Een ontspoorde Freudiaan

De pseudowetenschap van Wilhelm Reich

Wilhelm Reich, Forest Hills, N.Y., 1946

In psychoanalytische leerboeken zoekt men tevergeefs naar Wilhelm Reich (1897-1957). Sterker nog: Freuds aanhangers zijn bang om met hem te worden geassocieerd. Ooit een veelbelovend leerling van de grote meester, stond hij uiteindelijk terecht als een krankzinnig en megalomaan crimineel. Verslag van een tragisch leven in dienst van “de seksuele bevrijding”.

door Harald Merckelbach- Skepter 5.1 (1992)

OP EEN dag trok Wilhelm Reich de stoute schoenen aan. Met zijn nieuwste uitvinding, de “orgonaccumulator”, achterin zijn auto reed hij naar het Princeton Institute for Advanced Study om met Albert Einstein van gedachten te wisselen over de opmerkelijke resultaten die hij daarmee geboekt had. Proefpersonen in de accumulator lieten na verloop van tijd een verhoogde lichaamstemperatuur zien. De verklaring voor dit fenomeen lag, aldus Reich, voor de hand: in de accumulator ontstond een verhoogde concentratie van orgonenergie. De proefpersonen laadden zich op met deze energie en dat had therapeutische implicaties: hun “orgastische potentie” nam toe en neurotische klachten namen dienovereenkomstig af, maar Reich besefte dat zo’n oplopende energievooraad in de accumulator niet strookte met de reguliere thermodynamica.

Einstein hield de accumulator een tijdje in zijn bezit en experimenteerde er mee. Hij kon aantonen dat de “oplopende” temperatuur in het apparatuur een schijneffect was dat veroorzaakt werd door de meetprocedure. In een lange brief aan Reich zette Einstein zijn argumenten uiteen. “Ich hoffe, zo besloot Einstein, (…) “dasz Sie sich nicht durch eine an sich verstandliche Illusion trügen lassen”. Reich vond dat dit standpunt symptomatisch was voor de geborneerdheid van beroemde fysici. Hij beschouwde zichzelf als een wetenschapper van gelijk kaliber en was ervan overtuigd dat kritiek op zijn werk veroorzaakt werd door de voorsprong van enkele decennia die hij op zijn tijdgenoten had: de toekomst zou uitwijzen dat zijn ideeën klopten. Hij sloeg Einsteins waarschuwing in de wind.

Verwijsbriefje

Elke theorie krijgt de gek die zij verdient. Zo maakt het geval Reich op indringende wijze duidelijk waar de rotte plekken in het Freudiaanse gedachtengoed zitten. Als een van de weinige Freudianen besefte Reich dat de psychoanalyse een wel heel magere theoretische basis heeft voor een theorie die wetenschappelijk pretendeert te zijn. Hij was dan ook gepreoccupeerd met het ideaal om van de Freudiaanse seksuele energie, de libido, een quantificeerbare grootheid te maken. Reich zocht krampachtig naar biochemische en elektrische aanwijzingen voor deze energie. Het werd zijn ondergang. Na door de psychoanalytische gemeenschap te zijn verstoten, belandde hij aan de zelfkant van de wetenschap.

Reichs leven laat zich aanvankelijk beschrijven als een typisch Oostenrijkse carrière. De familie Reich bezit een klein landgoed in Bukowina, een streek die thans tot de Oekraïne behoort, maar toen deel uitmaakte van de op haar laatste benen lopende Oostenrijk-Hongaarse dubbelmonarchie. De jonge Reich wordt er geschoold door privéleraren, maar deze idyllisch klinkende jeugd wordt overschaduwd door de zelfmoord van zijn moeder, nadat haar relatie met een van Reichs leraren aan het licht is gekomen. Als wij zijn autobiografie (Passion of Youth) mogen geloven, was het Reich zélf die zijn moeder verlinkte.

