Dat mag in de krant

Lezers komen op voor zieke columnist

door John Diamond

Times-medewerker John Diamond kreeg keelkanker. Naarmate zijn gezondheid verslechterde kreeg hij steeds meer brieven van lezers die overtuigd waren dat hij geholpen kon worden met alternatieve geneeswijzen.

diamond1De columnist en tv-presentator John Diamond (10 mei 1953 – 2 maart 2001) stierf aan keelkanker. Zijn ziekte, in maart 1997 ontdekt, kostte hem al snel het gebruik van zijn tong, zodat hij alleen nog maar schriftelijk kon communiceren (en met de grootste moeite kon eten). Zijn column over zijn ziekte trok veel aandacht, en hij schreef in 1998 in drie dagen de bestseller C – Because cowards get cancer too (K. Omdat lafaards ook kanker krijgen, Prometheus). Op het ogenblik van zijn dood werkte hij aan een boek dat uiteindelijk half af, en aangevuld met aan aantal van zijn columns, bij Vintage verscheen onder de titel Snake Oil and other preoccupations, met een voorwoord van Richard Dawkins, en verzorgd door zijn zwager Dominic Lawson.
Over zijn journalistieke activiteit schreef hij: ‘Ik wil niet suggereren dat schrijven over sterfelijkheid me dwingt die eerlijker onder ogen te zien, maar het helpt me wel met wat me overkomt. Het is net zo waardevol en nuttig als alles volledig ontkennen en mijn tijd verdoen in een of ander centrum voor positief denken. Neem dat maar van me aan!’

Ik schrijf nu al drie jaar elke zaterdag in het magazine van The Times over mij en mijn tumor. Naarmate de kanker slechter werd, van een gemakkelijk behandelbaar fluitje-van-een-cent-stadium, via diverse gradaties die chirurgen in verwarring brachten tot de huidige terminale toestand, nam het aantal lezers toe dat mij schreef over alternatieve geneeswijzen. Ik heb de hele bups gehad: Gersontherapie, natuurgeneeskunde, megavitaminediëten, laetrile, Essiac, ik heb werkelijk elke therapie aangeboden gekregen die vermeld staat onder Questionable Cancer Therapies op de uiterst waardevolle website van Quackwatch.

Ze werken natuurlijk geen van alle. Ik ben over het algemeen niet zo’n bewonderaar van het mechanisme van de vrije markt, maar als darmspoelingen met koffie werkelijk zulke wonderen zouden uitrichten als de volgelingen van dokter Gerson beweren, dan zou elke kankerpatiënt ze gebruiken. En elke kankerspecialist zou ze natuurlijk voorschrijven. Het ene geloof dat door vrijwel al mijn correspondenten gedeeld wordt, behelst dat al die zelfzuchtige, op geld beluste artsen samenzweren om al die geneeswijzen uit handen te houden van de lijdende mensheid. De waarheid is natuurlijk dat er juist zoveel zelfzuchtige, op geld beluste artsen zijn, dat als er maar eentje daarvan iets zou vinden om tot dusver ongeneeslijke kanker te genezen, dan zou die dat morgen toepassen en de status van mensenredder opeisen, en geen snars geven om wat de farmaceutische industrie daarvan zei — volgens mijn correspondenten medesamenzweerders.

Ik ontken niet dat mijn correspondenten het beste met mij voorhebben. Ze willen echt graag dat ik beter word. Maar wat zo opmerkelijk is, is niet dat ze in deze geneeswijzen geloven, maar veeleer de moeite die ze doen om zichzelf voor de gek te houden en door te gaan met hun geloof. En net zo opmerkelijk is hoe vaak dezelfde zin telkens maar weer in hun brieven terugkeert:

De dokters gaven haar nog maar x maanden (of jaren) te leven …

Dit is altijd de inleiding van een verhaal over een wonderbaarlijke genezing, zoals in ‘Twee jaar geleden zei de dokter van mijn tante dat ze nog maar drie maanden te leven had…’ Behalve dat artsen dat nooit precies zo zeggen. Ongeveer een jaar geleden kreeg ik te horen dat mijn kanker waarschijnlijk ongeneeslijk was, maar dat een bepaalde vorm van chemotherapie hem in remissie zou kunnen brengen.

Hoe lang had ik dan nog? Nou, zei de dokter, dat was moeilijk te zeggen. Misschien drie maanden, misschien langer. Als de chemo werkte dan mogelijkerwijs nog een jaar of twee. Daarna stelden vrienden me dezelfde vraag als ik aan de arts gesteld: hoe lang? Enige tijd vertelde ik ze wat me was gezegd: ik had nog drie maanden te leven. Maar dat was me natuurlijk niet gezegd. Dat was één interpretatie van wat ik gehoord had, net zoals ‘een jaar’ of ‘twee jaar’.

Ik ben mordicus tegen alterneuterij, maar vond het toch o zo gemakkelijk om de vooruitzichten zo dramatisch te vertalen. Hoeveel aannemelijker is het dat iemand die begonnen is aan de een of andere laatstestrohalmkuur dezelfde vertaling maakt en zo de werkzaamheid bewijst van het flutspul dat ze slikken?

… en x maanden na het begin van de behandeling was de tumor tot de helft geslonken!

Dat klinkt natuurlijk indrukwekkend en het is altijd het eind van zo’n verhaal over iemand die naar huis was gestuurd om te sterven. De laatste keer dat ik een e-mail kreeg met deze aankondiging erin, e-mailde ik terug: als de patiënt naar huis was gestuurd om te sterven, waarom had die dan de scan gekregen waaruit bleek dat de tumor gekrompen was? Scans zijn duur en worden meestal alleen gegeven aan personen waarvan de artsen denken dat ze ze nog kunnen helpen.

