Rubriek Parariteiten – 14

Skepter 14.4 (2001)

1. Van de schappen!

Half oktober werd aangekondigd dat een groot aantal homeopathische middelen per 1 januari 2002 uit drogisterijen en apotheken zouden verdwijnen (2 november werd het officieel). Het gaat voornamelijk om zogeheten artikel-6 middelen. Er zijn ongeveer 3000 homeopathische middelen aangemeld van het soort dat homeopaten voorschrijven: sterk verdunde ‘enkelvoudige’ middelen zonder verdere indicatie waar ook geen reclame voor gemaakt mag worden, zoals een triljoen maal een triljoen maal schudverdund keukenzout of arsenicum. Van dat type zijn er 1768 veilig en onschadelijk bevonden. Er zijn echter ook een stuk of 400 middelen (er komen nog dagelijks dossiers binnen) die voor zelfzorg bedoeld zijn: allerlei mengsels en matig verdunde plantenaftreksels, met indicatie. Daarvan zijn er nog maar twee goedgekeurd (w.o. een middel tegen koorts en zenuwpijn, zie Stop de Persen 3 december 1999), en de hele rest mag na 1 januari niet meer in de winkel staan voordat de goedkeuring rond is.

De Inspectie van de Gezondheidszorg piekert er niet over om uitstel te verlenen. Ze hebben al eens een jaar uitstel gegeven. De Nederlandse overheid is al buitengewoon ruimhartig dat ze via een geheel eigen interpretatie van de Europese regels bij de middelen volgens artikel 6 (die met indicatie dus) geen wetenschappelijk bewijs van werkzaamheid verlangen. De Europese regels dateren van 1992, in 1995 werd het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) belast met de controle, en in 1997 meldde dr. Frits Lekkerkerker tijdens de jaarvergadering van de Vereniging tegen de Kwakzalverij dat er al 10.104 artikel-6 producten waren aangemeld.

Met de deadline in zicht begint homeopathisch Nederland zich in de meest wonderlijke bochten te wringen. De Bond van Farmabedrijven Nederland (BFN) spande een kort geding aan tegen de minister dat op 9 november voorkwam. De Bond zei dat ze te weinig tijd hadden, hoewel ze vanaf 1992 de bui al hadden kunnen zien hangen. Hun smoes was dat ze de exacte invulling van de regels pas in 1999 te horen kregen. De minister won. Vervolgens kondigden VSM en Nehoma een kort geding aan (komt op 18 december voor), waarin ze een overgangsregeling eisten voor smeerseltjes en degelijke waarvoor een aanvraag was ingediend. De firma knijpt hem als een ouwe dief, want ze kunnen met geen mogelijkheid zeggen wat er precies in kruidenextracten als Spiroflor zit. Op 24 november laten ze dapper paginagroot weten dat ze nergens bang voor zijn: hun spullen zijn goed, de overheid is te langzaam.
‘We kunnen niet anders dan naar de rechter stappen’. Onzin, je kunt ook eens doen alsof je een echt farmaceutisch bedrijf bent. Ondertussen zijn een aantal bedrijven van plan om een aantal spullen als ‘voedingssupplement’ aan te bieden, zodat die onder de Warenwet vallen. Flauwekul natuurlijk, want als je iets tegen een kwaal aanbiedt, dan valt het onder wetten op geneesmiddelen, en voor de Warenwet moet je trouwens evengoed weten wat je verkoopt. De homeopatenclub KNVH roert zich ook. Zij willen eveneens procederen, en ze zijn bezig met een handtekeningenactie. De drogisterijwerkgevers vrezen ontslagen, maar de meeste consumenten kan het niet schelen. Er blijft nog genoeg over, denken ze. (jwn)

Naar overzicht Parariteiten

2. Verdund bewijs

De chemici Kurt Geckeler en Shashadar Samal in Zuid-Korea hebben een geheel nieuw fenomeen ontdekt dat zich afspeelt in de meest boeiende en raadselachtige vloeistof ter wereld, namelijk water. Ze ontdekten dat verschillende stoffen die opgelost zijn in water, bij het toevoegen van meer water (‘verdunnen’ noemt een scheikundige dat) eigenaardige klonteringen gaan vertonen. De moleculen gaan bij elkaar hangen, alsof ze bang zijn voor hun waterige omgeving. Dat zou te zien zijn als men met laserstralen door water schijnt, en ook als men het hele zaakje weer indroogt.

Concentreren door te verdunnen — dat riekt naar homeopathie! moeten ze bij de redactie van New Scientist gedacht hebben. En ze plaatsten het berichtje op 10 november over anderhalve pagina, helemaal vooraan, met als kop: ‘Is dit de truc die bewijst dat homeopathie geen klets is?’ De onderzoekers komen aan het woord over hun ‘contra-intuïtieve’ ontdekking. Ze reppen in hun artikel slechts over een eventueel verdiept inzicht in verschijnselen die bij verdunning een rol spelen en laten zich tegenover journalist Andy Coghlan voorzichtig uit. Maar die blijft maar over homeopathie babbelen. Hij geeft zelfs een samenvatting van de zaak-Benveniste (zie Skepter juni 1991, maart 1994 en Parariteiten, maart 1997). Benveniste gebeld, maar die ziet geen relevantie voor zijn werk. De verdunningen zijn niet extreem genoeg, zegt hij. Dat klopt, de sterkste verdunning blijkt nog wat zouter dan zeewater. Een andere onderzoeker denkt dat het de werkzaamheid van matig verdunde homeopathie kan verklaren. Chemicus ‘Jan Enberts’ uit Groningen werd gebeld (waarom hij?) maar die ziet geen enkele reden om hier biologische relevantie aan toe te kennen. Dan maar naar Peter Fisher van het Royal London Homeopathic Hospital. ‘Het is geen bewijs voor de homeopathie, maar het sluit aan bij wat we denken en is heel bemoedigend.’