Enkele jaren later sterft zijn vader aan tuberculose en vanaf die tijd beheert de jonge Reich het landgoed. In 1915 wordt Reich soldaat in het Oostenrijkse leger. Hij vecht aan het Italiaanse front en klimt op tot de rang van luitenant. Bij het beëindigen van de Eerste Wereldoorlog komt zijn landgoed op Russisch grondgebied te liggen. Hij arriveert zonder cent op zak in Wenen en begint daar eerst rechten en later medicijnen te studeren. Hij houdt zich in deze jaren niet alleen met strikt medische literatuur bezig, maar ook met filosofie en psychologie. Met name Friedrich Nietzsche, Henri Bergson en Friedrich Albert Lange (de auteur van een Geschichte des Materialismus) leest hij grondig. In Reichs latere theorieën zouden thema’s als de ondrukkende werking van de moraal (Nietzsche), het energetisch karakter van de materie (Bergson) en de stoffelijke basis van de psyche (Lange) voortdurend opduiken.

Sigmund Freud (foto: Max Halberstad | Wikimedia Commons)

Reich sluit zich aan bij een groepje studenten dat zich buiten het medisch curriculum om buigt over de seksuologie. Het groepje is op zoek naar goede vakliteratuur en het is tegen deze achtergrond dat Reich belet vraagt en krijgt bij de op dat moment al beroemde Freud. Hij raakt bij deze gelegenheid hevig onder de indruk van Freud (“energiek”, “moedig”, “gracieus”, “oprecht” zal hij later in een interview zeggen) en frequenteert vanaf die tijd diens huis. Hij leert andere bewonderaars en aanhangers van Freud kennen en spoedig – Reich heeft niet eens zijn medische studie afgesloten – krijgt ook hij van Freud patiënten toegewezen (met verwijsbriefjes als: “impotent, drie maanden psychoanalyse”). De Freudiaanse therapie bevindt zich dan nog in een “experimenteel” stadium: een aantal basisprincipes (“het onbewuste bewust maken”) staan vast, maar voor het overige is er sprake van trial and error en elke geïnteresseerde leek mag meedoen.

Na zijn medicijnenstudie afgesloten te hebben, gaat hij werken in het Psychoanalytisch Ambulatorium, een polikliniek waar minder bedeelde patiënten op basis van Freuds inzichten worden behandeld. Die inzichten houden grofweg in dat neurotische klachten (fobieën, dwangneurosen, etcetera) voortvloeien uit een intrapsychisch conflict dat seksueel van aard is. Reich en andere Freudianen zien het als hun taak dat conflict, dat dateert uit de kinderjaren en sindsdien verdrongen is, boven tafel te halen opdat de patiënt geneest.

SeksPol

Tijdens zijn werk in het ambulatorium ontwikkelt Reich de overtuiging dat de wortels van alle neurotische ellende niet zozeer in de seksuele driften liggen als wel in de maatschappij die allerlei beperkingen oplegt aan de menselijke seksualiteit. Ten huize van Freud houdt Reich hierover een referaat waarvan de strekking luidt dat psychiaters meer oog moeten hebben voor de politieke weg waarlangs psychiatrische ellende te voorkomen valt. Menig psychoanalyticus schiet deze boodschap in het verkeerde keelgat. Freud zelf vindt Reichs belangstelling voor politiek maar vulgair.

Mede op aanraden van Freud verhuist Reich in 1930 naar het liberalere Berlijn. Het politieke klimaat in die stad is op dat moment verregaand geradicaliseerd. Straatgevechten tussen communisten en nationaal-socialisten zijn aan de orde van de dag en Reich sluit zich aan bij de communistische partij. Met psychoanalytici als Erich Fromm en Otto Fenichel discussieert hij over de relatie tussen de Marxistische theorie en psychoanalyse. Hij begint te twijfelen aan de universele geldigheid van de psychoanalyse. Volgens Freud reageren volwassenen met een meer of minder subtiele vorm van repressie zodra jonge kinderen een incestueuze belangstelling aan de dag gaan leggen voor de ouder van het andere geslacht. Deze constellatie, kortweg aangeduid als “het Oedipus complex”, legt, zo redeneerde Freud, de grondslag voor latere neurotische klachten. Hij meende dat dit complex van alle tijden en alle plaatsen was. Het Oedipus complex, en dus ook haar neurotische consequenties behoorden tot de “condition humaine”.