Het bleek, zoals altijd trouwens, dat de patiënt de behandeling had ondergaan — in dit geval de Gersonmethode — tegelijkertijd met intensieve bestraling. Ze was helemaal niet naar huis gestuurd om te sterven, maar met de boodschap dat als de bestraling niet zou werken, ze nog maar weinig tijd zou hebben. En inderdaad, telkens als ik eens de moeite nam om een van die wondergenezingen te controleren die in een remissie scheen te hebben geresulteerd of zelfs in een genezing, dan bleek het dat de patiëent tegelijkertijd een orthodoxe therapie had ondergaan. Waarom ze dan geloven dat het krankzinnige dieet gewerkt heeft en dat de bestraling of de chemotherapie geen effect had, daar snap ik niets van.

De artsen waren stomverbaasd over haar vooruitgang, ze namen zelfs foto’s van haar …

In dit land moeten kankerspecialisten 50 percent van hun tijd doorbrengen met patiënten vertellen dat ze eerder heen zullen gaan dan ze gedacht hadden. Een deprimerende manier om rond te komen, denk ik. Het is geen wonder dat zo velen in geval van goed nieuws een gat in de lucht springen van plezier. De chemotherapie die ik afgelopen jaar afmaakte had een kans van 1 op 3 dat hij zou werken, en als hij werkte een kans van 1 op 4 dat ik langer dan drie maanden zou leven na het eind van de kuur. Toen ik me enkele maanden na die termijn van drie maanden bij diverse klinieken meldde, straalden de artsen van geluk en dartelden als lammetjes in de lente. O, hoe wonderbaar! Wat knap van mij! Wat knap van hun! Vlug, vlug, een foto voor een wetenschappelijk tijdschrift!

Het viel me zwaar me te midden van dit alles me te herinneren dat terminaal nog steeds terminaal betekende. Ik kan me zo goed voorstellen dat als ik het flutdieet had gevolgd tegelijk met de chemotherapie, ik de kliniek zou hebben verlaten in het geloof dat een wonderbare en zeldzame genezing had plaatsgevonden.

Dit is geen alternatieve geneeswijze: het is bewezen dat het werkt…

De remedie waar ik het vaakst over hoor is dat verdomde Essiac. Essiac zou een oud indianenrecept zijn dat werd aanbevolen door een thans dode verpleegster, en het is de trots van de Canadese alternatieve geneeskunde. Ondanks het feit dat de Canadese Gezondheidsraad vastgesteld heeft dat het bepaalde belangrijke kenmerken van geneesmiddelen ontbeert — zoals dat het geneest, bijvoorbeeld — bestaat er een algemeen geloof dat Essiac op de een of andere manier een ‘officiële’ geneeswijze is in Canada. Ik vroeg dit aan een Canadese arts en die zei ja: ziekenhuizen in Canada bieden het aan. Maar alleen op dezelfde manier als Britse ziekenhuizen een kapel aanbieden voor gebed.

… hoewel de artsen niet willen zeggen dat hij genezen is …

Dit wordt meestal gezegd als bewijs van de kregelige houding van artsen tegenover wondergenezingen die ze niet zelf tot stand hebben gebracht. Elke keer weer betekent dit dat de zieke ‘in remissie’ is, wat iets heel anders is dan ‘genezen’. Pleitbezorgers van de alternatieve geneeskunde gebruiken vaak dezelfde argumenten ten gunste van hun eigen geloof, als ze tegen dat van de medische orthodoxie gebruiken. Zo wordt bijvoorbeeld één enkel artikel dat suggereert dat homeopathie heel misschien iets zou uitrichten tegen een of ander onbenullig ongemak opgevat als bewijs dat homeopathie werkzaam is in alle gevallen, terwijl één enkel artikel dat suggereert dat een orthodoxe kankertherapie wat tegenvalt, door hen opgevat wordt als een even krachtig bewijs dat de hele orthodoxe geneeskunde waardeloos is.

Zo werkt het ook met remissie en genezing. Als je een alterneut vertelt dat het percentage genezingen voor kanker vervijfvoudigd is sinds het begin van 20ste eeuw, dan krijg je te horen dat dit een oplichterstruc is van de regulieren, omdat ze ‘genezen’ zeggen, maar bedoelen ‘kwam vijf jaar lang niet terug.’ Dat klopt natuurlijk, want meestal ís dat de definitie. Maar omdat dat al een eeuw geleden de definitie was, is het alleszins redelijk om de vergelijking te maken. Aan de andere kant zijn deze klagers al heel blij als ze een of twee jaar remissie zien, en geloven dan een bewijs te hebben dat de een of andere kuur op dat moment een volledige genezing heeft bewerkt.

Vertel ik mijn correspondenten dit allemaal? Meestal niet. Hun artsen vertellen ze het ook niet, en om dezelfde reden. De situatie waar ze zich in bevinden is geen lolletje. Ik kan het weten. Een deel van mij vindt dat ik eerlijk de waarheid zou moeten zeggen, maar waarom zou ik de dingen erger maken dan ze al zijn? Als zij het fijn vinden zulke dingen te geloven, mij best. Als deze kaarten op tafel liggen, grijp je elke strohalm. En ik ben er trouwens ook tamelijk zeker van dat als ik ze iets anders vertelde, ze me toch niet zouden geloven.

Dit artikel verscheen oorsponkelijk in The Skeptic, eind 2000. De redactie van Skepter dankt de John Diamond Estate voor toestemming om dit artikel te mogen gebruiken.

Uit: Skepter 14.2 (2001)

John Diamond (1953 - 2001) was columnist en tv-presentator