Alfred-Vogel

Doctor Vogel?

Had Alfred Vogel wel recht op de titel ‘doctor’ die hij met zoveel trots droeg? Deze vraag werd al lang geleden gesteld. Het ziet er naar uit dat ze nooit beantwoord zal worden. Maar raden naar het antwoord is goed mogelijk.

Alfred Vogel (1902-1996) is een bekende naam voor wie zich interesseert voor alternatieve geneeskunde. Hij komt dan ook voor in Tussen waarheid & waanzin. Zijn boek De kleine dokter haalde grote oplagen (meer dan twee miljoen wereldwijd). In dit boek (mijn exemplaar is de 20ste druk van 1970) staat een voorwoord bij de zestiende geheel opnieuw bewerkte en uitgebreide druk. Het is ondertekend door: A. Vogel, Dr. h.c. van de California University. De letters h.c. staan voor ‘honoris causa’, hetgeen wil zeggen dat het een eredoctoraat betreft. Bij zijn overlijden werd onder meer in NRC Handelsblad gememoreerd dat hij dit aan UCLA gehaald had, en zo kwam het dan ook in de Encyclopedie der pseudo-wetenschappen van Hulspas en mij terecht. Marie Prins maakte ons erop attent dat dit toch wel heel onwaarschijnlijk was. Mede in verband met de voorbereiding van een verbeterde herdruk heb ik gepoogd erachter te komen hoe het zit.

Rode bosslakken

De lectuur van De kleine dokter kan gemengde gevoelens oproepen. Dagelijks een glaasje aardappelsap tegen artritis, lees ik op zomaar een bladzijde waar het boek openvalt. Elders wordt sap van wortelen, kool, bosbessen en druiven (plus druppeltjes Echinaforce, Nux Vomica D4 en eventueel een klisma) aanbevolen voor blindedarmontsteking. In het hoofdstukje over kinderverlamming (poliomyelitis) wordt een recept ‘van de laatste tijd’ beschreven om deze kwalen te lijf te gaan.

‘Men tracht in een nabijgelegen slachthuis een zaadbal van een stier te krijgen, hakt deze heel fijn tot een papje en smeert daarmee meermalen per dag de hele wervelkolom in. Door deze plaatselijke toepassing van verse hormonen uit de zaadbal van een stier heb ik gezien dat zelfs in gevorderde gevallen, waar reeds verlammingen waren opgetreden, zeer verheugende resultaten werden behaald.’ (p.85)

Voor multiple sclerose wordt vrijwel hetzelfde recept gegeven. Men dient de huid van de (stieren)testes eraf te trekken, en de tere inhoud door middel van een hakmes of mixer fijn te maken. De massage moet eenmaal per week plaatsvinden, en wel des avonds en ten tweede male de daarop volgende morgen in alle vroegte. (p.348)

Het lijkt me een onzinnig recept. Of er veel hormonen in stierentestes zitten weet ik niet, en dat die bij deze toedieningswijze bij het ruggemerg komen lijkt me ook al onaannemelijk, en dat geslachtshormonen van een rund het herstel van beschadigde menselijke zenuwen bewerkstelligen lijkt me sterk. Bij beide ziekten worden ook delen van de hersenen beschadigd, dus je zou de schedel eigenlijk ook moeten masseren met geprakte stierenballen. In de nieuwere drukken is dit recept overigens verdwenen.

Een ander verbazingwekkend recept staat nog wel in die nieuwere drukken. Ik citeer het maar weer letterlijk (p.581): ‘Men legt rode bosslakken in lagen op elkaar in een glas. Daarover doet men een laag suiker, dan weer een laag slakken met suiker erover. De hoeveelheid suiker moet minstens overeenkomen met het gewicht van de slakken, mag dus nog iets groter zijn. De suiker lost de slakken op, waarna men er nog 30 procent alcohol aan kan toevoegen. Is dit niet voldoende om de slakken volledig op te lossen, dan doet men er nog wat meer alcohol bij, waarna men alles door een grove zeef giet. Van deze stroop, die op likeur lijkt, neemt men ’s morgen op de nuchtere maag een eetlepel vol, in ernstige gevallen een likeurglaasje vol.’ ‘[D]eze stroop [is] reeds vaak met succes toegepast bij kwalen die met bacteriën in verband staan, en bij zweren, maagzweren enlongaandoeningen‘ (cursiveringen van de auteur).