Maar Reich ontwikkelt, vooral door het werk van Bronislaw Malinowski een totaal andere kijk op deze materie. Deze Britse antropoloog had immers laten zien dat taboes met betrekking tot seksualiteit en incest aan culturele variatie onderhevig zijn. En als seksuele taboes en, in hun kielzog, neurotische klachten maatschappelijke in plaats van universele fenomenen zijn, dan moeten ze ook langs politieke weg geëlimineerd kunnen worden.

Met enkele medestanders richt hij dan het “Deutsche Reichsverband für Proletarische Sexualpolitik” (“SeksPol”) op. In dienst van dit aan de communistische partij gelieerde instituut reist hij stad en land af om te pleiten voor het recht op abortus, crèches en een tolerantere wetgeving inzake homoseksualiteit. Daarnaast ontstaat de SeksPol-uitgeverij, die marxistisch getinte boekjes over seksuele voorlichting (Der sexuelle Kampf der Jugend) op de markt brengt. Zij publiceert ook Reichs theoretische verhandelingen want op de “officiële” kanalen van de Freudianen kan Reich hoe langer hoe minder rekenen. Zo moet een artikel van zijn hand in de International Journal for Psychoanalysis, het huisorgaan van de Freudianen, op aandringen van Freud vergezeld gaan van de waarschuwing dat de auteur een bolsjewiek is. De Freudiaanse huisdrukkerij, International Psychoanalytical Publishers, weigert tegen alle afspraken in zijn niet-politieke Die Charakteranalyse uit te geven.

Wilhelm Reich (screenshot uit video ter gelegenheid van 125e geboortedag van Reich | Wilhem Reich Museum)

Lastige communist

Het zijn niet alleen de Freudianen die zich steeds meer tegen Reich beginnen te keren. In 1933 laat de Duitse communistische partij weten geen prijs meer te stellen op zijn lidmaatschap. Het partijbestuur blijkt zich hoe langer hoe meer te storen aan die gekke dokter die het altijd maar over seks heeft. Na Hitlers succesvolle gooi naar de macht wordt het Reich te gevaarlijk in Berlijn. Hij vertrekt naar Wenen, maar ook daar bevalt het hem niet.
Na van zijn vrouw te zijn gescheiden en en passant het pamfletistische Die Massenpsychologie des Faschismus (1933) te hebben geschreven, vestigt hij zich in Kopenhagen. Ook de SeksPol-uitgeverij verhuist daarnaartoe en haar belangrijkste activiteit wordt de publicatie van het door Reich geredigeerde Zeitschrift für Politische Psychologie und Sexualökonomie. Na een half jaar wordt Reichs verblijfsvergunning ingetrokken en ziet hij zich genoodzaakt naar het Zweedse Malmö te verhuizen. Uiteindelijk vindt hij een meer permanent onderkomen in Oslo.

Tijdens zijn Scandinavische jaren verliest Reich al zijn vertrouwen in het communisme. Het Sovjet-experiment beschouwt hij als definitief mislukt wanneer gaandeweg duidelijk wordt dat in de Sovjetunie het aanvankelijk liberale klimaat is omgeslagen in een conservatieve politiek ten aanzien van bijvoorbeeld homoseksualiteit en abortus.

Reichs conflict met zijn collega-Freudianen leek van politieke aard, maar op de achtergrond speelde een verschil in wetenschapstheoretische opvattingen zeker een rol. Freud en de zijnen namen aan dat seksualiteit (“libido”) de motor van het psychisch apparaat is. Maar, zo vond Reich, ze deden erg weinig om deze aanname langs natuurwetenschappelijke weg te documenteren. In plaats daarvan waren ze gepreoccupeerd met het in kaart brengen van allerlei defensiemechanismen (“projectie”, “ontkenning”, “rationalisatie”) die volgens hun theorie – door mensen in het algemeen en neurotici in het bijzonder – worden gebruikt om seksuele driften te verdringen. Reich meende dat de fundamentele veronderstelling dat seksualiteit hét energetisch principe in de psychologie is, eerst eens onderwerp van onderzoek moest worden, voordat er een groot theoretisch bouwwerk en een complete psychotherapie op werd gebaseerd.

