Helen met heilige teksten

Islamitische genezers in Nederland

door Cor Hoffer

Allochtone Nederlanders maken soms gebruik van ‘alternatieve’ geneeswijzen die zijn meegebracht uit de landen van herkomst. Zo kennen migranten met een islamitische achtergrond hun eigen alternatieve genezers.

Niet iedere migrant met een islamitische achtergrond gelooft in het werk van islamitische genezers: de een gelooft er honderd procent in, de ander wijst bepaalde opvattingen radicaal af. Volgens een aantal onderzoeken zou ongeveer vijf procent van de Turken en Marokkanen in Nederland islamitische genezers consulteren. Het gaat dus om een minderheid. Niet iedereen komt er echter direct voor uit dat hij naar een islamitische genezer gaat en het geloof in bovennatuurlijke krachten is ook afhankelijk van de situatie waarin men verkeert. Het cijfer kan dus wel iets hoger zijn.

Als wij het over islamitische geneeswijzen hebben, is het belangrijk om onderscheid te maken tussen de islam en het volksgeloof in islamitische samenlevingen. De ‘officiële’ islam stelt grenzen aan de genezende activiteiten van moslims. In het algemeen geldt dat genezers niet verder mogen gaan dan het reciteren van bepaalde verzen uit de koran en het vervaardigen van amuletten met behulp van koranverzen. Daarnaast mogen genezers geen geld voor hun activiteiten vragen: het is immers uiteindelijk God die geneest. In de praktijk worden de door de islam gestelde grenzen veelvuldig overschreden. Dat is het domein van het volksgeloof binnen de islam.

Het islamitisch volksgeloof is gebaseerd op historische ontwikkelingen als de Arabisch-islamitische geneeskunde, de profetische geneeskunde, het soefisme (de mystieke islam) en allerlei lokale tradities en gewoonten. Een belangrijk kenmerk is dat men naast het bestaan van natuurlijke oorzaken ook bovennatuurlijke oorzaken van ziekten en problemen kent. Voorbeelden van ziekten waarbij naar een natuurlijke oorzaak wordt gezocht, zijn huidziekten, maag- en darmstoornissen, gevallen van vergiftiging door dierenbeten, botbreuken et cetera. Natuurlijke oorzaken van ziekten zoekt men dikwijls in een verstoord evenwicht in het lichaam. Dit kan onder meer een gevolg zijn van verkeerde voedingsgewoonten. Voor de behandeling van dit soort ziekten maakt men gebruik van huismiddelen, kruidendokters én ‘traditionele’ bottenzetters.

Als een ziekte lang aanhoudt of plotseling optreedt, gaat men op zoek naar bovennatuurlijke oorzaken. Hetzelfde geldt als een persoon of een gezin herhaaldelijk door ziekte of onheil wordt getroffen. Genezers onderscheiden dan drie oorzaken: magie, het boze oog en boze geesten.

Magie is een poging om gebeurtenissen en relaties te beïnvloeden met behulp van bovennatuurlijke middelen. Bij ziekte of problemen spreken we van zwarte magie of toverij. Zwarte magie kan worden toegepast door het uitspreken van formules of het uitvoeren van rituelen. Ter bestrijding van de effecten maken genezers onder meer gebruik van amuletten bestaande uit papiertjes met een handgeschreven korantekst die in een leren of plastic zakje op het lichaam worden gedragen. Daarnaast maakt men gebruik van contra-magische rituelen.

Het boze oog is een verschijnsel dat in verschillende culturen en religies voorkomt. Het is gebaseerd op de idee dat een individu de kracht heeft om schade te berokkenen louter door naar iemand of naar iemands bezit te kijken. Veelal wordt het boze oog geassocieerd met jaloezie. Ter voorkoming van de werking van het boze oog maakt men gebruik van amuletten en blauwe kralen.

Boze geesten (in het volksgeloof in islamitische landen aangeduid met de term djinns) zijn onzichtbare wezens die zich in de vorm van een mens of dier kunnen manifesteren. De meeste djinns zijn wispelturig, wraakzuchtig en kwaadaardig. Ze kunnen een mens allerlei ziekten en problemen bezorgen. Om zich te beschermen tegen hun aanvallen hanteert men amuletten of stoffen waar djinns niet tegen kunnen, zoals zout en wierook.

