Chiropraxie

Een wervelende show

door Dirk Koppenaal

Chiropraxie is de verzamelnaam voor manuele therapieën die uitgaan van scheefstand van een ruggenwervel als oorzaak van ziektes. Het terugduwen van de ontspoorde wervel herstelt geblokkeerde zenuwimpulsen en geneest de patiënt.

William Harvey Lillard (1856 – 1925) is in september 1895 nog laat aan het werk. [I] Lillard is de conciërge van een vier verdiepingen hoog pand in Davenport, Iowa. Terwijl een brandweerwagen voorbij raast, kijkt Lillard niet op of om. Lillard is al 17 jaar bijna doof, maar hoort sinds een paar maanden niets meer. Het laatste wat hij nog goed hoorde was een knallende ‘pop’ in zijn ruggengraat toen hij een zware last optilde. [20] Hij was met zijn gehoorprobleem bij verschillende dokters geweest, maar niemand kon hem helpen. Lillard zal nooit gedacht hebben dat juist hij op die avond het onderwerp zou worden van een revolutionaire medische uitvinding die – mits goed uitgevoerd – vrijwel iedere kwaal kan genezen.

Daniel David (DD) Palmer werd op 6 of 7 maart 1845 in een dorpje iets ten oosten van Toronto, Canada geboren. Zijn vader was schoenmaker, kruidenier, schoolhoofd en beheerder van een postkantoor, maar kon de eindjes nauwelijks aan elkaar knopen. DD moest als oudste zoon meeverdienen en kreeg nauwelijks de tijd voor onderwijs. In 1856 ging zijn vader failliet en het gezin verhuisde met vier kinderen naar Iowa. DD en zijn broer Thomas J. bleven achter om zich pas tien jaar later tijdens de nadagen van de Amerikaanse burgeroorlog bij de rest van het gezin te voegen. DD trad in zijn vaders voetsporen: hij werd kruidenier en gaf les op een lagere school. Op een schuin stukje land kweekte hij bessen en verdiende bij als imker. In 1871 trouwde hij voor de eerste keer. Hij zou uiteindelijk zesmaal trouwen en vier kinderen krijgen.

Rond 1870 ging DD zich steeds meer voor spiritisme interesseren. De basis van het Amerikaanse spiritisme werd in 1848 gelegd toen de vijftienjarige Margaret Fox en haar twaalfjarig zusje Kate contact legden met een klopgeest in hun huis in New York. Al snel gingen de zusjes op tournee met in hun kielzog andere getalenteerde mediums en werden seances als theatervoorstellingen bezocht. De populariteit van de beweging resulteerde in acceptatie van metafysische, paranormale en theologische denkbeelden. In 1875 stichtte de Russische esoterica Helena Blavatsky (1831 – 1891) de Theosofische Vereniging in New York. Volgens de grondgedachte van de theosofie zijn alle religies pogingen van een bovennatuurlijke macht om de mensheid tot grotere perfectie te brengen. DD verzamelde een groot aantal boeken over het onderwerp, maar was tevens te eigenwijs om een bepaalde spirituele stroming aan te hangen. [6]

In 1885 las DD over de magnetiseur Paul Caster. Caster genas als een soort Jezus kreupele patiënten die springend zijn kliniek verlieten. De ideeën over magnetisme sloten perfect aan bij DD’s spirituele beleving. DD las zoveel mogelijk over magnetisme en benoemde zich een jaar later zonder verdere omhaal tot ‘doctor’, een handelwijze die door sommige hedendaagse chiropractors tot traditie verheven is. [11] Zijn praktijk liep als een tierelier. Patiënten moesten bij binnenkomst een nummertje trekken. Hij werkte alleen ’s middags en behandelde dan soms wel 100 patiënten. [11]

Anders dan andere magnetiseurs herstelde DD geen foute energiestromen door luchtstrelende bewegingen, maar drukte zijn magnetische vingers op de organen van de zieke. [15] DD piekerde er vaak over waarom de ene mens ziek werd en de ander gezond bleef. Uit zijn waarnemingen leidde DD af dat de kwalen gerelateerd waren aan de organen. Hij dacht dat ziektes ontstonden als organen verplaatst waren. Anatomische structuren zouden dan tegen elkaar schuren, warm worden en tot ‘ontstoken’ weefsel leiden.

Op een avond in september 1895 toen DD nog laat aan het werk was, viel alles plots op zijn plaats. Hij zag dat de conciërge niet op- of omkeek toen een brandweerwagen langs hem raasde. De conciërge vertelde dat hij doof was na een rugblessure. DD onderzocht de rug en voelde een wervel die niet netjes op zijn plaats zat. [II] Met het doornuitsteeksel als hefboom duwde hij de wervel terug op zijn plek. Het resultaat was verbluffend: Lillard kon weer horen. Een nieuwe therapie was geboren.

D.D. Palmer

Een erfelijke gave

Manuele therapieën behoren tot de oudste geneeswijzen. De vroege Chinezen, Indiërs en Grieken maakten er al melding van. Tot het eind van de middeleeuwen werden procedures toegepast om ruggen te rechten. De behandeling richtte zich op de hele rug en niet op individuele wervels. In eerste instantie werden marteltuigachtige opstellingen gebruikt, later deden speciale beugels en korsetten hun intrede. [23]

De augustijner monnik Moulton schreef in 1656 als eerste over ‘bottenkraken’ om aandoeningen te behandelen die niets met het skelet te maken hadden. In de achttiende eeuw verschoof de aandacht van de medische wereld naar spieren en lichaamsvloeistoffen. Artsen vonden correcties aan de rug ineffectief en gevaarlijk. Alleen dorpsdokters en rondreizende bottenkrakers pasten de methode nog toe. Het beroep werd vaak doorgegeven van vader op zoon of moeder op dochter en de helende vermogens werden beschouwd als een erfelijke gave. [27]

Rond 1800 werd de rol van het zenuwweefsel en ruggenmerg duidelijk. De Duitse anatomen Franz Joseph Gall en Johann Spurzheim toonden met laesies aan dat uitlopers van zenuwcellen in de hersenen signalen doorgaven aan de spieren. De Engelse arts Marshall Hall (1790-1857) ontdekte de reflexboog (1832): de reactie van een orgaan op een stimulus zonder tussenkomst van de hersenen. J. Evans Riadore meende dat beklemming of overmatige prikkeling van zenuwwortels de functie van organen kon verstoren: de spinal irritation hypothese. Hij adviseerde om in die gevallen de positie van wervels te corrigeren.

