Pendelaars van slag

Verslag van een pendelweekend

door Rob Nanninga

Zijn er pendelaars die een voorwerp kunnen opsporen wanneer dat in één van zes doosjes wordt verstopt? Enkele bestuursleden van Skepsis loofden ƒ10.000 uit aan degene die minimaal 15 van de 30 keer het juiste doosje zou kunnen aanwijzen. Zeven kandidaten gingen de uitdaging aan, maar bleken hun verwachtingen niet te kunnen waarmaken.

Onlangs kocht ik bij mijn plaatselijke New Age-handelaar voor ƒ19,50 een pendel. Het was een metalen gewichtje van 30 gram aan een goedkoop kettinkje, dat al snel losschoot. Met zo’n pendel kun je leuke dingen doen. Richt je aandacht bijvoorbeeld op een liniaal die op tafel ligt en houd de pendel erboven. Vermoedelijk zal deze boven de liniaal heen en weer gaan slingeren en wanneer de liniaal in een andere richting wordt gelegd, verandert ook de richting van de slingerbeweging. Een effect dat wordt veroorzaakt door onbewuste spierbewegingen.

pendelenDe Amerikaanse goochelaar Kreskin veronderstelt dat de pendel onbewuste kennis naar boven kan brengen. In zijn boek Secrets of The Amazing Kreskin (1991), dat bij de skeptische uitgeverij Prometheus verscheen, geeft hij daarvan enkele voorbeelden. Zo kun je volgens Kreskin te weten komen op welke dag van de week je vorig jaar jarig was, door de zeven dagen in een halve cirkel op een papier te schrijven en de pendel erboven te houden. Kreskin voerde echter geen experiment uit om aan te tonen dat mensen vaker de juiste dag noemen als ze een pendel gebruiken.

Ook de bekende pendelaar Bote Mikkers meent dat de pendel toegang kan verschaffen tot het onbewuste, maar in tegenstelling tot Kreskin gelooft hij dat daarin veel meer kennis zit dan we zintuiglijk hebben verkregen. Voor een reportage van het tv-programma NOVA probeerde Mikkers met behulp van zijn pendel een Tibetaans relikwie op te sporen dat in een van zes doosjes was verstopt. Dat lukte hem echter maar twee van de zes keer. Mikkers schreef dit teleurstellende resultaat toe aan het feit dat hij niet helemaal spanningsvrij was omdat er een camera op hem stond gericht.

Lijm en watten

Een oproep in het tijdschrift Panorama leverde veertien aanmeldingen op voor de pendelproef van Skepsis. De kandidaten werden uitgenodigd op een zaterdag of zondag naar de voormalige sterrenwacht in Utrecht te komen. De helft haakte echter voortijdig af, zodat er zeven deelnemers overbleven, die werden getest met behulp van een plank waarop zes doosjes waren vastgelijmd.

Bij iedere test waren drie medewerkers van Skepsis betrokken (A, B en C). A nam de plank mee naar een aparte ruimte, waar hij één van de doosjes selecteerde door een dobbelsteen te werpen. Hij vulde dit doosje met het voorwerp dat de kandidaat zelf had meegebracht of uitgekozen (meestal een steen of kristal). Daarna gaf hij de plank voor de deur van de onderzoeksruimte over aan B, die samen C bij het pendelen aanwezig was.

De plank werd op een lange tafel gelegd en de kandidaat kreeg tien minuten de gelegenheid een keuze te maken zonder de doosjes aan te raken. Eén kandidaat probeerde de ‘energievelden’ met zijn hand te voelen, terwijl een andere ‘aurawaarnemingen’ deed. De overige vijf gebruikten hun pendel. Gemiddeld duurde het ongeveer vijf minuten voordat men een keuze maakte. Meteen daarna werd ter plekke vastgesteld in welk doosje het voorwerp zich bevond. Vervolgens werd de plank weer teruggebracht naar A.

Er zaten watten in de doosjes zodat het voorwerp niet kon rammelen. De doosjes konden bovendien niet trillen en stonden steeds in dezelfde volgorde, omdat ze vast aan de plank zaten. De dekseltjes pasten slechts op één manier. Ook het gewicht van de afzonderlijke doosjes was moeilijk te bepalen, omdat steeds de hele plank moest worden opgetild. Zodoende konden ook B en C niet ontdekken welk doosje gevuld was en werden eventuele zintuiglijke aanwijzingen uitgesloten.

De kandidaten kregen de opdracht om minimaal vijf van de tien keer het juiste doosje aan te wijzen. Als dat zou lukken, kregen zij hun reiskosten vergoed. Bovendien mochten ze dan honderd gulden meenemen of doorgaan naar de tweede ronde. In deze tweede ronde moesten er weer vijf treffers uit tien pogingen worden gescoord om duizend gulden te verdienen of door te gaan naar de derde ronde. Ook in deze laatste ronde hoefde men slechts vijfmaal het juiste doosje aan te wijzen om in totaal tienduizend gulden mee naar huis te kunnen nemen.

