Het paleodieet

Voer voor holbewoners

door Dirk Koppenaal

Volgens aanhangers van het paleodieet evalueerde ons eetpatroon sneller dan ons lichaam. Om weer zo gezond als holbewoners te worden, moeten we terugkeren naar de oermaaltijd.

Iedereen weet dat een fastfoodmaaltijd, gevolg door een wafel met roomijs niet gezond is. Zeker niet als een beker frisdrank de dorst moet lessen. Maar wat kan er mis zijn met een biologische boterham belegd met halvarine en eigengemaakte jam, onbespoten bonen uit de moestuin of een glas boerenlandmelk? Voor de paleodiëtist is dit uitgemaakte zaak; de oermens at geen granen, bonen, suiker of E-toevoegingen, en melkte ook geen koeien. Ons lichaam is dus niet geschikt voor dit soort voedsel.

De aandacht voor het paleodieet begon in 1975. De maag-darmspecialist Walter L. Voegtlin (1904-1975) meende dat het voedingspatroon van een organisme gerelateerd is aan zijn plaats in de natuur. [18] Het huidige eetpatroon van de mens zou daar te sterk van afwijken.

Zo’n twee miljoen jaar geleden verruilden onze verre voorouders het bos voor de savanne. De homo erectus leerde rechtop te lopen, at wat hij tegenkwam en ging jagen. Al die tijd (over)leefden de oermensen op vlees, vis, vruchten, groentes, noten en knollen. Ondanks dat de mens in de savannes evolueerde ontstond er nooit een grazende soort: die aanpassing was kennelijk onmogelijk. Pas tienduizend jaar geleden zou de mens begonnen zijn om gewassen te kweken en vee te houden. Grassen werden granen, bonen werden zoet, en woeste runderen werden vee. De mens hoefde niet meer naar knollen te graven of wild te jagen, maar oogstte en melkte.

Tienduizend jaar lijkt lang, maar zou volgens Eaton en Konner te kort zijn voor genetische aanpassingen. [4] Lichamelijk gezien zijn we volgens hen nog steeds holbewoners. Ons eten bevat een overvloed aan geraffineerde koolhydraten, verzadigde vetzuren, zout en supplementen en heeft een tekort aan eiwitten en vezels. Zo krijgen we chronische metabole ziektes, zoals diabetes type 2, obesitas, hypertensie, aderverkalking en hartziekten, of zelfs kanker. [5,10,17] Eaton en Konner introduceerden het paleodieet: voedsel met dezelfde ingrediënten als onze voorouders met veel moeite bijeen wisten te scharrelen.

Wat mag je wel nuttigen? Eigenlijk mag je best veel lekkers eten: een goed stukje vlees, vis, eieren, veel groente en fruit en noten. Sinds hij als een oermens eet, viel paleo-expert en gezondheidscoach Mitchel van Duuren 10 kg af, en heeft hij meer energie dan ooit. [20] En je mag af en toe een best graantje meepikken. Hij houdt zelf een 80/20 regel aan: 80% paleo en af en toe zondigen met zuivel of pasta. Volgens van Duuren voeden granen nauwelijks en zijn ze zelfs ongezond: de gluten zijn niet goed voor je, de lectines verstoren je darmstelsel en de insulinepiek die je na het eten van granen krijgt, verstoort het hele hormoonstelsel. Ook van bonen en peulvruchten kun je beter afblijven. Over het waarom is hij niet duidelijk. Ze zouden toch een beetje goed zijn omdat ze eiwitten bevatten, maar dat zijn er weer zo weinig dat je beter met een (rauw) zuivelproduct kunt zondigen.