Het is al met al een treurig stemmend rondje deskundigen dat de lezer van New Scientist voorgeschoteld krijgt, en dat alleen maar omdat Andy zo nodig wil horen dat dit een bewijs is voor homeopathie. Tja, als de deskundigen dat ontkennen, moet je wel steeds verder zoeken. Skepsis raadpleegde ook deskundigen, waaronder een die vier jaar lang met laserstralen door water geschenen heeft. Onzin, een artefact van een buitengewoon indirecte meetmethode, in een tijdschrift waar wel vaker iets langs de referenten glipt, oordeelden ze. De ‘verdunde’ zoutoplossing zou (volgens Geckeler en Samal) zoutklonten zo groot als bacteriën bevatten, die niemand ooit zijn opgevallen. Hoezo verdunnen? (mh)

Naar overzicht Parariteiten

3. Nostradamus zag het al

‘In het jaar van de nieuwe eeuw en negen maanden,
Zal uit de hemel komen een grote koning van verschrikking
De hemel zal branden op 45 graden, en vuur zal de aarde omspannen.
Vuur nadert de grote nieuwe stad.’

Binnen 24 uur na de aanslag op het WTC vloog bovenstaand ‘Nostradamisch’ kwatrijn via Internet de wereld rond, meestal voorzien van de aantekening dat New York op 45 graden noorderbreedte ligt (het scheelt maar 5 graden…), en de oproep deze angstwekkend accurate voorspelling van de ramp verder te verspreiden. Een andere ‘voorspelling’ leek nog beter:

‘In de stad York zal plaatsvinden een ineenstorting,
twee tweelingbroers uiteengerukt door chaos
Terwijl het fort valt zal de grote leider vallen
Derde grote oorlog zal beginnen als de grote stad brandt.’

De niet-kenners van Nostradamus zorgden onmiddellijk voor een gigantische hausse in de belangstelling voor de beroemde Franse ziener, maar voor de kenners was onmiddellijk duidelijk dat deze mislukte versjes nooit van hem afkomstig konden zijn. Ten eerste ontbrak informatie waar in zijn werken deze verzen te vinden zouden zijn. Ten tweede bevat het eerste kwatrijn te veel saaie herhalingen in woord en beeldspraak; Nostradamus zorgde er wel voor dat de twee laatste regels van een kwatrijn een heel ander thema leken aan te snijden. De twee openingsregels lijken verdacht veel op het begin van het enige gedateerde kwatrijn, nummer 72 van Centurie 10: ‘In het jaar 1999 en zeven maanden…’ (zie Parariteiten, juni 1999), de eerste helft van regel drie, en regel vier, zijn het begin van kwatrijn 97 van Centurie 6. (Een Centurie is een groep van honderd kwatrijnen.) En wat het tweede kwatrijn betreft: de laatste regel is werkelijk te krom én te doorzichtig om ook maar iemand voor de gek te houden. Het was een mutatie van een stukje uit een Canadese scriptie uit de jaren 1990.

En dat terwijl Nostradamus best wel bruikbaar materiaal heeft achtergelaten. Centurie 2, kwatrijn 83:

‘De grote handel van een groot Lyon veranderde,
Het grootste deel wordt tot de ruïne van weleer.
Ten prooi aan de soldaten, weggevaagd door plundering,
Door het Jura gebergte en de Zwitserse motregen.’

Lees voor Lyon (in Nostradamus’ dagen een rijke handels- en bankiersstad) het eiland Manhattan, beschouw wolkenkrabbers als bergen en Zwitsers als symbolisch voor geld, motregen (bruine) als een handig rijmwoord voor ruine, en de oude sluwe meester heeft weer het laatste woord.

Niet alleen de pseudo-Nostradamussen hadden het druk na de aanslag, ook de numerologen maakten overuren. Zij hadden meer succes. Bedenk dat de aanslag plaatsvond op 11 september, de negende maand van het jaar:

* De Twin Towers leken veel op het getal 11.
* 9+1+1 = 11.
* Na 11 september telde 2001 nog 111 dagen.
* Het alarmnummer in de VS is 911. De negende september is daarom ook ‘national emergency number day’.
* Het eerste toestel dat insloeg had vluchtnummer 11
* Met 92 passagiers aan boord. 9+2 = 11
* Het tweede toestel (vlucht 175) had 65 mensen aan boord. 6+5 11
* New York is de elfde staat van de VS.
* New York City en The Pentagon tellen beide 11 letters. Afghanistan trouwens ook.
(mh, met dank aan Fortean Times)

Naar overzicht Parariteiten

Skepter 14.3 (2001)

1. Geen kanker maar bacterie

(follow-up en correcties voor dit artikel in maart 2004)
De levenslustige en aantrekkelijke tv-ster Sylvia Millecam (Ook dat nog, Knoop in je zakdoek, Klokhuis) was al langere tijd ziek; een infectie, werd gezegd. Na een vakantie in Frankrijk dacht ze weer aan de beterende hand te zijn, maar haar huwelijk in juli was toch uitgesteld. Om 2 uur ’s ochtends op maandag 20 augustus stierf ze, 45 jaar oud, aan een borstkanker die schijnbaar pas op de vrijdag daarvoor was vastgesteld.

