Een opgeblazen UFO-golf

door Stijn Meurs

De Belgische UFO-golf van tien jaar geleden is inmiddels van alle kanten gewikt en gewogen. Niemand dacht aan wendbare ballonnen. Maar volgens Paul Vanbrabant is dat de enige mogelijke verklaring.

NB De hypothese die in het onderstaande interview wordt gepresenteerd, is waarschijnlijk onjuist (zie het naschrift).

‘Mijn collega’s en ik hebben ook jarenlang naar de waarheid moeten zoeken, maar nu is ze d’r. Soms is het allemaal heel simpel, maar de mensen willen dat niet altijd zien.’ Aldus Paul Vanbrabant, die op het vlak van groene marsmannetjes duidelijk een nonbeliever is.

De geschiedenis in het kort: vanaf 29 november 1989 worden er in België met grote regelmaat meldingen van ongeïdentificeerde vliegende objecten geregistreerd, altijd ’s nachts en vooral in Wallonië. Twee rijkswachters behoren tot de eerste getuigen. Uit de streek van Eupen en rond het stuwmeer van de Gilleppe komen bizarre verhalen over lichtgevende driehoeken die schijnbaar superwendbaar en zowel traag als snel door het luchtruim klieven. Later volgen nog tientallen andere meldingen van min of meer dezelfde fenomenen. De luchtmacht scramblet enkele Fl6’s, de radarcentrale van Glons ziet vreemde ‘bliepjes’. Er volgen persconferenties en verklaringen allerhande. Allemaal naast de kwestie, aldus informaticus Paul Vanbrabant (28), die al enkele jaren aan een hypothese werkt. ‘Voor alle duidelijkheid; alle eer gaat eigenlijk naar Wim Van Utrecht en Jean Delaet, twee ervaren ufo-onderzoekers die al tien jaar met de materie bezig zijn. Ik probeer hun bevindingen nu te bundelen en te verspreiden’

Dat doet Vanbrabant ondermeer door een erg knappe site op het web te zetten [gearchiveerde link] en met een zelfuitgegeven boek, ‘De Ondraagbare Hypothese’, een roman geschreven onder het pseudoniem Thomas Raven. En vooral met een nieuwe theorie om de UFO’s te verklaren. Jean Delaet, UFO-onderzoeker en lijnpiloot, informeerde in z’n kennissenkring naar geruchten over ballons en ULM’s (ultralichte vliegtuigjes) die eventueel als UFO’s konden dienen. Hij komt via via in contact met Michael Kuzmek, door Vanbrabant omschreven als een ‘excentriek uitvindersfiguur’. In dat gesprek geeft Kuzmek toe verantwoordelijk te zijn voor de vermeende UFO’s.

Eind jaren tachtig experimenteerde Kuzmek, een Hongaar die in Brussel woonde, met door hemzelf ontworpen heliumballonnen die vanop afstand bestuurd werden. Heel wendbaar en in staat om supersnel van richting en snelheid te veranderen. Ontwikkeld met commerciële bedoelingen, want onderaan de ballonnen (de grootste is 10 meter in doorsnede) hing een driehoekig platform waaraan sterke lampen bevestigd konden worden. Die kon Kuzmek desgewenst naar beneden laten schijnen. Sommige modellen hadden onder het platform een rechthoekig scherm hangen, waarop men dan allerlei boodschappen kon projecteren – een beetje zoals de moderne variant van de zeppelins dat kunnen. Interessant voor publicitaire redenen. Trouwens, wijlen koning Boudewijn heeft zo’n Kuzmek-ballon in actie gezien tijdens een 60/40-viering in een of andere grote hal. Daar zijn foto’s van.

Kuzmek had ook een geweldige promostunt bedacht voor z’n vinding: ’s nachts in de Ardennen een beetje gaan vliegen met die dingen, om aldus de aandacht te trekken van de pers. Alleen liep dát deel een beetje uit de hand.

