Onderlinge massage op school

Verplichte knuffelhormonen

Onderlinge kindermassage op scholen

door Joost Smits

Duizenden Nederlandse schoolkinderen van 4-12 jaar doen aan onderlinge massage op basisscholen. Het zou helpen tegen stress, pesten en een disbalans in de hersenen. Ze gaan er beter van leren en hun immuunsysteem wordt versterkt. Hoe geloofwaardig is dit?

Steeds meer basisscholen voeren onderlinge kindermassage in. De kinderen masseren elkaar een paar keer per week op de rug, over de kleren heen. Niet alleen kleine scholen met een alternatieve grondslag kopen deze methode in. De Laurentius Stichting voor katholiek primair onderwijs besteedde er in 2008 aandacht aan op de ‘Dag van de Leraar’, waar 700 medewerkers aan deelnamen. Op een aantal van hun 23 scholen is het al ingevoerd. De heer Zweekhorst, een woordvoerder van de stichting, meldt dat nog meer scholen het gaan toepassen. Ook de basisschool van mijn kinderen begon ermee, al voordat de school er een informatieavond over organiseerde. Onderlinge kindermassage is dus geen randverschijnsel.

De belangrijkste Nederlandse leveranciers van de methode zijn Touching Child Care (oorspronkelijk uit Deventer), Brenda Pelser Haptendo uit Santpoort Zuid en het kleinere De Maan Is Rond uit Arnhem. Touching Child Care (TCC) lijkt marktleider te zijn. De website van het bedrijf liet weten: ‘De methodiek wordt uitgedragen door een groep enthousiaste, hoog gekwalificeerde professionals die verspreid over Nederland werken. Deze professionals zijn geselecteerd op basis van hun kennis en ervaringen en zijn na het volgen van een gespecialiseerde opleiding als licentiehouder verbonden aan TCC.’ Men beroemt zich op een multidisciplinaire aanpak met wetenschappelijke onderbouwing en bewezen effectiviteit. TCC ‘combineert door de massage verkregen fysiologische effecten met een specifieke vorm van pedagogisch-didactisch handelen’.

Sinds januari 2009 is TCC een handelsactiviteit van Onderwijs Maak Je Samen Advies & Training bv uit Helmond. Dit was oorspronkelijk een interactieve website met lesideeën van een leerkracht uit Nuenen, maar is inmiddels uitgegroeid tot een onderneming. Leerkrachten kunnen voor €325,- per persoon een trainingsdag voor onderlinge kindermassage volgen. Ze ontvangen na afloop een certificaat. ‘Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat de leerkracht andere leerkrachten binnen zijn/haar school gaat opleiden.’

Touching Child Care werd in 2006 opgezet door Caroline Muller, Willeke Evers en Nicole Groeneveld. Muller is een BIG-geregistreerde fysiotherapeute uit Deventer, die als ‘kindercoach’ ook allerlei psychologische problemen behandelt. In een recent interview waarschuwde ze dat iedereen zich kindercoach mag noemen, ‘maar om lid te worden van de beroepsvereniging [Adiona] moet je aan strenge eisen voldoen’. Dat lijkt echter mee te vallen. De belangrijkste eis is dat je jaarlijks 180 euro contributie betaalt.

Willeke Evers werkte verscheidene jaren in het basisonderwijs. Zij zal dit voorjaar een masteropleiding afronden, en is dan pas te beschouwen als een volwaardige pedagoog. Nicole Groeneveld is volgens haar eigen website gespecialiseerd in vele alternatieve en zelfs paranormale behandelingen, waaronder chakrabehandelingen, holistic pulsing, shambhala en quantummassage. Zij registreerde de website van het bedrijf (touchingchildcare.nl).

Het TCC-team werd aangevuld met José Kuijsters en de BIG-geregistreerde fysiotherapeute Afke Geerlings. Kuijsters verzorgt aanvullend pedagogisch materiaal en presenteert informatieavonden op scholen. Ze noemt zich orthopedagoge, al kan men haar beter kwalificeren als pedagogisch medewerker. Kuijsters is aangesloten bij de holistisch georiënteerde Nederlandse Federatie Gezondheidszorg. De NFG is opgericht door de B-verpleegkundige Arie Benda, die aan het eind van de jaren 1980 diverse alternatieve hbo-opleidingen, academies en faculteiten uit de grond stampte in zijn woonplaats Westerbork, waar de NFG nog steeds is gevestigd.