Spoedig bleek dat ze september 1999 al een knobbeltje in de borst had, en dat ze in voorjaar 2000 in het Kennemer Gasthuis, en daarna in mei in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis te horen had gekregen dat de tumor al zo groot was dat opereren zonder voorafgaande chemokuur niet mogelijk was. Ze wees dat af, en stortte zich in een geheel eigen en dodelijk programma ‘Plank voor je Kop’: de alternatieve wereld, die nu wel heel bont bleek, en heel duur: enkele tonnen.

Zo arriveerde ze zomer 2000 in een Zwitserse kliniek die een uitvinding van universeel genie Panos T. Pappas toepast: de PAP Ion Magnetic Inductor. Uit een slang van dit apparaat — die zo te zien uitmondt in een dikke lus met twee windingen — komen magnetische pulsen, waarvan de weldadige werking onder meer berust op koude kernsplitsing (K wordt Na+O). Het toestel zou ook helpen tegen aids, verstuikte enkels en maagzweren. Op een website van Pappas staat dat deze reactie energie oplevert, maar volgens de conventionele natuurkunde moet er zoveel energie bij dat die alleen maar bij de paar miljard graden in de kern van een supernova beschikbaar is.

Daarna liet ze zich door de Hilversumse kwakzalver Kees Boegem met keukenzoutcapsules (‘een lichaamseigen stof!’) pekelen en door Jomanda bestralen (‘uit de andere wereld is doorgekomen dat alles goed is zoals het is; ik blijf toch het woord kanker bestrijden, absoluut’). Eind 2000 bezocht ze twee maanden lang C.J.M. Broekhuyse, een Haarzuilense arts-kwakzalver en auteur van Vluchten kan niet meer. Die vertelde haar dat haar kanker werd veroorzaakt door een bacterie, waar hij wel enige zelfontwikkelde middeltjes tegen had. Die bleken niet te helpen (‘ga toch even op zoek naar een chirurg’), maar het geloof in de bacterie bleef. Ook zou Syl volgens Privé een jaar lang patiënt zijn geweest in het homeopathische Instituut Walborg, en daar ozontherapie en een ‘gigantische hoeveelheid medicijnen’ hebben gekregen.

Nog maar een half jaar geleden verkondigde ze aan studiopubliek dat ze geheel genezen was van kanker. De laatste etappe bracht Syl door ten huize van Jos M.A. Koonen en Tonny Derksen, vrienden van de familie Millecam. ‘Integere mensen die op hun wijze hun uiterste best hebben gedaan,’ aldus Syls vriend Nol Willemsen. Huisarts Jos doet aan colonhydrotherapie (darmspoelingen tegen vastgekoekte gifstoffen), homeopathie, acupunctuur, elektroacupunctuur, geluidstherapie volgens Sharry Edwards (het lichaam helpen door toevoer van complementaire frequenties en harmonischen, na analyse van stemafdrukken), kortom ook een veelzijdig kwakzalver. In de woning in Millingen aan de Rijn werd een PAP-IMI apparaat geïnstalleerd en Lotje gedoopt. De patiënte kreeg ook daar volop homeorommel (‘nee hebben we en ja kun je krijgen’ zei de dokter). Toen de zieke de laatste drie weken snel achteruitging en van benauwdheid, pijn en oedeem niet meer kon liggen, zitten, slikken, slapen of staan werd ze op vrijdag naar het Radboudziekenhuis in Nijmegen gebracht. Daar konden de artsen alleen nog maar vaststellen dat ze hooguit nog twee weken te leven had.

Wie een zekere vroege dood verkiest boven een chemokuur en een tamelijk zekere genezing (meer dan 90 procent zeker voor de combinatie van opereren, bestralen en chemo) is daar vrij in. Artsen horen echter niet mee te werken aan de instandhouding van een illusie die voor een afschuwelijk ziekbed zorgt en de zieke ook nog de gelegenheid ontneemt zich op de dood voor te bereiden. AvL-chirurg E. Rutgers in Nova van 1 september over bacteriën en Jomanda’s kletsverhaal: ‘pure misleiding, crimineel, misdadig — ik heb geen andere woorden.’ (jwn)

Naar overzicht Parariteiten

2. Bomhoffs opstand

Het begon zo onschuldig. ‘Hofpredikant’ C.A. ter Linden verklaart (in NRC Handelsblad) op paaszaterdag de neochristelijke visie op het bijbelverhaal van de opstanding van Jezus, die telkenjare met Pasen gevierd wordt. Eigenlijk is het een halve boekbespreking van Verder met Nederland van oud-diplomaat Peter van Walsum in combinatie met Waarlijk opgestaan! Een discussie over de opstanding van Jezus Christus van de Leidse nieuw-testamenticus H.J. de Jonge. Van Walsum is het opstandingsverhaal als een legende gaan zien. Volgens Ter Linden en De Jonge waren dergelijke verhalen (bijvoorbeeld over Romulus, zie ook 2 Makkabeeën) tamelijk gewoon in de Oudheid. Het paasverhaal was oorspronkelijk een metafoor die geleidelijkaan steeds letterlijker werd genomen. Ter Linden vindt dat het verhaal waar is, maar in spirituele zin: ‘Gods keuze voor … deze door mensen misverstane en verworpen gekruisigde.’ De moraal is dat Van Walsum ook zonder letterlijk geloof in de opstanding christen kan blijven.

Op 2 juni barstte NRC-columnist Eduard Bomhoff los. In de nagalm van zijn verdediging (tegen Piet Borst) van de alternatieve geneeswijzen begin dit jaar kwam hij in opstand tegen Ter Linden. Met zoveel getuigen — volgens de bijbel — staat de verrijzenis van Jezus op 5 april 33 toch wel vast. Ter Linden maakt dezelfde fout als Hume, die — dicit Bomhoff — het bestaan van wonderen ontkende omdat die strijdig zijn met de natuurwetten.