Aan het begin van de negentiende eeuw herwon de manuele therapie terrein. De meeste clinici moesten er niets van hebben, maar erkenden ook dat bottenkrakers populair waren. De Britse medicus James Paget (1814 – 1899) dacht dat hun succes meer geluk dan wijsheid was, maar riep wel zijn collega’s op om van hun technieken te leren. De arts Wharton P. Hood nam zijn advies ter harte en publiceerde in 1871 een aantal bottenkrakende artikelen. Hood claimde geen buitenissige resultaten. Hij concludeerde dat bottenkraken vaak effectief was voor de behandeling van het bewegingsapparaat. Tien jaar later was bottenkraken het hoofdonderwerp van het jaarlijkse congres van de Britse chirurgen. Manuele therapie was terug van weggeweest, ook in het reguliere circuit.

Old dad chiro

In de zomer van 1896 opende DD de ‘Palmer school of Magnetic Cure’. Het is onduidelijk of hij direct al zijn patiënten met zijn nieuwe methode behandelde. DD schreef weinig over deze periode en de therapie had nog geen naam. Pas later dat jaar doopte dominee Samual Weed de behandelwijze ‘chiropractic’: een samentrekking van de Griekse woorden cheir (hand) en praktikos (praktisch).

DD meende dat zijn medische doorbraak in een commercieel succes zou resulteren en hield zijn techniek angstvallig geheim voor patiënten en niet-ingewijden. Toen hij op een keer ontdekte dat een patiënt in een spiegel meekeek, smeet hij de spiegel woest aan stukken. Tijdens een hoorzitting naar aanleiding van de dood van een jonge tuberculosepatiënte, weigerde hij te vertellen hoe hij haar had behandeld. Zijn studenten moesten 500 dollar collegegeld betalen en hij was niet bereid zijn kennis voor minder uit de doeken te doen. [17]

BJ PalmerIn 1902 studeerde DD’s zoon Barlett Joshua Palmer (BJ) af. Kort daarop pakte DD ‘plotseling’ alle inboedel in en vertrok naar Californië om nieuwe scholen te openen. [18] [28] [III] BJ, net 21 jaar oud, stond voor de onmogelijke taak om de lege praktijk draaiende te houden. Na anderhalf jaar keerde DD weer terug, maar de relatie tussen vader en zoon was ernstig beschadigd. Toen DD in 1906 na een korte gevangenisstraf vrijkwam, weigerde BJ hem toegang tot de school. Samen met Alva Gregory opende DD in 1908 een nieuwe school in Oklahoma, maar na 9 weken hadden beide chiropractors al zoveel onenigheid dat DD vertrok. In Portland, Oregon vond hij tijdelijk rust om zijn eerste boek te schrijven: Text-book of the science, art and philosophy of chiropractic (1910).

Na drie jaar keerde DD toch weer terug naar Davenport, maar een poging tot verzoening met zijn zoon mislukte en verbitterd werkte hij een aantal straten verderop bij een concurrent. In 1913 startte DD een praktijk in San Diego. Tijdens een bezoek in 1913 aan de jaarlijkse parade van de Palmer School of Chiropractic in Davenport wilde DD met een vlag vooraan in de parade meelopen. BJ was intussen door slim reclame voeren zo succesvol dat hij de eerste auto in Davenport kon aanschaffen. Bij het zien van zijn vader reed BJ naar voren en een knallende woordenwisseling volgde. [IV] Wat er toen gebeurde is niet duidelijk. DD en zijn vrienden beweerden dat BJ op hem inreed, andere getuigen verklaarden dat DD tegen de auto viel. Gewond keerde DD terug naar San Diego, waar hij volgens de officiële verklaring, op 20 oktober 1913 aan koorts en tyfus stierf. [22][29][32]

Aangeboren intelligente

DD schrijft in zijn eerste publicatie over chiropraxie dat Lillards genezing geen toeval was; hij had de behandeling doelgericht uitgevoerd. [V] DD’s volgende succespatiënt had hartproblemen. DD redeneerde: ‘als twee totaal verschillende ziektes, zoals doofheid en hartproblemen, voortkwamen uit druk op de zenuwen, zouden andere ziektes dan niet het gevolg zijn van dezelfde oorzaak?’

Het lijkt vreemd dat DD al na twee patiënten zo precies leek te weten wat het probleem en de oplossing was. DD redeneerde echter niet met medische kennis, maar vanuit een spirituele gedachte. Volgens DD is er een energie of levenskracht die verantwoordelijk is voor de organisatie, homeostase en zelfhelende eigenschappen van het lichaam. Hij noemde deze ’innate intelligence’: aangeboren intelligentie. [4] Net als de osteopaat A.T. Still zag hij het lichaam als een machine. Alle mogelijke ziektes van infecties tot kanker, ontstaan als de machinedelen niet soepel kunnen draaien en de aangeboren intelligentie blokkeren. Correctie van haperende onderdelen repareert de aangeboren intelligentie en maakt het voor het lichaam mogelijk om zonder medicijnen te genezen.

SubluxatieEssentieel in DD’s therapie is een kleine scheefstand – subluxatie – van een ruggenwervel en het op zijn plaats rechtzetten van de wervel door het uitsteeksel als hefboom te gebruiken. Dat was zijn ontdekking en zijn sleutel tot succes. [VI] DD spreekt over subluxatie om een verschuiving in de wervelkolom te beschrijven die leidt tot een blokkade van de aangeboren intelligentie en die zodoende de orgaansystemen en de algemene gezondheid kan beïnvloeden. Zenuwen vormen een onderdeel van de aangeboren intelligentie, maar er is ook nog een metafysische component; een factor die wij niet kunnen waarnemen.