Hij beschouwde zichzelf als de aangewezen persoon om deze klus te klaren: “Ik was de enige uit de hele club die verstand had van biologie, natuurwetenschap en natuurfilosofie. Dat kon je in de discussies merken”, zo vertelt hij in Reich Speaks of Freud. Freud en zijn trouwe medestanders waren echter niet gecharmeerd van het “biologiseren” van de psychoanalyse. Sterker nog: zo’n onderneming vonden ze uit strategisch oogpunt gevaarlijk want het zou de deur wagenwijd openzetten voor natuurwetenschappelijke kritiek. De psychoanalyse moest zoveel mogelijk een “reine Psychologie” blijven.

Reichs uitzonderingspositie bleek heel duidelijk tijdens het in 1934 in Luzern georganiseerde congres van de Internationale Psychoanalytische Vereniging. Bij monde van Anna Freud verzocht het bestuur van die vereniging Reich dringend doch beleefd zijn lidmaatschap op te zeggen. Dit verzoek werd met politieke redenen omkleed: een communist kon, nu de nationaalsocialisten overal in opmars waren, onaangename consequenties voor de vereniging hebben. Toch zal het feit dat Reich geen gelegenheid voorbij liet gaan om eigengereide kritiek te spuien op de wetenschappelijke koers van de Freudianen ongetwijfeld hebben meegespeeld. Bovendien begon Reichs reputatie ernstig te lijden onder het door zijn ex-vrouw en ex-collega’s verspreide gerucht dat hij “schizofreen” was.

Beschrijvingen van Reichs reactie op het verzoek tot uittreding lopen uiteen. Volgens de officiële Freud-biograaf Ernest Jones hield Reich de eer aan zichzelf en stapte hij vrijwillig op. Reich beweerde evenwel dat het bestuur hem, zonder wederhoor toe te passen, royeerde.

Gezond orgasme

In Oslo zocht hij aansluiting bij het psychologisch instituut van de daar gevestigde universiteit. Dit instituut beschikte over apparatuur waarmee elektrofysiologische reacties als hartslag en zweetsecretie konden worden geregistreerd. Reich mocht van de apparatuur gebruik maken en begon met een reeks “Masters & Johnson”-achtige experimenten: hij mat bijvoorbeeld de bio-elektrische toestand (oftewel zweetsecretie) van de huid bij proefpersonen die elkaar kusten, die in een coïtus verwikkeld waren, etcetera.

In Die Bio-elektrische Untersuchung von Sexualitat und Angst probeert hij de libidotheorie van Freud op een solide wetenschappelijke sokkel te plaatsen door een beroep te doen op het gangbare onderscheid tussen de parasympatische en de sympatische tak van het autonome zenuwstelsel – dat deel van het zenuwstelsel dat buiten de hersenen en het ruggemerg ligt. De parasympatische en de sympatische tak worden vaak afgeschilderd als twee opponerende systemen: de sympatische tak oefent een activerende invloed uit op allerlei organen, terwijl de parasympatische tak een remmende, “rustgevende” werking heeft. Reich stelt in zijn boek dat de parasympatische en de sympatische tak verantwoordelijk zijn voor respectievelijk seksualiteit en angst.

Volgens hem wordt de psyche “aangedreven” door seksuele energie die elektrisch van aard is en zijn oorsprong vindt in het parasympatisch systeem. Deze energie leidt tot een toename van de huidspanning die vooral optreedt in de erogene zones. De beste en gezondste manier om van deze overmatige “spanning” af te komen is het orgasme. Zo’n orgasme is evenwel vaak sociaal onwenselijk en daardoor ontstaat er in het lichaam een hoeveelheid “gestauter sexuelle Energie”. Die moet ergens naar toe en zal derhalve, via activatie van de sympatische tak zijn uitweg zoeken in typische angstklachten als hartslagverhoging en zweetsecretie.

