.
Na mondtape is nu de neuspleister in trek bij topsporters. Ze hopen ermee hun hartslag te verlagen terwijl ze meer zuurstof opnemen. Daarop heeft zo’n pleister geen effect. Maar het gevoel ‘makkelijker te ademen’ kan goud waard zijn.
Door Mariska van Sprundel, freelance wetenschapsjournalist in Skepter 39.2
Op de Olympische Spelen van Atlanta in 1996 dook hij naar verluidt voor het eerst op. Menig sporter verscheen met een pleister op de neus, oorspronkelijk ontwikkeld voor slaapgerelateerde problemen zoals snurken en apneu. Op het EK in 1996 sierde de pleister de neuzen van voetbaliconen Alessandro Del Piero en Robbie Fowler. Ook de Duitse profwielrenner Jan Ullrich was in die tijd een gebruiker. Wellicht kreeg de populariteit een extra duwtje door de eerste klinische studie in 1997, die aantoonde dat het hulpmiddel de neusgaten verder openzet. Met resultaat, zoals het leek. Tijdens een fietstest was de hartslag van de deelnemers lager en zou de inspanning zelfs minder zuurstof kosten in vergelijking met een placebo.
Tegenover enkele positieve resultaten verschenen in de loop der jaren een boel studies die deze voordelen niet zagen. Ondanks dat beleeft de neuspleister juist nu een comeback. Opnieuw zijn het de wielrenners die ermee weglopen. Wout van Aert, Remco Evenepoel en Jonas Vingegaard verschenen ermee in de Tour de France. Toptennisser Carlos Alcaraz plakt hem op zijn neus. Voetballers Santiago Giménez en Gernot Trauner van Feyenoord zijn er vrijwel elke wedstrijd mee te spotten. En dan is er HYROX: de razend populaire internationale fitnessrace, waar steeds meer atleten neusstrips dragen in verschillende kleuren. Te koop bij elke drogist. Voor vijftien euro heb je er dertig.
Geopende neuskleppen
Een neuspleister breng je horizontaal aan op de neusbrug, in het kuiltje van de neusvleugels. ‘Het is een hulpmiddel om de interne neuskleppen te openen, die hoog in de neus zitten en de luchtstroom regelen tijdens het ademen’, zegt kno-arts Frank Datema van het Erasmus MC. ‘Met geopende neuskleppen neemt de weerstand af. De lucht gaat dan makkelijker door je neus. Daarnaast biedt een pleister wat steun aan de zijwanden van de neus, waardoor de neusvleugels niet naar binnen vallen.’ Dit laatste is het Bernoulli-effect. Gewoon natuurkunde, volgens Datema. ‘Als je diep inademt stroomt de lucht sneller naar binnen, waardoor de druk in de neus afneemt. De atmosferische druk is hoger, dus die drukt als het ware je neusvleugels naar binnen.’
Zo’n pleister werkt vooral voor mensen wier interne neuskleppen door een structurele afwijking in het kraakbeen niet goed functioneren. ‘Mensen kunnen daar heel veel last van hebben, zeker bij fysieke inspanning’, zegt Datema. ‘In het ziekenhuis gebruiken we de pleister soms als test, om te zien of mensen zich beter voelen als de neuskleppen wijder worden, voor we overgaan op een operatieve correctie.’ Bij mensen die een neuspleister dragen is inderdaad een lichte toename van de luchtstroom meetbaar.
Voormalig professioneel alpineskier Max Ullrich draagt een neuspleister in het dagelijks leven. Zonder pleister moet hij in rust door zijn mond ademen, vanwege zijn smalle neusgaten. Ullrich doet promotieonderzoek naar spierfysiologie aan de Universiteit Gent en kent de belofte van de plakkers in het wereldje. ‘Om een inspanning lang vol te houden is zuurstof heel belangrijk. De gedachte is: hoe meer zuurstof je in je longen kan krijgen, hoe beter het uithoudingsvermogen en dus de atletische prestaties.’

Weg van de minste weerstand
De pleisters lossen die belofte niet in, blijkt uit een systematische review en meta-analyse uit 2020 van Braziliaanse onderzoekers. Zij pakten de conflicterende data van negentien klinische studies samen, onder zowel recreatief sportende jongeren als goed getrainde triatleten. Negen daarvan lieten weliswaar een verbetering zien op het maximale zuurstofopnamevermogen (VO2max), hartslag of de rating of perceived exertion (RPE), een subjectieve maat voor hoe zwaar de inspanning voelt. Maar alles bij elkaar genomen? Geen effect van een neuspleister tijdens fysieke inspanning.
