Helpt een tweede taal tegen ‘breinveroudering’?

.
Meerdere talen spreken beschermt tegen hersenveroudering’, kopten onder meer de Volkskrant, BNR en RTL Nieuws afgelopen november. Dat zou blijken uit nieuw onderzoek, gepubliceerd in het gezaghebbende vakblad Nature Aging. In een groep van maar liefst 86.149 deelnemers uit 27 Europese landen onderzochten de wetenschappers het verband tussen meertaligheid en veroudering.

Door Erna van Balen, freelance wetenschapsjournalist, epidemioloog en taalkundige
Dit artikel verscheen eerder in Skepter 39.2

Leeftijdsklokken 

Eerst maar eens duidelijk krijgen wat de wetenschappers precies hebben gemeten. Ze verzamelden van alle deelnemers de werkelijke leeftijd en de ‘biologische leeftijd’, oftewel, hoe oud je lichaam ‘echt’ is. Die biologische leeftijd berekenden ze aan de hand van gegevens waarvan bekend is dat ze beschermend werken tegen versnelde veroudering, zoals een hoger opleidingsniveau, gezonde voeding en voldoende lichaamsbeweging. Daartegenover stonden voorspellers van versnelde veroudering, zoals een ongezond gewicht en aandoeningen zoals hart- en vaatziekten en diabetes. Als de biologische leeftijd hoger lag dan de werkelijke leeftijd, beschouwden de onderzoekers die deelnemer als ‘versneld verouderd’. Lag de biologische leeftijd lager, dan verouderde iemand juist trager. 

Dat soort ‘leeftijdsklokken’ zijn de laatste jaren populair in onderzoek naar veroudering, weet Frank Wolters, arts-epidemioloog bij het Erasmus MC in Rotterdam, en gespecialiseerd in neurologische ziekten. ‘Dat soort maten zijn aanlokkelijk’, zegt hij, ‘iedereen wil immers graag weten waarom de een ziek wordt op z’n 60e en de ander gezond de 95 haalt. Want dan kun je daar misschien wel wat aan doen.’

Wat een leeftijdsklok precies betekent, is alleen lastig te interpreteren. Je gooit immers allerlei karakteristieken die ‘iets’ te maken hebben met gezondheid op een hoop. Maar die karakteristieken zélf veroorzaken geen ziekte; ze zijn slechts een maat voor allerlei biologische processen die maken of je ziek wordt. Dan kun je beter die biologische processen bestuderen, stelde epidemioloog Arfan Ikram eind 2024 in Nature Medicine

Een leeftijdsklok is daarmee dus ook niet per se hetzelfde als hersenveroudering. Daarvoor zou je namelijk geheugentests moeten afnemen, mensen in de MRI-scanner moeten leggen of eiwitten in het bloed meten die iets zeggen over de staat van de hersenen. Wolters zou dan ook liever zo’n uitkomstmaat nemen dan iets lastig interpreteerbaars als een leeftijdsklok om het effect van meertaligheid te begrijpen. 

Ecologische fout

Er zijn volgens Wolters heus aanwijzingen dat je brein actief houden helpt om het gezond te houden. En meerdere talen spreken doet vast ook iets met je brein. De onderzoekers geven zelf aan dat een taal leren aandacht, geheugen en regelfuncties van het brein vraagt, en dat dat een mogelijke verklaring is voor hun bevindingen. Maar waarom meertaligheid zou leiden tot gezond ouder worden, is minder duidelijk, zegt Wolters. 

“Iedereen wil immers graag weten waarom de één ziek wordt op z’n 80e en de ander fluitend de 100 haalt”

Heel wat ándere dingen dragen namelijk zowel bij aan hoeveel talen je in het dagelijks leven gebruikt als aan gezond oud worden. ‘Mensen die meertalig opgroeien, hebben dikwijls een andere sociaal-economische positie, of een gezondere leefstijl en daardoor al een betere gezondheid’, zegt Wolters. 

Met dat soort beïnvloedende dingen kun je tot op zekere hoogte statistisch rekening houden, als je daar per deelnemer gegevens over verzamelt. In plaats daarvan gebruikten de onderzoekers per land het percentage van de bevolking dat één, twee of meerdere talen sprak. Maar wat opgaat voor een land, gaat niet per se op voor alle individuen in dat land. Van een willekeurige Europeaan in het onderzoek weet je dus niet hoeveel talen die spreekt en of dat dan samenhangt met diens veroudering. ‘Die opzet beperkt de interpretatie van het onderzoek’, vindt Wolters.

Die aanpak kan daarnaast leiden tot de zogenoemde ecologische fout: onjuiste oorzaak-gevolgrelaties die gelegd worden op basis van gemiddelden. Dat is niet altijd erg. Het kan best zijn dat de meertaligheid in een land om wat voor reden dan ook samenhangt met een gezonde bevolking – bijvoorbeeld door de genoemde gezondere leefstijl. Maar zo’n ecologische opzet is niet geschikt om ziektes beter te begrijpen en op basis daarvan aanbevelingen te doen aan individuen. Je kunt met zo’n opzet immers niet concluderen dat een taal erbij leren de oorzaak is van gezond oud worden. 

In het artikel in Nature erkennen de onderzoekers die beperking: eigenlijk is een andere studieopzet noodzakelijk om oorzakelijke conclusies te kunnen trekken, en daarvoor zijn gegevens nodig over individuen in plaats van groepen. Toch concluderen ze vervolgens wél dat meertaligheid kan helpen tegen veroudering, en wekken ze ook in persberichten de suggestie van een oorzakelijk verband. Hun weinig verrassende advies, zowel in het artikel als in persberichten, is dan ook dat meertaligheid bevorderen deel uit zou kunnen uitmaken van een bredere strategie om de volksgezondheid te verbeteren en de bevolking gezond ouder te laten worden. 

In het onderzoek werd trouwens niet duidelijk of de deelnemers die meerdere talen spraken, die talen ook daadwerkelijk gebruikten. Als je je brein actief wilt houden, zou het zomaar kunnen uitmaken of je steeds wisselt tussen talen, bijvoorbeeld thuis en op het werk, of dat je ooit wat Frans geleerd hebt en op vakantie een baguette kunt bestellen op de camping.

Erna van Balen is freelance wetenschapsjournalist, epidemioloog en taalkundige. 

 

Vond u dit artikel interessant? Overweeg dan eens om Skepsis te steunen door donateur te worden of een abonnement op Skepter te nemen.

Steun Skepsis