Pak de kwak!

Actie tegen advertenties van kwakzalvers

door Marie Prins

Het is goed mogelijk actie te ondernemen tegen kwakzalverij. Kwakzalverij bestaat bij de gratie van publiciteit, en althans de advertenties voor kwakzalvers zijn aan te pakken.

Wat kun je tegen kwakzalverij doen behalve praten over al die verschillende medische en pseudo-wetenschappelijke bijgeloven? In de eerste plaats kun je uiteraard lid worden van de Vereniging tegen de Kwakzalverij [1]. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, hoef je daar geen arts voor te zijn. Maar je kunt ook iets doen tegen kwakzalversadvertenties.

Er komen met name in de huis-aan-huisbladen, maar bijvoorbeeld ook in damesbladen en helemaal in de organen van de ouderenbonden, nogal eens advertenties voor die allerlei middeltjes aanbevelen die de suggestie wekken (en dikwijls veel meer dan een suggestie) dat het om geneesmiddelen gaat. Ook – je zou het nauwelijks willen geloven – zie je advertenties door echte artsen voor onbewezen methoden, zoals voor chelatietherapie bij aderverkalking en voor acupunctuur.

Als dit soort advertenties ‘geneesmiddelen’ betreffen kun je een klacht indienen bij de Keuringsraad, namelijk de Keuringsraad Openlijke Aanprijzing Geneesmiddelen/Keuringsraad Aanprijzing Gezondheidsproducten (KOAG/KAG) [2]. Dit is een zelfregulerend orgaan door de betrokkenen. Er is weliswaar een EG-richtlijn betreffende reclame voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik en als gevolg hiervan ook wetgeving voor geneesmiddelenreclame, maar de uitvoering en uitwerking daarvan zijn niettemin nog steeds aan de zelfregulering overgelaten (zie: Leidraad, KOAG/KAG, 9de geheel herziene druk, 1997). Advertenties kunnen alleen dan geplaatst worden indien ze voorzien zijn van een keuringsstempel van de Keuringsraad. Die in de tijdschriften hebben dat meestal ook, althans dat geven de adverteerders op – in de advertentie zelf mag het stempel weer niet worden getoond – maar dat betekent nog niet dat de geplaatste advertentie overeenkomt met de goedgekeurde tekst.

U moet wel eerst nagaan of het middel misschien toch een erkend geneesmiddel is, want dan mag er uiteraard veel meer. Dat ligt ook voor de hand. Natuurlijk mag je van acetylsalicylzuur, aspirine dus, zeggen dat het een pijn- en koortswerend middel is. Uit de advertentie is niet na te gaan of het om een geregistreerd geneesmiddel gaat want dat mag – vreemd genoeg – niet expliciet vermeld worden. Maar aan de verpakking kan het wel gezien worden, want dan moet er een RVG-nummer op staan. Dus in geval van twijfel toch maar naar de winkel gaan en naar de verpakking kijken.

Maar het gaat dus om niet-erkende middelen die aangeduid worden met ‘gezondheidsproducten’ maar ook vaak als ‘voedingssupplementen’. Het zijn dus in geen geval echte geneesmiddelen en ze vallen wat betreft controle over de veiligheid en dergelijke onder de warenwet.

Wat reclame betreft vallen ze echter onder de Keuringsraad. De voornaamste regel is wel dat medische claims niet mogen maar gezondheidsclaims wel. Nu is de scheiding tussen die twee nogal moeilijk te bepalen en zeker voor een leek. De definitie van een gezondheidsclaim is dat die zorgt voor het instandhouden van een normale gezondheid. Om een paar voorbeelden te noemen:

Geen gezondheidsclaim Gezondheidsclaim
Bij slapeloosheid Gunstige werking op de slaapfunctie
Voor een normale bloeddruk Houdt de normale bloeddruk in stand
Beschermt het hart Voor het hart
Darmregulerend Voor een natuurlijke stoelgang
Vult ijzertekorten snel aan Voorziet het lichaam van extra ijzer

Eerlijk gezegd ging het bij die advertenties waar ik bezwaar tegen maakte over wel heel duidelijke medische claims. Een paar voorbeelden volgen:

  • ‘Osteo Protect zorgt voor minder of zelfs helemaal geen overgangsklachten, menstruatie- en gewrichtspijnen, en zorgt voor sterke en gezonde botten.’ (Voornaamste bestandsdeel: boor, uiteraard borium genoemd, want dat klinkt wetenschappelijker).
  • ‘Glechomal complex maakt dat longblaasjes zich volledig kunnen ontplooien en voert het taaie vastzittende slijm uit de luchtwegen. ”Een levenlang lucht” voor astma en bronchitis patiënten.’ (Voornaamste bestandsdeel: Hondsdraf oftewel Glechoma.)
  • ‘Aromedica Spierolie werkt binnen 5 minuten. Spierpijn verdwijnt terwijl je wacht.’ (Bestanddelen: aromatische oliën.)

Daar is echt niets subtiels aan. Dit zijn duidelijke medische claims en de Keuringsraad nam de klachten daarover dan ook in behandeling. Desondanks nam het enkele jaren voor de advertenties geleidelijk aan verdwenen. Sommige advertenties verschenen eerst nog in een afgezwakte vorm en verdwenen daarna helemaal. Jammer is alleen dat je niet te weten komt waarom ze verdwenen zijn. Maar dat ze verdwenen zijn geeft toch voldoening. En het duurt niet altijd zo lang; andere firma’s pasten hun advertenties wel meteen aan. Het verdwijnen van de ergste en hardnekkigste advertenties viel wel samen met de nieuwe aanpak van de KOAG/KAG. Die bestaat uit het actief in de gaten houden door middel van knipselabonnementen van huis-aan-huisbladen, nieuwsbladen en magazines. Daarnaast blijft de Keuringsraad klachten behandelen.

Nou zeg ik wel dat die advertenties verdwenen zijn en uit de Walcherse huis-aan-huisbladen zijn ze – ten minste tijdelijk, maar hopelijk definitief – verdwenen. Maar mogelijk zijn ze in plaats daarvan elders, bijvoorbeeld in Winschoten, weer opgedoken. Dat blijkt namelijk een van de trucs te zijn die de adverteerders toepassen. Dat kan één persoon natuurlijk niet bekijken. De Keuringsraad kan dat wel en dan komt hun systeem goed van pas.

Uiteraard waren de advertenties waarover ik klaagde ook nog eens onwaar, want als deze kwakzalversmiddelen echt werkten zouden ze als geneesmiddel geregistreerd zijn. Er wordt uit die hoek nogal eens geklaagd dat registratie zo moeilijk en zo duur is. Maar de coöperatie van cranberrytelers, Ocean Spray in Massachusetts, heeft die stap genomen. Het is nu keurig netjes bewezen door middel van een dubbel geblindeerde, placebogecontroleerde, gerandomiseerde proef dat een dagelijks glas cranberrysap inderdaad verlichting geeft bij blaasontsteking en helpt bij het voorkomen daarvan bij oudere dames met een gemiddelde leeftijd 78,5 jaar [3]. Dit is het voorbeeld van een wetenschappelijk bewezen bakerpraatje. Deze coöperatie is geen grote rijke organisatie, maar ze hadden kennelijk vertrouwen in hun product. En als je zuiver kunt aangeven wat je claim is dan vallen de kosten blijkbaar toch wel mee. Overigens koop je het cranberrysap in de VS nog steeds bij de kruidenier en niet alleen maar bij de drogist.

Voor waarheid of onwaarheid moet je echter bij de Reclame Code Commissie (RCC) zijn [4]. De KOAG/KAG kijkt alleen naar misleiding al doet de RCC dat ook. Overigens laat ook de RCC advertenties over geneesmiddelen en gezondheidsmiddelen eerst controleren door de Keuringsraad. En daarop liepen dit soort advertenties vaak al vast. Maar sommigen niet, zoals die van een arts die aanvankelijk adverteerde als acupuncturist maar daarbij vermeldde dat hij tevens chelatietherapie, de ‘moderne Amerikaanse therapie’ voor aderverkalking, toepaste. Uiteraard ging deze advertentie niet naar de KOAG/KAG, want ze ging niet over geneesmiddelen of gezondheidsproducten, maar over een medische behandeling.