Op het moment dat Delaet met Kuzmek in contact komt, zijn ook enkele afgevaardigden van de Belgische luchtmacht geïnteresseerd in de militaire mogelijkheden van de ballonnen, maar zij gaan niet dieper in op de zaak. Later trekt Kuzmek z’n verklaring weer in, volgens Paul Vanbrabant omdat ie in de gaten kreeg dat de gevolgen van z’n demonstraties verder reikten dan hij ooit had gewild. Het is sowieso verboden om ’s nachts dingen te laten rondvliegen. ‘Zeker als daar F16’s achteraan gaan.’ Sindsdien is de Brusselse Hongaar spoorloos.

Stuurfoutje

‘We hebben alle waarnemingen uit die tijd geanalyseerd en vergeleken met de vliegtechnische mogelijkheden van de Kuzmek-ballonnen, en dat komt merkelijk overeen’, aldus Vanbrabant. ‘De lichten, het schijnsel aan de zijkant – wat heel goed de reflectie van stadsbelichting op het canvas van de ballon kan zijn geweest – de vorm, het zoemende geluid van een elektromotor, noem maar op. Er is zelfs een waarneming van iemand die “een vreemd voorwerp in een boomkruin” zag hangen, vanop de grond beschenen door iemand in de struiken. Wellicht een kleine stuurfout van de heer Kuzmek.’

‘Kijk, op zich kunnen heel veel van de Belgische UFO-meldingen eenvoudig verklaard worden’, vindt Paul Vanbrabant. ‘Dan heb je het over landingslichten van vliegtuigen en over de planeet Venus, die vreemd genoeg nog steeds voor verwarring zorgt bij onervaren getuigen. Zo las je in de tijd van de zogenaamde UFO-golf overal dat de twee Eupense rijkswachters “ervaren waarnemers” waren. Klopt niet. Waarom zouden rijkswachters ervaring hebben bij fenomenen die zich in de lucht afspelen? Neen, iederéén kan optisch bedot worden. Zij hebben een tijdlang staan kijken naar een laagstaande Venus boven een stuwmeer. Valt makkelijk te bewijzen. Ik heb ooit zelf in Sint-Truiden een traag vliegend ruimteschip van honderd meter lengte gezien, compleet met raampjes aan de zijkant. Tot ik en m’n maat wat langer keken. Toen bleek het een compacte zwerm vogels te zijn die het stadslicht reflecteerde – op een inderdaad erg bizarre manier. Maar het bléven vogels. Nog zoiets: de radarecho’s in Glons. Destijds goed voor de meest spectaculaire verhalen. Terwijl het misschien niet méér betreft dan een toevallige samenloop van omstandigheden, veroorzaakt door uitgestoten wolken waterdamp van de kerncentrale van Tihange, in combinatie met tempera-tourinversie. Punt is dat je logische verklaringen moet willen zien. Enkel zo kan je de echt interessante gevallen overhouden.’

Een Kuzmek-ballon, gefotografeerd tijdens een demonstratie. Onderaan het driehoekige platform met lichten, bovenaan het schijnsel van verlichting komende van de grond.
Een Kuzmek-ballon, gefotografeerd tijdens een demonstratie. Onderaan het driehoekige platform met lichten, bovenaan het schijnsel van verlichting komende van de grond.

