Verslag Skepsis-congres 2025

Door Niels Olfert, foto’s Thomas de Wit

Een kwart van de eenentwintigste eeuw zit er alweer op. Op het congres van Stichting Skepsis blikten we terug en vooruit: was vroeger alles beter? En wat kan er nu beter? 

Even wat onderbuikgevoelens: steeds meer mensen geloven in fabeltjes en sprookjes. Jongeren putten tegenwoordig waarheid uit sociale media. En overal ter wereld klinkt nu misinformatie over LHBTI’ers. Vroeger was dat beter. Toch? 

Nou, nee. Het Skepsis-congres 2025 begint meteen met een kritische reflectie. Dagvoorzitter Richard Engelfriet vraagt aan de zaal of Stichting Skepsis nog wel goed bezig is. ‘Kan beter’, zegt iemand. De stichting kachelt achteruit, blijft klein en weinig effectief. Maar er valt ook wat positiefs te melden: de Skepsis-podcast werd honderdduizend keer beluisterd en Skepter, met zo’n drieduizend abonnees, wordt goed gelezen. 

Met de vormgeving van dat blad gaat het hoe dan ook beter dan vroeger, grapt Skepsis-voorzitter Eric-Jan Wagenmakers. Hij wijst naar de allereerste uitgave van het blad, uit 1988. Daarin stelde óók oprichter Kees de Jager de eeuwenoude vraag: ‘Is het tegenwoordig erger dan vroeger?’ Wagenmakers weet alvast te melden dat uit het Skepsis-onderzoek van 2023 blijkt dat mensen juist mínder geloven in sprookjes en fabels dan in 1985. 

Bovendien gaat het in het algemeen veel beter met de wereld, zegt Ralf Bodelier, journalist en filosoof bij CuriCos. Die organisatie probeert vooral media via optimistische feiten mee te krijgen in een ander wereldbeeld. Dat begint bij het rechtzetten van schrikbeelden. Zo zou klimaatverandering massale overstromingen veroorzaken, en daarmee een explosie aan diarree, aldus de media vorig jaar. Maar Our World In Data zegt anders: sterfte door diarree daalt wereldwijd al jaren. Het misverstand, laat Bodelier zien, is dat journalisten een persbericht van de universiteit over klimaatverandering niet goed hebben gelezen. En zelf geen cijfers opzoeken. Tijd dus voor een eerlijk journaal, vindt Bodelier. Zo is klimaatverandering erg, maar er sterven nu honderdduizenden mensen minder aan de gevolgen ervan dan honderd jaar geleden. Over de hoeveelheid uitgestoten CO2 is Bodelier ook optimistisch, want die dáált per hoofd van de bevolking. Vanuit de zaal komt er dan toch wat gemor: Skepsis-voorzitter Wagenmakers wijst erop dat er veel meer mensen op de planeet zijn, wat de totale uitstoot – ook volgens Our World in Data – exponentieel doet stijgen. Ook andere kritiek roert zich: de biodiversiteit doet het slecht, het aantal democratieën neemt af en we worden allemaal dikker. 

