Gevaarlijke woorden

Liegen zou sporen nalaten in taalgebruik. Maar met die pseudowetenschappelijke theorie wijst de Belgische misdaadauteur Piet Baete waarschijnlijk onschuldigen als daders aan, schrijven drie leugenonderzoekers.

door Bruno Verschuere, Glynis Bogaard en Ewout Meijer – Skepter 39.2 (2026)

IN 2005 verdween op Aruba na een avond stappen de 18-jarige Amerikaanse toerist Natalee Holloway. Later zou de Nederlandse crimineel Joran van der Sloot op een geheime opname beweren haar te hebben vermoord, maar die verklaring nam hij weer terug; de zaak zélf is officieel na twintig jaar nog steeds niet opgelost. En dat ondanks grote mediaaandacht, massale politie-inzet en een beloning van 1 miljoen dollar. Haar lichaam is nooit gevonden, de dader nooit veroordeeld.

Eenzelfde lot trof de nabestaanden en slachtoffers van de Bende van Nijvel. Tussen 1982 en 1985 overviel een groep gemaskerde mannen met extreem geweld Belgische supermarkten. Totale balans: 28 doden en meer dan 40 gewonden voor een buit van slechts enkele miljoenen frank (omgerekend nog geen half miljoen euro). Ook hier was de media-aandacht groot en zette de Belgische Federale Politie meermaals alles op alles. Toch blijven de daders meer dan veertig jaar onderzoek en een miljoen pagina’s dossier later voortvluchtig. Zulke cold cases zijn geen uitzondering. Naar schatting blijft zo’n 13 procent van alle levensdelicten onopgelost. [1]

Cold cases zijn ontwrichtend. Daders blijven ongestraft, nabestaanden blijven achter in grote onzekerheid, en het publieke vertrouwen in de opsporing brokkelt af. Om die reden leiden cold cases meer dan eens tot de inzet van onorthodoxe opsporingstechnieken.
Zo ondergingen getuigen van de Bende van Nijvel decennia na de feiten hypnose in de hoop dat ze alsnog de daders zouden kunnen identificeren. En zowel de verdachte in de verdwijningszaak van Holloway, als de Bende van Nijvel-verdachten werden door de opsporingsdiensten aan een test met de leugendetector onderworpen.

Nieuw in dit rijtje is statementanalyse, aangeprezen door de Belgische scenarist en misdaadauteur Piet Baete. Hij houdt sinds enkele jaren in kranten, podcasts en zijn boek Ontmasker de leugenaar: Hoe statementanalyse cold cases kan oplossen maar ook je leven verandert, een vurig pleidooi om statementanalyse in te zetten om cold cases op te lossen. [2,3,4]
Baete kan in ieder geval rekenen op steun van de Amsterdamse hoogleraar forensische kansrekening en statistiek Ronald Meester. ‘Waarom zouden we deze kans om te achterhalen wat er werkelijk met Natalee Holloway is gebeurd laten liggen?’, aldus de wiskundeprof, een oude bekende van Skepsis (zie bijvoorbeeld Skepter 26, nummer 2) [5]. Volgens ons stelt Meester hier de verkeerde vraag. De vraag die hij zich zou moeten stellen is namelijk: ‘Werkt statementanalyse überhaupt?’

Statementanalyse gaat uit van het idee dat liegen sporen nalaat in het taalgebruik. Neem als voorbeeld een verdachte die gevraagd wordt zijn of haar activiteiten op de dag van het delict te beschrijven. Verklaart deze verdachte uitgebreid over de periodes vóór en na het delict, maar nauwelijks over de periode ten tijde van het delict zelf? Dan verzwijgt iemand volgens Baete waar die werkelijk was.
En voor het geoefende oog van de statementanalist verraadt een slip of the tongue de leugenaar: ‘Wanneer ouders van vermiste kinderen kort na de feiten in de verleden tijd praten over hun zoon of dochter, kunnen we met bijna zekerheid afleiden dat de ouders weten dat hun kind is overleden (pagina 40 [2])’. En: ‘Treffen we het woordje ‘we’ aan in verklaringen van seksueel misbruik (…) dan neigen we naar een valse verklaring … omdat een slachtoffer nooit eenheid of verbondenheid kan voelen met de persoon die hem of haar net heeft misbruikt.’ [2]
Volgens Baete bestaan er wel meer dan 100 van dergelijke rode vlaggen die de leugenaar kunnen ontmaskeren. [2] En hij is de beroerdste niet, als je zijn boek koopt geeft hij er 18 prijs.