DD zet zich al in een vroeg stadium af tegen reguliere geneeskunde. Naar zijn idee is magnetisme veel effectiever. Magnetisme wordt immers rechtstreeks toegepast op de zieke organen, terwijl gewone dokters medicijnen voorschrijven, die door de maag moeten. Maar meestal heeft de maag niets met de ziekte te maken. Ook in zijn latere carrière was DD er zo van overtuigd dat een subluxatie de oorzaak van ieder gezondheidsprobleem was, dat hij nieuwe inzichten negeerde. Hij geloofde niet in ziektekiemen en ontkende het bestaan ervan. Vaccinatie noemde hij de medische ontgoocheling van de negentiende eeuw: ‘de verspreiding van de ziekte, om de ziekte daarmee te stoppen, is geen wetenschap, onlogisch, immoreel en moorddadig in de praktijk’. [11]

Ondanks dat DD niets van vernieuwende concepten wilde weten, veranderden ook zijn eigen ideeën in de loop van de jaren. Grofweg kunnen we drie theorieën onderscheiden. In de eerste vijf jaar na zijn ontdekking hield hij vast aan zijn oorspronkelijke idee, dat verplaatste lichaamsdelen frictie veroorzaakten en daardoor warmte. De warmte resulteerde in ontstoken weefsels en slecht functionerende organen. Manipulatieve procedures om de organen weer op hun plaats te krijgen, konden het ziekteproces stoppen, waarna de aangeboren intelligentie de rest deed. Hij vond zenuwen en wervels de belangrijkste factoren, maar ook problemen met de circulatie sloot hij niet uit.

Onder druk van de niet aflatende beschuldigingen van osteopaten kwam hij rond 1902 tot andere inzichten. [kader] Vanaf dat moment speelden alleen subluxatie en blokkade van zenuwen een rol. Dit is de theorie die BJ van zijn vader leerde en die BJ verder ontwikkelde. DD begon te twijfelen of obstructie van de zenuwen het echte mechanisme was waardoor de aangeboren intelligentie niet werkte. Subluxaties zouden niet alleen druk veroorzaken, maar ook de zenuwen kunnen oprekken en de transmissiesnelheid van een zenuwimpuls wijzigen. DD vergeleek het proces met een ontstemde vioolsnaar en sprak over ‘vibraties’ en ‘toon’. Alle cellen en weefsels zouden een neuraal gemedieerde ‘toon’ hebben die afhankelijk was een juiste skeletuitlijning. [6][17] Een overdaad aan ‘toon’ veroorzaakt prikkelbare organen, terwijl te weinig ‘toon’ de werking van de organen doet verslappen. Veel interesse voor DD’s laatste theorie was er niet.

Sinds 1906 was BJ de onbetwiste leider en hij bleef trouw aan de tweede theorie van zijn vader. Volgens BJ bestond de taak van een chiropractor uit het opsporen van de subluxatie en de gewrichtsoppervlakten dusdanig te verplaatsen dat de druk van de zenuwen weggenomen werd. Om de subluxatie op te sporen gebruikte hij oorspronkelijk net als zijn vader symptoomanalyse, zenuwvervolg en palpatie. Volgens BJ was DD de ontdekker en hij de ontwikkelaar van chiropraxie: zoals Franklin de elektriciteit uitvond en Edison de gloeilamp. Een van zijn eerste ontwikkelingen (1910) was het gebruik van röntgenapparatuur om subluxaties op te sporen. In 1924 introduceerde hij de neurocalometer. Alle subluxaties konden opgespoord worden of men ziek was of niet. In plaats van het apparaat te verkopen, verhuurde hij het, wat zakelijk gezien een geniale zet was.

Begin jaren 1930 schudde de chiropractische wereld op haar grondvesten. BJ verkondigde dat hij de enige echte oorzaak van alle ziektes had gevonden: subluxatie van de bovenste ruggenwervel, de atlas, waar de schedel op rust en die het mogelijk maakt om het hoofd op en neer te bewegen. Onder deze nekwervel zouden geen subluxaties kunnen voorkomen, omdat de wervels met tussenschijven en in elkaar grijpende constructies te stevig met elkaar verbonden waren. BJ noemde zijn theorie zelf gekscherend ‘hole-in-one’. Over hoe het mogelijk was dat zijn vroegere behandelingen ook goed werkten, laat BJ zich niet uit. Tot 1949 mochten zijn studenten geen andere wervels meer behandelen en vele duizenden chiropractors richtten zich vanaf dat moment op de behandeling van de bovenste twee nekwervels. Veel andere chiropractors zagen echter niets in de theorie, die hun duur geleasete neurocalometer waardeloos maakte en hen terug liet komen naar de schoolbanken voor een nieuwe cursus.

Recht

Solon M. Langworthy, Oakley Smith en Minora Paxson behoorden tot DD’s eerste opgeleide chiropractors. Het drietal startte hun eigen chiropraxieschool ongeveer 150 km bij DD vandaan. DD zag chiropraxie als pure handkunst en kwam nooit verder dan wat experimenten met een pleximeter (plankje) en houten hamertje. Tot zijn grote ergernis bleven de rivalen niet recht in de leer – straight – maar behandelden ze hun patiënten met een mix van chiropraxie, rekmachines, osteopathische methoden en kruidendrankjes. Zelfs vandaag de dag blijft dit onderscheid de chiropraxie bezighouden. De straights houden zich met haast religieuze overtuiging vast aan Palmers leer en de procedures van de chiropraxie. De mixers staan open voor nieuwe medische ontdekkingen en proberen die in hun therapie te gebruiken. De oud-studenten brachten nog voor DD het eerste leerboek voor chiropraxie uit: Modernized Chiropractic (1906), een knipoog naar een therapie die krap 10 jaar oud was. In het tekstboek gaat men ook in op de oorzaak van subluxaties: zwaartekracht en verkeerde bewegingen.