Bijna twintig reacties over en weer, voornamelijk van randstedelijke intelligentsia, volgden in een maand tijd, terwijl diverse briefschrijvers ook nog elders in de krant hun gal uitstortten over de mededeling van Piet Borst (2 juni) dat hem het atheïsme met de paplepel was ingegoten. De hoogleraar Herman Philipse nam het op voor Ter Linden en Hume. Bomhoff had Hume niet begrepen (‘hij begeeft zich met verfrissende bravoure op een hem onbekend vakgebied’). Als we een verhaal over een wonder moeten beoordelen gaat het om twee al dan niet waarschijnlijke gebeurtenissen: óf het wonder geschiedde óf de getuigen zijn onbetrouwbaar. Een rationeel oordeel accepteert het kleinste wonder, en dat is meestal de tweede mogelijkheid, gegeven de menselijke neiging om te liegen, te fantaseren, te overdrijven of zich domweg te vergissen. Het maakt daarbij niets uit of het wonder onwaarschijnlijk is of erg onwaarschijnlijk. De wat amateuristische rekenpartij met waarschijnlijkheden van Philipse zal de wiskundige en econoom Bomhoff wel niet overtuigd hebben. Philipse gaf als voorbeeld nog een bericht van Tacitus: de wonderbaarlijke genezing van een blinde door het speeksel van keizer Vespasianus. Helaas maakte Bomhoff er vervolgens een Leiden-Nyenrode controverse van. De origineelste bijdrage kwam van Maarten ’t Hart die een onopvallend wonder in de bijbel signaleerde: in Mattheüs 27 vers 52 staat dat vele ontslapen heiligen weer tot leven kwamen op het tijdstip van Jezus’ verscheiden. Maar in plaats van meteen naar huis te gaan op vrijdagavond, bleven ze op hun graf zitten en kwamen daar pas vandaan (vers 53) na Jezus’ opstanding. (jwn)

Naar overzicht Parariteiten

3. Dolfijn!

Wie aan Harderwijk denkt, denkt aan files, patatlucht, massa’s mensen die zich verdringen rond bakken water en een immense hal waarin dolfijnen en zeehonden hun verplichte sprongetjes maken. Als medisch centrum had het dolfinarium nog niet echt naam gemaakt. Stichting Sam gaat daar verandering in brengen. Het Dolfinarium moet het eerste Nederlandse zeezoogdierenpark worden waar contact wordt gelegd tussen dier en kind.

De stichting is genoemd naar de vijfjarige geestelijk gehandicapte Sam Griffioen. Sam had er al veertien therapeutische ontmoetingen met dolfijnen in de VS op zitten toen hij eind augustus in Harderwijk kennis mocht maken met de dolfijn Moby. Volgens zijn vader, manueel therapeut en psycholoog Richard Griffioen, is zijn zoontje daar zeer sterk van opgeknapt. Hoe dat kan? ‘Uit onderzoek is gebleken dat muziek, water en interactie met zoogdieren helpen bij het vasthouden van de concentratie. Bij dolfijnensessies heb je al deze elementen bij elkaar.’ In New-Agekringen, waar het dolfijnencontact al veel langer populair is, wordt wel beweerd dat vooral geestelijk gehandicapten in staat zouden zijn ‘contact te maken’ met dolfijnen. Of, een stuk aardser, dat de sonar van dolfijnen een stimulerend effect zou hebben. Hoe dan ook, de vakgroep diergeneeskunde van de universiteit van Utrecht gaat vanaf dit najaar samen met Sam onderzoeken wat hiervan waar is. Een positief resultaat lijkt onvermijdelijk, want omstuwd door zoveel aandacht en liefde zal Sam best wel weer wat verder komen. (mh)

Naar overzicht Parariteiten

4. De kolenboer komt

Het leek El Cid, de introductiecommissie van de Leidse universiteit (de vrijwilligersclub die de eerstejaars bezig moet houden) zo’n aardig idee: Emile Ratelband met zijn gloeiende kooltjes. Weer eens wat anders dan de traditionele hoogtepunten roeien, blindemannetje en bungeerunnen (een elastiek om en dan maar vooruit stormen). Emile kwam, zag de enorme belangstelling en besloot vroeg te beginnen om op tijd thuis te zijn. De NLP-geherprogrammeerde eerstejaars (‘Als je het wilt, kun je het ook! Tsjakka!’) liepen dus letterlijk over hete kolen. Tachtig wist Ratelband over te halen, ruim vijfentwintig hielden er verbrande voeten aan over, negen van hen besloten naar het ziekenhuis te gaan en vijf daarvan bleken tweedegraads brandwonden te hebben. Eén is er ernstig aan toe: ze raakte in paniek en belandde midden in de kooltjes. Opname was in geen van de gevallen nodig. De media, altijd belust op ‘ontgroeningsexcessen’, besteedde er ruime aandacht aan. De Leidse universiteit liet weten de zaak hoog op te nemen. Ratelband liet weten dat hij zijn optreden met de commissie zou ‘evalueren’ maar hij wist al te melden dat er niet goed naar hem was geluisterd. Sommige slachtoffers zouden hun voeten niet snel genoeg schoongemaakt hebben of voldoende intens ‘koel mos’ gemompeld hebben en ‘als jong volwassene heb je een eigen verantwoordelijkheid.’ (Ratelband niet dus.)

