TT

Therapeutich Touch

Boekbespreking

door Rob Nanninga

Een paar honderd Nederlandse verpleegkundigen hebben recentelijk een zevendaagse cursus Therapeutic Touch (TT) gevolgd. Het cursusboek van Janet Macrae (Therapeutic Touch – een praktische handleiding, Lemniscaat, 1995), dat uit het Amerikaans is vertaald, maakt duidelijk dat TT een pseudowetenschap mag worden genoemd. Het is daarom opmerkelijk dat de methode op steeds meer ziekenhuisafdelingen wordt toegepast.

[Onder dit artikel staan verwijzingen naar recentere artikelen over TT.]

Therapeutic Touch werd in de jaren ’70 ontwikkeld door Dolores Krieger, een hoogleraar verpleegkunde aan de Universiteit van New York. Zij baseerde zich op de ideeën van haar paranormaal begaafde vriendin Dora Kunz, die voorzitster was van de Amerikaanse Theosofische Vereniging. TT gaat uit van de volgende vooronderstellingen:

Er bestaat een universele levensenergie die alle levende organismen voedt. Deze subtiele, niet-fysische energie is als een veldkracht overal in de ruimte aanwezig, maar het sterkst in en rond levende organismen. Als een organisme gezond is, stroomt de levensenergie er vrij en op een evenwichtige manier doorheen, maar bij ziekte is de energiestroom geblokkeerd, ontregeld en verzwakt. De toestand van het energieveld kan worden vastgesteld op basis van bepaalde sensaties die TT-beoefenaren voelen wanneer ze hun handen op een decimeter afstand langs het lichaam van de patiënt bewegen. Via hun handen kunnen ze plaatselijk extra energie toevoeren, blokkades opheffen en het evenwicht herstellen.

Deze theorie is verdacht omdat de aanhangers geen goede reden hebben het bestaan van een subtiele levensenergie te postuleren. Ze weten niet hoe de veronderstelde energie objectief kan worden gemeten en ze kunnen evenmin vertellen welke verschijnselen door hun theorie beter worden verklaard dan door de gangbare theorieën. Voor zover TT-aanhangers wetenschappelijk onderzoek doen (er zijn al een tiental gepromoveerd), blijken ze bijna uitsluitend belangstelling te hebben voor interpretaties die hun overtuiging ondersteunen. Vaak gebruiken ze ad-hoc-hypothesen om daaraan vast te kunnen houden, ook wanneer er een alternatieve verklaring beschikbaar is die beter aansluit bij de feiten.

Hoofdrekenen

Als wetenschappelijke ondersteuning voor Therapeutic Touch noemt Macrae onder meer het promotieonderzoek van Janet Quinn. Zij gaf een groep hartpatiënten een TT-behandeling terwijl een vergelijkbare controlegroep werd behandeld door een verpleegster die de strijkende bewegingen van TT zo goed mogelijk nabootste. Om te voorkomen dat de verpleegster een helende invloed op de controlegroep zou uitoefenen, moest ze ondertussen hoofdrekensommen maken. Voordat de behandeling begon, werd het angstniveau van de patiënten gemeten door ze een psychologische vragenlijst voor te leggen. Na afloop werd deze meting herhaald en constateerde men dat de echte TT significant meer angst had weggenomen dan de imitatie-TT.

Dit resultaat wordt toegeschreven aan de helende intenties van de TT’er. Deze conclusie is echter voorbarig omdat de interne validiteit van het experiment te wensen overlaat. Zo is het niet uitgesloten dat de ervaren TT-behandelaar meer vertrouwen inboezemde dan de zuster die haar gedrag imiteerde. Het lijkt bovendien aannemelijk dat de TT’er regelmatig oogcontact met de patiënten maakte terwijl de nepbehandelaar dat veel minder deed (want die was aan het hoofdrekenen!). TT’ers worden geacht veel compassie voor de patiënt te voelen, en dat is misschien op hun gezicht af te lezen. Het meetinstrument dat Quinn gebruikte (een vragenlijst), is dusdanig subjectief dat het gemakkelijk door dit soort factoren kan worden beïnvloed.