Smith startte rond 1905 een eigen – in Nederland onbekende – manuele therapie: naprapathic. Hij ontdekte dat een ligateit verantwoordelijk was voor veel van de door chiropractors behandelde klachten. Een ligateit ontstaat als de banden van de wervelkolom, de ligamenten, te strak gaan zitten, beschadigen of littekenweefsel vertonen. DD erkende dat naprapathic en chiropraxie wezenlijk anders waren. Alva Gregory en Albert Abrams (de latere bedenker van wonderlijke apparaten als de Dynomizer, de Oscilloclast en de Radioclast) voegden onafhankelijk van elkaar neurale stimulatie door middel van reflexen aan de chiropraxie toe. Gregory introduceerde ook tal van instrumenten om de ruggenwervels te bekloppen, uit te rekken en te masseren, en hij paste warm-koudtherapie toe. Een van Gregory’s studenten, Joe Shelby Riley, bracht allerlei pneumatische en elektrische apparaten in de handel om de zenuwen te stimuleren.

Chiropraxie volgens de Palmers was een reductionistische therapie met een segmentale benadering. De stand van één enkele ruggenwervel was bepalend voor de algemene gezondheid. Willard Carver geloofde in een structurele benadering en wordt daarom vaak als de ‘bouwer’ van de chiropraxie beschouwd.[17][21] Carver was advocaat maar besloot chiropractor te worden, nadat hij door DD genezen zou zijn van tuberculose. Hij was er van overtuigd, dat de wervelkolom een integraal onderdeel van het lichaam vormde en dat onder invloed van de zwaartekracht alle lichaamsdelen zich konden verplaatsen en zenuwen afknellen. Hij pleitte daarom voor een juiste lichaamshouding. [VII]

Innovaties volgden elkaar in rap tempo op. Joseph C. Keating, vooral bekend als historicus van de chiropraxie, geeft een lijst van ruim 30 belangrijke ontwikkelingen en Wikipedia somt zelfs het dubbele aantal op. [7][17] Chiropractors ruziën over subluxaties van de atlas tot het stuitje, over knellende en strategische wervels, over een enkele wervel of de driedimensionale samenhang van de hele ruggengraat, over spinale hygiëne, balans, soepelheid en fixatie. Het is merkwaardig dat de revolutionaire innovaties niet gepaard gaan met radicale verbeteringen.

Kort na de Tweede Wereldoorlog kreeg de chiropraxie een enorme opleving. Terugkerende veteranen maakten massaal gebruik van de G.I. Bill: een regeling om gratis een opleiding te volgen en tegen lage renteleningen een eigen bedrijf te starten. [20] De vers opgeleide chiropractors openden niet alleen in de VS praktijken, maar zwermden uit over de wereld.

Hoewel mixers steeds meer terrein winnen, blijft ook vandaag de dag een grote groep chiropractors trouw aan de tweede theorie van DD. Deze groep wijst iedere vorm van reguliere gezondheidszorg af en verzet zich fel tegen vaccinaties. Welke vorm van chiropraxie overigens gekozen wordt, lijkt van ondergeschikt belang voor de patiënt. Ondanks de grote verschillen in visie en de tientallen innovatieve behandelwijzen, rapporteren chiropractors geen significante discrepanties in de efficiëntie van hun therapie.

Scheef

Volgens DD waren er drie oorzaken voor het ontstaan van een subluxatie: trauma, gifstoffen en onvoldoende controle over de emoties. [4] Pijn en zwelling rond de wervel zijn geen vereiste en patiënten weten meestal niet dat zij een scheefstand hebben. Als een arts over subluxatie spreekt, bedoelt hij of zij een verstuiking: een gewricht is verrekt, maar niet uit de kom geschoten. Een verstuiking treedt op als een gewricht teveel kracht te verduren krijgt waardoor banden, kapsels of ligamenten rekken of scheuren. De verstuiking gaat gepaard met pijn en zwelling en gaat na enige tijd rust ‘vanzelf’ weer over. Ook de wervelkolom bevat gewrichten, de zogenaamde facetgewrichten die de wervels samen met de tussenwervelschijven flexibel met elkaar verbinden, zodat we ons kunnen buigen. Een PubMed-search wijst uit dat de term vooral wordt gebruikt bij versleten ruggen, bijvoorbeeld als gevolg van reumatische artritis. [V] De chiropractische term ‘subluxatie’ komt dus niet overeen met de medische terminologie. Wat is het dan wel?

DD kon een subluxatie voelen. BJ ook, maar introduceerde toch röntgendiagnostiek en later de neurocalometer. Dit instrument vergeleek de lichaamswarmte links en rechts van de ruggengraat en zou nauwkeuriger dan iedere andere techniek de aanwezigheid van een subluxatie kunnen opsporen. [16][17][20] Sindsdien zijn er nog 20 van zulke meetapparaten ontwikkeld. Vreemd genoeg is er geen enkele studie gepubliceerd waarin onderzocht werd of de uitslag van de meters wel overeenkomt met de handmatig opgespoorde of met röntgen vastgestelde locatie. Tegenwoordig vertrouwen chiropractors vooral op röntgendiagnostiek. In de VS wordt van vrijwel iedere nieuwe patiënt standaard een foto genomen. Een enquête uit 1995 liet zien dat ook in Nederland bijna 60% van de praktijken over eigen röntgenapparatuur beschikt. [8]

De onderlinge variatie waarmee chiropractors de scheefstand van wervels op röntgenbeelden beoordelen is klein en doet in dezen niet onder voor specialisten. [5][12][24][26] Er is echter nauwelijks onderzoek gedaan naar de geldigheid en de klinische relevantie van de fotoanalyses. De chiropractor French liet vijf collega’s röntgenfoto’s gebruiken in combinatie met andere technieken om subluxaties op te sporen die lage rugpijn zouden veroorzaken. [9] De chiropractors bleken grote problemen te hebben om bij dezelfde patiënten eensluidend de scheve wervel aan te wijzen. Dit resultaat bevestigt een Deense analyse van artikelen tussen 1976 en 1995 uit de Chirolars database: er bestaan geen betrouwbare testen om subluxaties op te sporen. [14]

Ernstig

Volgens de Palmers kan chiropraxie ziektes genezen zoals mazelen en cholera, orgaanaandoeningen en ziektes van zeer uiteenlopende aard, zoals astma, kiespijn, malaria, geestesziektes, kanker, tumoren en abcessen.[19][30]

De straights staan nog steeds achter deze lijst en ontkennen bijvoorbeeld dat virussen en bacteriën ziektes kunnen veroorzaken. Het heeft geen zin om met deze groep chiropractors in discussie te gaan. Miljoenen wetenschappelijke artikelen wijzen uit dat hun ideeën onzinnig zijn.