Twee jaar later deed een andere Braziliaanse onderzoeksgroep het over met studies specifiek gericht op hardlopen. Bij lopers bleek de neusstrip wel voordelig voor de maximale zuurstofopname en ervaren inspanning ten opzichte van een placebo. ‘De zekerheid van het bewijs was zeer laag’, schrijven de auteurs, wat wetenschappelijk gezien een vernietigend oordeel is. Het is dus wachten op nieuw en beter onderzoek, concluderen ze.
Voor Ullrich zijn de uitkomsten geen verrassing. Zijn eigen neusstrip gaat af tijdens het hardlopen. ‘Als je op hoge intensiteit sport, dan is de behoefte aan zuurstof zo hoog dat je van neus- op mondademhaling overgaat. Geopende neusgaten voegen dan niks meer toe.’
“De weg door de mond is letterlijk de weg van de minste weerstand”
Een gezonde volwassene kan bij submaximale inspanning – tot op tachtig procent van zijn maximale zuurstofopnamevermogen – door de neus blijven ademen. In de Tour de France, en zeker bij bergetappes, ligt de intensiteit dikwijls hoger. ‘De weg door je mond is letterlijk de weg van de minste weerstand’, zegt kno-arts Datema. ‘Alles wat moeite en energie kost, daar stop je snel mee.’ De neuspleister kan het moment uitstellen waarop sporters overschakelen van neus naar mond. Maar wat daar het voordeel van is? De nadruk op de neusademhaling kennen we van die vorige trend, gepusht door de Noorse topvoetballer Erling Haaland. In een podcast van Logan Paul onthulde hij ’s nachts zijn mond af te plakken met tape om zijn neusademhaling te verbeteren, ervan overtuigd dat dat beter is.
Over het algemeen is er best wat te zeggen voor ademen door de neus. ‘De neus werkt als een airconditioner voor de longen’, zegt Datema. ‘Via de neus komt er verwarmde, gefilterde en bevochtigde lucht binnen. Dat vinden de longen prettig. Ingeademde lucht komt via de neus ook dieper in de longen.’ Dat gezegd hebbende, er zijn weinig tot geen data die een positief effect op het uithoudingsvermogen laten zien. Wel heeft neusademhaling een duidelijk nadeel: sporters kunnen te maken krijgen met sensaties van air hunger, beschreven als het gevoel meer zuurstof nodig te hebben. Sporters die dit ervaren, verkeren niet daadwerkelijk in ademnood, maar kunnen dat wel zo voelen. Wellicht genoeg om sneller op te geven.
Longen met overcapaciteit
Los van hoe de zuurstof binnenkomt, via neus of mond, is er een ander argument om het fysiologische effect van neuspleisters in twijfel te trekken: we ademen altijd meer zuurstof in dan we kunnen gebruiken. Volgens inspanningsfysiologen hebben de longen overcapaciteit. ‘Oftewel, de longen en luchtwegen zijn nooit de beperkende factor in het zuurstoftransport’, zegt Sam Ballak, inspanningsfysioloog en onderzoeker bij TNO. ‘De beperking ligt bij het vermogen van het hart om zuurstofrijk bloed rond te pompen en bij de spieren, die de zuurstof uit het bloed moeten opnemen. Een neuspleister verandert overigens ook niks aan jouw maximale inademing. Zonder pleister is de doorgang wat smaller, maar je kan nog steeds maximaal inademen. Al zal dat bij intensieve inspanning sowieso via de mond zijn.’
“Zonder pleister is de doorgang wat smaller, maar je kan nog steeds maximaal inademen”
Het is al decennia de heersende opvatting dat de longen overbuilt zijn. Maar gaat dat ook op voor topsporters van wie het cardiovasculaire systeem tot het uiterste getraind is? Er zijn wetenschappers die opperen dat de ademhaling dan toch de zwakste schakel kan zijn. Neem een renner in de Tour de France, die urenlang hijgt op een lange etappe. Ademhalingsspieren zoals het middenrif kunnen vermoeid raken door intensieve inspanning, rapporteert de literatuur.