Onder een islamitische genezer versta ik iemand die zijn of haar werk op een islamitisch legitieme kracht baseert (bijvoorbeeld op een erfelijke genezende gave, waarvan men zegt dat deze teruggaat tot de profeet Mohammed), die er met betrekking tot zijn genezende werk een islamitische visie op na houdt en zich daarnaast informeel (via familie en bekenden) of formeel (via bijvoorbeeld advertenties) als genezer uitgeeft. Omdat deze genezers ook het bestaan van natuurlijke oorzaken van fysieke en psychische klachten erkennen, vragen ze hun patiënten meestal eerst of ze naar een arts zijn geweest. Pas indien deze geen duidelijk aanwijsbare oorzaak heeft kunnen vaststellen, gaan zij ervan uit dat er sprake is van een bovennatuurlijke oorzaak.

Rituelen

De genezer heeft als eerste taak de precieze oorzaak vast te stellen. Islamitische genezers doen dat met behulp van uiteenlopende diagnostische technieken. Een eerste techniek is een uitvoerig gesprek met de patiënt en met personen uit diens omgeving. Een genezer uit Guyana vertelde me bijvoorbeeld dat het essentieel is om inzicht te hebben in het karakter van een patiënt, omdat dit veel informatie geeft over de oorzaken van iemands ziekte. Een tweede techniek betreft het gebruik van rituelen. Het volgende voorbeeld komt van een Marokkaanse genezer. Hij schrijft een tekst op een stuk lood en geeft dit aan de patiënt mee naar huis. Die moet dat lood in een pan laten smelten. Vervolgens moet hij een laken omslaan en een emmer met water tussen de benen plaatsen. In dat water gooit hij het lood, zodat het stolt. Het gestolde lood moet hij weer meenemen naar de genezer. Deze leest uit de vorm aanwijzingen over de kracht die de klacht heeft veroorzaakt en welk deel van het lichaam is beïnvloed.

Een ander voorbeeld is het ritueel oproepen van geesten. Hiertoe brengt de genezer een persoon in trance en roept via hem of haar geesten op. In sommige gevallen gaat het daarbij om djinns, in andere gevallen betreft het de geesten van mensen die bijvoorbeeld zwarte magie kunnen hebben toegepast. Dat kunnen familieleden of bekenden van een patiënt zijn of iemand die opdracht heeft gekregen om magie toe te passen. Door op deze wijze met djinns of geesten van mensen te communiceren, probeert de genezer de oorzaak van een klacht te achterhalen.

Een derde techniek betreft het gebruik van observaties en intuïtie. Sommige genezers zeggen aan bepaalde fysieke kenmerken van patiënten te kunnen zien wat er aan de hand is. Zo wijst een Turkse genezer op de betekenis van de kleur van de nagels (‘als er geen wit in zit betekent het dat je weinig bloed hebt’), de aard van de huid en bepaalde gelaatstrekken (‘dat geeft inzicht in het karakter’). Andere genezers maken gebruik van, zoals zij het omschrijven, een gevoel in combinatie met observaties om een oorzaak vast te stellen. Een Marokkaanse genezer zegt: ‘Als iemand bewerkt is, dan zie of voel ik dat meteen. Ik zie het aan de manier waarop iemand praat of aan het feit dat iemand verlamd is aan een arm of been.’

Voor de behandeling van ziekten en de oplossing van problemen bestaan weer andere technieken. Van groot belang is het gebruik van bepaalde koranverzen die een helende kracht (‘baraka’, letterlijk: zegenkracht) zouden hebben. De meest gebruikte vorm is het ritueel uitspreken van gebeden of recitaties uit de koran, of beide. Soms combineert men dit met handoplegging of magnetiseren (het overbrengen van genezende krachten via de handen). Zoals ik eerder heb beschreven, worden koranverzen ook gebruikt voor het maken van amuletten. Het komt ook voor dat men patiënten water laat drinken waarin met saffraan geschreven koranverzen zijn opgelost. Andere patiënten dienen zich met dit water te wassen.

Een tweede therapeutische techniek bestaat uit het ritueel oproepen en samenwerken met geesten. Een Marokkaanse genezer die deze techniek toepast, zegt bijvoorbeeld dat hij in zijn behandelwijze met eenentwintig geesten samenwerkt. Onder hen bevinden zich zeven koningen. Met hun hulp kunnen de aan hen ondergeschikte djinns worden gemanipuleerd en de daden van boze geesten worden bestraft. Via de patiënt of een medium dat in trance is gebracht, geeft de genezer de betreffende geesten allerlei opdrachten. Een derde techniek ten slotte betreft het gebruik van oliën (ten behoeve van massages van spier- en gewrichtsklachten) en kruiden.