Bewezen effecten

In een uitzending van RTV Oost vertelde Willeke Evers dat het niet voldoende is als ouders hun kinderen regelmatig knuffelen. Voor het gezond opgroeien is meer nodig. Het gaat volgens haar niet om een alternatieve methode, want het is wetenschappelijk bewezen dat het werkt. De website noemt diverse problemen waarvoor Touching Child Care een oplossing zou kunnen bieden: ‘moeilijk contact kunnen maken met andere kinderen, weinig zelfvertrouwen c.q. eigenwaarde hebben (vaak worden gepest), agressief gedrag vertonen (pesters), onrustig gedrag vertonen, zich moeilijk kunnen concentreren, slecht slapen of moeilijk in slaap kunnen komen, een grote mate van passiviteit vertonen, of een disharmonieus profiel (hoogbegaafde kinderen)’. Op een informatieavond die ik als ouder bijwoonde, werd de oorzaak van veel problemen geïdentificeerd als ‘huidhonger, drukte en de invloed van media en het computertijdperk’.

Touching Child Care noemde op haar website een groot aantal wetenschappelijk bewezen effecten van haar specifieke methode. In een filmpje op YouTube zegt Willeke Evers: ‘Masseren is geen grapje, maar is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. … Het is niet alleen lekker, maar er gebeurt fysiologisch echt wat in het lijf.’ Ze heeft bovendien geconstateerd dat onderlinge kindermassage ‘het pestgedrag ontzettend laat afnemen’.

Ik vroeg aan directeur Job Christians van Onderwijs Maak Je Samen in hoeverre men kan onderbouwen dat onderlinge kindermassage:

  • een barrière opwerpt tegen stress
  • leidt tot beter slaapgedrag
  • leidt tot toename van concentratievermogen
  • leidt tot betere leerprestaties
  • leidt tot versterking van het immuunsysteem
  • het percentage pestgedrag ontzettend laat afnemen

Christians verwees mij naar het boek Touch Therapy van Tiffany Field, de oprichter van het Touch Research Institute uit Miami. In een YouTube-filmpje, waar ook de Laurentius Stichting ouders naar verwijst, noemt Touching Child Care ook de Zweedse professor Kerstin Uvnäs-Moberg, die als fysioloog is verbonden aan het Karolinska Insitute in Stockholm en de Landbouwuniversiteit in Uppsala. Zij deed veel onderzoek naar het hormoon oxytocine, dat ze beschreef in het populair-wetenschappelijke boek De oxytocine factor.

Babymassage

Tiffany Martini Field, gepromoveerd in de ontwikkelingspsychologie, publiceerde in 1987 een baanbrekende studie waaruit bleek dat te vroeg geboren baby’s sneller in gewicht toenamen wanneer ze werden gemasseerd. In 1992 startte ze het eerste Touch Research Institute (TRI). Het was gelieerd aan de University of Miami School of Medicine en werd mede gefinancierd door het farma-bedrijf Johnson & Johnson. De TRI’s doen vooral onderzoek naar het effect van massage bij kwetsbare groepen, zoals HIV-geïnfecteerden en geadopteerde of mishandelde kinderen.

Ook gezonde babies kunnen volgens Field baat hebben bij massage. Hoewel er nog niet veel deugdelijk onderzoek is gedaan, lijkt massage stress te kunnen verminderen bij pijnlijke behandelingen, zoals vaccinaties. Het zou ook de pijn verminderen bij het doorkomen van de eerste tandjes en kan helpen om in te slapen. Bovendien kan het de binding tussen ouders en kinderen versterken en de ontwikkeling van warme, positieve relaties bevorderen.

In haar boek Touch Therapy schrijft Field echter: ‘De techniek van massagetherapie van alle [in dit boek] beschreven studies omvat, tenzij anders aangegeven, manipulatie van diepere weefsels met verwachte stimulatie van drukreceptoren.’ Al op de vierde pagina vermeldt ze dat ze meestal diepere massage toepast. Ze beschrijft onder meer een onderzoek naar de effecten van massage bij depressieve moeders en hun kinderen. Daarbij werd het hele lijf, inclusief het gezicht, gemasseerd door een getrainde researcher, die ook massageolie gebruikte. De professionele massage die Field aanbeveelt, is niet vergelijkbaar met kinderen die elkaar tijdens schoolmassages over de rug strijken, met hun kleren aan. Marijke Sluijter, hoofdredacteur van Educare (een holistisch opvoedkundig tijdschrift), noemde het ‘massagespelletjes’ en ‘tactiele stimulering’. In haar boek Aanraken een levensbehoefte worden diverse aanrakingsspelletjes beschreven.