De kans om toevallig vijf treffers te scoren is ongeveer anderhalf procent. En de kans dat dit driemaal achtereen lukt, is kleiner dan één op een kwart miljoen. Dit risico durfden de skeptische geldschieters wel aan (zolang er niet al te veel kandidaten een gokje waagden).

Storende factoren

Alle kandidaten gingen akkoord met de onderzoekscondities. Desgewenst mochten ze van te voren zelf even oefenen met de doosjes. Ze waren ervan overtuigd minstens vijf treffers te zullen scoren. Doorgaans rekenden ze op zeven of acht, maar in werkelijkheid wees niemand vaker dan drie keer het juiste doosje aan. In totaal werden er 15 treffers gescoord uit 70 pogingen. Ook dit gezamenlijke resultaat wijkt niet significant af van de kansverwachting.

De gissingen waren vrij evenredig verdeeld over de doosjes. Doosje 1 werd het minst gekozen (9 keer) en doosje 3 het meest (14 keer). Het was alleen opvallend dat de kandidaten sterk geneigd waren om niet tweemaal achtereen hetzelfde doosje te kiezen (p < 0.01). Dit effect treedt ook op als men proefpersonen de opdracht geeft een willekeurige reeks dobbelsteenworpen op te schrijven.

Twee kandidaten toonden zich na afloop redelijk tevreden over hun prestaties, al bleven die ver achter bij hun eerdere verwachtingen. De overige vijf beseften dat zij hadden gefaald en probeerden daar allerlei verklaringen voor te vinden. Eén kandidaat maakte ernstig bezwaar tegen de kleur van de doosjes. Een ander vond de onderzoeksruimte bij nader inzien ongeschikt, omdat er te veel verwarmingsbuizen liepen. Een volgende veronderstelde dat de watten een te grote barrière vormden. Twee anderen meenden dat er bij iedere poging nieuwe doosjes hadden moeten worden gebruikt, omdat er anders te veel energieën in bleven hangen. Ook de prestatiedruk werd genoemd als een storende factor.

Het viel nog mee dat niemand veronderstelde dat de skeptische waarnemers negatieve vibraties uitzonden. Dit was vermoedelijk te danken aan het feit dat de kandidaten vriendelijk werden behandeld. Wel was er een dame die het zeer verdacht vond dat haar pendel plotseling tegen de klok in begon te draaien. Dat was haar nog nooit eerder overkomen, zodat ze vermoedde dat er onder de vloer een geheime machine was geïnstalleerd die een krachtig magneetveld opwekte. Het kostte na afloop enige moeite om haar dit idee uit het hoofd te praten.

Ook tijdens het experiment bedachten de kandidaten allerlei hypothesen om hun missers te verklaren, en ze probeerden van alles uit om hun resultaten te verbeteren. Een dame die zelf pendelcursussen gaf, besefte opeens dat ze haar pendel de verkeerde vraag stelde. Ze vroeg telkens of er een maansteen in het doosje zat, maar in werkelijkheid was ze op zoek naar een bergkristal. De verbeterde vraag leverde echter niet meer succes op.

Een kandidaat die de aura’s van de doosjes probeerde waar te nemen, kwam na zeven missers op het idee een lamp te doven. Dat scheen de oplossing te zijn, want hij rondde de reeks af met drie voltreffers. Er werd besloten hem een herkansing te gunnen. Vier nieuwe pogingen leverden echter maar één treffer op, zodat de reeks in onderling overleg voortijdig werd afgebroken.

Alle ballen verzamelen

Als we de proef met Bote Mikkers en een eerder gepubliceerde test (Skepter, juni 1988) meetellen, dan heeft Skepsis inmiddels negen pendelaars getest. Helaas is dat nog te weinig om een redelijk betrouwbare uitspraak te kunnen doen over de capaciteiten van de gemiddelde pendelaar. Toch lijkt het statistisch gezien al vrij aannemelijk dat de meeste pendelaars niet in staat zijn om succes te boeken bij de doosjestest. Dat valt gemakkelijk in te zien wanneer we alle goede en slechte pendelaars in de vorm van groene en rode ballen in een vaas stoppen. Als we daar zonder te kijken negen ballen uithalen die allemaal rood blijken te zijn, dan is het niet aannemelijk dat de groene ballen in de meerderheid zijn.

Skepsis kan echter onmogelijk alle ballen verzamelen. Daarom worden groene ballen verzocht zich aan te melden. De ƒ10.000 ligt nog steeds op hen te wachten.

Uit: Skepter 5.4 (1992)

Rob Nanninga was hoofdredacteur van Skepter van 2002 tot 2014