chelatietherapie

Nu ben ik nogal fel op het misbruik van het woord ‘Amerikaans’. De Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) had chelatietherapie oorspronkelijk alleen toegelaten voor de behandeling van vergiftiging door zware metalen, maar heeft dit ondertussen beperkt tot levensbedreigende loodvergiftiging. Dit met name wegens het risico van een dodelijk falen van de nieren als gevolg van deze therapie. Het leek mij toe dat je het dan geen ‘moderne Amerikaanse therapie’ kunt noemen. Ik stuurde dus een klacht naar de RCC. Die beweerde echter, en helaas terecht, dat er Amerikaanse artsen waren die de chelatietherapie toepasten voor aderverkalking en dat het dus een ‘moderne Amerikaanse therapie’ genoemd mag worden. Wat er nu zo modern is aan een 50 jaar oude therapie weet ik overigens ook niet. En met die redenering van de RCC kun je alles wel Amerikaans noemen. De VS is een heel erg groot land met het gewone percentage gekken, dus ook het normale percentage kwakzalvers. Alles wat je hier op dit gebied en andere gebieden tegenkomt zal je daar ook tegen komen.

Maar vorige zomer adverteerde deze zelfde arts weer, nu alleen voor ‘chelatietherapie, een bloedreinigende therapie die de doorbloeding verbetert en daardoor ook de functie van hersenen en nieren verbetert. Ook als preventieve therapie te gebruiken tegen bloedvatenproblemen en bij vermoeidheid, gewrichtsklachten en verouderingsverschijnselen.’ (Het begint zo langzamerhand op haarlemmerolie te lijken; dat was ook Goed voor alles). Dit keer was de therapie wetenschappelijk bewezen door onderzoek van het TNO. Zeeuwen hebben kennelijk heel andere nieren dan Amerikanen, want zelfs de voorstanders van chelatietherapie bij aderverkalking in de VS geven nierproblemen op als een tegenindicatie, hoewel ze zwakkere concentraties gebruiken dan bij loodvergiftiging gebruikelijk en ook noodzakelijk is.

Weer naar de RCC geschreven, maar tevens naar het TNO. Van de laatste kreeg ik per omgaande een brief met een samenvatting van het verslag van hun onderzoek, dat aantoonde dat chelatietherapie zware metalen en kalk uit het lichaam verwijderde, zowel vreemde als lichaamseigene. Niets nieuws, dus. Maar TNO vroeg ook om een afschrift van de advertentie en na ontvangst daarvan volgde er meteen een brief van de advocaat van TNO naar de arts waarin werd geëist onmiddellijk te staken met het gebruik van de naam TNO.

Maar klachten bij de RCC worden als een rechtszaak behandeld. De aangeklaagde krijgt, keurig netjes, een afschrift van de klacht en kan daar tegenin gaan. Dat deed de arts en die brief is een klassieker van het verdedigen van pseudo-wetenschap. Veel gezwaai met beroemde namen (Linus Pauling, wie anders?), verdachtmakingen aan het adres van de klaagster die onderdeel moest zijn van het medische hubris complex, en haar verschijning zou waarschijnlijk haar diepere motieven hebben blootgelegd. Duidelijk een echte wetenschapper. Maar uiteraard noemde hij geen wetenschappelijke publicaties op die de werkzaamheid van de chelatietherapie bevestigen. Dat zou ook niet zo gemakkelijk zijn geweest, want recente publicaties van dubbelblinde placebogecontroleerde gerandomiseerde onderzoeken, in zulke uithoeken als Nieuw Zeeland en Denemarken en contreien daar tussenin, toonden juist aan dat het niet meer doet dan een placebo (5).

Toch was ik ongerust, omdat er bij de RCC rechtskundigen zitten en geen natuurwetenschappers. Uiteraard kreeg ik de gelegenheid om op deze verdediging te antwoorden, en dat was eenvoudig. Er waren geen tegenargumenten, alleen een lange tirade. De RCC zag dat ook zo, al gebruikte ze een wat diplomatiekere taal, en verbood de hele advertentie. Die heb ik ook niet meer gezien en zelfs geen aangepaste.