De statementanalyse van Baete is niet origineel, maar overlapt sterk met de in de jaren ’80 door Avinoam Sapir ontwikkelde ‘Scientific Content Analysis’ (SCAN [6]). Sapir was een voormalig Israëlisch polygrafist, dus iemand die een leugendetector gebruikte en interpreteerde. Hij baseerde zijn methode op anekdotische observaties tijdens zijn werk. Sapir meende namelijk patronen te zien in hoe waarheidsprekers en leugenaars zich uitdrukken. Zo bevatten zowel SCAN als Baetes statementanalyse overlappende herkenningstips: kijk hoe vaak een verdachte gebruikmaakt van overbodige informatie, ontkennende taal (woordjes als ‘’niet’’, ‘’geen’’, ‘’nooit’’), en veranderingen in het taalgebruik (‘’het geld’’ wordt later ‘’de buit’’).

Ook de werkwijze is identiek. Beide methoden maken gebruik van kleurstiften om hot spots (SCAN) of sensitivity indicators (Baete) te markeren in de verklaringen. [2,6] En beide methoden stellen dat een analyse enkel betrouwbaar is wanneer deze is gebaseerd op een ‘zuivere versie’: een spontane, niet-gestuurde, schriftelijke verklaring van de betrokkene.
In de praktijk neemt Baete het overigens niet zo nauw met die ‘zuivere versie’. In zijn eigen voorbeelden gaat het vaak om analyses van media-interviews. Journalistieke parafrasen dus, die ver staan van de originele, zuivere bron.

En natuurlijk pretenderen beide methoden een wetenschappelijke status te hebben. Het zou een ‘pure en eerlijke wetenschap’ zijn, aldus de scenarioschrijver. [2] De wetenschappelijke kritiek op SCAN – en daarmee op Baetes statementanalyse – is evenwel niet mild. Dat begint bij de betrouwbaarheid; in hoeverre komen verschillende SCAN-analisten die dezelfde verklaring beoordelen tot dezelfde conclusie? Met 31 procent is deze betrouwbaarheid bedroevend laag. [7] Beoordelaars zijn het dus grotendeels oneens of verklaringen nu wel of niet aan de criteria voldeden. Nog ernstiger is dat er geen bewijs is dat SCAN leugen van waarheid kan onderscheiden. Zo vroegen we in een eigen onderzoek 117 deelnemers een ware en een valse verklaring af te leggen over een negatieve gebeurtenis. [8] Die verklaringen werden door getrainde beoordelaars gescoord op 12 SCAN-criteria. Aan de hand van SCAN konden 49,6 procent van de verzonnen en 53 procent van de ware verklaringen herkend worden. Niet beter dan kans (50 procent) dus: je kunt net zo goed een muntworp de uitkomst laten bepalen.

Deze en andere studies [9,10] leveren geen bewijs dat SCAN zou helpen bij het ontmaskeren van leugenaars. Wat SCAN en de methode Baete dan vooral gemeenschappelijk hebben is het claimen van een wetenschappelijke basis die in werkelijkheid ontbreekt. [11]

De ‘zogenaamde indicatoren of rode vlaggen, zijn er altijd’ wanneer iemand misleidend is, aldus Baete (pagina 11 [2]). Dat lijkt ons het type zekerheid dat wetenschap helemaal niet kan bieden. Wetenschap gaat gepaard met twijfel en doet uitspraken in termen van waarschijnlijkheid. Vraag het maar aan Meester. In de leugenliteratuur is ook geen signaal te vinden dat altijd aanwezig is bij misleiding.

Integendeel, de meeste leugenindicatoren of rode vlaggen vertonen een zwak of helemaal geen verband met liegen. [12, 13] Dat ‘statementanalisten letten op meer dan honderd rode vlaggen (pagina 25 [2])’ betekent dan ook noodgedwongen dat er vooral gebruikgemaakt wordt van indicatoren die weinig of niets zeggen over waarheid of liegen. Hoe meer signalen men opneemt, hoe groter de kans dat ruis wordt aangezien voor bewijs. [14]

Dat ‘statementanalyse ter detectie van misleiding voor meer dan 99,9 procent accuraat is (pagina 85 [2])’, lijkt ons dan ook onwaarschijnlijk. Baete citeert geen enkel wetenschappelijk onderzoek dat op dergelijke extreem hoge accuraatheid zou wijzen. Dat verbaast ons dan weer niet, wij kennen namelijk geen enkele leugentest die ook maar in de buurt komt van dergelijke precisie of betrouwbaarheid. [15]