Ook Quinn zag in dat haar experiment voor verbetering vatbaar was. Met subsidie van de National Center for Nursing Research voerde ze een replicatie uit die op twee essentiële punten van haar promotieonderzoek afweek. Ten eerste werden de patiënten in beide groepen door dezelfde persoon (Quinn) behandeld. Ten tweede werden ze van achteren behandeld, zodat ze Quinn niet aan het werk zagen. Uiterlijke verschillen tussen de echte TT-behandeling en de namaakbehandeling werden hierdoor voor een belangrijk deel uitgesloten.

1989 rapporteerde Quinn in Nursing Science Quarterly dat de replicatie geen succes had opgeleverd. Maar ze liet zich daardoor niet van de wijs brengen en vulde een kwart van haar artikel met diverse hulphypothesen die haar theorie beschermden. Zo acht ze het mogelijk dat haar TT-vermogen tijdens de namaakbehandeling automatisch en onbewust in werking trad. Ook oppert ze de veronderstelling dat het gebrek aan oogcontact de overdracht van energie kan hebben bemoeilijkt. Daar komt nog bij dat de behandelde patiënten veel medicijnen gebruikten, waardoor het effect van TT volgens Quinn deels teniet kan worden gedaan. Helaas kon ze niet meer achterhalen hoeveel middelen er tijdens haar eerste experiment waren geslikt.

Quinn was niet de enige die moeite had de veronderstelde effecten van TT te registreren. Vijf promotieonderzoeken die tussen 1979 en 1986 werden uitgevoerd (en die Macrae niet in haar boek vermeldt), leverden evenmin een significant resultaat op. Zelf heeft Quinn tot nog toe geen pogingen meer ondernomen haar experimenten te verbeteren. Ze beperkt zich liever tot verkennende of kwalitatieve studies en blijft zich daarnaast onverminderd inzetten voor de verbreiding van TT.

Paranormale vermogens

Macrae schrijft in haar cursusboek: ‘Hoewel het idee van een subtiele, vitale energie nog maar net aanvaard begint te worden in de westerse geneeskunde, speelt het al lang een rol in oosterse therapeutische methoden.’ Het is mij niet duidelijk waarom zij meent dat de hedendaagse geneeskunde behoefte heeft aan zo’n ongrijpbare energie. Wel weet ik dat het begrip ‘levenskracht’ in de 19de eeuw nog veel aanhangers had, maar daaraan kwam onder meer een einde door de formulering en toetsing van de wet van behoud van energie.

Het bestaan van de levensenergie wordt volgens TT’ers bevestigd door bepaalde gewaarwordingen in hun handen, maar Macrae kan niet verklaren hoe die ontstaan:

‘Als ik zeg dat een bepaald soort onevenwichtigheid warm aanvoelt, bedoel ik niet de gewaarwording van fysieke warmte die we voelen met onze huid. Het is een poging een eigenschap van de levensenergie te beschrijven, die een gevoelswaarde heeft die lijkt op warmte.’

Om er zeker van te kunnen zijn dat de subjectieve gewaarwordingen van TT’ers niet worden opgewekt door hun eigen verwachtingen, moeten we een blinde test uitvoeren. Zo zouden we bijvoorbeeld kunnen onderzoeken of iemand louter op basis van de veronderstelde energievelden (dus zonder normale zintuiglijke aanwijzingen) een gebroken been van een gezond been kan onderscheiden.

Macrae schrijft: ‘Als een orgaan slecht functioneert, is er meestal iets mis met de energiestroom in dat gebied.’ Ze beweert ook dat er over het algemeen weinig verschil is tussen de indrukken van twee ervaren TT’ers wanneer die onafhankelijk van elkaar dezelfde patiënt aftasten. Zelf sprak ik een hoofdverpleegkundige van het Radboudziekenhuis die meende dat ze aan het energieveld van patiënten kan voelen of deze een operatie hebben ondergaan. Er zijn ook veel TT’ers die geloven dat ze kunnen voelen waar een patiënt pijn heeft. Helaas hebben de aanhangers van Therapeutic Touch – voor zover ik weet – nooit de moeite genomen dergelijke beweringen objectief te testen. Het feit dat ze hun geclaimde vermogens niet op de proef stellen, bevestigt mijn stelling dat TT een pseudowetenschap is.