Dat de seksuele energiehuishouding (“Sexualökonomie”) inderdaad via dit stramien verloopt kan, aldus Reich, ook met klinisch materiaal worden gedemonstreerd: neurotische patiënten zijn in seksueel opzicht altijd “schwer gestort”, dat wil zeggen, niet tot een orgasme in staat. Bovendien vertonen ze allemaal een permanente “Verkrampfung” van spieren in het gelaat en het bewegingsapparaat. Psychotherapie moet dan ook beginnen met het (manueel) bewerken van dit “musculaire pantser” opdat de patiënt uiteindelijk tot een orgastische ontlading in staat is.

Reich meende echter nog verder te kunnen gaan. Seks is gebonden aan de werkzaamheid van kalium-ionen terwijl angst haar effecten sorteert via calcium-ionen. Het moest dus mogelijk zijn om ook in eencellige organismen en zelfs in organisch materiaal afgeleiden van seks en angst te observeren. Bij wijze van voorschot op de verificatie van zijn hypothese sprak Reich al over “orgonenergie”, een begrip dat moest uitdrukken dat alles wat leeft en beweegt doordrengd is met een seksueel levenskracht.

Reichs theoretische pretenties waren dus niet gering en deze onbescheidenheid droeg ertoe bij dat vanaf 1937 in de Noorse dagbladen een intensieve campagne tegen de “joodse pornograaf’ werd gevoerd.

Wilhelm Reich Museum (foto: Hans-Jürgen Hübner | Wikimedia Commons)

Orgonomie

In 1939 emigreerde de inmiddels voor de tweede keer gescheiden Reich naar New York en kreeg daar op voorspraak van een invloedrijke vriend een aanstelling aan de “New School of Social Research”. Zijn belangstelling voor Freud wordt hoe langer hoe kleiner; alles draait nu om de biofysica van de orgon-energie, kortweg: orgonomie. Om hier onderzoek naar te kunnen doen, zette Reich in New York een eigen laboratorium op poten. De eerste grote ontdekking was de “orgonaccumulator”, een grote kast die bestond uit een organische buitenkant (houten vezels) die orgonenergie uit de lucht absorbeerde en een metalen binnenkant die deze energie juist conserveerde.

In 1942 kocht Reich een flink stuk grond in de staat Maine. Geholpen door enkele aanhangers begon hij hier met de bouw van de “Orgone Institute Research Laboratories Inc.”. Een van de activiteiten van dit instituut was het in serie produceren van de orgon-accumulator en de aan dit instituut verbonden “Orgone Institute Press” bracht naast zijn boeken en brochures ook het tijdschrift de International Journal of Sex Economy and Orgone Research op de markt.

Reich had inmiddels een tweede belangrijke ontdekking gedaan: de blokkade van orgon-energie, “biopathie” genoemd, lag niet enkel aan de neuroses ten grondslag, maar aan een heel scala van afwijkingen. Reich dacht in dit verband aan epilepsie, schizofrenie, multiple sclerose, alcoholisme en de ziekte van Huntington. Op grond van dieronderzoek was Reich er tevens van overtuigd geraakt dat biopathie de belangrijkste oorzaak van kanker was. De orgon-accumulator zou dus goede diensten kunnen bewijzen bij de therapie van kanker en Reich behandelde, naar eigen zeggen niet zonder succes, enkele door de medische wetenschap opgegeven kankerpatiënten. Financiële bijdragen van enthousiaste patiënten werden in het “Orgone Research Fund” gestort.

De “First International Orgonomic Conference”, Orgonon, Maine, 1948.

Vanaf 1943 worden Reichs activiteiten steeds excentrieker. Zo probeert hij de orgon-energie in mathematische termen te beschrijven met behulp van “orgonometrische vergelijkingen”. Ook houdt hij zich bezig met de seksueel-economische opvoeding van het kind en heeft serieuze plannen voor een “ergonomische” kinderkliniek. Voorts doet hij onderzoek naar de mogelijkheid om elektromotoren te laten lopen op orgon-energie en komt hij met een eigen bijbelexegese. Het resultaat van al deze inspanningen presenteert Reich tijdens de Eerste Orgonomische Conferentie in 1948. Reich weet enkele tientallen artsen, psychiaters, psychologen en sociaal werkers uit uiteenlopende landen naar deze conferentie te halen.

Het jaar daarvoor duiken echter al de eerste kritische perspublicaties over de handel en wandel van Reich op – met titels als The strange case of Wilhelm Reich. Reich en zijn geestesverwanten schrijven deze kritiek toe aan een complot van Freudianen en communisten. Ze reageren met instituutsvorming in plaats van met argumenten. De zoveelste vereniging wordt opgericht, de “American Association for Medical Orgonomy”, met twintig leden.

In 1950 laat Reich elke intellectuele discipline varen en begint hij gevaarlijke dingen te doen. Hij experimenteert met radium omdat hij meent dat nucleaire straling geïmmuniseerd kan worden met de orgon-accumulator. Deze experimenten lopen op een dramatische manier uit de hand: zijn proefdieren overlijden massaal aan stralingsziekte, zijn laboratorium moet worden geëvacueerd en ook zijn medewerkers raken radioactief besmet.

Zijn meest absurde initiatief is het “Cosmic Orgone Engineering” project dat onder andere de beïnvloeding van het weer tot doel heeft. Reich is er rotsvast van overtuigd dat wolken niets anders dan geconcentreerde orgon-energie zijn en beweert dat hij het kan laten regenen door een kanonachtige “cloud-buster”, bestaande uit twee stalen pijpen die in contact staan met stromend water, te richten op de wolken. Dat zou de orgonenergie eruit “trekken”. Het apparaat, zo opperde hij in vele brieven aan overheidsinstanties, zou echter ook gebruikt kunnen worden in de strijd tegen buitenaardse ruimteschepen.

Een orgon-accumulator van Reich (foto: FDA | Flickr)

Reich wordt door de Food and Drug Administration voor de rechter gesleept. De aanklacht concentreert zich op het punt dat Reich zonder in het bezit te zijn van geldige papieren, ernstig zieke patiënten behandelt met een dubieus apparaat. Het wordt een slepende rechtszaak die in 1957 uiteindelijk resulteert in een fikse boete en twee jaar gevangenisstraf voor Reich. Hij accepteert de straf met gemengde gevoelens. Aan de ene kant gelooft hij dat president Eisenhower en een aantal hoge officieren hem in zijn vrijheid willen beperken om hem te beschermen, maar aan de andere kant voelt hij zich miskend en vergelijkt hij zichzelf met Socrates, Giordano Bruno en Ghandi. Niemand is competent genoeg om zijn geniale uitvindingen op hun merites te kunnen beoordelen. Na enkele maanden hechtenis krijgt Reich op 3 november 1957 een fatale hartaanval.

Wetenschappelijke Zeppelin

Reich had door willen zetten waar Freud gefaald had. Freud nam aan dat een gemankeerde libido sexualis de oorzaak was van alle neurotische klachten en probeerde aanvankelijk deze hypothese te vatten in quasi-scheikundige termen: een niet in de daad omgezette seksuele drang zou werken als wijn die verwordt tot azijn. Met het verstrijken van de tijd liet Freud echter alle pogingen varen om het verband tussen libido en neuroses te vatten in een wetenschappelijk toetsbaar model. Zoals de Britse psycholoog Hans Eysenck in zijn Decline and Fall of the Freudian Empire laat zien, ontwikkelde Freud met de tijd zelfs een zeker dédain voor het eerlijke wetenschappelijke handwerk en stelde hij zich uiteindelijk tevreden met patiëntenbeschrijvingen en analogieën.

De academische psychologie heeft de psychoanalyse inmiddels failliet verklaard. Uitvoerig onderzoek heeft aannemelijk gemaakt dat de meeste neurotische klachten helemaal geen seksuele oorsprong hebben maar doorgaans berusten op een subtiel leerproces. Neem bijvoorbeeld iemand die om de een of andere reden in een winkel onwel wordt en vanaf die tijd winkels gaat (“leert”) vermijden, oftewel een winkelfobie ontwikkelt.