De mixers beperken hun claims tot klachten van het bewegingsapparaat en de rug. Vaak hebben ze ook opleidingen in de osteopathie, fysiotherapie en zelfs toegepaste psychologie gevolgd. Voor de bezoeker is het moeilijk uit te maken of men een subluxatie-helende, botten-krakende, spier-knedende of psychosomatische behandeling krijgt. Mixers sluiten niet uit dat chiropraxie ook kan helpen bij vagere klachten zoals chronische vermoeidheid of migraine. Rugklachten komen veelvuldig voor en ook voor de reguliere arts is het vaak moeilijk uit te maken wat de oorzaak van het probleem is en wat de beste behandelwijze kan zijn. Zijn dit misschien subluxaties en kan de chiropractor helpen?

De Duits-Britse hoogleraar complementaire geneeskunde, Edzard Ernst (1948) heeft de luizenkam gehaald door alle gepubliceerde studies die tot chiropraxie herleid konden worden om inzicht in de effectiviteit van de behandelmethode te krijgen. Onderzoeken die merendeels door chiropractors zelf werden uitgevoerd en gepubliceerd. Bij veel studies ontbraken controlegroepen. Andere onderzoeken lieten sterk wisselende resultaten zien. Om die reden paste Ernst een speciale statistische techniek toe, de meta-analyse. Met deze techniek kijkt men naar de ruwe data en voert statistische bewerkingen uit op een veelvoud aan resultaten. Ernst is niet de enige onderzoeker die op die manier de literatuur doorlichtte en hij hield precies bij wat andere onderzoekers concludeerden. Met dit zware geschut kon hij maar één gevolgtrekking maken: chiropraxie is een inefficiënte behandelmethode, die niet beter presteert dan een placebobehandeling. [8][IX]

Ernst heeft ook onderzocht in hoeverre chiropraxie veilig is. Iedereen die ook maar iets meer van zorg of EHBO weet, begrijpt dat kracht uitoefenen op de wervelkolom een riskante actie kan zijn. Chiropractors rapporteren zelf dat de behandelmethode bijzonder veilig is. Onderzoek onder patiënten wijst echter uit dat bijna de helft van hen over milde tot matige bijwerkingen klaagt, zoals (hoofd)pijn en vermoeidheid. In het bijzonder manipulatie van de nekwervels is bijzonder gevaarlijk. De slagaders die de hersenen van bloed voorzien, lopen langs de nek in een soort S-bocht en kunnen scheuren door een verkeerde beweging. Ernst schat dat chiropraxie in de loop van de jaren tot 700 ernstige complicaties en 50 doden heeft geleid. Enquêtes onder artsen suggereren verder dat veel complicaties nooit bij een overheidsinstantie zijn gemeld.

Blokkades

Het is niet bekend welke voorwaarden DD aan zijn studenten stelde. De eerste opleidingen namen slechts een maand of zes in beslag, BJ verdubbelde de studieduur. [35] In 1974 erkende het Amerikaanse ministerie van onderwijs chiropraxie als een officiële studie en stelde kwaliteitseisen op. Een aantal opleidingen valt overigens buiten staatstoezicht en heeft geen licentie van de Council on Chiropractic Education. Tegenwoordig kunnen studenten ook terecht bij instituten in het VK, Denemarken, Zuid-Afrika, Australië en Canada. De toelatings- en opleidingseisen en de studieduur variëren van land tot land, maar de opleiding ligt zeker op HBO-niveau.

In Nederland zijn ongeveer 400 chiropractors werkzaam. Ongeveer 250 van hen zijn aangesloten bij de Nederlandse Chiropractoren Associatie (NCA). De NCA werd in 1975 opgericht en is de grootste beroepsorganisatie voor chiropractors. De NCA probeert chiropraxie een eigen plek in de gezondheidszorg te geven en lobbyt om de behandelwijze door zorgverzekeraars vergoed te krijgen. De associatie maakt zich sterk voor kwaliteit en registreert alleen behandelaars met een erkende opleiding. Hiervoor richtte het in 2001 de Stichting Chiropractie Nederland (SCN) op. De Dutch Chiropractic Federation (DCF) werd in 2000 opgericht voor in Nederland werkende leden van de International Chiropractors Association (ICA) en telt circa 75 leden. Daarnaast is er nog de Christelijke Chiropractoren Associatie (CCA) die organisatorisch nauw verbonden is met de DCF. Ook DCF en CCA hebben kwaliteit hoog in het vaandel staan en ze hebben als tegenhanger van de SCN de Stichting Nationaal Register van Chiropractoren (SNRC) opgericht. De drie organisaties hebben vrijwel hetzelfde bestuur, en dezelfde voorzitter, een in Ridderkerk praktiserende advocate. Daarnaast zijn er tientallen zelfstandig opererende chiropractors. De Nederlandse overheid erkent chiropraxie niet en er is in ons land dan ook geen officiële opleiding of titelbescherming. Studenten moeten uitwijken naar andere landen, maar ontvangen dan wel studiefinanciering van de Nederlandse overheid.

Op de sites van de DCF en ICA staat niet veel over welke aandoeningen een chiropractor zou kunnen behandelen en volgens welke methodes hij werkt. De NCA is hier wel duidelijk in. Volgens de NCA zouden mensen met klachten in de rug, nek of schouder zeker een bezoek aan een chiropractor moeten overwegen. Rugklachten kunnen allerlei oorzaken hebben, zoals een verkeerde houding, veroudering, slijtage, stress, kou en trauma door een ongeval of foute beweging. De chiropractor past druktechnieken toe op de wervelkolom om ‘blokkades en storingen op te heffen, zodat zenuwen, spieren en wervels hun werk weer goed kunnen doen’. Ook migraine en hoofdpijn zijn op die manier behandelbaar. Was alle geneeskunde maar zo eenvoudig.