Wij zijn goed, jullie slecht 
En dan is er nog de grote kloof van deze tijd: onze maatschappij zou alsmaar gepolariseerder zijn geworden. Toch? ‘Nou, we zien er niets van’, zegt Quita Muis, sociologe aan de Universiteit Tilburg, de tweede spreker van de dag. Vanaf 1981 tot 2017 worden mensen juist steeds toleranter ten opzichte van homoseksualiteit en abortus. Ook voor waarden als weldadigheid, veiligheid en zelfbepaling nemen verschillen tussen opleidingsgroepen af, laten recentere data tot 2023 zien. Wat wél plaatsvindt is waargenomen polarisatie, stelt Muis vast. En óók dat is van alle tijden. ‘Mensen denken altijd al dat normen en waarden naar de kloten gaan’, zegt Muis. In 1991 was toenmalig koningin Beatrix somber over de verloederende maatschappij. Zeven jaar later stelde het AD dat Nederlanders ‘harder en asocialer’ zijn geworden. In werkelijkheid is het sociaal vertrouwen in Nederland al jarenlang hoog. In de EU staat ons land op plek 2, net onder Zweden. De illusie van moreel verval komt door twee dingen, zegt Muis. Ten eerste plaatsen media vooral slecht nieuws. Ten tweede herinneren mensen zich vooral dingen die vroeger goed gingen. Maar eigenlijk schuiven mensen steeds meer naar elkaar toe. En daarom valt het ook op als mensen ergens anders over denken. Dat leidt dan weer tot affectieve polarisatie – hoe positief mensen zijn over de eigen groep, zo negatief zijn ze over anderen. Enerzijds trekt dat conflict mensen naar de stembus en zorgt het voor een gezond debat, ook in de politiek. Maar het is wel oppassen met het ‘wij zijn goed, jullie zijn slecht’-verhaal, zegt Muis. Mensen zijn het dan niet alleen meer oneens, maar worden vijanden. De democratie, die min of meer voor lief wordt genomen, komt dan toch onder druk te staan. 

Hokjes
Na een korte koffiepauze is het de beurt aan het Skepsis-panel om publieksvragen te beantwoorden. Zo fileert bestuurslid Pepijn van Erp een overdreven NS-persbericht en bespreekt Skepter-hoofdredacteur Ronald Veldhuizen rammelend wetenschappelijk onderzoek over microplastics in het brein. Ja, ook de wetenschap wordt tegenwoordig soms voor lief genomen. Dat stellen Mirjam Vossen en Margriet van der Heijden na de koffiepauze vast. Vossen is mediawetenschapper en Van der Heijden is hoogleraar wetenschapscommunicatie met een achtergrond in deeltjesfysica. Zij verklaren dat mensen wetenschap gaan wantrouwen als de media wetenschapsblunders breed uitmeten. Negatief nieuws doet het immers goed. 

Dat ging vroeger anders. Toen waren mensen ‘lege wijnglazen’ en vulde een wetenschapscommunicator die met kennis. Wetenschap was dus waarheid. Nu moet je mensen anders meenemen, willen ze vertrouwen in de wetenschap, zegt Van der Heijden. En niet door met feiten en redeneringen andermans standpunten te ontkrachten. Mensen vinden het immers niet leuk om op hun ongelijkheid gewezen te worden. ‘Dan gaan ze met de hakken in het zand’, zegt Vossen. Je moet dus uit een ander vaatje tappen, menen Vossen en Van der Heijden. Met alleen de ratio kom je er niet. Gooi het ethos – de waarden waarvoor je staat – en het pathos –gevoelens van sympathie – in de mix. Daarmee kun je mensen over de streep trekken. En noem mensen geen ‘wappie’, zegt Van der Heijden. Dan ben je zelf ook aan het polariseren. 

Ook Laura Batstra, hoogleraar orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, heeft kritiek op mensen in hokjes plaatsen. Ondanks alle tegenwoordige stoornissen zijn we echt niet gekker dan vroeger, meent ze. We gebruiken gewoon steeds vaker labels voor psychische aandoeningen. En de DSM – het boek dat die aandoeningen classificeert – is misschien eens aan revisie toe. DSM staat voor Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. Van die disorders bevat het er maar liefst 400. Wat er wel er niet in mag bepaalt een taakgroep van Amerikaanse psychiaters. Die geven dan een BOSGAT (Bunch Of Guys Sitting Around a Table)-diagnose van de desbetreffende stoornis, grapt Batstra. Bij geestelijke gezondheidszorg is met zo’n label de boodschap vaak automatisch: ‘Het ligt aan jou, jij moet in therapie.’ Met een wildgroei aan therapieën tot gevolg. Maar de oorzaak van onze problemen ligt vaak in de maatschappij, stelt Batstra. Mensen met een depressie kunnen allerlei verschillende somberheidsredenen hebben. En er is volgens haar te weinig oog voor contextuele factoren als armoede, uitsluiting en discriminatie. Terwijl uit onderzoek blijkt dat dat heel sterke bepalers zijn voor psychisch en lichamelijk leed. 