Er is onderzoek dat het paleodieet lijkt te rechtvaardigen. Het dieet is bijvoorbeeld rijk aan omega-vetzuren, polyfenolen, vezels en sterolen. [8] Deze stoffen zijn goed voor het hart, ontstekingsremmend, spijsvertering verhogend en cholesterol verlagend. Een korte proef liet ook zien dat vrijwilligers dankzij de voedselvoorschriften afvielen en er zijn ook sterke aanwijzingen dat mensen met diabetes type 2 beter af zijn met een paleodieet. [7,9,13] Kortom, het paleodieet bevat zeker een aantal goede en gezonde kenmerken, maar datzelfde kan gezegd worden van vegetarisch eten. [12] Mensen die zondigen met rauwe melkproducten moeten zich ervan bewust zijn dat ze een infectie met salmonella, Escherichia coli O157 of campylobacter kunnen oplopen. [3]

De paleodieethypothese kent een aantal onzekere aannames. [17] Niemand weet bijvoorbeeld precies wat onze oermensen aten. Tot voor kort namen antropologen aan dat de vroegste mens net als mensapen vruchten en jonge zachte blaadjes at. Men leidde dit af uit de vorm van de kaak en tanden. En de mens at vlees. Eaton schatte dat het dieet van de paleomens voor 35% uit vet, 35% uit koolhydraten en 30% uit eiwitten zou bestaan. Het vet was afkomstig van prooidieren die met huid en haar verslonden werden. De nieuwste onderzoeken menen het dieet van de oermens aan de slijtsporen en koolstofisotoopanalyse van de tanden te kunnen vaststellen. De onderzoekers denken dat de oermens direct na het verlaten van de bossen overging op een dieet met harder voedsel, zoals noten, en het voedsel dat volop aanwezig was: granen en gras. [1,2,14,19] Om nu op grond van een nieuwe techniek alle leerboeken te herschrijven gaat erg ver. Het lijkt er echter wel op dat de paleomens gevarieerder en complexer at dan werd aangenomen en regelmatig zondigde op zijn eigen dieet. [15]

Discutabel is ook of de mens onvoldoende tijd en te weinig genetische bagage had om zich aan te passen. De overgang van een jagerscultuur naar landbouw gebeurde niet van de ene op de andere dag, toen een holbewoner een hekje om zijn grot zette, een stukje grond inzaaide en kippen, koeien en varkens ging houden. Archeologen hebben aanwijzingen dat het boerenbestaan van de mens al minstens 30.000 jaar geleden begon. Bovendien veranderde de samenstelling van het voedsel niet zozeer als paleo-aanhangers ons willen doen geloven. De mens werd geen grazer, maar ging net wat anders eten. Ook bestaat bij velen verwarring over ‘aanpassen’ en ‘niet verdragen’. Een genetische aanpassing – dus een uitzondering op de normale situatie – maakte de meeste Europeanen tolerant voor lactose. Een immunologische reactie – een uitzondering dus – maakt een op de acht mensen overgevoelig voor gluten. Dergelijke overgevoeligheden bestaan ook voor etenswaren die wel door paleodiëtisten goedgekeurd worden, zoals eieren, schelpdieren, noten of aardbeien.

De hypothese omtrent het paleodieet gaat er ook onterecht vanuit dat de oermens relatief gezonder zou zijn dan de moderne veelvraat. Relatief, want ondervoeding en slechte levensconditie speelden een nadelige rol, en hygiëne en gezondheidszorg moesten nog uitgevonden worden. Typische welvaartsziektes als ouderdomssuiker en aderverkalking zijn echter volstrekt onbelangrijk bij het evolueren. Zodra de kinderen een beetje voor zichzelf kunnen zorgen, mag je er – evolutie-technisch gezien – dood bij neervallen. Omgekeerd, door de verbeterde gezondheidszorg overleven nu veel mensen die in oertijden de kans niet hadden gekregen om zich voort te planten. Het is moeilijk te achterhalen of de oermens geen van de welvaartsziektes had. Aan de hand van mummies kon men afleiden dat aderverkalking tenminste al duizenden jaren voorkomt. [16] Wanneer we de oeromstandigheden met de huidige leefomstandigheden van de chimpansee vergelijken, zijn er geen grote verschillen. Oude chimpansees krijgen ook ouderdomskwaaltjes en hartproblemen. [6]

De overgang naar het boerenbestaan is niet de eerste grote culinaire verandering in de menselijke evolutie. Zo’n 400.000 jaar geleden werden de eerste gekookte maaltijden bereid. Verwarmen brengt echter allerlei ‘onnatuurlijke’ processen tot stand, die de samenstelling van ons voedsel wezenlijk veranderen. Eiwitten denatureren en het bruine kleurtje op uw biefstuk ontstaat door een chemische reactie die optreedt tussen uit het vlees afkomstige suikers en aminozuren. [22,23] Ook paleokoks koken en bakken er lustig op los en brengen hun maaltje op smaak met kruiden en specerijen. [21] Het is wonderlijk dat het menselijk lichaam geen tijd had om zich aan te passen aan de boerenkeuken, maar geen problemen kende met gepofte aardappeltjes, een gekookt eitje, gebakken biefstuk of een geroosterd stukje zalm.