Als TT’ers de veronderstelde energieën desondanks kunnen waarnemen, dan moeten we volgens mij aannemen dat ze over een paranormaal vermogen beschikken. Janet Macrae benadrukt meermaals dat de energie altijd de intenties van de TT’er volgt. Ook dat lijkt me paranormaal. Ik wil niet uitsluiten dat er mensen bestaan die zo nu en dan echte paranormale effecten kunnen veroorzaken, maar ik ken slechts één parapsycholoog die meent dat iedere verpleegkundige dit vermogen in zeven dagen kan ontwikkelen. Deze parapsycholoog is Martine Busch, die een voorwoord schreef voor het boek van Macrae. Het zal wel geen toeval zijn dat zij tevens degene is die in Nederland TT-cursussen organiseert.

Zwevende emoties

De ervaring heeft geleerd dat TT’ers steeds gevoeliger worden voor de vage energieën die hen omringen. Uit zelfbescherming moeten ze zich soms even terugtrekken, zodat ze opnieuw contact kunnen leggen met hun ‘innerlijke bron van vrede en kracht’. Volgens Macrae geeft TT ons een andere kijk op de wereld, die we gaan zien als een systeem van stromende energiepatronen:

‘Denk eraan dat onze gedachten en emoties niet binnen onszelf blijven, maar als het ware overstromen naar de atmosfeer en andere mensen in de omgeving beïnvloeden. Emoties zijn stralende energiepatronen, die via het universele veld voortdurend de velden van anderen in de omgeving beïnvloeden. (…) Als we dicht bij mensen zijn, maakt de voortdurende wisselwerking van onze energieën het mogelijk dat we hun liefde en vreugde, of hun angst en neerslachtigheid, voelen zonder dat er een woord is gesproken. Als een patiënt erg angstig is, voelt u dat misschien als een soort statische elektriciteit in uw handen…’

Macrae hecht schijnbaar weinig belang aan non-verbale communicatie. Zij neemt liever aan dat onuitgesproken emoties en gedachten in de ruimte rondzweven en op paranormale wijze kunnen worden gedetecteerd. Volgens haar leren TT’ers meer op hun intuïtie te vertrouwen en nemen ze vaker beslissingen die ze niet rationeel kunnen uitleggen. Ze krijgen ook minder twijfels over de richting en de zin van hun leven. Vertrouwen en innerlijke zekerheid zijn bovendien noodzakelijk om de energie voor therapeutische doeleinden te kunnen aanwenden. “Maar dit vertrouwen moet gebaseerd zijn op kennis en ervaring, niet op goedgelovigheid”, aldus Macrae.

Het hangt er vanaf wat je onder goedgelovigheid verstaat. Neem bijvoorbeeld het volgende citaat, dat vrij willekeurig is gekozen: ‘Een energiecongestie heeft de neiging zich omlaag te verplaatsen in de richting van de voeten van de patiënt en kan worden verwijderd met rustige, neerwaartse gebaren van de handen. Als u het gevoel krijgt dat de congestie aan uw handen blijft plakken of zich ophoopt, schudt u die eenvoudig af aan het eind van elk gebaar, alsof u water van uw handen schudt.’ Het is hoogst merkwaardig dat de immateriële levensenergie, die eerder werd voorgesteld als een onuitputtelijke bron van gezondheid die overal in de ruimte aanwezig is, in de bovenstaande raadgeving wordt vergeleken met een stroperige vloeistof die onderhevig is aan Newtons wetten. Dat zou onder meer betekenen dat de levensenergie van kunstschaatsers alle kanten opvliegt als ze een pirouette maken!

Lees ook:

Nanninga, Rob (2012) – Therapeutic Touch: Evidence based of paranormaal?

Nanninga, Rob (2005) – Therapeutic Touch voor verpleegkundigen

Nanninga, Rob (1996) – De zuster wil strijken

Uit: Skepter 9.4 (1996)

Rob Nanninga was hoofdredacteur van Skepter van 2002 tot 2014