Een UFO op het raam

door Marcel Hulspas

De veertienjarige Davey de Leeuw maakte in augustus vorig jaar een video-opname van een UFO. UFO-onderzoeker Wim van Utrecht onderwierp de beelden aan een nauwgezet onderzoek. Davey heeft gevoel voor publiciteit, zo blijkt.

Bij de UFO-werkgroep van Skepsis komen jaarlijks enige tientallen UFO-meldingen binnen. In de meeste gevallen gaat het om mondelinge meldingen, zonder enig foto- of filmmateriaal. Soms zit er een foto bij. Video-opnamen zijn nóg zeldzamer. Enige jaren geleden was er de opname van Willem Heijster (zie Skepter, december 1989), en in 1994 maakte de Heerlenaar Horst Anstadt een opname van een passerend vliegend voorwerp. Ook vorig jaar was er één UFO-melding die vergezeld ging van een videofilmpje. Ze was afkomstig van Davey de Leeuw, ook al uit Heerlen.

ufo-op-raamDavey zat (zo luidt zijn verhaal) op 29 augustus 1995 omstreeks half vijf op zijn kamer. Hij had zijn huiswerk moeten maken, maar zat stiekem te spelen met de videocamera van zijn vader. ‘Opeens’, (zo vertelt hij in De Limburger van 30 augustus) ‘zag ik iets zwarts vanuit mijn ooghoek. Ik keek op en toen zag ik een zwart ding boven de bomen van de Kennedylaan stilhangen. Het leek heel erg op een vliegende schotel.’

Gelukkig had hij dus de camera in de aanslag. De resulterende opname blinkt echter niet uit door schoonheid. Ze duurt alles bij elkaar 27 seconden, waarvan er 23 een zwart ‘ding’ laten zien, gefilmd door het raam van een deur. Het beeld is vrijwel voortdurend onscherp (de camera stond op autofocus) en schokt en schiet heen en weer. Al met al geen opname om trots op te zijn, maar dat neemt niet weg dat op de 31ste augustus zowel RTL4 als SBS6 haar uitzenden. De opname is dan inmiddels bekeken door Jan Willem Souren, directeur van de volkssterrenwacht Schrieversheide, maar deze weet ook niet wat het zwarte vlekje geweest kan zijn. In een foto- en filmbedrijfje, waar men losse foto’s uit de opname haalt, wijst men hem er op dat het voorwerp voortdurend onscherp is, en dat het daarom om iets kleins zou kunnen gaan, dat veel dichter bij de camera ‘hing’ dan men zou verwachten.

Ook leden van de UFO-werkgroep van Skepsis die een kopie van de opname van Souren ontvangen, houden het op een blad of een voorbijkomend insect. De opname belandt daarna bij UFO-onderzoeker Wim van Utrecht, die gaarne de tanden zet in visueel materiaal. Samen met Jan van Eetvelt, beeldtechnicus bij de BRTN, onderwerpt hij haar aan een nauwgezet onderzoek.

Roswell

Door de opname op vele manieren te bekijken en te bewerken komen zij enkele verdachte aspecten op het spoor:
– Het voorwerp had de vorm van een trapezium. Het lijkt alsof er zonlicht op weerkaatst, maar die heldere weerschijn is een artefact van de opname.
– de opname is veel te onrustig. Zelfs voor een amateur is de camerman wel érg ‘wild’ bezig.
– de ‘UFO’ is eigenlijk veel te donker voor een object dat op forse afstand in de lucht hangt. In dat geval had het beeld namelijk vanwege de verstrooiing van daglicht in de lucht, ‘grijzer’ moet zijn.
– als de camera naar rechts zwenkt, gaat de ‘UFO’ naar links. En omgekeerd. Alle woeste bewegingen die de ‘UFO’ lijkt te maken zijn in wezen bewegingen van de camera.
– de vorm van de ‘UFO’ verandert niet gedurende de opname. Ook niet als deze over de dakrand weg weg lijkt te vliegen. Dit verdwijnen van de ‘stil hangende’ UFO zou veroorzaakt kunnen zijn doordat Davey de camera hoog boven zijn hoofd tilde. Waarschijnlijker is echter dat de ‘UFO’ heel dichtbij hing en dat hij haar niet over, maar ónder (het beeld van) de dakrand liet verdwijnen door er met de camera onder te gaan hangen. Het feit dat de ‘UFO’ op dat moment ook groter wordt, duidt erop dat hij het ‘dingetje’ inderdaad met de camera nadert.
– Aan het eind lijkt de ‘UFO’ een zigzagbeweging uit te voeren, maar de wolken op de achtergrond doen precies hetzelfde. Deze beweging is dus veroorzaakt door het bewust heen en weer zwenken van de camera.
– met behulp van een tekenprogramma werd een serie beeldjes waarin de ‘UFO’ en delen van raam en deur goed te zien waren, dusdanig bewerkt dat de UFO stil kwam te staan. Duidelijk werd nu dat ook de deur- en raamdelen praktisch stil kwamen te staan, terwijl de achtergrond buiten flink bewoog. Conclusie: de ‘UFO’ hing heel dicht bij (of zat wellicht vastgeplakt op) het raam.
– De ‘UFO’ verdwijnt eenmaal achter (onder?) de dakrand en keert weer terug. Dan ‘vliegt’ hij nogmaals uit beeld, en Davey draait de camera weg en stopt met filmen. Waarom wachtte hij niet op diens mogelijke terugkeer? Waarom opende hij de deur niet? Dacht hij dat het zo wel genoeg was?
Van Utrecht concludeert dat het hier om een grap moest gaan. De tijd was er ook wel rijp voor. Twee dagen eerder was op de Nederlandse televisie de zogenoemde Roswell-film vertoont (zie Skepter, september 1995), en precies een jaar eerder was Heerlen en omgeving ook al in de greep van de UFO’s, naar aanleiding van de hierboven al genoemde opname van de Heerlenaar Horst Anstadt. (Jan Willem Souren en ondergetekende herkenden op die opname echter slechts de lichten van een overvliegend vliegtuig.)

Souren bracht de moeder van Davey op de hoogte van bovenstaande conclusies. Ze reageerde, zo schreef hij, wat vaagjes: ‘De wetenschappers weten het ook niet. De een zegt dat het een vlieg was, de ander heeft het over een vlinder.’ De vader van Davey lijkt inmiddels gegrepen door het UFO-fenomeen. Horst Anstadt heeft een ‘Stichting UFO Nederland’ (STUFON) opgericht, met als doel meldingen te onderzoeken, en de volgens hem door velen vaak belachelijk gemaakte getuigen geestelijk bij te staan. Volgens de laatste berichten is vader De Leeuw lid geworden van deze club. En de UFO-werkgroep van Skepsis zal komende zomer vast nog wel een Limburgse UFO-video mogen bewonderen.

Aanvulling 14/7/2016: het onderzoeksrapport is te downloaden van de website ufomeldpunt.be

Uit: Skepter 9.1 (1996)

Marcel Hulspas is wetenschapsjournalist en was hoofdredacteur van Skepter van 1988 tot en met 2002