 Deze extreem overtrokken nauwkeurigheidsclaim doet ons sterk denken aan de verkooppraatjes van de polygrafisten waar een gezaghebbend rapport van vooraanstaande Amerikaanse wetenschappers 20 jaar geleden korte metten mee maakte:

Baete moet het dan ook niet zozeer hebben van wetenschappelijke referenties, maar van sappige anekdotes. Dat levert spannende verhalen op, maar het blijft ons een raadsel hoe ze bewijs voor zijn methode zouden opleveren. Centraal in zijn boek staat zijn statementanalyse van de moord op Ingrid Caeckaert. Deze 26-jarige werd in 1991 met een groot aantal messteken om het leven gebracht in de traphal van haar appartement aan de Belgische kust. De dader liet uitgebreide sporen na, waaronder een handafdruk en een bloedspoor van 170 meter, maar werd ondanks jarenlang onderzoek niet gevat.

Op basis van zijn statementanalyse wijst Baete in het boek herhaaldelijk op de betrokkenheid van Ingrids ouders, Georges en Marie-Josephe. Een van de rode vlaggen waar Baete mee wappert is dat vader Georges aanvankelijk sprak over ‘onze’ en later over ‘de’ ondergrondse parkeergarage. ‘Zo nam hij plots afstand van zijn garage’. En dat leidt dan tot de conclusie: ‘Misschien wilde hij er niet mee geassocieerd worden omdat die garage (te) gevoelig voor hem lag? (pagina 151 [2])’. Zijn statementanalyse heeft ‘onmiskenbaar misleiding en manipulatie aan het licht gebracht’, schrijft hij. Op basis van DNA-analyse weten we dat de vader in ieder geval zelf de dader niet is. Hoe deze anekdote dan toch zou bewijzen dat statementanalyse werkt, blijft op alle 208 pagina’s van het boek onvermeld.

Dat speelt ook bij die andere anekdote waarin Baete beweert op basis van statementanalyse ‘ontegensprekelijk’ de bedenker en uitvoerder van een diefstal van 60.000 euro uit de kluis van een café te identificeren (pagina 158). Want er waren wel ‘dertig, veertig rode vlaggen’. Wanneer de verdachte wordt vrijgesproken, verandert Baete zijn conclusie niet. Integendeel, Baete sluit af met het klopje op de schouder dat hij kreeg van de cafébaas als erkenning van zijn succesvolle analyse: ‘Je hebt hem er prima uit gehaald. Goed gedaan.’ [2]

Natuurlijk is er de mogelijkheid dat Baetes analyse klopte en de rechter de dader ten onrechte vrijsprak. Maar het zou Baete toch sieren, mocht hij ook de mogelijkheid van een foute statementanalyse overwegen. Als je het oordeel van de rechter naast je neerlegt en geen enkele onafhankelijke maatstaf hanteert, ben je je eigen scheidsrechter. [16] En zo heeft Baete altijd gelijk.

De titel van het boek stelt dat statementanalyse cold cases kan oplossen. Alleen bevat het boek geen enkele wetenschappelijke referentie en ook geen overtuigende voorbeelden waaruit dat zou blijken. Dat vervolgens juist een hoogleraar waarschijnlijkheidsrekening als Ronald Meester meegaat in hoogst onwaarschijnlijke claims is een raadsel.

Baat het niet, dan schaadt het niet? Politionele middelen zijn beperkt, en Baetes wilde beschuldigingen gaan nabestaanden niet in de koude kleren zitten. De ouders van Ingrid Caeckaert reageerden geschokt op de wilde verdachtmakingen: ‘Wij zijn hier kapot van.’ [17]

En nog belangrijker: deugdelijke forensische wetenschap, zoals grootschalig DNA-onderzoek, heeft aangetoond dat de belangrijkste reden voor onterechte veroordelingen het gebruik van junk science is – forensische broddelwetenschap dus. [18] Statementanalyse valt in deze categorie [11]: stevige wetenschappelijke kritiek op de uitgangspunten, gebrek aan betrouwbaarheid en nauwkeurigheid, het zijn allemaal geen redenen voor voorstanders om van mening te veranderen. De methode is volgens hen feilloos: ‘Misleiding detecteer je altijd.’ [2]

