Tinbell-handlezen-Twitter2-600x329

Serieus onderzoek doen, ho maar

Geen skeptische proef met handlezen

door Pepijn van Erp

Hoe een veelbelovend wetenschappelijk onderzoek naar handlezen als een nachtkaars uitging. De handlezeres wilde haar vingers er niet aan branden.

Katinka Simonse ging voor de lol naar handlezeres Joyce van Nispen om een bijzondere lijn in haar hand door deze expert te laten bekijken. Als ze al bedenkingen had bij handleeskunde, verdwenen die compleet toen de handlezeres haar binnen anderhalf uur ‘tot op het bot’ analyseerde. ‘Nu, een paar jaar later, kan ik met grote stelligheid zeggen dat níemand me meer heeft geleerd over mijzelf dan deze handlezer,’ schreef Simonse, onder haar artiestennaam Tinkebell, op 30 juni van dit jaar [2015] in haar column in Trouw. Handlezen zouden we serieus moeten nemen:

Handlijnen geven bijvoorbeeld aan wat je talenten zijn, je karaktereigenschappen, je lichamelijke en mentale zwakheden. Je kunt in je hand zien of je de talenten die je hebt ook gebruikt en in hoeverre dat voldoening oplevert. Wie ben je en wat heb je nodig? Dat laatste bijvoorbeeld, dat verandert, en die verandering lees je in je handlijnen.

Hoewel Tinkebell in haar column afstand nam van handlezen ingezet als kermisattractie voor het voorspellen van de toekomst, zag ze wel toepassingen in bijvoorbeeld de rechtspraak.

Wanneer ik nu uitspraken ga doen als ‘Eigenlijk zouden ze in de rechtbank standaard gebruik moeten maken van een handlezer’, zouden veel mensen me voor volledig krankjorum uitmaken. Toch geloof ik dat dat waar is.

Op sociale media vielen wetenschapsjournalisten over haar heen: wist zij dan niet dat dit pseudowetenschap was? Of was het een grap? Je weet maar nooit bij Tinkebell, bekend geworden met provocerende projecten als een tot handtas verwerkte kat en de bundeling van door haar ontvangen hatemail in een boek, compleet met de persoonlijke gegevens van de afzenders. Op Twitter sloeg ze terug: ‘Opvallend. Vooral vanuit wetenschappelijke hoek reageert men met minachting. Maar serieus onderzoek doen: Ho maar.’

Kolfje

Een kolfje naar de hand van de Stichting Skepsis, dacht ik. Een korte zoektocht leerde dat psychologen wel degelijk enig onderzoek hadden gedaan naar de vaardigheden van handlezers — die bleken niet aantoonbaar — maar op dat onderzoek viel wel wat aan te merken [1]. Dat kon Skepsis vast beter. Van Nispen leest ook van handafdrukken in inkt op papier en dat maakt het vrij gemakkelijk om een goed geblindeerd onderzoek op te zetten — cold reading moet je immers uitsluiten. Ook beweert ze dat je ‘op leeftijd’ kunt lezen, waarmee je de impact van bijvoorbeeld een doorgemaakte ziekte op bepaalde leeftijd kunt terugzien in de handlijnen. En dat biedt mogelijkheden voor het selecteren van proefpersonen met duidelijk verschillende profielen. Genoeg aanknopingspunten om deze semi-wetenschap, zoals Van Nispen het zelf noemt, op de proef te stellen.

Via Tinkebell liet Van Nispen weten op zich wel interesse te hebben in een proef. Een vrij eenzijdige e-mailwisseling begon. Toen ik haar uitlegde hoe Skepsis in het verleden proeven had georganiseerd (recent nog met een auralezeres, zie Skepter 27.1), leek ze nog wel bereid mee te denken over zo’n proef. Een paar maanden later — de vakantieperiode zat er tussen — kwam ze in haar tweede en laatste mail daarvan terug. Ze was, schreef ze, wel bereid mee te werken aan verzoeken door bijvoorbeeld een erkend medischuniversitaire vakgroep of een universitair ziekenhuis dat wetenschappelijk onderzoek wil doen, maar veel verder wilde ze niet gaan. En dan moesten de onderzoekers ook nog vooraf aangeven handanalyse als ‘kennisbron’ in hun onderzoek te willen betrekken.

Handlezeres Joyce van Nispen vertelt over haar kunde bij Omroep Max
Handlezeres Joyce van Nispen vertelt over haar kunde bij Omroep Max

Medische diagnostiek

Universitaire instellingen zijn natuurlijk niet snel bereid tot het starten van een zwaar aangezet onderzoek als er geen enkel zicht is op succes. En er is geen enkele aanwijzing dat handlezen op diagnostisch gebied iets kan betekenen, schreef ik terug.

Met een vergelijking probeerde ik haar duidelijk te maken dat er toch eerst gewerkt zou moeten worden aan het meer aannemelijk maken van haar claims. Stel, schreef ik, dat iemand beweert dat hij in elke voetbalwedstrijd makkelijk drie doelpunten kan maken vanaf eigen helft, maar hij heeft dat nog nooit laten zien in een amateurwedstrijd, of zelfs maar op een trapveldje met wat onafhankelijke toeschouwers. Dan zou men toch de wenkbrauwen fronsen als zo iemand zijn krasse uitspraak alleen wil bewijzen als hij direct in het eerste van Ajax opgesteld wordt in de eredivisiewedstrijd tegen Feyenoord. Skepsis kan als het ware dat trapveldje regelen en als er succes geboekt wordt, meedenken bij vervolgstappen. Verder antwoord van Van Nispen bleef uit.

Teleurstellend

Deze teleurstellende afloop legde ik voor aan Tinkebell. Wat vond zij er nu van dat Van Nispen niet bereid was een simpele proef te doen? Als daaruit interessante resultaten waren gekomen, hadden die toch kunnen leiden tot een groter opgezet vervolgonderzoek?

Tinkebell had het naar eigen zeggen eigenlijk veel te druk om weer op de zaak terug te komen, maar na aandringen antwoordde ze alle begrip te hebben voor de weigering van de handlezeres. ‘Ik begrijp dat heel goed, daar jullie geen wetenschappelijk instituut zijn, noch onderzoek doen met wetenschappelijke doelen. Bovendien hebben jullie voor wat ik me herinner al direct zeer kritisch en veroordelend uitgelaten nog voor daar grond voor was. Maar wat ik denk is dat het je natuurlijk vrij staat een sessie bij Joyce te boeken en daar dan over te schrijven. Ik weet dat twee andere journalisten dat onlangs ook hebben gedaan naar aanleiding van mijn column.’

Noot

1. Zie voor dat onderzoek de verwijzingen in Handlezen op Kloptdatwel.nl

Uit: Skepter 28.2 (2015)

 

Pepijn van Erp is wiskundige en bestuurslid van Skepsis.