Recente meta-analyses concludeerden dat het bewijsmateriaal voor de veronderstelde heilzame werking van babymassage nogal zwak is. Vickers e.a. (2004) verzamelden bijna honderd publicaties over het effect van massage op baby’s die te vroeg geboren waren of die minder dan vijf pond wogen. Slechts 14 studies voldeden aan de elementaire eisen (zoals randomisatie). De babies werden meestal drie of vier keer per dag een kwartier lang over het gehele lichaam gestreken. Zes studies, waaronder die van Field, rapporteerden dat de behandelde baby’s meer in gewicht toenamen dan de onbehandelde. Maar de extra gewichtstoename bedroeg gemiddeld slechts 5 gram per dag en had dus klinisch gezien weinig waarde. Het was bovendien aannemelijk dat sommige onderzoekers geen informatie verstrekten over het gewicht van de baby’s omdat ze geen positief resultaat hadden gevonden. Zij beperkten zich tot andere variabelen.

Recentelijk publiceerde Field (2006) een onderzoek waaruit ze concludeerde dat lichte massage beduidend minder oplevert dan steviger massage. Onderzoek met baby’s die al wat ouder waren, leverde echter over het geheel genomen geen significante gewichtstoenames op (Underdown e.a., 2006). Er werden wel enkele andere positieve effecten gerapporteerd. Misschien slapen de baby’s wat beter, hebben ze minder stresshormonen en huilen ze minder vaak. Maar het is nog onduidelijk in hoeverre zulke resultaten herhaalbaar zijn, want er zijn te weinig goede studies uitgevoerd.

Field richtte zich op allerlei mogelijke effecten van massage bij sterk uiteenlopende en vaak zeer kleine onderzoeksgroepen. Zo was er een onderzoek waarbij twintig mensen met roken probeerden te stoppen. Dat scheen wat beter te lukken als ze zichzelf masseerden. Bij een ander onderzoek kregen medewerkers van een ziekenhuis een korte massage. Naar eigen zeggen voelden ze zich daarna opgewekter en energieker dan zonder de massage. Luisteren naar ontspannende muziek had echter evenveel effect. Aangezien de deelnemers bij dit soort studies weten welke behandeling ze ontvangen, is het mogelijk dat de resultaten grotendeels te danken zijn aan hun positieve verwachtingen.

Field onderzocht ook het effect van massage op het immuunsysteem. Het zou fantastisch zijn als ze had kunnen aantonen dat schoolkinderen die elkaar twee keer per week een kwartiertje masseren, minder vaak verkouden of grieperig zijn. Ze keek echter alleen naar het immuunsysteem van premature kinderen (dat nog op gang moet komen), van baby’s met HIV, volwassenen met HIV, vrouwen met borstkanker en kinderen met astma, autisme en leukemie. Deze laatste onderzoeksgroep bestond uit slechts 20 kinderen van gemiddeld zeven jaar. In het begin onder supervisie van een therapeut en later zelfstandig masseerde een van de ouders het eigen kind dagelijks 20 minuten – met middelmatige druk op gezicht, nek, schouders, rug, buik, armen, benen, voeten en handen. Resultaat: zowel ouders als kinderen waren minder onrustig, en de kinderen minder van streek door de medische behandelingen. Bij deze doodzieke kinderen verbeterde het aantal witte bloedlichaampjes, bloedplaatjes, rode cellen en het hemoglobineniveau. Zeker een interessant onderzoeksresultaat, maar onvergelijkbaar met wat in Nederlandse klaslokalen gebeurt.

Als algemene opmerking denk ik dat de steekproeven wel erg klein zijn om grote conclusies aan op te hangen. Er is hoe dan ook geen reden om aan te nemen dat de resultaten relevant zijn voor gezonde schoolkinderen, waarvan niet bekend is dat ze te weinig worden aangeraakt. De aanraakspelletjes in schoolklassen lijken ook niet op de massagetechniek die Field gebruikt. Zij hecht weinig waarde aan een oppervlakkige behandeling.