Sommige islamitische genezers werken op zeer informele basis, andere houden er een geprofessionaliseerde praktijk op na. Zo ken ik een Turkse genezer die voornamelijk familieleden en kennissen bij hem in de buurt behandelt. Hij bezoekt dan de mensen thuis en behandelt ze in hun huiskamers. Maar ik ben ook bij een Marokkaanse genezer geweest die een pand van twee verdiepingen heeft waarin zowel een kruidenwinkel als zijn praktijkruimte zijn gevestigd. Hij heeft een aparte wacht- en spreekkamer en houdt er ook een uitgebreide patiëntenadministratie op na.

De patiënten hebben verschillende nationale en sociaal-economische achtergronden en zijn van alle leeftijden. Tachtig procent zegt voorafgaand aan het contact met de islamitische genezer bij een arts of reguliere hulpverlener te zijn geweest. Patiënten voeren verschillende motieven aan om gebruik te maken van de diensten van islamitische genezers. Sommigen zoeken louter verlichting van pijn. Anderen komen uit teleurstelling over een reguliere behandeling. Weer anderen zijn ervan overtuigd dat zij lijden aan een bovennatuurlijke ziekte, waar een reguliere arts niets aan kan doen. En er is een categorie patiënten die een islamitische genezer consulteert onder het motto ‘baat het niet, het schaadt ook niet’.

De klachten zijn divers. In gangbare biomedische termen gaat het om zowel fysieke, psychosomatische als psychische klachten. Concrete voorbeelden zijn hoofd-, rug-, spier- of gewrichtspijnen, diarree, koorts, gebrek aan eetlust, oververmoeidheid, migraine, nervositeit, overspannenheid, slapeloosheid en angsten van uiteenlopende aard (fobieën). De meeste klachten zijn chronisch en niet levensbedreigend en lijken samen te hangen met situaties en sociale problemen waarmee de patiënt niet goed overweg kan: werkloosheid, een slechte woonsituatie, alcoholisme, relatieproblemen, problemen met kinderen, problemen als gevolg van gezinshereniging, heimwee, onzekerheid, gevoelens van onrust, rouwverwerking. In feite gaat het hier voor een deel om levensvragen, oftewel vragen op het terrein van zingeving: waaróm is mij dit overkomen?

‘Geestelijk besmet’

De vraag of islamitische geneeswijzen effectief zijn, is interessant maar net als bij diverse reguliere (psycho)therapieën heel moeilijk te beantwoorden. Effectiviteit hangt in belangrijke mate af van de visie van de patiënt op zijn klachten en zijn verwachtingen. Er zijn patiënten die lijden aan een chronische ziekte waarvan zij, na consultatie van een arts, weten dat deze niet te genezen is. Zij gaan vooral naar een islamitische genezer om verlichting van pijn te zoeken. Een voorbeeld is een Nederlandse man die als gevolg van het werken met schadelijke stoffen longproblemen heeft. Hij weet dat zijn ziekte niet te genezen is, maar met behulp van magnetiseren en ademhalingsadviezen weet de behandelend islamitische genezer de benauwdheid te verlichten, waardoor de man weer enigszins kan functioneren.

Andere patiënten zijn er van overtuigd dat hun klachten (bijvoorbeeld bepaalde angsten, stemmen horen) bovennatuurlijke oorzaken hebben. Voor hen is het uitgesloten om met die klachten naar een arts of andere reguliere hulpverlener te gaan. De islamitische genezer kan de oorzaak wegnemen. Een Surinaams-Hindoestaanse vrouw met ‘geestelijke’ problemen vertelt:

‘Ik voelde me niet op mijn gemak in mijn huis. Ik was onrustig en had het gevoel alsof ik niet in mijn eigen huis kon wonen, ik was altijd bang en ik had lichamelijke pijnen. Je weet dat de dokter hier niet kan helpen. De huisarts schrijft meestal eerst iets kalmerends voor. Ik geloof daar niet in. (…) De huisarts stuurt je pas door naar een specialist als de medicijnen niet helpen. Maar ik geloof ook niet zo in specialisten. Met dit soort ziekten ligt het anders. Het ging hier om duivels.’