In Nederland bestaat er een interne richtlijn ‘Instructie Onorthodoxe Opsporingsmethoden’ die aangeeft dat er in de opsporing in principe geen plaats is voor technieken als helderziendheid, verhoor onder hypnose, polygrafie, en de poppenmethode. Ons advies aan het OM: voeg statementanalyse toe aan dat rijtje. Want voor je het weet gaan we België achterna. Daar kreeg SCAN voet aan de grond en stond prominent in het opleidingsaanbod van het Belgische Centre for Policing and Security. Waar SCAN de voorbije jaren aan terrein verloor, lijkt Piet Baete het stokje te willen overnemen met zijn statementanalyse. En Ronald Meester helpt hem daarbij graag een handje. Maar laat je door deze heren niet misleiden.

Bruno Verschuere is hoogleraar forensische psychologie aan de Universiteit van Amsterdam.
Glynis Bogaard en Ewout Meijer zijn beide onderzoekers bij de sectie forensische psychologie van de Universiteit Maastricht.

Noten

  1. https://www.ocwincijfers.nl/sectoren/emancipatie/sociale-veiligheid/socialeveiligheid
  2. P. Baete: Ontmasker de leugenaar: Hoe statementanalyse cold cases kan oplossen maar ook je leven verandert. Manteau 2022.
  3. https://www.pietbaete.com/
  4. https://p-magazine.com/nl/articles/piet-baete-kan-alle-onopgelostemoorden-en-cold-cases-kraken
  5. https://www.linkedin.com/pulse/waar-natalee-holloway-statementanalyse-bayesiaans-bekeken-meester-dbxse/
  6. G. Bogaard, E. Meijer & H. Merckelbach. Screenen met SCAN? Liever niet. Panopticon 2016, 37:197.
  7. G. Bogaard, E. Meijer, A. Vrij, N.J. Broers en H. Merckelbach: SCAN is largely driven by 12 criteria: Results from field data. Psychology, Crime and Law 2014, 20:430.
  8. G. Bogaard, G, E.H. Meijer, A. Vrij en H. Merckelbach: Scientific Content Analysis (SCAN) cannot distinguish between truthful and fabricated accounts of a negative event. Frontiers in Psychology 2016, 7:243.
  9. G. Nahari, A. Vrij en R.P. Fisher: Does the truth come out in the writing? SCAN as a lie detection tool. Law and Human Behavior 2011, 36(1):68.
  10. M. Vanderhallen, E. Jaspaert en G. Vervaeke: SCAN as an investigative tool. Police Practice and Research 2016, 17(3): 279.
  11. G. Bogaard, B. Verschuere, en E. Meijer: Centre for Policing and Security: Stop met het aanbieden van pseudowetenschap. Panopticon 2001, 42(4):359.
  12. B.M. DePaulo e.a.: Cues to deception. Psychological Bulletin 2003, 129:74.
  13. T.J. Luke: Lessons from Pinocchio: cues to deception may be highly exaggerated. Perspectives on Psychological Science 2018, 14:646.
  14. B. Verschuere, CC. Lin, S. Huismann, e.a.:. The use-the-best heuristic facilitates deception detection. Nature Human Behavior 2023, 7:718. 10.1038/s41562-023-01556-2
  15. National Research Council: The polygraph and lie detection. National Academy Press 2003.
  16. C.J. Patrick en W.G. Iacono: Validity of the control question polygraph test: the problem of sampling bias. Journal of Applied Psychology 1991, 76(2):229.
  17. https://www.hln.be/knokke-heist/weten-ouders-van-ingrid-caeckaert-26-meer-over-mysterieuze-cold-case-auteur-piet-baete-stelt-openlijk-de-vraag-nabestaanden-ontzet-wil-hij-zo-boeken-verkopen~a8207132/
  18. President’s Council of Advisors on Science and Technology, Forensic Science in Criminal Courts: Ensuring Scientific Validity of Feature-Comparison Methods.

Uit: Skepter 39.2 (2026)

Vond u dit artikel interessant? Overweeg dan eens om Skepsis te steunen door donateur te worden of een abonnement op Skepter te nemen.

Steun Skepsis

Bruno Verschuere is hoogleraar forensische psychologie aan de Universiteit van Amsterdam.
Glynis Bogaard onderzoeker bij de sectie forensische psychologie van de Universiteit Maastricht.
Ewout Meijer onderzoeker bij de sectie forensische psychologie van de Universiteit Maastricht.