Mensen met ‘drukkende’ wervels hebben meestal last van een spinale hernia. Een hernia is een scheur in de ring om de discus, waardoor dan de kern naar buiten puilt en op de omgeving drukt. Een afgeknelde zenuw kan resulteren in pijn, tintelingen of uitval van de armen of benen. Onder deze condities zien neurologen overigens geen beïnvloeding van de organen of bloedvaten optreden. De wond kan pijn ‘uitstralen’ naar hogere gebieden, maar de hernia heeft uitsluitend invloed op het geïnnerveerde gebied. De klachten van een hernia verdwijnen meestal na een aantal weken vanzelf weer.

Volgens de NCA kunnen hernia en whiplashklachten goed door een chiropractor behandeld worden. De chiropractor zou de beweeglijkheid van de wervelkolom verhogen en de tussenwervelschijfruimte vergroten om de druk op de zenuw te verlagen. Tot zekere hoogte had BJ met zijn ‘hole-in-one’ theorie gelijk. De wervels in de rug grijpen goed op elkaar in en zijn zo stevig met banden aan elkaar verbonden dat er veel gerichte kracht nodig is om een wervel ten opzichte van de naastgelegen wervels te verplaatsen. Als dit al zou lukken – wat bijzonder gevaarlijk is – dan veert de wervel direct weer terug naar zijn oude positie. Blokkades en storingen worden zo niet opgeheven. Chiropraxie in deze vorm is net zo effectief als een elastiekje langer maken door er een paar maal aan te trekken.

De meeste Nederlandse chiropractors mogen tot de mixers gerekend worden. De NCA schrijft dat door toepassing van druktechnieken op gewrichten ook hulp geboden kan worden bij artrose, gewrichtsslijtage en sportblessures. [X] Chiropractors doen niet alleen aan druktechnieken. Net als fysiotherapeuten geeft men adviezen over houding en men schrijft oefeningen voor (circa 40 Nederlandse chiropractors zijn ook BIG-geregistreerd fysiotherapeut) Om te voorkomen dat klachten terugkomen of verergeren adviseert de NCA aan zijn leden om de patiënt regelmatig terug te laten komen voor controle van de wervelkolom. Kortom, NCA-leden helpen en bieden geen wonderen bij onwaarschijnlijke klachten. Maar hoe nuchter zijn de in ons land werkende chiropractors werkelijk?

Jan Willem Nienhuys heeft vorig jaar alle chiropractors in kaart gebracht en met engelengeduld 141 websites doorzocht op klachten die men zou kunnen behandelen. Veel chiropractors hanteren geen duidelijke lijst met aandoeningen, maar gebruiken liever omschrijvingen die in de volksmond gebruikt worden. Hierdoor ontstond een lijst van maar liefst 200 klachten en alleen een arts kan beoordelen welke hiervan tot de wervelkolom herleid kunnen worden. Op drie sites menen chiropractors dat zij infectieuze ziektes kunnen genezen. Tientallen sites adverteren met klachten die niet direct met de wervelkolom gerelateerd kunnen worden, zoals slaapproblemen, concentratiestoornissen, astma, bedplassen, kolieken en allerlei andere darmaandoeningen. Huilbaby’s zijn tevens welkom. Ook zou chiropraxie de weerstand verbeteren en indirect effectief kunnen zijn. Kortom, de patiënt mag geen wonderen verwachten, maar tegelijkertijd mogen de verwachtingen hooggespannen zijn.

Wetenschap

In alle publicaties van DD wordt het woord science veelvuldig gebruikt. In zijn eerste publicatie stelt hij: ‘chiropraxie is een wetenschap van genezen zonder pillen’ en in zijn boeken komt het woord op iedere bladzijde voor. Ook voor BJ en latere chiropractors stond vast dat chiropraxie een wetenschap was en de vertrouwenwekkende term valt veelvuldig op websites. Het begrip ‘wetenschap’ staat voor kennis en kan erg breed uitgelegd en toepast worden. Binnen de reguliere gezondheidszorg heeft de term een preciezer kader. Medisch onderzoek moet voldoen aan: theoretisch werkingsmechanisme, hypothese, voorspelling, dubbelblind gerandomiseerd onderzoek en een conclusie die aangeeft of een hypothese wel of niet verworpen moet worden. Wetenschap staat in het algemeen open voor nieuwe inzichten, maar is tegelijkertijd bijzonder intolerant voor alles wat in tegenspraak is met gezekerde kennis.

Aangezien chiropractors zich met zorgvragen bezighouden, lijkt het logisch dat zij de term op dezelfde wijze gebruiken en hun therapie aan dezelfde normen hebben onderworpen. Dit lijkt niet moeilijk en zou in grote lijnen aan het volgende scenario moeten voldoen. Aandoeningen worden veroorzaakt door subluxaties die zenuwen afknellen. Hypothetisch zou bij patiënten met uniforme klachten dezelfde wervel scheef zitten en zou correctie de klachten doen verdwijnen. Dit kan gecontroleerd worden door andere chiropractors onafhankelijk van elkaar en zonder kennis van de kwaal, de rug te laten onderzoeken. Met dezelfde procedure kan gecontroleerd worden of een chiropractor de wervel teruggeplaatst heeft. Onafhankelijke artsen zouden kunnen controleren of de klachten zijn verdwenen.

Wanneer chiropraxie aan deze gangbare voorwaarden wordt onderworpen, blijkt de behandelmethode op geen enkel punt te voldoen. Het werkingsmechanisme kan niet bevestigd worden. De oorzaak van veel aandoeningen is bekend en kan niet tot geblokkeerde innervatie worden herleid. Een subluxatie is een mystiek begrip, er bestaat geen betrouwbare diagnostische methode. Bovenal blijkt dat chiropraxie niet meer doet dan een placebobehandeling. Neemt men hierbij de onnodige risico’s van röntgenstraling en bijwerkingen in ogenschouw, dan moet iedereen een bezoek aan de chiropractor sterk afgeraden worden.

