesmashing voorkomt, maar eerder op een bandwagon-effect, waarbij media massaal over iets berichten omdat ze andere media dat ook zien doen.
Bonesmashing-paniek staat voor iets breders
Bonesmashing sluit aan op een geschiedenis van morele paniek over jonge mensen. Zeker in het tijdperk van de sociale media steken er vaak spookverhalen de kop op. Vaak is het verhaal dat er een ‘challenge’ rondgaat op TikTok, waarbij jonge mensen zouden worden uitgedaagd om iets schadelijks te doen.
Zo was er de Tide Pod Challenge (2018), waarbij kinderen zogenaamd wascapsules zouden eten. Heftiger – mits ze echt zouden zijn geweest – waren de Momo Challenge (2018) en de Blue Whale Challenge (2016), waarbij kinderen zouden zijn aangezet tot geweld. Recentere voorbeelden zijn de Devious Lick Challenge en de Slap a Teacher Hoax (beide 2021), waarbij scholieren aangezet zouden worden om hun school en leraren te terroriseren. Van die laatste bleek later dat Facebook het verhaal met behulp van een PR-bureau had aangejaagd om zo TikTok in diskrediet te brengen.
Er zijn ook trends en challenges die wel echt waren, zoals de cinnamon challenge – een lepel vol kaneel eten – maar de meest extreme zijn dikwijls fictief. Ironisch genoeg zijn het juist de volwassenen die zich vaak laten meeslepen. Zo ging ‘Devious Lick’ inderdaad viraal – alleen niet op TikTok onder jongeren, maar op Facebook onder volwassenen die elkaar daar gek maakten. Ook bij bonesmashing kan de vraag gesteld worden of het in plaats van jongeren niet juist de oudere generatie is die zich heeft laten beïnvloeden door een (media)hype.
Het risico van prematuur waarschuwen
Kortom: zo veel media-aandacht als er is voor bonesmashing, zo weinig bewijs is er dat het op een serieuze schaal voorkomt. Opgevoerde bronnen doen niet zelf aan bonesmashing maar hebben het enkel van horen zeggen. Getoonde filmpjes blijken bij nadere bestudering afkomstig van commerciële influencers of provocerende grappenmakers.
Sommige media, zoals TIME en ook NOS Stories, vermelden in hun berichtgeving dat onduidelijk is hoeveel jongeren aan bonesmashing doen – waarvan akte. Toch neigen eigenlijk alle media vooral naar de conclusie dat het allemaal erg zorgwekkend is, met de bijbehorende beelden van vervaarlijk zwaaiende hamers.
Je zou kunnen zeggen: beter een keer te veel gewaarschuwd, dan dat je ergens te laat bij bent. Maar waarschuwingen kunnen hun kracht verliezen wanneer ze telkens niet terecht blijken te zijn. Daarnaast kan een backfire-effect niet worden uitgesloten: uit een verlangen om óók aandacht te krijgen, doet een enkeling wellicht daadwerkelijk iets stoms. En misschien wel het belangrijkste argument is dat het nooit de bedoeling kan zijn dat de journalistiek zich laat leiden door een spannend verhaal in plaats van door onmiskenbare feiten.
Menno van den Bos is freelance journalist. Een versie van dit artikel publiceerde hij eerder op zijn Substack, ‘De hype is real’.