Kortom, er gebeurde eigenlijk niets ernstigs, er zal ook niets gebeuren om herhaling te voorkomen en Ratelband strooit zijn kooltjes volgende week weer lustigjes ergens anders uit. (mh)

Naar overzicht Parariteiten

Skepter 14.2 (2001)

1. Karma in Leusden

Op zondag 29 april waren het thema karma en reïncarnatie het onderwerp van discussie in het Café des Idées van het ISVW te Leusden. De filosoof en Skepter-auteur Erik Hoogcarspel en de eveneens aan lezers van Skepter welbekende medicus en self-made filosoof dr. Hugo Verbrugh traden tegen elkaar in het strijdperk. De godsdienstfilosofe dr. Jildi Mohamad Sjah ging voor Skepsis luisteren. Verbrugh gaf de aftrap, en pakte breed en wollig uit. Hij noemde reïncarnatie het belangrijkste thema van het millennium en karma een gangbaar begrip. Dat had hij ontdekt door de krant te lezen. Zijn betoog, in de vorm van een tiental vragen aan het publiek die hij voor het gemak zelf maar beantwoordde, was rijkelijk gelardeerd met zijsporen en anekdotes. Later verzuchtte Hoogcarspel dat het niet meeviel om overtuigend over te komen tegenover het retorisch geweld van verhaaltjes en citaten uit de Reader’s Digest en Prana. En als je opponent zich filosoof noemt, maar meent dat Hume (die het bestaan van de ziel ontkende) een aanhanger van reïncarnatie was, en de ene drogreden op de andere stapelt, dan is de strijd wel erg ongelijk. Het viel onze spionne op dat Verbrugh de traditionele monotheïstische geloofsinhouden zonder meer afwijst, en een al even traditioneel niet-westers geloof, namelijk dat van de reïncarnatie, niet alleen interessant maar ook noodzakelijk vindt. Het begrip karma behoren we, aldus Verbrugh, te verbinden met verantwoordelijkheid die op deze wijze een metafysische uitbreiding krijgt over de dood heen. Bovendien krijgen we in deze tijd te maken krijgen met procreatie zonder copulatie, klonen bijvoorbeeld. Verbrughs opvatting over noodzakelijkheid van reïncarnatie vloeit kennelijk voort uit zorgen over de stand van de medische wetenschap.

Wat er wedergeboren wordt, zo vervolgde Verbrugh, is een ‘reïncarnerende entiteit’ die onze herinnering met zich meeneemt, tegelijkertijd leven we voort in de herinnering van anderen. Het denken over reïncarnatie is tevens een ‘performatieve denkdaad’ die maakt dat het thema gedacht en ook op filosofische wijze onderzocht kan worden.

Voor Hoogcarspel bleef er niet veel tijd meer over. Hij beschouwde reïncarnatie in het westerse denken als een mythe, die via Pythagoras en Plato uit Egypte stamt. De Egyptenaren spraken echter over een laatste reis na de dood. Deze gedachte kan mogelijk afkomstig zijn uit India, waar reïncarnatie als een kringloop vanzelfsprekend was. Het dode lichaam werd daar verbrand, de ziel stijgt op en als het regent komt de ziel weer terug op aarde.

Karma noemde Hoogcarspel een verklaring voor het kwaad en onrecht in de wereld. Hij ging nog een stap verder door reïncarnatie te vergelijken met ‘kielhalen’, een straf waaruit lering getrokken dient te worden. In India zijn methoden ontwikkeld om deze pijnlijke kringloop te beëindigen. De recitatie van een mantra kan bijvoorbeeld de gevolgen van slecht karma elimineren. Er is geen verband tussen karma en verantwoordelijkheid. Als je elk ongeluk of handicap aan ‘karma’ wijt is dat een verklaring achteraf. Verantwoordelijkheid betekent dat je iets wilt, dat wat je wilt ook uitvoert en voor de gevolgen door de betrokkenen aanspreekbaar bent. Dat is heel wat anders dan je aan de regels houden uit angst voor repercussies in een volgend leven.

De voorstelling van een reïncarnerende entiteit was voor Hoogcarspel moeilijk te vatten want een entiteit neemt ruimte in. Als argument tegen de ‘performatieve denkdaad’ stelde hij dat alles wat alleen gedacht wordt, niet kenbaar is en dus geen object voor onderzoek. Voor Hoogcarspel is de wereld niet rechtvaardig en dat kun je niet met karma goedpraten.

De hoge opkomst bewees dat het een interessant thema was en het publiek beklaagde zich dan ook dat er te weinig tijd voor discussie was. Daar waren ze toch voor gekomen, en niet voor muzikale intermezzo’s. Tijdens de discussie met het publiek kwamen er getuigenissen van mensen voor wie reïncarnatie een waar geloof was die hen anders in het leven deed staan.

Naar overzicht Parariteiten

2. Tochtige spookstad

Tien dagen lang heeft een team van 240 nieuwsgierige ghost busters door de onderaardse gangen en gewelven van Edinburgh en Edinburgh Castle gedwaald. Het barst daar van de spoken, zeggen veel inwoners (en de lokale VVV is het daar graag mee eens). Na afloop van het onderzoek, op 17 april, moest onderzoeksleider/psycholoog Richard Wiseman toegeven dat er veel meer te voelen was dan hij had verwacht. Bijna de helft van de medewerkers rapporteerde gekke kille plekken, onverwachte rillingen en onverklaarbare angstige momenten. Eén van hen raakte zelfs overstuur van een nauwelijks hoorbaar spookachtig gekreun, en er zijn ook echte spoken gemeld. Een en ander gebeurde op de plekken die al bekend stonden vanwege deze griezeleffecten. Wiseman, die eerder een spookachtig koude hoek in Hampton Court Castle wist te verklaren als het gevolg van een verborgen (doch tochtige) geheime deur, denkt dat ook op veel van deze plekken curieuze licht- en luchteffecten de haren even overeind kunnen zetten. De fantasie doet dan de rest. En het spook komt gewoon even kijken. (mh)

