De sekte en de sociale dienst

Het Instituut voor Video Gestalttherapie in Groningen

door Rob Nanninga

Officieel is het gewoon een psychotherapeutisch instituut waar vooral incestslachtoffers worden behandeld. In werkelijkheid heeft het alles weg van een sekte, geleid door een paranoïde en medogenloze vrouw. Hoe komt het dat de sociale dienst haar jarenlang van klanten voorzag en tonnen neertelde voor hun behandeling?

ivgDichtbij de Martinitoren, in het hartje van Groningen, zetelt het lnstituut voor Video Gestalttherapie (IVG), geleid door Wies Moget. Zij heeft zich toegelegd op de behandeling van incestslachtoffers. Nieuwe cliënten worden eerst onderworpen aan een videoscreening; ze moeten de woorden ‘pappa’ en ‘mamma’ zeggen terwijl er een video-opname van hun gezicht wordt gemaakt. Moget meent dat zij op basis van deze beelden een zeer betrouwbare diagnose kan stellen. Incestslachtoffers zijn te herkennen aan ‘shock ogen’ of aan een soort waas dat heel even voor hun ogen verschijnt. Vooral dit laatste kenmerk is zo subtiel dat het alleen door Moget kan worden waargenomen.

Wies Moget (51) volgde in Amsterdam de Sociale Academie en ging daarna in de leer bij de controversiële Amerikaanse therapeut Barry Goodfield, die meent dat het onbewuste zichtbaar kan worden in de vorm van nonverbaal gedrag. Met behulp van een videocamera spoort hij bij zijn cliënten onwillekeurige bewegingen op, die worden geïnterpreteerd als symptomen van een onderliggend trauma. Goodfield zoekt vooral naar diverse soorten geboortetrauma’s. Tijdens de therapie worden de traumatische ervaringen onder hypnose opnieuw beleefd, zodat alle verdrongen emoties naar buiten kunnen komen.

Het IVG heeft in Groningen een goede reputatie. In de afgelopen jaren zijn er naar schatting meer dan honderd cliënten van de sociale dienst in therapie geweest. Hoewel psychotherapieën in de regel niet door de bijstand worden betaald, heeft men voor Moget een uitzondering gemaakt. Als zij een behandeling in het IVG adviseert waarvan de kosten niet door het ziekenfonds worden vergoed, neemt de sociale dienst de kosten voor zijn rekening. Ambtenaren van de dienst beschikken sinds een jaar of drie over interne instructies waarin deze regeling is vastgelegd. Ook andere instanties zijn daarvan op de hoogte en verwijzen slachtoffers van seksueel geweld door naar het IVG.

Hoe komt het instituut aan deze uitzonderingspositie? Wat doet Wies Moget precies?

Ruud Lubbers

In de jaren ’80 onderhield Moget nauwe contacten met een tiental jonge Goodfieldtherapeuten, die voor korte of langere tijd werkten in de praktijk die ze in Veendam had geopend. De therapeuten bewonderden de grote ervaring waarover Moget naar het scheen beschikte en ze waardeerden haar warme belangstelling voor hun problemen. Geleidelijk ontdekten ze echter dat Moget een aantal kwalijke eigenschappen had, die zich steeds sterker gingen manifesteren.

Ten eerste had ze een ziekelijke neiging om fantastische verhalen op te dissen. Tijdens een workshop eiste ze alle aandacht op door te vertellen dat ze onderweg een moeder met kind had doodgereden. Een van de aanwezigen kreeg argwaan en ontdekte dat het ongeluk nooit had plaatsgevonden. Moget beweerde ook dat ze in Zeist een soort wedstrijd voor therapeuten had gewonnen waaraan enkele professoren deelnamen. Ruud Lubbers en Hans van den Broek waren in het geheim bij haar in therapie geweest. Koningin Beatrix was vroeger haar vriendin en een schatrijke Egyptenaar liet haar enkele miljoenen na die ze wegschonk aan een hulpproject in Bangladesh.

De meeste therapeuten konden met de ongeloofwaardige verhalen van Moget nog wel leven: die gingen het ene oor in en het andere uit. Meer last hadden ze van haar dominante en manipulatieve gedrag. Moget duldde geen kritiek en verlangde onvoorwaardelijke trouw. Nieuwe volgelingen werden eerst de hemel in geprezen en vervolgens genadeloos onderuit gehaald. Om te voorkomen dat de slachtoffers steun bij elkaar vonden, werden ze tegen elkaar uitgespeeld. Als Moget tijdens een stafvergadering de aanval opende op een van haar medewerkers, voelde de rest zich gedwongen haar voorbeeld te volgen. Na afloop van zo’n tribunaal moest het slachtoffer meteen hypnosesessies doen om aan zijn gebreken te werken. Veel therapeuten hadden moeite zich uit de greep van Moget te bevrijden. Afvalligen kregen te horen dat ze moreel nooit hadden gedeugd.

