Ineens stond professioneel onzinontkrachter Adriaan ter Braack op de planken. Bekend als de kritische Sjamadriaan, blikt hij terug op zijn twee uitverkochte theatershows in Amsterdam en Utrecht. Sjamadriaan is nu ook columnist voor Skepter.
Maak het nemen van een ijsbad je sterker of gezonder?
Welnee, zegt Adriaan ter Braack in een uitverkocht Tivoli Vredenburg over de bekende truc van ijsbadgoeroe Wim Hof. ‘Als mensen tegen mij zeggen dat ze de Wim Hof-methode volgen, dan antwoord ik dat ik de André Hof-methode volg.’ Na een korte stilte: ‘Dat is de eeneiige tweelingbroer van Wim die nooit een ijsbad neemt. Tijdens een test van de universiteit gingen ze tegelijk in zo’n bad, want dan zou duidelijk worden dat Wim anders reageerde, omdat zijn lichaam dit gewend is. Maar tijdens die test bleek dat ze precies gelijk reageerden.’
‘Als je zelf in de zaal zit,
lijkt het allemaal spontaan,
maar bijna alles is doordacht’
Zomaar een fragment uit Ter Braacks theatershow. Tweemaal speelde hij in een uitverkocht Tivoli Vredenburg. Daarmee bouwt Ter Braack, een wetenschapsjournalist van oorsprong, voort op zijn carrière als professioneel onzinontkrachter onder het pseudoniem Sjamadriaan. Gooit iemand misinformatie de wereld in of worden er claims gedaan zonder wetenschappelijke onderbouwing, dan trekt Ter Braack ten strijde. Via columns in Trouw, lezingen bij instellingen en bedrijven, filmpjes op sociale media, interviews op televisieprogramma’s en met berichten in zijn nieuwsbrief, fileert hij heel wat gezondheidsclaims die niet stroken met wetenschappelijke kennis. Na zijn verkenning in het theater is Ter Braack vanaf 2026 óók columnist voor Skepter.
Hoe was het om in het theater te staan?
‘De voorbereiding was al heel anders. Bij een lezing vertel je en improviseer je, maar nu moest ik een spanningsboog opbouwen, je wil dat de voorstelling klopt. Maar eigenlijk ben ik beter als ik improviseer dan wanneer ik strak een script volg. Daarom wil ik in de toekomst meer interactie toevoegen.’ Die balans tussen inhoud en vorm was niet vanzelfsprekend, vertelt Ter Braack. Een regisseur hielp hem om losse verhalen en observaties te smeden tot een geheel. ‘Als je zelf in de zaal zit, lijkt het allemaal spontaan, maar bijna alles is doordacht. Dat was voor mij een eye-opener.’ ‘Bij een lezing is het vooral informatie overbrengen. In het theater moest er ook een emotionele laag onder liggen. Humor, persoonlijke scènes, een ritme dat mensen meevoert.’
Hoe gaat dat, humor mengen met emoties en toch die serieuze kritiek op kwakzalverij?
‘Mensen zeiden achteraf dat het voelde alsof ze bij een cabaretier zaten. Er valt wat te lachen, maar je kreeg ook informatie mee.’
Dat klinkt inderdaad heel anders dan bij lezingen. Daar ga je wel eens in discussie begrijp ik, zoals in Limburg met een osteopaat.
Dat werd een interessante discussie. Volgens die osteopaat had een huilbaby last van een energetische blokkade, omdat die met een keizersnede werd geboren. Om de blokkade op te heffen, had hij de baby door een rubberen slang laten gaan, zodat de baby alsnog de ‘ervaring van de natuurlijke geboorte’ kon ervaren. De baby stopte met huilen. Maar baby’s huilen nou eenmaal en ze stoppen ook vanzelf weer. Dat kun je wijten aan de rubberen slang, maar het kan ook om een andere reden zijn. Dat is het probleem met dit soort mensen, ze staan niet open voor dat iets ‘per ongeluk’ zo is gegaan. Ze zien anekdotische bewijzen aan voor de waarheid.’ Die keuze om het publiek bij een theatershow minder ruimte te geven, zorgde volgens Ter Braack voor een ander soort spanning. De interactie was er wel, maar heel anders dan hij gewend was. ‘Dat was bijna nog sterker. Je bouwt een grap of een punt op, denkt: hier komt een reactie. En dan gebeurt er niets. En vijf minuten later klappen ze bij iets waarvan je dacht dat het gewoon een illustratie was. Dat maakt elke show uniek. Maar tegelijk leer je ervan: blijkbaar werkt dit voorbeeld niet, of moet ik het anders brengen.’
Wilde je mensen nog iets meegeven?
‘Ja, hoe je omgaat met beweringen waarvan je denkt: dit kan niet kloppen. Vraag in zo’n geval om een bron, waar komt die wijsheid vandaan? Als ze dan meteen boos worden, dan weet je al dat er geen betrouwbare bron is. Ik heb bijvoorbeeld anderhalf uur met Arie Boomsma in een café gezeten, maar die man past bewijzen aan aan zijn wereldbeeld. Op alles waarvan ik zei, waar is het bewijs, de bron, gaf hij als antwoord dat de wetenschap nog niet zo ver is en dat hij een pionier is. Dat bewijs komt volgens hem nog wel. Het mag duidelijk zijn dat dat niet zo is. Hij is geen deskundige.’
Hoe voelde je je toen de shows voorbij waren?
‘Vooral opgelucht. Niet alleen omdat het optreden zelf achter de rug was en ik weer adem kon halen. Zeker ook omdat de reacties oprecht enthousiast waren. Veel bezoekers herkenden zichzelf in de voorbeelden, lachten om de grappen, of ze zeiden iets over hoe het luchtig en inhoudelijk tegelijk was.’ ‘Op Instagram stroomden de berichten binnen. Veel mensen die er niet bij konden zijn, vroegen meteen: kom je ook hier of daar optreden?’
Is het voor herhaling vatbaar, die theatershows? Of ga je liever terug naar lezingen?
‘Lezingen zijn anders, maar zeker niet minder leuk. Dat je een theatershow kunt gieten in kleine scènes die samen een boog maken, dat was nieuw voor mij. Maar ik wil wel op actualiteit kunnen inspelen. Als er op het moment van zo’n show iets gaande is in de wereld van influencers en kwakzalvers, wil ik dat erin verwerken. Dan voelt het voor het publiek ook alsof het nú gebeurt.’ ‘Maar ik kan niet alles tegelijk, dan moet ik kiezen wat ik wil doen, waarmee ik het publiek bereik dat ik wil laten zien dat er veel kwakzalvers zijn die met ongefundeerde boodschappen komen. Misschien ga ik een tour langs theaters doen, misschien ook niet. Maar dat ik verhalen kan vertellen op een manier waar mensen om lachen én iets van opsteken, dat smaakt absoluut naar meer.’
Joke Heikens is freelance wetenschapsjournalist
Fotografie Thomas de Wit
Dit artikel stond ook in Skepter 39.1
