De Nachtwacht als kosmisch kompas

Rembrandt schilderde stiekem de sterren en planeten in De Nachtwacht – sommige al ruim voordat astronomen deze hadden ontdekt. Althans, dat is de fantasie achter een merkwaardige theorie van Nederlandse bodem.

door Pepijn van Erp – Skepter 39.1 (2026)
illustraties: Ype Driessen en ene Rembrandt van Rijn

Dat zegt althans ‘astrotheoloog’ Herbert jr. (Mark) Sanders. Volgens hem verwijst de verborgen hemelkaart op het schilderij naar een culturele revolutie van eeuwen geleden, die van de zogeheten Rozenkruisers. De onthullingen doet hij uit de doeken in het mei-nummer van vorig jaar van Epoque, een blad van uitgeverij De Blauwe Tijger, én in een interview op YouTubemet de eigenaar van die uitgeverij, Tom Zwitser.

De mensen op de Nachtwacht staan symbool voor planeten, zegt Sanders. Neem Willem van Ruytenburch, de luitenant in dat felgele pak. Die staat voor niemand minder dan Jupiter. En de bekende kapitein Frans Banninck Cocq, links naast hem? Saturnus. De musketier in rood iets verderop is uiteraard Mars, de rode planeet. En helemaal links zien we een man met een Mercuriushelm – Mercurius dus. En misschien ook wel meteen de Zon, want die staan immers altijd dicht bij elkaar aan de hemel. Duidelijk.

De exacte datum van dit kosmische tableau tafereel? 8 oktober 1642. De dag van een maansverduistering, in het bijzonder de laatste totale verduistering vóór de grote conjunctie van Jupiter en Saturnus in het voorjaar van 1643. Zo’n conjunctie – wanneer de twee reuzenplaneten elkaar vanuit de aarde gezien bijna raken – komt ongeveer eens in de twintig jaar voor en speelt volgens Sanders een centrale rol in astrologische en esoterische tradities, met name die van de Rozenkruisers. Alles past perfect en kan geen toeval zijn. Of is er ruimte voor twijfel?

Sanders noemt zich op LinkedIn astrotheoloog en ziet ook in de Bijbel tal van astrologische verbanden. De sterrenhemel is kennelijk overal. Tijdens het YouTube-interview valt op dat interviewer Tom Zwitser tijdens deze astronomische puzzeltocht anderhalf uur lang kritiekloos aan de lippen hangt van Sanders. Zwitser is overigens zelf ook niet gespeend van controverse gezien zijn connecties met extreemrechtse groeperingen: de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid noemt zijn uitgeverij niet voor niets ‘een doorgeefluik van anti-overheidspropaganda, nepnieuws en complottheorieën’. Hij laat Sanders de een na de andere stelling poneren waar de skepticus spontaan jeuk van krijgt.

Een kleine bloemlezing. Dat de man met de Mercuriushelm Mercurius is en de man in rood Mars, daar valt nog mee te leven. Maar waarom is Jupiter – de helderste, grootste planeet – dan niet de leider van het gezelschap? Die eer gaat naar de man in het zwart, Saturnus dus. Nu hadden Babylonische astrologen het al over Saturnus als de ‘nachtelijke zon’, mogelijk omdat zijn synodische periode van 378 dagen bijna overeenkomt met een zonnejaar. Dus vooruit, we hobbelen nog even mee.

Maar het zwarte kostuum van deze ‘Saturnus’ is nogal standaard voor de belangrijke personen in de schutterij. Op de immer gezellige social media-website X vroeg ik Sanders of hij op een ander schuttersstuk met een dozijn schutters in hetzelfde zwarte kostuum met rode sjerp kon aanwijzen wie daarvan dan de ware Saturnus was. Maar blijkbaar werkt het zo niet: als iets meteen niet klopt met de interpretatie, dan is het schilderij geen drager van een astronomische code.

Maar goed, we dwalen bijna af. De musket tussen de hoofden van ‘Saturnus’ en ‘Jupiter’ vuurt een schot af onder een hoek van precies 23,5 graden – uiteraard de hoek die de aardse evenaar maakt met de ecliptica, het vlak waarin de planeten rondom de zon draaien. De schutter links van Banninck Cocq is dan vanzelfsprekend de aarde. Logisch.