Daarom heeft ze een islamitische genezer geraadpleegd. Ze vervolgt: ‘Volgens mij zijn veel mensen die in een psychiatrische inrichting zitten, ook door duivels bezeten. Psychiaters begrijpen dat niet. Hoe verklaren ze bijvoorbeeld dat een meisje dat zo mager is als ik, die je daar soms ziet, ineens zo sterk kan zijn? Ik heb het wel eens gezien bij een meisje. Ze was zo sterk dat zelfs vier of vijf mannen haar niet in bedwang konden houden. Hoe kan dat dan?’

Op basis van gegevens in de literatuur gecombineerd met de ervaringen van patiënten heb ik een model van therapeutisch werkbare elementen van islamitische geneeswijzen geconstrueerd. Het gaat om een ideaaltypisch model: islamitische genezers verschillen onderling en voldoen op uiteenlopende manieren aan het model. De elementen zijn:

1. Een holistische benadering. In hun diagnostiek en therapieën betrekken islamitische genezers fysieke, psychische, sociale, religieuze en spirituele factoren die naar hun mening van invloed zijn op de gezondheid en ziekte van de mens. Ze besteden relatief veel tijd en aandacht aan hun patiënten en stellen hen in de gelegenheid mee te denken over de oorzaken van de klacht en mee te werken aan de behandeling. Door middel van uitvoerige gesprekken wordt nagegaan hoe de patiënt functioneert, wat zijn karakter is en hoe hij leeft. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de sociale omgeving van de patiënt. Men analyseert hoe relaties zijn en welke problemen tussen personen bestaan.

2. Herdefiniëring van de situatie. In sommige gevallen blijken islamitische genezers in staat om een patiënt of een gezin in een schijnbaar uitzichtloze situatie een nieuw perspectief te bieden. Dit geschiedt op twee niveaus: een symbolisch en een praktisch-rationeel. Op een symbolisch niveau interpreteert de genezer klachten in voor de patiënt bekende culturele noties en begrippen. Hij verklaart ziekten in termen van bovennatuurlijke krachten, bevestigt eventuele vermoedens van patiënten en manipuleert vervolgens die krachten als onderdeel van het genezingsproces. Naast deze symbolische interpretatie geeft de genezer de patiënt ook rationele argumenten voor gedragsverandering. Hij schrijft bepaalde geneeskrachtige kruiden of een dieet voor en geeft suggesties voor gedragsverandering. In enkele gevallen neemt een islamitische genezer daarbij als het ware de taak van maatschappelijk werker op zich. Hij gaat mee naar de RIAGG (de ambulante geestelijke gezondheidszorg) en bemiddelt bij instanties, een woningbouwvereniging bijvoorbeeld.

Het gevolg van de symbolische en rationele handelingen van islamitische genezers is in sommige gevallen het verdwijnen of verminderen van de ernst van de kwaal of het aannemen van een andere houding door de patiënt ten opzichte van zijn problemen. De problemen worden hanteerbaar, de patiënt krijgt een nieuw geloof in zijn eigen mogelijkheden en de aanzet om activiteiten te ondernemen om zijn leven weer richting te geven.

Ter illustratie volgt hier de casus van een Marokkaanse man van veertig jaar. Hij is tien jaar werkloos en heeft diverse klachten zoals rugpijn, hoofdpijn, benauwdheid en gespannenheid. Reguliere hulpverleners wisten niet goed wat zij met de man moesten aanvangen en hij is naar een Marokkaanse islamitische genezer gegaan. Deze stelde met behulp van een ritueel vast dat zich in het huis van de man een geest bevond. Het ging volgens de genezer om een vrij sterke geest waarvan hij niet zeker wist of hij hem zou kunnen verdrijven. Daarom adviseerde hij het gezin om te verhuizen (hetgeen met behulp van de RIAGG is gelukt). In de tussentijd zou de genezer proberen om de geest te verdrijven. Daarnaast raadde de genezer de man aan om iets aan vrijwilligerswerk te gaan doen. De genezer:

‘Dat oude huis was geestelijk besmet. In de douche bevond zich namelijk een djinn. Deze heb ik laten verbranden. (…) Het heeft ook met spanningen te maken. (…) Daarnaast hebben ze financiële problemen. (…) Ik heb tegen de man en de vrouw gezegd: Luister eens, jullie kunnen twee dingen doen. Of de man moet naar buiten of de vrouw! Hij wil niet, maar nu vindt hij het wel goed dat zijn vrouw een cursus voor verpleegster gaat doen. Daarvoor gaat ze nu eerst een cursus Nederlandse taal volgen.’

