Pendelprijs voor minister Hoogervorst

door Jan Willem Nienhuys

Prijs voor minister HoogervorstNa het rapport over de dood van Sylvia Millecam liet minister Hoogervorst zich kritisch uit over de homeopathie. Daarvoor kende de Stichting Skepsis hem de Piramidependelprijs toe.

De verontwaardiging van de homeopaten was groot geweest. De minister was dan ook volstrekt duidelijk geweest: homeopathie is letterlijk niets (‘gewoon water’) en artsen, die toch niet voor niets hebben doorgeleerd, zouden dat moeten snappen. De getergde homeopaten daagden hem uit tot een proef waarvan ze een verbeterde versie niet durfden uitvoeren (Skepter, maart 2004). Later kwamen de homeopathische artsen nog op bezoek, en ook toen bleef de minister helder over de onwetenschappelijkheid van deze ongetwijfeld deskundige dokters (Stop de persen, 5 mei 2004).

Eerdere bewindslieden waren opvallend lankmoedig geweest over alternatieve geneeswijzen, en de uitspraak van de minister getuigde van politieke moed. Daarom kende Skepsis hem de Piramidependelprijs toe. Deze prijs is bestemd voor personen die de doelstellingen van Skepsis door publieke uitlatingen bevorderen. Eerdere prijswinnaars waren Maarten Spanjer, Midas Dekkers en Wim T. Schippers.

Homeopathie is wegens de combinatie van massale verbreiding, volstrekte onzinnigheid, wetenschappelijke pretenties en steun door producenten en handelaren de belangrijkste pseudowetenschap van Nederland. Ze berust op misleiding, waarbij de beoefenaren ook zichzelf voor de gek houden. Ondanks de vele proeven is er nog nooit een homeopathisch middel gevonden dat voor ook maar enige kwaal meer doet dan wijwater of suikerpilletjes. Sommige meta-analyses suggereren dat kennelijk het vooroordeel van de homeopathische onderzoekers doorwerkt in hun resultaten (Skepter, maart 2003 en maart 2000). Ook verschijnen er regelmatig verhalen over vermeende effecten van extreme verdunningen, die dan weer ontkracht worden als ze belangrijk genoeg zijn. Uit deze veelheid van gegevens selecteren de homeopaten veelal uiterst eenzijdig.

De minister aanvaardde graag de prijs, en op 14 december togen drie bestuursleden van Skepsis naar Den Haag om hem de prijs te overhandigen. Tijdens de prijsuitreiking zei Skepsisvoorzitter Frans Sluijter, dat de minister indertijd veel te weinig steun had gekregen van de velen die het met hem eens waren, en dat hij het volste vertrouwen had dat de minister ook in de toekomst de rug recht zou houden. (Wat de minister later ook deed, want toen de homeopathische fabrieken gedaan kregen dat ze de waarschuwing ‘dit heeft geen werking’ niet meer hoefden aan te brengen op hun middeltjes, besloot de minister dat ze dan de indicaties ook maar moesten verwijderen.)

De minister was blij, want het gebeurt niet vaak dat ministers prijzen krijgen. Het ging hem overigens niet zozeer om een strijd tégen de homeopaten, maar om een strijd vóór wetenschappelijke onderbouwing van de gezondheidszorg.

Daar hecht de alternatieve geneeskunde niet aan, en dat geldt zowel voor beoefenaren als klanten. In de VS bleek laatst dat ook als definitief zou blijken dat alternatieve middelen wetenschappelijk onzin waren, niettemin zeventig percent de alternatieve genezers zou blijven raadplegen. Dat vond Hoogervorst onvoorstelbaar. Wat zoeken mensen dan bij de alternatieven? Hij citeerde Ted Kaptchuk in Medisch Contact. De alternatieve genezers stralen een onbegrensd vertrouwen uit. ‘Kan niet’ bestaat niet, en voor alles is een zalfje of drankje. De reguliere artsen zijn bedachtzamer. Aan de andere kant vond de minister dat sommige alternatieve genezers er beter in slagen de patiënt centraal te stellen. Ze hebben meer tijd voor de patiënt, kunnen goed luisteren, hebben betere bedside manners. Dat kunnen reguliere artsen wel van de alternatieven leren. De minister zei dat hij vertrouwen had in de mondige patiënt die kritiek heeft op medische arrogantie, maar hij betreurde het dat diezelfde patiënten weinig kritisch zijn over de alternatieven (de toespraak van de minister staat op de website van VWS).

Het was een prettige ontmoeting, en het ministerie van VWS publiceerde samen met Skepsis een persbericht met een samenvatting. De Telegraaf en De Gelderlander citeerden hieruit alleen het stukje over hoe regulieren wat kunnen leren van de alternatieven, tot groot plezier van de laatsten natuurlijk. De alternatieve neiging tot selectief citeren had zich weer doen gelden.

Uit: Skepter 17.4 (2004)

Jan Willem Nienhuys is redacteur van Skepter en secretaris van Skepsis