Oxytocine tegen pesten

De claim dat onderlinge massage een effectieve manier is om het pesten en treiteren terug te dringen, lijkt van meer belang. Een recent overzicht van 26 studies waarbij men keek naar het effect van allerlei maatregelen en programma’s om het pesten te verminderen, liet zien dat het probleem niet zo eenvoudig oplosbaar is (Vreeman e.a., 2007). Speciale lessen en video’s over pesten leverden meestal weinig op. Ook pogingen om de sociale vaardigheden van de betrokken kinderen te vergroten, hadden niet veel invloed. De beste resultaten werden geboekt met een multidisciplinaire aanpak waarbij de hele school was betrokken. Belangrijke onderdelen daarvan waren een training voor docenten en duidelijke schoolregels en sancties.

In Nederland werd een groot onderzoek gedaan naar het effect van zo’n meervoudig anti-pestbeleid op basisscholen (Fekkers e.a., 2006). Veertien scholen deden aan het anti-pestprogramma mee. Aanvankelijk gaf 17,7 procent van de kinderen aan dat ze gepest werden. Dit percentage was een jaar later gezakt naar 15,5. Er was ook een controlegroep van scholen die geen uitgebreide maatregelen namen om het pesten tegen te gaan. Op deze scholen steeg het percentage gepeste kinderen van 14,6 naar 17,3. Het verschil tussen beide onderzoeksgroepen was significant, maar niet zo groot. Bovendien was het een jaar later weer verdwenen. Dat kwam waarschijnlijk doordat de scholen in het tweede jaar van het onderzoek minder aandacht schonken aan het probleem.

In Denemarken zijn er scholen die onderlinge kindermassage (‘taktil rygmassage’) hebben opgenomen in een uitgebreid anti-pestprogramma, dat gratis beschikbaar is. De grote man achter de Deense methode, Jørn Jørgensen, zegt dat het aantal pesters op zijn Lyshøjskolen in Kolding afnam van 13 in 1999 naar 1 in 2008. Dit zijn echter geen percentages maar getelde pesters. Verder kon ik geen harde cijfers vinden. Ook Job Christians van Onderwijs Maak Je Samen kon mij niet meer cijfermatige onderbouwing leveren.

De Zweedse hoogleraar fysiologie Kerstin Uvnäs-Moberg (2003) deed onderzoek naar het hormoon oxytocine en schreef daar een populair boek over. Oxytocine kan angst, pijn en stress verminderen. Het zou ook een gevoel van rust en verbondenheid kunnen bevorderen en wantrouwen en agressie verminderen. De aanmaak van oxytocine kan onder meer worden gestimuleerd door prettige en intieme aanraking of massage, waardoor het ook bekend staat als knuffelhormoon. Moberg baseerde zich daarbij vooral op dierproeven, maar onlangs voerde ze samen met collega’s een onderzoek uit met vier- en vijfjarige kinderen (Von Knorring, 2008).

Zestig kinderen werden dagelijks vijf tot tien minuten gemasseerd door medewerkers van een kinderdagverblijf, die een korte training hadden gevolgd. De kinderen mochten zelf aangeven waar ze aangeraakt wilden worden. Er waren ook vijftig kinderen die geen behandeling kregen. Zij gingen naar andere kinderdagverblijven, waar nog niet werd gemasseerd. Met behulp van een Child Behaviour Checklist (CBCL) hield men de kinderen in de gaten. Er werd gekeken naar agressief gedrag, aandachtsproblemen, angsten en neerslachtigheid, sociale en lichamelijke problemen. Maar er werden geen significante verschillen gevonden tussen beide groepen.

De onderzoekers beperkten zich daarom tot 28 probleemkinderen met de hoogste scores op de CBCL (19 in de massagegroep en 9 in de controlegroep). Hun CBCL-scores bedroegen aanvankelijk 40,2 (massage) en 35,0 (controle). Na drie maanden was de score van de gemasseerde kinderen gezakt naar 24,6. Maar de onbehandelde groep deed het beter, want hun score zakte naar 16,8. Toch beschouwden de onderzoekers de massage als een succes, want na zes maanden bedroegen de scores 23,9 (massage) en 27,2 (controle). Ze richtten hun statistische analyse op de periode tussen drie en zes maanden, want die leverde een significant verschil op in het voordeel van de 19 kinderen in de massagegroep.

Er is helaas veel op dit onderzoek aan te merken. De kinderen werden niet aselect in twee groepen verdeeld. Misschien traden er verschillen op omdat de omstandigheden in de kinderdagverblijven verschilden. Bovendien werd het gedrag van de kinderen beoordeeld door personen die wisten welke behandeling ze hadden gekregen, zodat de studie onvoldoende geblindeerd was. De ouders van de kinderen kregen ook een checklist om het gedrag van hun kinderen te scoren, maar dat leverde geen significant resultaat op.