Deze recepten wekten ook de weerzin op van Ivo de Wijs die er in augustus 1981 in De Vooruitgang (een consumentenprogramma van VARA-radio aandacht aan schonk, en er op 14 oktober 1982 een groot stuk over schreef in de bijlage Wetenschap & Onderwijs vanNRC Handelsblad. De Vooruitgang diende in 1981 een klacht in bij de Reclame Code Commissie over het onduidelijke gescherm met de term ‘Dokter’. Deze commissie maande Biohorma (de verkopers van Vogelproducten) aan tot terughoudendheid. Het mocht niet erg baten, maar in Nederland staat de titel van Vogel thans niet meer op Biohorma-producten. De woede van De Wijs spat van de pagina af: ‘Kwakzalvers zijn misleidend, dom, laf, vals, onsmakelijk en gevaarlijk. A. Vogel en Biohorma voldoen moeiteloos aan alle kwalificaties.’ ‘De Kleine Dokter wemelt van de verdachtmakingen, de wetenschappelijke geneeskunst wordt om de haverklap in een tendentieus licht gezet. … is op geen enkele manier serieus te nemen. Het is een achterlijk boek.’

Eén onduidelijkheid liet De Wijs nog bestaan: waar kwam die aanspraak op die titel vandaan? In Mijn leven en werk: zoals verteld aan Klaas Mulder en Saskia van der Stoellezen we op pagina 67: ‘Het Instituut voor Osteopathie, Chiropraxie en Natuurgeneeswijzen van een universiteit in Californië heeft hem zelfs gevraagd of hij er colleges wilde geven, hetgeen hij enkele maanden heeft gedaan.’ Om persoonlijke redenen voelde Vogel er toch niet voor, dus ‘Ik ben er daarom mee opgehouden. In plaats van colleges te mogen geven is me toen een eredoctoraat verleend.’ Elders (p.143): ‘Ook het ere-doctoraat in de medische botanie, dat hem door een Californische universiteit werd uitgereikt, vormt een blijk van erkenning.’ En in het boek Anders beter worden, waarvan de editie van 1998 prominent ‘Dr. Vogel’ op de kaft vermeldt, staat: ‘Hoewel hij geen universitaire opleiding heeft gevolgd, werd hem vanwege zijn verdiensten voor natuurlijke geneeswijzen en geneesmiddelen door de Universiteit van Los Angeles een eredoctoraat verleend (vandaar de titel Doctor honoris causa).’ Bij navraag bij Biohorma kon men mij vertellen dat toen Mulder en Van der Stoel het boek schreven, Vogel hun zei dat het instituut inmiddels was opgeheven.

Volgens Zwitserse krantenartikelen (Die Weltwoche, 23 oktober 1986, Schweizerische Handelszeitung 15 september 1989, St.Galler Tagblatt, 10 en 13 september 1986) gaat het om de University of California. In de Schaffhauser Nachrichten van 8 oktober 1996 schrijft Clemens Umbricht in een paginagroot artikel dat het gaat om de University of California, Los Angeles, 1952, en ook in Swiss Pharma (vol. 5 (12), 1983, p.27-33) staat in een artikel ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van Bioforce AG in Roggwil TG weer de ‘University of California in Los Angeles’ genoemd. Vogel moet ook erg trots op zijn titel zijn geweest, want zelfs zijn handtekening in het voorwoord van Anders beter worden ziet eruit als: ‘Dr h c A Vogel’.