Opmerkingen

I. De exacte dag waarop de eerste chiropractische handeling verricht wordt is onzeker. Lillard zelf geeft aan dat het ergens in januari 1896 gebeurde. DD noemt september 1895. Veel chiro-practors noemen 18 september 1895. [32]

II. Lillards dochter, Valdeenia Lillard Simons, had haar eigen ideeën over de spontane genezing van haar vader. Lillard zou met een heel ander verhaal thuisgekomen zijn. Hij had een grap verteld, waarop DD zo moest lachen dat hij hem op de rug sloeg met een zwaar boek. Een paar dagen later sprak Lillard DD weer en merkte op dat het leek alsof hij iets beter kon horen. DD besloot toen om te kijken of hij de techniek als uitbreiding op zijn magnetiseurspraktijken kon gebruiken. De mannen sloten een deal; als het werkte zouden ze de winst delen. Volgens de dochter viel dat nog flink tegen.

III. Waarschijnlijk vreesde DD justitiële vervolging. In 1902 ondertekende de staat Iowa de Medical Practice Acts. Iedereen die een medisch beroep uitoefende, moest een licentie hebben. [28] DD nam alles wat los zat mee, inclusief beddengoed. In 1906 werd DD uiteindelijk toch veroordeeld voor het illegaal uitoefenen van een medisch beroep en moest $350 betalen of 105 dagen naar de gevangenis. DD stelde zich als martelaar op: hij beoefende geen geneeskunde, maar chiropraxie. Na 23 dagen betaalde zijn vrouw alsnog de boete en DD kwam weer vrij.

IV. DD en BJ hadden niet alleen grote meningsverschillen over chiropraxie. Volgens BJ was vadertje Chiro thuis een verschrikkelijke man die zo met chiropraxie bezig was, dat hij zijn kinderen niet kende. DD’s aan morfine verslaafde vrouw Alvilla zou hem telkens aanzetten om BJ en zijn zusjes tot bloedens toe met een riem te slaan. DD moest hiervoor regelmatig een nachtje in de gevangenis doorbrengen. [1] Alvilla leed sinds een val van een pony aan ondraaglijke rugpijn en stierf in 1905 aan een overdosis morfine. DD trof geen blaam, maar het is wel heel triest dat juist hij, de grootste chiropractor van allemaal, niet in staat was haar van haar rugklachten af te helpen.

V. DD noemt de vierde thoracale wervel die zich ter hoogte van het borstbeen bevindt. Op zich is dat vreemd, rugblessures veroorzaakt door het tillen van een last ontstaan meestal in de onderrug. Zijn zoon BJ stelde later dat het de tweede cervicale wervel betrof. Dit laatste is zeker in tegenspraak met Lillard, die altijd over een rugblessure sprak. Overigens is doofheid niet gerelateerd aan rugblessures. Waarschijnlijk was Lillard wel slechthorend maar nooit doof. Uit alle stukken blijkt dat hij met mensen communiceerde door spraak.

VI. DD was niet de eerste ontdekker van chiropraxie. Johannes Henricus Hieronymi (1704-1763) gebruikte al in 1746 de term subluxatie van wervels als oorzaak voor pijn en andere aandoeningen. Vanaf 1820 verschenen meerdere publicaties van de Engelse arts Edward Harrison die niet alleen het woord subluxatie gebruikte, maar ook beschrijft hij hoe hij met zijn duimen tegen de werveluitsteeksels duwt om de ontwrichting ongedaan te maken. [25] Harisson ziet spinale subluxaties als mogelijke oorzaak voor het disfunctioneren van organen, leidend tot een slechte gezondheid.

VII. Carver meende dat een enkele misplaatste wervel tot een scheve wervelkolom (scoliose) kon leiden. Carver en BJ hadden een grondige hekel aan elkaar en BJ probeerde met röntgenfoto’s te bewijzen, dat na Carvers behandeling van scoliose geen verbetering optrad. [35] Waarom hij zijn eigen therapie niet aan dezelfde criteria onderwierp, is onduidelijk.

VIII. De Systematized Nomenclature of Medicine Clinical Terms (SNOMED) kent de term subluxation of joint of spine (ID= 263039001).

IX. Er wordt hier slechts naar één artikel van Ernst gerefereerd. Ernst heeft meer dan 20 artikelen over chiropraxie gepubliceerd met dezelfde uitkomst.

X. Manipulatie van de gewrichten valt feitelijk onder osteopathische behandeling.

Chiropraxie versus osteopathie

In 1874 ‘ontdekte’ Andrew T. Still (1828-1917) de osteopathie. Still behandelde rond 1895 30.000 patiënten per jaar voor uiteenlopende kwalen. Zijn succes spoorde anderen aan, van wie de charismatische DD de succesvolste was. Bij beide concurrenten speelde het spiritisme een grotere rol in de benadering van de ziekteleer dan medische kennis. Had Still nog in zijn jeugd enige medische kennis opgestoken van zijn vader, door zijn rol als verpleegkundige tijdens de Amerikaanse burgeroorlog en door zelfstudie, DD wist niets. Overigens waren beide pioniers hier trots op, hoe minder medische kennis aanwezig was, hoe minder deze een belemmering vormde voor de ontwikkeling van nieuwe technieken. En DD erkende dat als hij iets van anatomie geweten had, hij nooit gedurfd zou hebben om een ontwrichte wervel terug te duwen en gedacht zou hebben dat zoiets onmogelijk is. [18]

DD’s oorspronkelijke inzichten in het ontstaan van ziektes en het proces tot genezing lijken sterk op die van Still. Uiteraard wist DD het een en ander van osteopathie, maar volgens osteopaten heeft hij gedurende een periode van zes weken de school van Still in 1893 Kirkville bezocht en het idee van osteopathie gestolen. DD heeft dit altijd ontkend en ondanks meerdere getuigenissen van onder anderen Stills zoon Charles en details over DD’s verblijf, ontbreken harde bewijzen. [10][13]