Massage is niet de enige manier om de gewenste oxytocine te verkrijgen. Uit een recent experiment met veertien mannen, dat in een alternatief vakblad verscheen (Bello e.a., 2008), bleek dat 20 minuten lezen evenveel oxytocine opleverde als 20 minuten massage. Als dat ook voor schoolkinderen geldt, dan zou een extra leeskwartiertje misschien wonderen kunnen doen. Op de ouderavond die ik bijwoonde, werd massage gepresenteerd als de enige logische oplossing voor alle problemen. Mogelijke alternatieven werden niet genoemd, want die waren niet bij het bedrijf te koop.

Rede en bewijs

Job Christians van Onderwijs Maak Je Samen reageerde positief op mijn onderzoek naar zijn beweringen. Nadat hij mijn brief had gelezen, is de website van Touching Child Care meteen flink veranderd. De claims over wetenschappelijkheid zijn aangepast en afgezwakt. Over de licentiehouders wordt niet langer de loftrompet gestoken en Nicole Groeneveld is zelfs helemaal verdwenen uit de contactlijst. Volgens Christians ‘is mevrouw Groeneveld al lang niet meer verbonden aan TCC’. De claim over het immuunsysteem is ook weg.

Christians schreef: ‘Wij hebben ons voorgenomen eens goed te kijken naar de afgelopen ontwikkelingen rondom en binnen TCC en bekijken de mogelijkheden om fondsen te werven voor het uitvoeren van specifiek wetenschappelijk onderzoek rondom de methodiek van TCC. Ik zou me kunnen voorstellen, gelet op uw heldere uiteenzetting, dat u ons hierbij kunt ondersteunen en dat u zou willen meedenken over de opzet van dit onderzoek.’ Ik kan wel een paar suggesties geven.

Door de nadruk die Touching Child Care legt op fysiologische processen, compleet met plaatjes van hersenen, verhalen over hormonen, disbalansen, en medische effecten, voldoet de methode aan de omschrijving in de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomt (WGBO): ‘alle verrichtingen – het onderzoeken en het geven van raad daaronder begrepen – rechtstreeks betrekking hebbende op een persoon en ertoe strekkende hem van een ziekte te genezen, hem voor het ontstaan van een ziekte te behoeden of zijn gezondheidstoestand te beoordelen, dan wel deze verloskundige bijstand te verlenen.’

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) onderscheidt twee soorten geneeskundige behandelingen: reguliere en alternatieve. De onderlinge massage, die zonder de nodige onderbouwing aan kinderen wordt onderwezen, is niet regulier (en heeft ook weinig met het schoolprogramma te maken). Onderzoek zou moeten leiden tot ‘rede en bewijs’ betreffende de methode, zoals de IGZ dat noemt. Zoals het er nu voor staat, zou ik het omschrijven als ‘een alternatieve psychologische geneeskundige behandeling gericht op gedragsbeïnvloeding bij kinderen van 4-12 jaar door onderlinge massage’.

Wouter van der Horst, persvoorlichter van IGZ, zei mij dat scholen zeer kritisch moeten zijn voordat ze alternatieve behandelingen in huis halen. De Wet Primair Onderwijs geeft ook duidelijk aan dat scholen de aansprakelijkheid moeten regelen voor activiteiten anders dan onderwijs. Scholen moeten er niet zo maar vanuit gaan dat therapieën al door hun polis worden gedekt. Verzekeraars geven vermoedelijk eerder toestemming bij een bewezen, reguliere, behandeling. Bovendien moeten ook de ouders op grond van de WGBO individueel toestemming geven voordat een school hun kind mag behandelen. Het is niet uitgesloten dat een deel van de ouders er niet zo enthousiast over is, vooral op scholen zonder alternatieve inslag, zoals die van de Laurentius Stichting.