3. Angstreductie. Islamitische genezers stellen hun patiënten vaak gerust of verlichten hun pijn. Hierbij kan gedacht worden aan angsten (bijvoorbeeld voor bovennatuurlijke krachten) of aan de behandeling van acute pijn. Door de klachten te verklaren in termen van bovennatuurlijke krachten, wordt de ziekte benoemd en hanteerbaar gemaakt.

4. De patiënt wordt niet zelf verantwoordelijk gesteld voor zijn ziekte. Door de oorzaak van de ziekte toe te schrijven aan een bovennatuurlijke kracht legt de islamitische genezer de verantwoordelijkheid buiten de patiënt. Het voordeel daarvan is dat dit minder bedreigend voor de patiënt is en dat hij als zieke sociaal geaccepteerd wordt.

Naast deze positieve kenmerken moeten een paar kritische kanttekeningen worden geplaatst. Ten eerste kan men zich afvragen in hoeverre islamitische genezers hun patiënten werkelijk genezen. Denkend aan de kwestie van het leggen van de verantwoordelijkheid van problemen bij externe factoren is het bijvoorbeeld mogelijk dat de behandelwijzen van islamitische genezers ‘werkelijke’ oplossingen in de weg staan. In het geval van psychische, psychiatrische of relationele problemen is het denkbaar dat er geen structurele oplossing wordt geboden of, erger, dat bepaalde ziekten over het hoofd worden gezien. Ten tweede kan men zich afvragen in hoeverre patiënten afhankelijk worden van islamitische genezers en wat daar de gevolgen van zijn. Ten derde staat er tegenover het feit dat genezers angsten voor bovennatuurlijke krachten bij patiënten wegnemen het risico dat zij dergelijke angsten juist onnodig opwekken. Ten slotte moet er op worden gewezen dat er in het informele circuit van islamitische genezers geen regulering bestaat. Er bestaan bijvoorbeeld geen kwaliteitscriteria of afspraken over tarieven. Daardoor is het voor patiënten moeilijk om uit te maken welke genezers bonafide zijn en wat een redelijk tarief is. Bovendien ontbreekt het hen aan enige vorm van tuchtrecht in geval van foutieve behandelingen of misbruik.

Zingeving

Behandelaars regulier én alternatief en patiënten hebben, zelfs als zij dezelfde culturele achtergrond hebben, een andere visie op gezondheid en ziekte. Die zijn gebaseerd op verschillende uitgangspunten, een andere bewijsvoering en uiteenlopende criteria om de effectiviteit van behandelingen te beoordelen. Ter onderscheiding van die visies gebruiken antropologen de termen ‘disease’ en ‘illness’. Disease heeft betrekking op de visie van de behandelaar, illness op die van de patiënt. Men spreekt in dit verband wel over ‘verklarende modellen’. Op basis van deze modellen of visies interacteren en communiceren behandelaars en patiënten met elkaar. Indien die visies te ver uit elkaar liggen, ontstaan er communicatieproblemen.

In zekere zin kan worden gesteld dat in een geseculariseerde samenleving als de Nederlandse elementen als religie en zingeving in de loop der tijd in de verklaringsmodellen van artsen en andere hulpverleners steeds minder aandacht hebben gekregen. Dit hangt onder meer samen met de toenemende specialisering en technologische ontwikkeling in de reguliere (biomedische) gezondheidszorg. Daarnaast staat het gegeven dat traditionele zingevingssystemen als religie en ideologie de afgelopen decennia veel invloed hebben verloren. Steeds minder mensen voelen zich geroepen te luisteren naar de antwoorden die vanuit dergelijke systemen op levensvragen worden gegeven. In plaats van een algemeen geldende of absolute zin gaan mensen op zoek naar een persoonlijke zin.

Alternatieve genezers (paranormale genezers, antroposofen, haptonomen, gebedsgenezers zoals Jomanda, winti-genezers) lijken genoemde leemten in de reguliere gezondheidszorg en hulpverlening op te vullen. Daarbij gaan zij in op persoonlijke behoeften van patiënten wat betreft zingevingsvragen rond ziekten en problemen. Islamitische genezers doen dat voor patiënten met een islamitische achtergrond. Hiermee leveren ze een bijdrage aan het psycho-sociaal welbevinden van sommige islamitische patiënten. Bovendien zijn islamitische genezers ‘interculturele bemiddelaars’ tussen twee verklaringsmodellen op het terrein van ziekte en problemen: die van de biomedische geneeskunde en die van het islamitisch volksgeloof.