Verkracht

Begin jaren ’90 had Moget nog maar weinig aanhangers over en haar certificaat was door Barry Goodfield ingetrokken. Behalve haar nieuwe vriend en compagnon, de jonge Fransman Vincent Schocron, die eerder de camera van Goodfield had bediend, bleef alleen de therapeut Peter haar trouw. Dat moest hij berouwen toen Moget hem ervan beschuldigde dat hij haar beide dochters had verkracht, die al eerder door haar ex-man zouden zijn misbruikt. Hoewel Peter zich niets van het gebeuren kon herinneren en bovendien homoseksueel was, liet hij zich door Moget overtuigen van zijn verdrongen wandaden. Hij meldde zich bij de zedenpolitie en voerde twee gesprekken met een rechercheur. Gelukkig werd zijn verwarde bekentenis niet serieus genomen.

Vanaf 1991 ging Moget haar eigen therapeuten opleiden. Als cursisten koos zij cliënten die op dat moment bij haar in behandeling waren. De twaalf studenten betaalden vijfduizend gulden voor dertig trainingsdagen per jaar. Al in het tweede jaar van hun opleiding werden ze als onbezoldigd therapeut ingezet in de bloeiende videogestaltpraktijk die in de stad Groningen was geopend. Enkele gekwalificeerde docenten die aanvankelijk ook aan de opleiding waren verbonden, werden spoedig de laan uitgestuurd. De tweede groep cursisten kreeg les van studenten die uit de eerste groep waren gerecruteerd.

Zenuwgas

In 1992 vernamen de cursisten voor het eerst dat Moget werd belaagd door een misdadige satanssekte, waartoe haar ex-man behoorde. Ook psychiaters, artsen en politiemensen waren er volgens haar bij betrokken. Zij beweerde dat deze duistere figuren, die werden aangeduid als De Groep, haar dochters op afgrijselijke manieren hadden gemarteld en ritueel misbruikt. De traumatische ervaringen waren onder hypnose aan het licht gekomen. In haar huis in Veendam en in de Groningse praktijk werd een geavanceerde alarminstallatie geïnstalleerd om de satanisten buiten de deur te houden.

Met hulp van een ervaren pendelaarster slaagde Moget erin meer daders te identificeren. Zo kregen enkele cursisten te horen dat er zich in hun midden een spion bevond die door De Groep was geprogrammeerd. Deze verdachte persoon werd aangemoedigd zich onder hypnose van haar zonden bewust te worden. Maar toen ze zich niet alles kon herinneren wat Moget wilde horen, werd zij in ontredderde toestand uit de praktijk gezet.

Het kwam voor dat cursusdagen geen doorgang vonden omdat Moget samen met Vincent en haar dochters in paniek naar het buitenland was gevlucht. Ze vertelde dat ze had vernomen dat haar huis met zenuwgas zou worden aangevallen. Ook beweerde ze dat haar telefoons werden afgeluisterd. Verscheidene cursisten haakten eind 1992 af toen de sfeer zeer bedreigend was geworden. Er bleven zes studenten over, waaronder de beide dochters van Moget. Deze overblijvers, die inmiddels in de praktijk werkten, waren volgens Moget allen misbruikt en gefolterd door De Groep. Zij werden bedreigd door grote gevaren; met name op satanische feestdagen was het uiterst riskant om alleen op straat te komen.

Elektroshocks

Nadat de pendelaarster had besloten verder geen paranormale informatie meer te verstrekken, werd haar rol overgenomen door Linda, de jongste dochter van Moget. Zij kreeg contact met een gids aan gene zijde die haar tijdens seances met haar moeder de namen van de schuldigen influisterde. Linda stopte met haar studie geneeskunde omdat ze zich in het ziekenhuis niet meer veilig voelde. Er waren artsen, zo vertelde zij, die haar platspoten, elektroshocks gaven en in het zwembad onder water hielden. Samen met haar vriend Piet ging ze weer bij haar moeder in Veendam wonen. Haar oudere zus verbrak haar relatie en keerde eveneens naar huis terug.

In februari 1993 vertelde Linda haar omgeving dat ze door drie mannen was mishandeld terwijl ze alleen met haar moeder thuis was. De vermeende daders waren haar vader, de ex-therapeut Peter en een arts waarbij Moget onder behandeling was geweest. De vader van Linda’s vriend Piet zocht contact met de politie, die een bezoek bracht aan Wies Moget. De rechercheurs kregen de indruk dat het probleem tussen haar oren zat, maar kwamen niet verder omdat zij geen aangifte wilde doen.

Marloes, een cursiste die in de praktijk was gaan werken, kreeg van Moget te horen dat haar man, haar schoonvader en haar beste vriendin bij De Groep betrokken waren. Zij trok zich vrijwel geheel terug uit haar vriendenkring en scheidde van haar man. In februari 1994 begon ze echter te twijfelen, omdat ze nooit enige werkelijke bedreiging had kunnen vaststellen. Moget verweet haar dat zij een slechte moeder was omdat ze geen oog had voor de gevaren waaraan ze haar dochtertje blootstelde. Om maximale bescherming te bieden nam Moget hen bij zich in huis, waarna ze niet meer alleen de deur uit mochten.