Het team van TCC kan wel wat versterking gebruiken. Prof. Uvnäs-Moberg drukte mij in haar e-mail op het hart dat de achtergrond van de professionals achter de methode belangrijk is. ‘Omdat het diepe aspecten van iemands fysiologie en gedrag kan beïnvloeden, moeten de behandelaars een goede algemene medische opleiding, goede ethiek en respect voor iemands persoonlijke integriteit hebben.’ Touching Child Care onderscheidt zich al positief van Brenda Pelser Haptendo en De Maan Is Rond door de multidisciplinaire aanpak van zowel massage als pedagogiek. Maar als men allerlei problemen van kinderen wil aanpakken, tot in hun hersenen, en ook onderzoek wil doen, dan zou het wenselijk zijn om wat hoger gekwalificeerde deskundigen aan te stellen, zoals een orthopedagoog en een kinderpsycholoog, met diploma’s. De Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO) ziet ook graag dat er een arts wordt betrokken bij experimenten.

Om een goede status te krijgen zou Touching Child Care wel af moeten zien van álle hoogdravende claims. Op de informatieavond werd bij het verhaaltje over de disbalans die in de hersenen van kinderen zou bestaan, een van de website van de Hersenstichting geleend plaatje getoond, inclusief het logo van de stichting. Ir. Riekie van Nies, woordvoerder van de Hersenstichting, schreef mij dat de stichting juist strijdt tegen ‘hersenmythes’, en dat ze Touching Child Care zou aanspreken op het misbruik van hun logo. In de brochures ‘Hersenen en kinderen in de groei’ en ‘Puberhersenen in ontwikkeling’ die de Hersenstichting uitgeeft, wordt niet vermeld dat Nederlandse kinderen ontwikkelingsschade oplopen doordat ze te weinig worden geknuffeld. De deskundigen van de stichting kennen geen onderzoek waaruit zou blijken dat schoolkinderen last hebben van een disbalans in hun hersenen, veroorzaakt door huidhonger, drukte, invloed van de media en het computertijdperk.

Wat betreft dit laatste verwijst mevrouw Van Nies naar het onderzoek van neuropsycholoog dr. Wijnand IJsselsteijn, verbonden aan de Human-Technology Interaction Group van de Technische Universiteit Eindhoven. Daaruit blijkt dat gamen helemaal niet zo slecht is voor het brein. Onder de titel ‘Doe toch sociaal, ga gamen’ stond al eens een artikel in het Algemeen Dagblad waarin verschillende positieve effecten van het gamen werden genoemd. Studies waaruit zou blijken dat games agressiviteit opwekken, werden met de grond gelijk gemaakt in het boek Grand Theft Childhood van Larry Kutner en Cheryl Olsen (2008), beiden verbonden aan de Harvard Medical School.

Voor de wijze van onderzoeken heeft orthopedagoog prof. dr. Evert Scholte van de Universiteit Leiden wel tips. Hij doet onder meer onderzoek op scholen van de Laurentius Stichting. Ik mailde hem de informatie van Touching Child Care en hij stuurde een referentie terug van de meest recente stand van zaken op het gebied van de bepaling van de wetenschappelijke effectiviteit van interventies in de kinderpsychiatrie (Morgan e.a., 2007). Job Christians erkent dat de effecten van de TCC-methode nog niet zijn bewezen, maar meent dat hij uit eigen waarneming kan weten dat het goed werkt. Ook woordvoerder Zweekhorst van de Laurentius Stichting zei dat. Het boek dat prof. Scholte noemt, kan duidelijk maken dat zulke persoonlijke indrukken een vertekende voorstelling van zaken kunnen geven. Men heeft vaak de neiging om alleen naar bevestiging te zoeken voor de eigen overtuiging. Er zijn deugdelijke cijfers nodig om er een oordeel over te kunnen vellen. Daarbij dient men ook te beschikken over relevant vergelijkingsmateriaal.

Zachte dwang

Kindermassage onder begeleiding van ontspannende muziek creëert naar verluidt een zachte sfeer in de klas. Een mogelijk bezwaar is, dat vooral meisjes dit aangenaam vinden, terwijl het minder goed aansluit bij de behoeften van de jongens. Jongens houden meer van actie en beweging, zijn wilder en impulsiever, zoeken uitdagingen en avontuur, zijn meer gericht op competitie en willen dingen onderzoeken. Dit komt deels doordat ze meer testosteron produceren. Er zijn wetenschappers die menen dat men binnen het kleuter- en basisonderwijs, waar voornamelijk vrouwen werken, te veel waardering heeft voor de kwaliteiten van meisjes.

Lieselotte Ahnert, een Duitse hoogleraar in de ontwikkelings-psychologie, ontdekte dat leidsters in de kinderopvang over het algemeen een aanzienlijk betere relatie hebben met de meisjes dan met de jongetjes, waarschijnlijk omdat hun benadering daar meer op was afgestemd. