Sterren wijzen

Boekbespreking:
De ster van Bethlehem: Wijst het licht nog steeds de weg?

door Jan Willem Nienhuys – Skepter 29.4 (2016)

KERSTMIS komt eraan, dus de kranten zullen binnenkort wel weer beginnen over de ster van Betlehem. Erevoorzitter van Skepp, astronoom en astrologiekenner Tim Trachet interesseert er zich al een kwart eeuw voor. Hij wijdt er nu een boekje aan, waarin zowat alles aan de orde komt. Ideaal voor de ongelovige die beslagen ten ijs wil komen.

Twee evangelisten zijn onafhankelijk van elkaar op het idee gekomen om Jezus, afkomstig uit Galilea, in Betlehem geboren te laten worden. Lucas laat de ouders vanwege een volkstelling tweehonderd kilometer reizen, waarna ze gewoon weer teruggingen. Dat die volkstelling tien jaar na de vermoedelijke geboorte van Jezus, en bovendien niet voor de bewoners van Galilea was, deert Lucas niet. Zo precies was men toen niet op de hoogte van wat er ‘vroeger’ gebeurd was. Dat de efficiënte Romeinse bestuurders mensen zouden registreren in het dorp waar naar verluidt duizend jaar eerder een voorouder geboren was, moet de eerste lezers van het verhaal, zo rond het jaar 100, al duidelijk hebben gemaakt dat het verhaal niet historisch bedoeld was.

Matteüs heeft een totaal andere oplossing. De ouders wonen in Betlehem, maar de boze koning krijgt er lucht van, en ze vluchten na het bezoek van de wijzen naar Egypte, en bij terugkeer gaan ze dan naar Nazaret om verder gedoe te vermijden, alles op instructies in dromen. Zo klopt Nazaret ook mooi met de profetie, schrijft Matteüs, maar hij controleert het niet goed. Hij zal wel gedacht hebben aan de geboorte van Samson, wiens moeder ook al bezwangerd was door een engel. Samson moest nazireeër worden, maar dat is wat anders dan Nazarener (Rechters 13).

Matteüs stopte graag ‘profetieën’ in het verhaal, en misschien heeft hij ook gedacht aan het verhaal van Bileam (Numeri 24:17): ‘Een ster komt op uit Jacob, een scepter uit Israël.’ Maar de ster die de wijzen of magiërs zagen, was een ufo: vanaf Jeruzalem ging hij voor hen uit en bleef uiteindelijk gewoon op het dak van Maria’s en Jozefs huis zitten. Tim Trachet legt het nauwkeurig uit: epanoo betekent bovenop (‘waar het kind was’) zoals in ‘bovenop een troon zitten’, of een stad bovenop een berg. Het is allemaal zo overduidelijk vrome fictie dat we ons niet eens hoeven af te vragen of er wel een geboorte in Betlehem, laat staan of er een ster was.

Matteüs schreef een halve eeuw na de dood van Jezus. Zou hij een bekende gebeurtenis hebben gebruikt, of beter: zou hij op de hoogte zijn geweest van opvallende hemelverschijnselen van driekwart eeuw eerder? Wat weet u zelf van interessante natuurverschijnselen die rond 1940 in het nieuws waren? Astronomie was rond het begin van onze jaartelling al iets voor specialisten, en astrologie stond niet erg in aanzien bij gelovige joden. Van sterren en astrologen zal Matteüs vast minder geweten hebben dan van de geschiedenis van Bileam. Als de ‘magoi’ bedoeld waren als astrologen, dan zat Matteüs fout, want astrologen houden en hielden zich niet bezig met voorspellingen van geboortes.

Niettemin hebben velen zich bijzonder uitgesloofd om een verklaring voor die ster te geven. Een nova, een supernova, een komeet, een meteoor, een bolbliksem, een horoscoopconfiguratie, details van de beweging van Jupiter, Venus, de veranderlijke ster Mira, en zelfs de planeet Uranus, het noorderlicht en een ruimteschip: ze zijn allemaal voorgesteld, en passeren allemaal de revue. Speciaal in Amerikaanse planetaria zijn conjuncties populair, want die kun je mooi laten zien, en met religie trek je in de VS altijd klanten.

Dit boekje is natuurlijk eveneens een manier om van alles en nog wat over astronomie te vertellen, en ik vind dat de auteur er goed in is geslaagd. Hij kan leuk en toch zakelijk vertellen. Ik heb het achter elkaar uitgelezen.

Tim Trachet: De ster van Bethlehem: Wijst het licht nog steeds de weg? Brussel: ASP; 2016. 92 pagina’s, €17,50.

Uit: Skepter 29.4 (2016)

Jan Willem Nienhuys is redacteur van Skepter en secretaris van Skepsis