Zo’n neurotisch leerproces kan in het laboratorium worden nagebootst. Zo kan men onder gecontroleerde omstandigheden bij normale, gezonde proefpersonen een soort minifobie creëren voor bijvoorbeeld dia’s van spinnen (of andere dieren) door die dia’s telkens samen met een lichte pijnprikkel te presenteren. Neurotische klachten zijn dan ook veel beter met gedragstherapie (“afleren”) te behandelen dan met psychoanalyse. De Freudiaanse theorie blijkt verder op verschillende andere punten, bijvoorbeeld ten aanzien van fenomenen als dromen en vergeten, aantoonbaar onjuist. Reichs oeuvre lijkt daarom niet meer dan een bizarre voetnoot bij (om Peter Medawars typering van de psychoanalyse te gebruiken) een wetenschappelijke Zeppelin.

Reichs invloed moge gering geweest zijn – zijn politieke ideeën vonden in de zestiger jaren enige weerklank bij de representanten van de Frankfurter Schule, bijvoorbeeld Herbert Marcuse, en de orgon-theorie duikt op in dubieuze therapeutische stromingen als de “bio-energetica” – maar dat neemt niet weg dat Reichs carrière bijzonder leerzaam is. Zij toont aan dat je ook voor zeer excentrieke theorieën een serieus gehoor kan vinden als je maar een aantal formele stijlkenmerken van de reguliere wetenschap imiteert. Door zijn orgon-theorie te omringen met “internationale” tijdschriften, laboratoria, uitgeverijen, professionele verenigingen en conferenties, slaagde Reich er lange tijd in deze theorie van een wetenschappelijke vernisje te voorzien. Ook het feit dat Reich een heel arsenaal aan zorgvuldig uitgewerkte neologismen (“orgone”, “biopathie”) hanteerde, gaf zijn theorie een wetenschappelijk aanzien.

Door Reich gebouwde cloudbuster in Maine, VS (foto: Dennis Redfield | Wikimedia Commons)

Maar terwijl hij een meester was in het optrekken van een wetenschappelijke façade, vertoonde hij een onthutsend gebrek aan eruditie, creativiteit en diepgang, en een grote mate van modegevoeligheid. Toen bijvoorbeeld de psychofysiologie in opmars was, formuleerde Reich een elektrofysiologische versie van zijn Freud-interpretatie. Zodra kernenergie een onderwerp van gesprek werd, benadrukte Reich een nucleaire onderbouwing van zijn theorie. En op het moment dat het publiek belangstelling ging koesteren voor vliegende schotels, introduceerde Reich zijn “Cosmic Orgone Engineering” project.

Reich was een handelaar in wetenschappelijke kitsch, overtuigd van zijn eigen grootheid en van de alomtegenwoordige communistische en Freudiaanse samenzweringen. Het geval Reich loopt parallel aan dat van Freud, die zakelijke kritiek ook pareerde met ad hominem argumenten. Zo kon het gebeuren dat Reich de Freudianen beschuldigde van genitale frustratie, terwijl de Freudianen Reich een paranoïde schizofreen noemden.

Literatuur

Laska, B.A. (1988). Wilhelm Reich, Hamburg, Rowohlt
Ollendorff, I. (1975). Wilhelm Reich, München, Kindier
Reich, W. (1967). Reich Speaks of Freud. London, Souvenir.
Reich, W. (1984). Die Bio-elektrische Untersuchung von Sexualitat und Angst, Frankfurt am Main, Nexus.
Reich, W. (1989). Passion of Youth: An Autobiography 1887-1922. London, Picador (posthuum).

Uit: Skepter 5.1 (1992)

Vond u dit artikel interessant? Overweeg dan eens om Skepsis te steunen door donateur te worden of een abonnement op Skepter te nemen.

Steun Skepsis

Harald Merckelbach is hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Maastricht en lid van het Comité van Aanbeveling van Skepsis