Al vanaf de vroegste jaren haasten osteopaten en chiropractors zich om het verschil tussen beide methodes te benadrukken. Vooral beleidsmatige en economische motieven speelden een rol. [27] Waarschijnlijk werden hierover geen officiële afspraken gemaakt, maar de verschillen lijken geforceerd en het valt te betwijfelen of een patiënt het onderscheid zou merken. Binnen de osteopathie ligt de nadruk op de circulatie van bloed en lichaamsvloeistoffen. Osteopaten behandelen vooral botten en gewrichten, hoewel de wervelkolom ook binnen hun expertise valt. De osteopathie zocht ook steeds meer toenadering tot de reguliere geneeskunde en wijst het gebruik van geneesmiddelen niet af. Osteopaten stellen dat zij gemiddeld meer tijd aan een patiënt besteden. De patiënt hoeft ook minder frequent terug te komen.

Volgens de chiropraxie is het zenuwstelsel verantwoordelijk voor ziektes en genezing. Aangezien de circulatie van bloed door het zenuwstelsel wordt geregeld, menen chiropractors dat hun therapie superieur is aan osteopathie. Volgens chiropractors wordt 95% van alle ziektes veroorzaakt door ontwrichte wervels, de rest door dislocaties van gewone gewrichten. [8] De chiropractor kijkt vooral naar afwijkingen in de wervelkolom.

Literatuur

1. Palmer, BJ (1950). Fight to climb. Chiropractic Fountain Head, p. 68.
2. bioportal.bioontology.org/ontologies/46896?p=terms&conceptid=263039001
3. Clare, HA et al. (2003). Reliability of detection of lumbar lateral shift. J Mani Physiol Ther, 26, 476-480.
4. Palmer, DD (1910). Text-book of the science, art and philosophy of chiropractic. Portland Printing House Compagny. p. 147.
5. De Zoete, A et al. (2002). Reliability and validity of lumbosacral spine radiograph reading by chiropractors, chiropractic radiologists, and medical radiologists. Spine, 27, 1926-1933.
6. Donahue, JH (1987). D.D. Palmer and the metaphysical movement in the 19th century. Chir Hist, 7, 22-27.
7. en.wikipedia.org/wiki/Chiropractic_treatment_techniques
8. Ernst, E (2008). Chiropractic: a critical evaluation. J Pain Symptom Manage, 35, 544-562.
9. French, SD et al. (2000). Reliability of chiropractic methods commonly used to detect manipulable lesions in patients with chronic low-back pain. J Mani Physiol Ther, 23, 231-238.
10. Frigard, LT (1987) Clinton, Iowa c. 1906(?): ‘The Old Doctor’ vs. ‘Old Dad Chiro’. Chir Hist, 7, 5-7.
11. Gielow, W (1981). Daniel David Palmer: rediscovering the frontier years, 1845-1887. Chir Hist, 1, 10-13.
12. Harrison, DE (1998). Reliability of spinal displacement analysis of plain X-rays: a review of commonly accepted facts and fallacies with implications for chiropractic education and technique. J Mani Physiol Ther, 21, 252-66.
13. Hart, JF (1997). Did D.D. Palmer visit A.T. Still in Kerksville? Chir Hist, 17, 49-55.
14. Hestbaek, L. en C. Leboeuf-Yde (2000). Are chiropractic tests for the lumbo-pelvic spine reliable and valid? A systematic critical literature review. J Mani Physiol Ther, 23, 258-275.
15. Keating, JC et al. (2005). Chiropractic History: a Primer. historyofchiropractic.org/assets/documents/ChiroHistoryPrimer.pdf
16. Keating, JC (1991). Introducing the neurocalometer: a view from the fountain head. JCCA, 35, 165-178.
17. Keating, JC (2003). Several pathways in the evolution of chiropractic manipulation. J Mani Physiol Ther, 26, 300-321.
18. Keating, JC (2000). D.D. Palmer’s lifeline. Pdf op www.chiro.org.
19. Palmer, BJ (1921). The chiropractic adjuster: A Compilation of the writings of D.D. Palmer.
20. Pettman, E (2007). A history of manipulative therapy. J Man Mani Ther, 15, 165-174.
21. Rosenthal, MJ (1985). The structural approach to chiropractic: from Willard Carver to present practice. Chir Hist, 1, 25-28.
22. Singh, S en E. Ernst (2010). Bekocht of behandeld? Utrecht: De Arbeiderspers, 1e druk, p. 176.
23. Sollmann, AH en E. Bleurock-Bush (1981). Manipulative therapy of the spine: the development of ‘manual medicine’ in Germany and Europe. Chir Hist, 1, 36-41.
24. Taylor, JA (1993). Full-spine radiography: a review. J Mani Physiol Ther, 16, 460-474.
25. Terret, A (1987). The search for the subluxation: an investigation of medical literature to 1985. Chir Hist, 7, 28-33.
26. Troyanovich, SJ et al. (2000). Chiropractic biophysics digitized radiographic mensuration analysis of the anteroposterior cervicothoracic view: A reliability study. J Mani Physiol Ther, 23, 476-82.
27. Wardwell, WI (1987). Before the Palmers: an overview of chiropractic’s antecedents. Chir Hist, 7, 27-33.
28. Zarbuck, MV en MB Hayes (1990). Following D.D. Palmer to the West Coast: the Paadena Connection, 1902. Chir Hist, 10, 17-20.
29. www.chirobase.org/05RB/AYOR/01.html
30. www.chirobase.org/12Hx/bjrx.html
31. www.dcfchiropractie.nl/index.html
32. www.dynamicchiropractic.com/mpacms/dc/article.php?id=42251
33. www.nca.nl/
34. www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/7790791
35. www.oldandsold.com/articles09/chiropractic-7.shtml
36. www.stichtingchiropractie.nl/

Uit: Skepter 25.2 (2012)

Dirk Koppenaal is redacteur van Skepter