Literatuur

1. Cerling TE, Chritz KL, Jablonski NG et al, 2013, Diet of Theropithecus from 4 to 1 Ma in Kenya. Proc Natl Acad Sci U S A., 25, 10507-1012.
2. Cerling TE, Manthi FK, Mbua EN et al, 2013, Stable isotope-based diet reconstructions of Turkana Basin hominins. Proc Natl Acad Sci U S A., 25, 10501-10506.
3. Cunningham E. 2012, Are diets from paleolithic times relevant today? J Acad Nutr Diet., 112, 1296.
4. Eaton SB, Konner M, 1985, Paleolithic nutrition. A consideration of its nature and current implications. N Engl J Med., 31, 312, 283-289.
5. Eaton SB., 2006, The ancestral human diet: what was it and should it be a paradigm for contemporary nutrition? Proc Nutr Soc., 65, 1-6.
6. Finch CE, 2009, Evolution in health and medicine Sackler colloquium: Evolution of the human lifespan and diseases of aging: roles of infection, inflammation, and nutrition. Proc Natl Acad Sci U S A, 26; Suppl 1:1718-1724.
7. Frassetto LA, Schloetter M, Mietus-Synder M et al, 2009, Metabolic and physiologic improvements from consuming a paleolithic, hunter-gatherer type diet. Eur J Clin Nutr., 63, 947-55.
8. Jew S, AbuMweis SS, Jones PJ, 2009, Evolution of the human diet: linking our ancestral diet to modern functional foods as a means of chronic disease prevention. J Med Food., 12, 925-934.
9. Jönsson T, Granfeldt Y, Ahrén B et al., 2009, Beneficial effects of a Paleolithic diet on cardiovascular risk factors in type 2 diabetes: a randomized cross-over pilot study. Cardiovasc Diabetol., 8,35.
10. Konner M, Eaton SB, 2010 Paleolithic nutrition: twenty-five years later. Nutr Clin Pract., 25, 594-602.
11. Lindeberg S 2012, Paleolithic diets as a model for prevention and treatment of Western disease. Am J Hum Biol., 24, 110-115.
12. McEvoy CT, Temple N, Woodside JV, 2012, Vegetarian diets, low-meat diets and health: a review. Public Health Nutr., 15, 2287-2294.
13. Osterdahl M, Kocturk T, Koochek A et al, 2008, Effects of a short-term intervention with a paleolithic diet in healthy volunteers. Eur J Clin Nutr., 62, 682-685.
14. Sponheimer M, Alemseged Z, Cerling TE et al, 2013, Isotopic evidence of early hominin diets. Proc Natl Acad Sci U S A., 25, 10513-10518.
15. Strait DS, Constantino P, Lucas PW et al, 2013, Viewpoints: diet and dietary adaptations in early hominins: the hard food perspective. Am J Phys Anthropol. , 151, 339-355.
16. Thompson RC, Allam AH, Lombardi GP et al, 2013, Atherosclerosis across 4000 years of human history: the Horus study of four ancient populations. Lancet, 6, 1211-1222.
17. Turner BL, Thompson AL, 2013, Beyond the Paleolithic prescription: incorporating diversity and flexibility in the study of human diet evolution. Nutr Rev., 71, 501-510.
18. Voegtlin WL, 1975, The Stone Age Diet. ISBN-13: 533-01314-3.
19. Wynn JG, Sponheimer M, Kimbel WH et al 2013, Diet of Australopithecus afarensis from the Pliocene Hadar Formation, Ethiopia. Proc Natl Acad Sci U S A., 25, 10495-10500.
20. www.paleodieet.nl/
21. www.paleorecepten.nl/
22. nl.wikipedia.org/wiki/Maillardreactie
23. en.wikipedia.org/wiki/Amadori_rearrangement

Uit: Skepter 26.1 (2013)

Dirk Koppenaal is redacteur van Skepter