Naar overzicht Parariteiten

3. Economisch einde

Het is heel eenvoudig. Op 18 oktober 1961 verscheen Maria aan vier meisjes in San Sebastian de Garabandal, Spanje. De Moeder Gods voorspelde toen een groot wonder. Ze zei niet wanneer het zou gebeuren maar in ieder geval op een donderdag. Dat was vele jaren voordat ex-topambtenaar van financiën Frans Rutten ontdekte dat hij streng katholiek was. Maar wat gebeurde daarna? Iemand belde (Frans houdt geheim wie), een ‘zieneres’, en deze vertelde dat het zou gaan om 11 april, de sterfdag van de heilige Stanislaus van Krakau (ca. 1030-1079). Rutten, in De Telegraaf van 14 maart: ‘Ik ben nagegaan wanneer zijn feest weer op een donderdag valt. In 2013. Maar de zieneres had erbij verteld dat deze paus dit grote wonder zou gaan meemaken. Dan klopt dat jaartal dus niet, want de kans dat deze paus dan nog leeft is 9 procent. De andere donderdag is in 2002. Volgend jaar dus.’

Ruttens theologische wiskunde is blijkbaar al uitgelekt want in NRC Handelsblad van 15 maart meldt hij dat goedgelovige Amerikanen al ‘dik betaald’ hebben om straks in Spanje op de eerste rij te zitten. Maar u bent gewaarschuwd. Op 11 april 2002 begint het Einde der Tijden. Rutten heeft het u voorspeld. En als er die dag niks gebeurt, stapt hij op als voorzitter van het Instituut voor Katholieke Informatie. ‘Het verschijnsel wordt spectaculairder dan het om zijn as tollen van de zon zoals dat in 1917 in Fatima in Portugal te zien was. En in een bosje zal een teken overblijven.’ Fijn, zo’n bosje. Leuk voor de lokale ansichtkaartenindustrie. Maar heeft Maria niks nuttigers te doen? (SdP voorspelt dat volgend jaar op 12 april wordt ontdekt dat de feestdag van Stanislaus 8 mei is, en dat die in 2003 op een donderdag valt.) (mh)

Naar overzicht Parariteiten

4. Jomanda unplugged

Het genezend medium verkeert in de problemen. Ze heeft geen zendtijd meer. Negen jaar lang konden haar trouwe fans hun bronwater instralen door de flessen voor de radio te zetten tijdens haar uitzendingen voor Noordzee FM. Begin mei echter was de laatste straaldag. De zender vindt Jomanda niet meer bij zijn imago passen. Jomanda is te oud. Geen nood, dacht ze, want bij die andere jonge omroep, Yorin (wat vroeger Veronica heette), werd inmiddels druk gesleuteld aan een ochtendprogramma waarin Jomanda samen met Marga Bult zieke kijkers in zou stralen. Een week na haar vertrek bij Noordzee FM trok echter ook Yorin de stekker eruit. ‘De kijkcijfers vielen nogal tegen,’ aldus een woordvoerder. Het programma paste ook niet in het profiel van Yorin, dat het meer van tieten en schieten moet hebben dan van klagende zieken. Achter de schermen werd gefluisterd dat er nog een probleem was: Jomanda is inmiddels zo vaak actief in het buitenland dat het programma van tevoren opgenomen moest worden. De beloofde straling voor het bronwater was dan steevast al dagen oud. Als dat uit zou komen, kon iedereen ‘boerenbedrog!’ gaan roepen. En zo zit het nationaal genezend medium nu zonder nationaal zendend medium. Bellen om uw water in te laten stralen kan echter nog steeds — voor 50 cent per minuut. (mh)

Naar overzicht Parariteiten

5. Een antroposofische terugval

De wereld moge vooruit gaan, de antroposofen gaan voorlopig terug. Begin april besloot directeur Lutters van de Vrije Hogeschool op te stappen nadat duidelijk werd dat zijn plan om de opleiding ruimte te laten bieden voor méér geestelijke stromingen dan uitsluitend de antroposofie. Dat ideologische regime schrok studenten en broodnodige fusiepartners af. ‘Als je de moed niet hebt om je eigen beweging op de schop te doen, wordt het nooit meer wat,’ verklaarde hij in Trouw. Die moed hadden zijn collega’s dus niet. Lutters mocht gaan.

Een maand eerder maakte voorzitter Dunselman van de Antroposofische Vereniging duidelijk hoe hij denkt te voorkomen dat het nooit meer wat wordt met de antroposofie in Nederland. Hij wil bijeenkomsten beleggen waarin de leden zich via ‘meditatieve bezinning’ op de Grondsteenspreuk gaan bezinnen op hun geestelijke wortels. Deze spreuk is een tekst van Rudolf Steiner uit 1923. De openingsregels luiden:

Mensenziel!
Gij leeft in de ledematen,
Die u door de ruimtewereld
In het wezen van de geestzee dragen:
Oefen geest-herinneren
In zielediepten,
Waar in werkend
Wereldschepper-zijn
Het eigen Ik
In ’t Godes-Ik
Tot wezen wordt;
En gij zult waarlijk leven
In ’t mensen-wereld-wezen.

Dunselman: ‘Als ’t ons lukt actief aan de Grondsteenspreuk te werken, gaat de vereniging bloeien.’ Arme mensenziel. Een fusie lijkt eenvoudiger. (mh)

Naar overzicht Parariteiten

Skepter 14.1 (2001)

1. Baba’s goddelijke liefde

Twee keer per dag wandelt Sai Baba over het plein van zijn tempel, waar duizenden toegewijden zich voor de darshan hebben verzameld. Hier en daar stopt hij even om een smeekbrief in ontvangst te nemen of een klein beetje heilige as te ‘materialiseren’. Enkele uitverkorenen mogen na afloop van het ritueel naar de interviewkamer voor een persoonlijk gesprek met de vleesgeworden god. Daar deelt Sai Baba ringen en kettingen uit die spontaan in zijn handen verschijnen.