Voortkomend uit het islamitisch volksgeloof sluiten islamitische genezers aan bij de visie van hun patiënten. Die patiënten onderschrijven zowel de visie van artsen of hulpverleners als die van islamitische genezers. Enerzijds wijten zij hun ziekte of problemen aan in de reguliere gezondheidszorg en hulpverlening genoemde oorzaken. Anderzijds noemen zij tegelijkertijd spirituele oorzaken.

Een typerend voorbeeld hiervan is dat van een Turks gezin waarin drie van de vier kinderen waren overleden aan een stofwisselingsziekte. De behandelend medisch specialist heeft de ouders uitgelegd dat het om een erfelijke ziekte gaat en dat het sterfterisico voor kinderen uit volgende zwangerschappen 25 tot 50 procent is. De ouders zeiden deze verklaring te begrijpen en te accepteren. Bij een volgende zwangerschap liet de vrouw zich regelmatig door de behandelend arts onderzoeken.

Daarnaast heeft ze contact opgenomen met een Indiase islamitische genezer. Deze heeft vastgesteld dat de ziekte samenhangt met een voorval in de jeugd van de vader van het gezin. Als kind is hij een keer hevig geschrokken door de verschijning van een boze geest. Daardoor geraakte hij in een shock. Volgens de genezer is die angst toen in zijn zaadcellen opgenomen; hij heeft, zoals dat heet, ‘een slechte ziel’ en geeft deze aan de kinderen door.

De genezer heeft voor de vrouw een amulet gemaakt dat ze op haar buik moest dragen. Tevens moest ze iedere dag op bepaalde tijdstippen een aantal koranverzen lezen. Nadat het kind was geboren voerde de genezer in het ziekenhuis een ritueel uit. De vrouw beschrijft dat als volgt:

‘In het ziekenhuis heb ik uitgelegd dat er een imam, een soort priester, zou komen. Dat vond men prima. De genezer deed in ieder oortje, eerst het rechter, toen het linker, drie keer de oproep tot het gebed. Daarna zei hij drie keer de naam van het kind, eerst in het rechter- en toen in het linkeroortje. Tot besluit sprak hij enkele versjes speciaal tegen deze ziekte drie keer in beide oren.

Onze zoon draagt de door de genezer gegeven namen Mohammed en Ismaël. Mohammed is de naam van de Profeet. Ismaël is de naam van de zoon van Abraham, die hij zou offeren voor God. Dit geeft onze situatie weer. God heeft ons het kind gegeven, hij kreeg het weer terug en beslist of hij het aan ons terug zal geven. Als hij het niet teruggeeft dan accepteren wij dat.’

Dit citaat maakt duidelijk hoe de islamitische genezer erin slaagde om in de betreffende situatie zingevende aspecten in te brengen. Tijdens een recent bezoek aan het gezin vertelden de ouders mij dat het betreffende kind inmiddels vier jaar oud is en gezond. Nadat zij aanvankelijk één keer per maand met het kind voor controle naar de medisch specialist moest, is dat bezoek thans beperkt tot eens per jaar.

Deze illustratie van dubbel causaal denken sluit aan bij de ideeën van de Belgische antropologe Timmerman (1992). Zij onderscheidt in het denken over gezondheid en ziekte twee niveaus: een pragmatisch en een filosofisch-existentieel niveau. Op een pragmatisch niveau staan patiënten positief ten opzichte van de toepassingen van de biomedische geneeskunde. Vandaar dat zij artsen of andere reguliere hulpverleners consulteren. Op een meer filosofisch-existentieel niveau plaatsen patiënten, afhankelijk van hun levensbeschouwing, klachten in bijvoorbeeld een religieus-spiritueel denkkader. Voor deze existentiële aspecten maken ze soms gebruik van alternatieve genezers. De twee niveaus kunnen dus naast elkaar bestaan.

Uit: Skepter 14.3 (2001)

Cor Hoffer is socioloog en cultureel-antropoloog, gespecialiseerd in de raakvlakken tussen geneeskunde en islam. Hij is auteur van het boek Volksgeloof en religieuze geneeswijzen onder moslims in Nederland. Meer informatie is te vinden op zijn website: www.corhoffer.nl