Telefoonrekening

Moget vertelde vaak dat ze ’s nachts mannen rond het huis had zien sluipen en kocht honderden meters prikkeldraad. Zij beweerde ook dat de praktijkruimte in Groningen door De Groep werd gebruikt voor satanische rituelen, waarbij dikwijls cliënten betrokken waren. Als bewijs toonde ze een gespecificeerde telefoonrekening waaruit zou blijken dat er na sluitingstijd werd gebeld.

Omdat De Groep slachtoffers tot daders zou kunnen omvormen, werd de onderlinge sfeer onder de cursisten zeer gespannen. Iedereen moest goed op zijn of haar koffiekopje letten omdat iemand daar een verdovend middel in zou kunnen stoppen. Moget meende dat haar vertrouwelingen door de satanisten waren geprogrammeerd om te reageren op bepaalde triggers, zoals een fluitje onder hun raam. Deze triggers schakelden hun normale bewustzIjn uit en activeerden een programma dat de satanisten in hun hersenen hadden gestopt. Enkele malen kon Moget haar jongste dochter nog net onderscheppen toen zij ’s nachts in trance het huis wilde verlaten.

Marloes zag tijdens haar hypnose kindjes die ondersteboven waren opgehangen en ze hoorde de satanisten zeggen dat haar dochtertje zou worden gefolterd als ze niet alles deed wat haar werd bevolen. Moget wilde meer details horen om de daders bij de politie te kunnen aanklagen. Marloes had echter veel moeite om haar lugubere fantasieën voor waar aan te nemen. Eind september 1994 besloot zij de hersenspinsels van haar werkgeefster niet langer te geloven. Ze werd op staande voet ontslagen.

Tonnen geïncasseerd

Inmiddels probeert een aantal ex-cursisten iets te doen tegen Wies Moget en haar methodes. Verscheidene van deze afvalligen voelen zich ernstig beschadigd, maar hadden nooit de moed gevat de reputatie van Moget aan te tasten. Pas toen ze hoorden dat ze niet alleen stonden, waren ze bereid hun pijnlijke ervaringen te melden bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg. De Inspectie liet echter weten dat de mogelijkheden om in te grijpen beperkt zijn.

Waaraan heeft Wies Moget haar goede reputatie te danken? Hoe is het mogelijk dat een paranoïde vrouw die haar omgeving terroriseert, zoveel vertrouwen geniet dat een gemeentelijke sociale dienst haar een uitzonderingspositie toebedeelt? Mensen uit Mogets omgeving zeggen dat Moget uitstekende contacten bij de sociale dienst heeft, maar wanneer en waarom men besloten heeft tot de bijzondere ambtelijke instructie is onduidelijk.

Een maand geleden heb ik de directie van de sociale dienst in Groningen schriftelijk op de hoogte gesteld van de situatie, maar tot nu heeft men niets ondernomen. Men wil ook geen commentaar geven op de verhalen. N. de Jonge, de secretaris van de bezwaarschriftencommissie van de dienst, verwees mij door naar een arts van de GG & GD, die de zaak in onderzoek zou hebben. Deze arts kon mij echter niets vertellen over zijn onderzoek en bleek ook geen behoefte te hebben aan nadere informatie. Later bekende De Jonge dat de zaak ‘een beetje stil ligt’. Men wacht de ontwikkelingen voorlopig af. Volgens De Jonge zal de gemeente pas actie ondernemen wanneer zij zich daartoe gedwongen voelt, bijvoorbeeld door een publikatie in de pers.

Uit een declaratie die ik van een ex-cliënte kreeg, blijkt dat de sociale dienst al in 1990 bedragen van duizenden guldens overmaakte aan Wies Moget. Sindsdien heeft haar instituut, dat met recht een sekte kan worden genoemd, vermoedelijk al tonnen geïncasseerd. De betreffende cliënte vertelde mij dat ze erg bang was voor Wies, die haar kleineerde en afblafte. Ze had aan haar contactambtenaar bij de sociale dienst gemeld dat de zaak niet in de haak was, omdat therapeuten plotseling vertrokken en afspraken niet werden nagekomen. Met zulke klachten deed de dienst echter niets. Helaas hebben de cliënten weinig keus; reguliere therapieën worden niet vergoed. De sociale dienst in Groningen vertrouwt de geestelijke hulpverlening liever toe aan een zwaar gestoorde vrouw met een ziekelijke fantasie.

Noten

Dit artikel verscheen eerder in het weekblad Intermediair. Een tweede artikel over deze kwestie verscheen onder de titel De donkere kant van een therapie in het dagblad Trouw (18/3/1995). Beide artikelen werden samengevoegd tot een Engelstalige versie. Naar aanleiding van de artikelen spande het IVG een proces aan tegen de auteur. De afloop daarvan wordt beschreven in het artikel Een therapeutische rechtzaak.

Uit: Skepter 8.1 (1995)

Rob Nanninga was hoofdredacteur van Skepter van 2002 tot 2014