In het YouTube-interview gaat Sanders nog een stap verder. Ook de destijds totaal onbekende planeet Uranus zou mét naamverwijzing op het doek staan, alsof Rembrandt hier de toekomst voorspelde. ‘Als we het hebben over Uranus, ja, een planeet die voor de wetenschap nog niet bestond in 1642. Ja, die staat gewoon afgebeeld. Dus in de trommel van de tamboer, daar zie je een kogelgat. En daaromheen zie je een ringetje. En ring in het Latijn is anus. En dan kom je al heel dichtbij Uranus.’

Je hoort Beavis en Butthead al grinniken: ‘He said ‘your anus’! Heh, heh, heh, heh.’ Je zou wensen dat het satire was. Maar nee: dit wordt als serieus bewijs opgevoerd. Sanders heeft het over een kogelgat, maar het is in werkelijkheid een bewust aangebracht ventilatiegat – versierd bovendien – om lucht te laten ontsnappen bij het slaan op de trom. Het doek is op die plek wel ooit beschadigd, maar dat is later hersteld. Een van de wat minder geloofwaardige hypothesen is dat die beschadiging is veroorzaakt door een musket die per ongeluk afging in de ruimte waar De Nachtwacht destijds hing. Dus misschien heeft Sanders het daarvan.

Toen William Herschel in 1785 als eerste vaststelde dat het vreemde lichtpuntje een planeet moest zijn, stelde hij als naam Georgium Sidus voor om zijn broodheer Koning George III te eren. Pas zeventig jaar later kwam er consensus over de naam Uranus. Die naam is al wat apart, omdat het de enige Griekse naam is tussen de andere Latijnse planetennamen. Bijzonder knap van Rembrandt dus dat hij wist op welke naam men tweehonderd jaar later zou uitkomen én dat hij het aandurfde er op wat schunnige wijze op te zinspelen met ‘anus’ als Latijns onderdeel van een Griekse naam. Mind boggling.

Maar het wordt nog profetischer. Het meisje rechts van Mars, het opvallend verlichte kind, is volgens Sanders zowel de Maan als Mary Henrietta Stuart: echtgenote van Willem II en moeder van Willem III. Het schot dat ‘Jupiter’ raakt verwijst naar regicide – de moord op (absolute) vorsten – zoals die van Mary’s vader, Karel I van Engeland. Zwitser: ‘Het blijft ontzettend spannend.’ Die executie vond pas in 1649 plaats, dus zeven jaar na voltooiing van het schilderij, maar laten we niet op elke slak zout gaan leggen.

Buiten die executie rammelt er wel meer aan de tijdlijn. Mary was tijdens de voltooiing van De Nachtwacht tien jaar oud en net een jaar getrouwd met de veertienjarige Willem II. Hun zoon, de latere Willem III van Oranje, werd geboren in 1650, acht dagen na het overlijden van zijn vader. Maar volgens Sanders is dat geen bezwaar. ‘Het leven van Willem II werd simpelweg uitgetekend. Wat nog bekend moest worden, kon al bekend zijn bij intimi’, antwoordde hij mij op X toen ik ernaar vroeg. We moeten vooral voor ogen houden dat dit uiteindelijk verwijst naar Willem III, die in 1689 de troon van Engeland verwierf. Dat is bijna vijftig jaar later. Het Parlement kreeg toen wel meer macht dan onder het absolute vorstendom, wat natuurlijk ook een soort regicide is.

 Een zijpad, maar wel interessant: Sanders gelooft ook dat De Nachtwacht nooit is bijgeknipt. Volgens de gangbare opvatting gebeurde dat in 1715 om het doek passend te maken op een nieuwe locatie. De kleinere kopie die Gerrit Lundens maakte vóór deze verminking en die nu in de National Gallery in Londen hangt, zou volgens Sanders geen eerlijke representatie zijn van het origineel, maar een ‘verbetering’ op instructie van Banninck Cocq. Hij volgt hier de argumentatie van de bekende portretschilder Jan Veth die hierover eind 19e eeuw een boom opzette.