Kuzmek: de onvindbare uitvinder

De geheimzinnige uitvinder M. Kuzmek is volgens Paul Vanbrabant van Hongaarse origine, maar woonde lange tijd in de Brusselse gemeente Sint-Jans-Molenbeek. Adres, BTWnummer, handelsregister en telefoonnummer zijn bekend, maar sinds jaar en dag is er niemand thuis. ‘Ik bel hem soms ’s nachts, om toch maar zeker te checken of ie wel ooit thuis is. Maar dat lukt nooit en hij heeft geen antwoordapparaat’, zegt Vanbrabant. ‘Van contacten uit de vroege jaren negentig tussen collega Jean Delaet en Kuzmek weet ik wel dat het om een zonderling figuur gaat.’ Een soort Panamarenko die effectief dingen liet vliegen, als je wil. Vanbrabant beschikt inmiddels wel over documenten waarmee Kuzmek in 1987 – twee jaar voor de Belgische UFO-gekte – een zogenaamd ‘brevet d’invention’ aanvraagt voor een Objet Volant Identifiable, een duidelijke vertimmering van de Franse benaming voor Ongeïden-tificeerd Vliegend Object, zeg maar een UFO. Blijkbaar speelde de Brusselse Hongaar toen al met het idee een promotioneel grapje uit te halen met zijn ballonnen. Bovendien verzorgde Kuzmek de promotie rond zijn nieuwe uitvinding erg netjes: er bestaan foldertjes, technische tekeningen en demonstratiefoto’s van een OVI in actie. Zoveel jaar later lijkt echter vast te staan dat vooral de uitvinder zélf gevlogen is.

Het interview met Paul Vanbrabant verscheen eerder in Het Belang van Limburg (17 maart 2000).

Naschrift

Uit de technische gegevens die Kuzmek in zijn folders vermeldde, blijkt dat er vier verschillende zeppelinvormige constructies waren en twee bolvormige ballons (de zeppelins varieerden in lengte van 5 tot 10 meter, de bolvormige ballons hadden diameters van 2m30 en 2m50). De ballons waren gevuld met helium. Ze werden elektrisch aangedreven en konden met een joystick op afstand worden bestuurd. Naargelang de wensen, werden ze uitgerust met een fotocamera, een videocamera of met een batterij halogeenlampen van maximum 800 Watt. Het doel was om grote evenementen op te luisteren of vanuit de lucht te filmen. In 1991 hield Kuzmek een presentatie voor enkele legerofficieren in de grote hal van het Luchtvaartmuseum in Brussel.

Kuzmek vertelde aan een medewerker van de Brusselse UFO-organisatie SOBEPS, dat hij proefvluchten in de open lucht had gemaakt vanaf een terrein in Baelen, dicht bij de plek waar op 29 november 1989 de eerste UFO’s opdoken. Later ontkende hij echter in het openbaar gevlogen te hebben. In 1996 vertelde majoor-generaal Wilfried De Brouwer aan CAELESTIA-medewerker Jan Van Eetvelt, dat Kuzmek de luchtmacht had benaderd met het voorstel om voor 25 miljoen frank (of meer) het UFO-mysterie te verklaren. Daar ging men uiteraard niet op in. De Brouwer beschouwde Kuzmek als een fantast. Tijdens een avondje stappen met een andere SOBEPS-medewerker beweerde Kuzmek onder meer dat hij voor een Amerikaanse geheime dienst werkte. Ook zou hij in de VS als zanger hebben gewerkt en tekstschrijver zijn geweest voor de Waalse artiest Plastic Bertrand (dat laatste bleek overigens bij navraag te kloppen).

Het was moeilijk om een samenhangend gesprek met Kuzmek te voeren. Toen de kritische UFO-onderzoeker Wim van Utrecht hem aan de telefoon had, barstte Kuzmek uit in gezang. Van Utrecht achtte het mogelijk dat de ballon van de exentrieke uitvinder de Belgische UFO-golf op gang bracht, al konden uiteraard niet alle latere waarnemingen op deze wijze worden verklaard. In 2000 probeerde Paul Vanbrabant Kuzmek uit de tent te lokken door in overleg met Van Utrecht het verhaal aan de pers te vertellen. Kuzmek liet echter niets meer van zich horen en zijn huidige verblijfplaats is onbekend. De mogelijkheid dat zijn telegeleide ballons verantwoordelijk waren voor enkele sleutelmomenten van de Belgische UFO-golf, wordt inmiddels door Van Utrecht erg klein geacht.

Uit: Skepter 13.1 (2000)

Stijn Meurs