De atleet die heil zoekt op dit vlak komt uit bij een ziekenhuisapparaatje dat werkt met een weerstand waar je doorheen moet ademen. Dit verbetert het uithoudingsvermogen en de kracht van de ademhalingsspieren en maakt ze bestand tegen vermoeidheid, is het idee. ‘Daardoor vragen de ademhalingsspieren net wat minder zuurstof, met als gevolg dat er misschien één of twee procent meer bloed naar de beenspieren gaat die het hard nodig hebben’, aldus Ballak. Er zijn enkele – nog niet doorslaggevende – aanwijzingen uit labstudies voor een prestatiebevorderend effect van ademspiertraining bij duursporters. Het gaat om een klein effect, volgens Ballak, die voorheen met atleten op topsportcentrum Papendal werkte. ‘Wat mij betreft kijk je pas naar ademspiertraining als alles verder top in orde is en er nergens anders meer winst te behalen valt.’
Innovatie in de praktijk
Max Ullrich vergelijkt de hippe neusstrip met fancy hardloopbrillen of nieuwe sportschoenen. ‘Jezelf snel voelen kan een krachtig effect hebben’, zegt hij. Waarom het vooral mannen zijn die zich beplakken? Wellicht is de man gevoeliger voor dit soort hypes. ‘Ik weet alleen dat de pleisters niet goed blijven plakken op make-up’, aldus Ullrich.
Wellicht is er een subgroep sporters voor wie het effect verder reikt dan dat van positieve verwachtingen. Een interne neusspreider – een apparaatje dat je ín de neus plaatst om de neuspassage te vergroten – verbetert bij duursporters met slecht functionerende neuskleppen de prestaties op de loopband, bleek recent uit een klinische studie. ‘Sporters die duidelijk merken dat de zijkanten van de neus naar binnen klappen bij inspanning, hebben het meeste baat bij een externe of interne dilatator’, zegt ook kno-arts Datema. ‘Voor prestatieverbetering zijn ze onvoldoende bewezen, maar als het uitgangspunt vrijer ademen is, dan is de neuspleister het overwegen waard.’
Lastig predicaat
Het gebeurt vaker in de sportpraktijk: atleten die een innovatie in gebruik nemen zonder wetenschappelijke onderbouwing. Binnen Team Visma-Lease a Bike laten ze het gebruik van neuspleisters aan de sporters zelf over, mailt een woordvoerder. ‘Het is dus vooral een persoonlijke keuze van de renners en wij geven hier geen officieel advies over.’ Volgens Ballak is ‘wetenschappelijk aangetoond’ sowieso een lastig predicaat in de topsport. ‘Wetenschappelijke studies vereisen vaak een effect van drie tot vijf procent prestatieverbetering voor significantie. Topsporters profiteren soms al van een half tot één procent verbetering. Zulke kleine maar relevante effecten pik je niet snel op in onderzoek.’
Ullrich vindt een gebrek aan bewijs ook te verdedigen, zolang de kosten-batenanalyse klopt. ‘Een onbewezen supplement slikken komt met een hoog risico voor je gezondheid. Maar een stuk tape op je huid? Waarom zou je het niet proberen als het mogelijk een miniem voordeel oplevert?’ Het risico is nihil. Ze kosten minder dan een euro per stuk. En de World Anti-Doping Agency (WADA) ligt er niet wakker van. Ullrich: ‘In het ergste geval loop je voor niks rond met een pleister op je neus.’
Mariska van Sprundel is freelance wetenschapsjournalist
Foto: Jonas Vingegaard tijdens de UCI World Tour 2026, Alamy
R.R. Dinardi, C.H.S. Ferreira, …., C.R. de Andrade: Does the external nasal dilator strip help in sports activity? A systematic review and meta-analysis. European Archives of Otorhinolaryngoly 2021, 278(5), 1307.
K. Valsamidis e.a.: Improvement of the aerobic performance in endurance athletes presenting nasal valve compromise with the application of an internal nasal dilator. American Journal of Otolaryngology 2024, 45(1), 104059.
O.N. Ferguson, R.A. Mitchell, …., J.A. Guenette: Physiological Factors Associated with Unsatisfied Inspiration at Peak Exercise in Healthy Adults. Medicine & Science in Sports & Exercise 2024, 56(8), 1488.
J.A. Dempsey, A. La Gerche, J.H. Hull: Is the healthy respiratory system built just right, overbuilt, or underbuilt to meet the demands imposed by exercise? Journal of Applied Physiology 2020, 129(6), 1235.
S. Karla Silva Pereira Gomes, C. Malaguti, …., D.C. Felício: Nasal dilator and physiological parameters associated to running performance: A systematic review and meta-analysis. Journal of Sports Sciences 2022, 40(20), 2315-2326.
C.R. Illidi, L.M. Romer, M.A. Johnson e.a.: Distinguishing science from pseudoscience in commercial respiratory interventions: an evidence-based guide for health and exercise professionals, European Journal of Applied