Zijn vermageringspillen eigenlijk wel kwakzalverij? In mijn ogen eigenlijk niet. Zelfs uitgesproken medische leken weten wat je moet doen om te vermageren. Minder eten en meer bewegen. Een eetlustonderdrukkend middel kan daarbij helpen, maar die zijn alleen op recept verkrijgbaar omdat ze niet zo onschuldig zijn. Toen er dus een advertentie verscheen met de tekst: ‘Gewoon eten en toch afvallen? Ja dat kan.’ heb ik bij de RCC een klacht ingediend. Aanvankelijk voerde de adverteerder geen verweer maar gaf later te kennen een mondelinge toelichting te willen geven. Of hij dat gedaan heeft weet ik niet, maar op 12 mei 1998 kreeg ik bericht dat deze advertentie niet toegestaan werd omdat de adverteerder niet weersproken heeft dat de zinsnede ‘Gewoon eten en toch afvallen? Dat kan’ in strijd is met de waarheid. Maar de adverteerder tekende niettemin beroep aan omdat ik had geschreven dat ik meende dat deze uitdrukking al eerder veroordeeld was. Daar ging de zaak natuurlijk niet om. Het ging om die gewraakte zinsnede over gewoon eten en toch afvallen. Dat was ook mijn antwoord. En op 10 juli 1998 kreeg ik bericht van de RCC dat ze het met mij eens waren. Dit gedeelte van mijn verhaal gaat niet zo zeer om die vermagering maar wel om de brutaliteit van de adverteerders. Geen verweer voeren, geen verweer hebben, toch appelleren en weer geen verweer. Gewoon tijd proberen te winnen en anders niet.

Soms vraag je je af of het de moeite waard is. Maar dan herinner ik me weer waarom ik hier aan begon. Een vriend vertelde me dat zijn moeder gestopt was met het nemen van medicijnen voor hoge bloeddruk, want ze nam nu knoflooktabletten. En maar hopen dat ze haar bloeddruk evengoed door haar huisarts laat controleren. En die advertentie waar ze op reageerde was juist een van die hardnekkigen die stijf stonden van de niet toegestane medische claims. Dus toch maar doorgaan met het bestrijden van kwakzalversadvertenties, want die zijn niet alleen een aanslag op de portemonnee, maar ook op de gezondheid en mogelijk zelfs het leven.

Noten

  1. Het adres van de VtdK is Jister 17-19, 8446 CD Heerenveen
  2. Het adres van de KOAG/KAG is Postbus 302, 1170 AH Badhoevedorp
  3. J. Avorn et al., JAMA vol. 271, p.751-754
  4. Het adres van de RCC is Paasheuvelweg 15, 1105 BE Amsterdam, of: Postbus 12352, 1100 AJ Amsterdam. Het telefoonnummer is: 020-6960019, fax: 020-6965659

Literatuur

  • J.R. Kitchell et al., Treatment of coronary heart disease. American Journal of Cardiology, (april 1963), vol. 11, p.501-505; C. Diehm, Zeit. Deutsche Herzstiftung, vol. 10, juli 1986; R. Hopf, Zeit. f. Kardiologie, vol. 76 (2), 1987
  • M.J. McGillem, G.B.J. Mancini, Inefficacy of EDTA chelation therapy for coronary atherosclerosis, New England J. Medicine (1988), vol. 318, p.1618
  • B. Guldager et al., EDTA treatment of claudicatio intermittens – a double blind placebo-controlled study, Journal of Internal Medicine (1992) vol. 231, p.261-267
  • A.M. van Rij et al., Chelation therapy for intermittent claudication, Circulation (1994), vol. 90 (3), p.1194-1199

Kritische informatie over chelatietherapie is ook te vinden in een artikel van Saul Green op de homepage van Quackwatch en iets beknopter in W. Sampson, The pharmacology of chelation therapy, The Scientific Review of Alternative Medicine (1997) vol. 1 (1), p.23-25

Uit: Skepter 11.4 (december 1998)

Marie Prins is elektrotechnisch ingenieur en oud-bestuurslid van Skepsis.