Vertraagde videobeelden maken duidelijk dat de goeroe simpele trucs gebruikt. Er zijn volgelingen die erkennen dat ze wel eens hebben gezien hoe hij heimelijk geschenken tussen de kussens van zijn stoel vandaan haalde. Maar dat belet hen meestal niet om te blijven geloven dat hij ook zonder trucs kan toveren. Ze vermoeden dat hij soms bedrog pleegt om hun eigen geloof op de proef te stellen, want alles wat Baba doet heeft een goddelijke bedoeling die gewone mensen vaak niet kunnen begrijpen. `Never try to understand me,’ waarschuwde Baba.

Zijn meest ondoorgrondelijke praktijken vinden plaats in een kamertje achter de interviewruimte. Knappe knapen en jonge mannen maken de meeste kans om na afloop van een groepsinterview uitgenodigd te worden voor een tête-à-tête in deze achterkamer. Het schijnt niet ongebruikelijk te zijn dat Baba tijdens zo’n privé-consult hun broek naar beneden trekt om gematerialiseerde olie op hun penis, balzak of buik te wrijven. Hij vindt het niet nodig een verklaring te geven voor deze overrompelende acties.

Een voormalige devotee uit Groningen vertelde hoe Baba zijn geslachtsdeel inspecteerde en een klevige vloeistof op zijn buik smeerde toen hij in 1989 als 19-jarige student een bezoek bracht aan de ashram in India. Hij had destijds niet het idee dat er iets ongeoorloofds gebeurde, maar dat veranderde toen hij enkele jaren later met de Engelse Keith Ord sprak. Keith vertelde dat hij drie keer in het achterkamertje was uitgenodigd, waar Baba zijn penis masseerde met de kennelijke bedoeling deze in erectie te brengen. Tijdens de laatste sessie pakte hij de hand van Keith en wreef daarmee langs zijn eigen lid terwijl hij ‘good, good’ en ‘this is divine’ zei.

Vorig jaar zijn er meer verhalen over Baba’s handtastelijkheden naar buiten gekomen. Enkele getuigenissen zijn te vinden in ‘The Findings’ van David en Faye Bailey, een uitvoerig document dat via Internet is verspreid. De Engelse concertpianist David Bailey was een prominente volgeling van Baba. Hij had zich in 1994 aangesloten en gaf muziekonderricht aan studenten van Baba’s middelbare jongensschool. Bovendien publiceerde hij een tijdschrift over Baba en schreef boeken over hem. Zijn visie veranderde radicaal nadat een Indiase scholier van het Sai College bij hem zijn hart uitstortte over de seksuele wandaden van Baba. Ook enkele andere bronnen berichten dat Sai Baba zich regelmatig seksueel te goed doet aan scholieren die speciaal voor hem geselecteerd worden. Het is echter moeilijk om te beoordelen hoeveel hier van waar is omdat de informatie uit de tweede of derde hand komt en de slachtoffers niet worden geïdentificeerd. Ook Bailey weet niet precies wie het zijn.

Op Internet staan inmiddels meerdere getuigenissen van westerse ex-volgelingen, waaronder twee Amerikaanse teenagers, die claimen dat Baba orale seks met hen wou bedrijven. (zie o.a. www.exbaba.nl) De meest schokkende onthullingen kwamen van Conny Larsson, ex-filmster, psychotherapeut en coödinator van de Sai Baba-beweging in Zweden. Zijn verklaringen zijn echter wat warrig en inconsistent.

Een aanzienlijk deel van de westerse aanhang heeft Sai Baba de rug toe gekeerd, maar de rest (mogelijk nog de meerderheid) blijft er van overtuigd dat een avatar geen seksuele verlangens heeft maar louter goede bedoelingen. Wie weet, misschien gebruikt hij de massageolie om de onderste chakra te reinigen of de kundalini-energie vrij te maken.

In zijn jongste kersttoespraak waarschuwde Sai Baba alle ‘Judassen’ die kwaad over hem spreken: ‘Verraad aan God is de ergste van alle zonden – zulk verraad kan in geen enkel aantal levens goed gemaakt worden.’ (rn)

Naar overzicht Parariteiten

2. Verborgen misleiders

Een goed verhaal moet je niet controleren maar afdrukken, zo luidt een ijzeren wet in de journalistiek. Wie neemt het NCRV-programmamaker Thom Verheul dan kwalijk dat hij Jacqueline B. zonder enige onderbreking aan het woord liet? Ze vertelde een bloedstollend verhaal: haar vader, een dominee, zou haar hebben misbruikt en tot abortussen hebben gedwongen. Een paar mensen namen het hem wél kwalijk: de familie B. Dochter Jacqueline heeft ‘een achtergrond van fantasie en onwaarheden,’ zo vertelde hun advocaat tijdens een getuigenverhoor voor de rechtbank in Arnhem. Verheul was daarvan op de hoogte, aldus de advocaat. In hetzelfde programma (Verborgen Moeders) kwam ook Annemarie K. aan het woord die naar eigen zeggen vijf kinderen zou hebben gehad uit incest, waarvan er drie zijn vermoord. Haar familie heeft een aanklacht ingediend tegen Verheul en de NCRV wegens smaad. Beide families willen weten waarom noch de NCRV noch Verheul ooit contact met hen hebben opgenomen. De politie heeft de zaak in onderzoek. Verheul liet alvast ter verdediging weten dat hij de vrouwen als patiënten zag en dat ‘dergelijke gekwetste vrouwen’ er nu eenmaal een ‘andere waarheid’ op na houden. Die sloot dan opmerkelijk goed aan bij zijn ‘andere’ journalistieke moraal. (mh, Utrechts Nieuwsblad, 17 februari 2001, zie ook Stop de Persen 26 juni 2000)