Reuzel en pap
En eten we steeds slechter? Nee, zegt Hidde Boersma, journalist en bodemmicrobioloog. Paprika’s bevatten vroeger dan misschien wel meer voedingsstoffen omdat ze langer groeiden, maar wie in Nederland kon toen zo’n luxeproduct betalen? Honderd jaar geleden aten mensen reuzel, pap, aardappelen en ‘Noem mensen geen wappie, want daarmee polariseer je’  kool – mits in het seizoen. Nu kun je in de supermarkt avocado’s uit Mexico halen. In 1900 had 80 procent van de wereld honger. Nu is dat nog maar 9 procent. Volgens Boersma vinden mensen moderne landbouw afstandelijk en kil. Maar met biologische paprika’s ga je geen planeet redden, zegt hij. Tegenwoordig besproeien boeren hun groenten weliswaar met pesticiden, maar zelfs kleine overschrijdingen van normen zijn niet ziekmakend, zegt Boersma: ‘Daar durf ik m’n hand voor in het vuur te steken.’ Als we afstappen van de bestrijdingsmiddelen, gaat er meer oogst verloren en betekent het dat je echt veel meer landbouwgrond nodig hebt, zegt Boersma. Dat maakt voedsel niet duurzamer. Dat probleem gaat ook op voor biologisch voedsel: uiteindelijk is er 45 procent meer land nodig voor dezelfde opbrengst. Als je modern teelt en dus op een kleiner oppervlak, kun je de rest van het land teruggeven aan de natuur. Boersma zegt geen fan te zijn van de status quo, de landbouw moet wel anders. Bijvoorbeeld met genetische modificatie van groenten, of met kweekvlees. Bovendien kan intensieve landbouw nog beter, vindt Boersma. Door verder te moderniseren bijvoorbeeld. 

Wie snapt het nog?
Al met al stellen de sprekers vast dat vroeger niet alles per se beter was. Dus hoe leid je dan nú je beste leven? Niet door samen ‘een koffietje te doen’. En al helemaal niet met een ‘refill’. Als het aan NRC-columnist en taalkenner Japke-d. Bouma ligt, verdwijnen dit soort ‘jeukwoorden’ uit het Nederlandse vocabulaire. Evenwel komen jeukwoorden vooral in kantoortuinen juist helemaal tot bloei. Volgens Bouma gebruiken mensen jeukwoorden om gewichtiger te klinken. Zo had Mark Rutte een regierol – daarmee was hij niet de baas, maar bemoeide hij zich wel overal mee. Of om mee te liegen, bijvoorbeeld. ‘Hoe meer jeukwoorden mensen gebruiken, hoe minder verstand ze hebben’, zegt Bouma. Mensen praten moeilijker omdat dat makkelijker is, vervolgt ze. Bouma maakt zich zorgen dat ambtenaren, politici of ministers die jeukwoorden gebruiken zelf niet goed weten waar ze het over hebben. En als zij het al niet begrijpen, snappen burgers het dan nog? Gemeentes zien hun jeukwoorden als intern jargon dat de burger niet bereikt. Maar dat is niet zo, toont Bouma aan met een persbericht van de gemeente Hengelo. Die wilde ooit ‘de verblijfskwaliteit van de weg naar een hoger niveau brengen’. Met andere woorden: het asfalt vervangen. Bouma zegt dat tweeëneenhalf miljoen mensen in Nederland moeite hebben met lezen en schrijven. Dat is één op de zes. Bovendien hebben mensen met autisme moeite met beeldspraak. Dus: voor wie de wereld nog een stukje beter wil maken: gebruik duidelijke taal op je werk en op straat. Mensen ergeren zich dan minder en snappen meteen wat je zegt.

Niels Olfert is freelance wetenschapsjournalist.
Alle foto’s zijn gemaakt door freelance fotograaf Thomas de Wit. 
Het gehele congres is terug te kijken op Youtube,

Vond u dit artikel interessant? Overweeg dan eens om Skepsis te steunen door donateur te worden of een abonnement op Skepter te nemen.

Steun Skepsis