Recent heeft het Rijksmuseum als onderdeel van Operatie Nachtwacht echter een AI-reconstructie gemaakt van de afgesneden gedeelten op basis van die kopie, waarin het huidige doek naadloos past. De meeste argumenten van Veth tegen Lundens’ kopie verliezen daarmee hun bewijskracht, zo ze die al hadden, want die sloegen grotendeels op verschillen met het nog bekende overgebleven gedeelte. De nieuwe reconstructie met de ontbrekende doekdelen zou het schilderij zelfs ‘meer Rembrandt’ maken, volgens de experts, en zijn originele compositie voor een schuttersstuk meer recht doen.

Norbert Middelkoop, curator van Amsterdam Museum, heeft zelf onderzoek gedaan naar de afsnijding. Desgevraagd antwoordt hij dat het doek zelf misschien geen 100 procent bewijs levert voor die afsnijding, maar dat de afmetingen van de drie stroken linnen waaruit het doek is samengesteld daar wel duidelijk op wijzen. Die stroken komen van dezelfde rol van 140 centimeter breed, een standaardmaat van precies 2 el. De middelste strook is zo breed. De bovenste en onderste strook zijn echter 107 respectievelijk 115,5 cm breed, wat niet goed verklaard kan worden zonder latere afsnijdingen.

Even terug naar de kern: klopt er astronomisch iets van? Ja, een beetje. Met programma’s als Stellarium kun je de hemel van 8 oktober 1642 boven Amsterdam bekijken, en verrassend genoeg: de volgorde van de planeten klopt met die op het schilderij.

Maar dan moet je wel even vergeten dat Mercurius en de Zon eigenlijk het verst van de Maan verwijderd staan (zo gaat dat immers met een maansverduistering), wat hen eerder uiterst rechts zou plaatsen. Nu is als het ware bijna een halve hemelbol opgefrommeld tussen Mercurius en Mars. De ‘hemel’ in De Nachtwacht is dus eerder een kosmische fantasie dan een nauwkeurige kaart.

Een fan op X vond zelfs het sterrenbeeld Orion in de rechterbovenhoek. Toen ik hem erop wees dat Orion die dag onder de ecliptica stond en dus eerder linksonder had moeten figureren, kreeg ik een zuinig ‘Kom op zeg’ als antwoord. Sanders riposteerde iets inhoudelijker: Orion zou een dubbelfunctie hebben met Slangendrager – die wél boven de ecliptica stond.

De dag erna meldde dezelfde fan echter dat het rechterdeel van het schilderij een andere datum uitbeeldt: 24 februari 1643. Precies de dag van die eerder vermelde grote conjunctie. Uiteraard.

Een dag later laten de noeste speurders me weten ook nog de zonsverduistering van 20 maart 1643, die in onze streken niet te zien was, teruggevonden te hebben in een Pythagoreïsche 3-4-5-driehoek met hoekpunten die gevormd worden door handen en een schaduw van een hand…Inmiddels heeft deze fan zelfs een uitgebreide website gebouwd, nachtwacht.info, waarop het wemelt van dit soort ‘astronomische bewijzen’.

Het kwam mij, en vermoedelijk ook de lezer van deze Skepter, voor alsof Sanders geheel verblind was door fantasievolle verbanden die niet bewust zijn aangebracht door Rembrandt. Indachtig een recente Volkskrantcolumn van Ionica Smeets vroeg ik hem nog welke ‘ontdekking’ in het schilderij hem van gedachten zou kunnen doen veranderen. Maar daar kon inmiddels geen sprake meer van zijn.
En ik zou volgens hem lijden aan ‘falsification bias’. Daar moest ik even op kauwen, maar het lijkt me een prima omschrijving van de wetenschappelijke en skeptische methode.

Uit: Skepter 39.1 (2026)

Vond u dit artikel interessant? Overweeg dan eens om Skepsis te steunen door donateur te worden of een abonnement op Skepter te nemen.

Steun Skepsis

Pepijn van Erp is wiskundige, redacteur van Skepter en bestuurslid van Skepsis.