Naar overzicht Parariteiten

3. Groot achterwerk

Eindelijk, Bigfoot heeft een diepe indruk gemaakt. Letterlijk. Een expeditie op zoek naar deze ongrijpbare harige reus heeft in de modder van het Gifford Pinchot National Park in de staat Washington (al te nauwkeurige gegevens zouden een afschrikwekkende stroom nieuwsgierigen veroorzaken) de afdruk gevonden van de bil van de bigfoot. Het monster was even gaan zitten. In de modder. ‘Als we nu een paar andere wetenschappers zo ver krijgen dat ze komen kijken, met een objectieve instelling, dan denk ik dat ze zullen zeggen dat er hier inderdaad ”iets” rondzwerft,’ aldus Le Roy Fish, een van de ontdekkers. Het was het enige tastbare resultaat van een dertien (!) man tellende expeditie die de Bigfoot uit het bos trachtte te lokken met behulp van voedsel, lokstoffen en geluidsopnamen van vreemde nachtelijke kreten, ooit geregistreerd en wie weet afkomstig van het monster zelf. Een paar appels achtergelaten in de modder bleken echter voldoende. De volgende ochtend waren de appels weg, en was de afdruk daar.

Geleerden zijn uitgenodigd om de bilafdruk te komen bestuderen, maar voorlopig heeft nog niemand zich gemeld. Reactie van Benjamin Radford, van de Skeptical Inquirer: ‘Ach ja, na een tijdje wordt je moe van al de grappen.’ (mh, New Scientist, 23 december 2000)

Naar overzicht Parariteiten

4. Telepathie voor de massa

Afgelopen december organiseerde de Engelse (para)psycholoog Richard Wiseman een klein ganzfeldexperiment dat hij – met oog voor publiciteit – aankondigde als ‘The World’s Largest ESP Experiment’. Tien proefpersonen probeerden elk een foto te raden, maar in tegenstelling tot eerdere experimenten gebruikte Wiseman zoveel mogelijk ‘zenders’ die zich gezamenlijk concentreerden op de afbeeldingen. Proefpersonen hebben vaak moeite het paranormale signaal op te vangen. Wellicht wordt de kans op een goede ontvangst groter wanneer er meer zenders in de lucht zijn. In een zaaltje van het Londense Museum of the Unknown vertoonde Wiseman een reeks dia’s die door middel van een toevalsprocedure werden gekozen. Elk beeld moest op paranormale wijze worden overgebracht naar een proefpersoon die zich in een naburig kantoorgebouw bevond. De beschrijvingen die deze persoon van de ‘binnenkomende’ beelden gaf, waren via een luidspreker in de zaal hoorbaar. Tijdens de laatste twee sessies werden de dia’s op de buitenkant van het museum geprojecteerd, maar vanwege het slechte weer waren er hooguit honderd toeschouwers. Het verbaasde Wiseman niet dat de resultaten van het experiment overeenkwamen met de kansverwachting. Eerder publiceerde hij een meta-analyse waaruit bleek dat ganzfeldexperimenten de laatste jaren weinig opleveren (Skepter, december 2000). Maar volgens de psycholoog Daryl Bem heeft Wiseman het mis, want als je de meest recente experimenten bij zijn meta-analyse optelt, blijkt het psi-effect toch nog niet helemaal verdwenen te zijn. (rn)

Naar overzicht Parariteiten

5. Het raadseltje van de sfinx

Het was een ontdekking die een ware egyptomane vloedgolf ontketende: de sfinx van Gizeh zou veel en veel ouder zijn dan de Egyptische beschaving. Geoloog Robert Schoch wist het zeker, hij had de verwering bestudeerd aan de voeten van het kalkstenen monument (beter: van het kunstzinnig bijgewerkte restant van een rotsbult) en was tot de conclusie gekomen dat, gezien de schaarse regen die daar valt, de sfinx minstens tienduizend jaar buiten moet hebben gestaan (zie Skepter, maart 2000). Egyptologen waren uiteraard furieus met deze inmenging vanuit een vreemd vakgebied op een terrein dat zij (letterlijk) al vele decennia geleden hebben uitgekamd. Maar veel geologen vonden de discussie (die zich vooral toespitste op de geschiedenis van het klimaat in Egypte) wel grappig en sindsdien behoorde ‘de leeftijd van de sfinx’ tot de vaste randvoorstellingen bij grote geologische congressen. Zo ook in november vorig jaar tijdens de 112de bijeenkomst van het Amerikaans Geologisch Genootschap. Maar de heren geologen lijken een beetje sfinxmoe. De conclusie luidde opeens dat de sfinx minimaal 5000 jaar oud is. Da’s veel minder dan Schoch riep en teleurstellend dicht bij de leeftijd die egyptologen haar toedichten: 4500 jaar, ten tijde van de bouw van de grote piramides. Nu werd de bouw van piramides kort voor het congres langs astronomische weg op elegante en uiterst nauwkeurige wijze gedateerd, en de bouwkundige samenhang tussen piramides en sfinx staat buiten kijf. Het lijkt er dus op dat de geologen van het onderwerp (en Schoch) af willen. Het was leuk, zo lang als het duurde. (mh, NRC Handelsblad, 2 december 2000; Nature, 16 november 2000)

Naar overzicht Parariteiten

SkepsisSiteBeheerder