Maar bij deze universiteit is geen ‘Dr. Alfred Vogel’ bekend. Die universiteit heeft voor mij alle jaren van 1868 tot 1972 doorgezocht (na 1972 werden er geen ‘honorary degrees’ meer gegeven). Ook een department, instituut of studierichting die correspondeert met de naam ‘Institute of Osteopathy, Chiropractic and Naturopathy’ heeft niet bestaan als onderdeel van de University of California. Een verzoek om opheldering bij Bioforce zelf leverde ook niets op. Dit bedrijf, dat de naam van Alfred Vogel te pas en te onpas voorziet van het prefix ‘Dr. h.c.’, was na ruim drie maanden zoeken niet in staat documentatie over te leggen die opheldering kon verschaffen over de herkomst van deze titel. De president-commissaris van het miljoenenbedrijf liet me weten ook niet te begrijpen welk wetenschappelijk doel deze vraag diende. (1)

Eigenlijk gaat het om twee vragen: hoe kon, tijdens het leven van Vogel, de aanduiding ‘University of California’ (mogelijk gevestigd te Los Angeles) veranderen in ‘California University, Los Angeles’, en de tweede vraag is: wat was dat dan wel voor instelling en wat had die te maken met een instituut voor osteopathie, chiropraxie en natuurgeneeskunde?

Als het instituut was opgeheven, was de universiteit dan misschien blijven bestaan? Instituten kunnen vergaan, maar universiteiten blijven bestaan. In Nederland zijn toch hele faculteiten gesloten in het kader van bezuinigingen? Een telefoongesprek met de University of Southern California leerde me dat het begrip ‘honorary doctorate’ daar niet bekend is. Bij de California State University wisten ze precies wat ik bedoelde, maar die verleent geen doctoraten, laat staan eredoctoraten. Overigens is ‘medische botanie’ een vreemde omschrijving voor een eredoctoraat. Het vakgebied van een eredoctoraat wordt meestal heel ruim omschreven. Ook wordt er bij de verlening van een eredoctoraat niet over een nacht ijs gegaan, en een docent die helaas snel vertrekken moet even nog zo’n papier geven lijkt een ongebruikelijke gang van zaken.

diploma

Eén raadsel heb ik wel kunnen oplossen. Er heeft een ‘Califormia University of Liberal Physicians’ bestaan, en wel gevestigd te Los Angeles, maar die is verdwenen, en alleen hun blanco diploma’s zijn nog maar te vinden in het Museum for Questional Medical Devices (zie Skepter maart 1997). Dit museum had ze gekregen samen met veel andere spullen die beschikbaar kwamen toen de American Medical Association haar kwakzalversmuseum ophief. De blanco diploma’s zijn ondertekend door president Carl Schultz N.D. D.C. D.O. en secretaris Karl M. Pretz N.D. Het handschrift van beide heren lijkt nogal op elkaar (2). N.D. staat voor Naturopathy Doctor, D.C. voor Doctor of Chiropractic en D.O. voor Doctor of Osteopathy. Ik heb niet kunnen achterhalen of deze CULP meer was dan een diplomafabriek, wanneer en waarom ze zijn opgeheven. John B. Bear, een deskundige op het gebied van niet-traditionele opleidingen en auteur van een regelmatig vernieuwd handboek (in 1982 getiteld How to get the degree you want) op dat gebied kon me niet helpen. Ik denk aan de slotwoorden van Eco’s De naam van de roos (1980): ‘… een enkele keer was er een half blad gespaard gebleven, schemerde er een incipit, een titel door. De roos van weleer bestaat als naam, naakte namen houden we over.’

Noten toegevoegd voor de website van Skepsis

  1. Sinds het verschijnen van dit artikel zijn verwijzingen naar de doctorstitel van Vogel verdwenen in nieuwe drukken van Anders Beter Worden.
  2. Het oordeel van de Amerikaanse documentkundige Joe Nickell is dat de handschriften verschillend zijn.
  3. Zie ook het artikel over Vogels ‘ontdekking’ van het middel echinacea tegen verkoudheid.

Dit artikel is tot stand gekomen met de hulp van skeptici in binnen- en buitenland.

Titelafbeelding: Wikimedia Commons

Uit: Skepter 11.2 (1998)

Jan Willem Nienhuys is redacteur van Skepter en secretaris van Skepsis