De 147 personen die ik ben

boekbespreking

door Waldi Seuntjes – Skepter 8.1 (1995)

Het boek De 147 personen die ik ben, geschreven door Liz Bijnsdorp, geeft een impressionistisch zelfbeeld van een vrouw die denkt te lijden aan een ‘meervoudige persoonlijkheidsstoornis’, MPS. Wie hier enige wetenschappelijke waarde aan wil hechten, moet haar relaas echter niet al te letterlijk nemen.

Van een ‘meervoudige persoonlijkheidsstoornis’, afgekort MPS, een stoornis waarbij (aldus F. Putnam in Diagnosis and treatment of multiple personality disorder, 1989) iemand de ervaring heeft niet zichzelf te zijn, maar een heleboel anderen. Deze anderen worden ‘alters’ genoemd en de originele persoonlijkheid zelf ‘gastpersooonlijkheid’.

MPS zou ontstaan als gevolg van traumatische geestelijke en lichamelijke mishandelingen, waaronder incest. De diagnose MPS wordt in Nederland de laatste jaren in toenemende mate gesteld. In de Verenigde Staten is er reeds langer sprake van een dergelijke toename. Deze plotselinge groei doet de vraag rijzen in hoeverre de hulpverlening invloed heeft op het ontstaan en de ontwikkeling van het verschijnsel (‘hulpverlening’ wordt in dit verband zeer breed opgevat). Met andere woorden: in hoeverre is er bij MPS sprake van iatrogenese (door de dokter opgewekt)? Deze vraag is des te dringender omdat diagnose en therapie van MPS vaak samengaan met hypnose. Over de suggestieve invloed van hypnose in deze is een belangwekkende controverse ontstaan. Vooral de invloed van hypnotische technieken bij het zich ‘herinneren’ van seksueel misbruik is sterk omstreden. Maar ook de rol van hypnose bij meldingen van zogenaamde vorige levens en UFO-ontvoeringen is factor in het debat. In Skepter is hierop reeds enkele malen ingegaan (zie de artikelen van Merckelbach en Wessel, en Nanninga, maart 1994).

Fantastische verhalen

Het boek van Bijnsdorp is geschreven door de alter met de naam Schrijfster. Volgens Schrijfster is de uiteindelijke therapie aangevangen met in totaal 147 persoonlijkheden en, voorlopig, beëindigd met 27, niet verder geïntegreerde alters. [zie ook Parariteiten, 1999]  De alters van Bijnsdorp kunnen een normale naam hebben zoals bijvoorbeeld Trudy, vaak echter hebben zij een symbolische naam zoals Robot, Crisis of Zuil. De therapie waar Schrijfster ten slotte het meeste baat bij gevonden heeft, werd gegeven door Marko van Gerven, psychiater verbonden aan de antroposofische Bernard Lievegoed Kliniek. Van Gerven heeft tijdens zijn opleiding supervisie gekregen van de psycholoog-psychotherapeut Onno van der Hart. Van der Hart is in Nederland waarschijnlijk de grootste autoriteit op het gebied van MPS en tevens de belangrijkste popularisator van het begrip.

Schrijfster is een gedreven maar nauwelijks systematisch auteur. Haar boek is geen duidelijk verslag van anamnese, diagnose en therapie maar veeleer een opsomming van invallen en ervaringen. Hoeveel duidelijker had de gevalsbeschrijving door behandelaar Van Gerven kunnen zijn?
Ter beantwoording van de vraag met betrekking tot de iatrogenese van dit speciale geval moeten we het doen met de mededelingen die Schrijfster doet. Schrijfster zelf is, naar eigen zeggen, overtuigd dat de verschillende alters werkelijk bestaan. De andere alters zijn volgens haar zo reëel dat ze hen in haar boek laat figureren met diverse lichaamskenmerken, karaktereigenschappen, leeftijden en seksen. Op verschillende plaatsen in het boek zijn echter passages te vinden die een iatrogenese niet uitsluiten.

Een paar voorbeelden:

‘De ontdekkingsreis [naar mijn thuis] was heel belangrijk. Ik leerde de wereld van de alters kennen, las er later boeken over en trof fantastische verhalen aan over wat therapeuten allemaal te bieden hebben. Hoe er uitstapjes werden gemaakt met de cliënt, hoe therapeuten dag en nacht present waren… Als je dat leest krijgt [sic] je al gauw de neiging er achteraan te hollen.’ (p.120).

‘We creëerden alters die op zichzelf gingen leven, als oplossing voor het leven in uitersten.’ (p.176) ‘Werd Zuil zwakker in haar functie doordat zij de afgelopen jaren wel door Marko werd geloofd? Hij nam haar bloedserieus, zelfs zo, dat hij ons soms sneller geloofde dan wijzelf.’ (p. 160).

‘Ik weet dat veel MPS’ers geen notie hebben van hun alters. Het kan maanden duren voordat er de voorzichtige aanvaarding komt dat je met meerderen bent.'(p.167).

‘De rust die wij hebben leren kennen is de rust van het onder ogen willen zien van de dingen. Durven accepteren dat je aan MPS lijdt, bijvoorbeeld. Dat deze arts gewoon gelijk heeft en dat je je strijd moet durven verleggen. Dat je ermee moet ophouden je behandelaar almaar te willen aantonen dat je niet ziek bent, dat alles prima gaat, dat wat hij vertelt niet klopt.'(p.195).

‘Dat contact [met Liz Bijnsdorp] liep via Onno van der Hart en hij zei over haar: ‘Zij heeft de diagnose geaccepteerd, maakt een krachtige indruk en zou na een korte behandeling weleens geïntegreerd kunnen zijn.’ (p.7, voorwoord door Van Gerven)

En op bladzijde 191, over een sessie met haar therapeut:

‘Eerst denk je dat die dokter geschift is, maar later zie je dat het werkt! Je bent namelijk niet  zomaar iets kwijt, er zit systeem in. We hebben het geleerd met elkaar, al moesten we een hoop overwinnen.

-‘Vraag, alters, vraag het,’ zei Marko.
-‘Weet iemand waar het zoveelste horloge is gebleven?’ Het was het zesde al dat we hadden aangeschaft.
-Stilte.
-‘Wil degene zich bekendmaken? We willen namelijk graag weten welk probleem er ligt. We beloven dat we niet boos worden.’
-Er begint er eentje te lachen.
-‘Wie lacht er en wat is hier zo leuk aan?’
-Stilte
-‘Wil degene zich bekendmaken?”.

Dit laatste voorbeeld doet denken aan een spiritistische seance waarbij een geest gevraagd wordt zich bekend te maken. Er zijn overigens meer belangwekkende overeenkomsten tussen de ervaringen met MPS en verschijnselen uit de belevingswereld van het spiritisme en bezetenheid (zie A. Crabtree, Multiple Man, London, 1985.)

Het boek van Bijnsdorp is in de eerste plaats een ‘coming out’ en in zoverre heeft het wellicht een therapeutische waarde voor de auteur gehad. Het is echter niet ondenkbaar dat de publikatie van dit en vergelijkbare ‘ego-documenten’ een factor zal zijn in de iatrogenese van toekomstige MPS-gevallen. Toch heeft Bijnsdorps werk ook op wetenschappelijk gebied wellicht enige waarde – maar dan moet het boek juist niet ‘at face value’ beoordeeld worden.

De controversen rond MPS en het aangrenzende probleem van hypnose zullen waarschijnlijk, in ieder geval voorlopig, blijven bestaan. Een skeptische benadering van het verschijnsel is en blijft hierbij zeer gewenst.

Uit: Skepter 8.1 (1995)

(*) Noot bij de online publicatie (oktober 2018):
De 147 personen die ik ben is in september 2018 opnieuw (in eigen beheer) uitgegeven door de schrijfster, ditmaal onder de titel Uiteengevallen als Liz Berghuis (Bijnsdorp is waarschijnlijk haar meisjesnaam).

Waldi Seuntjens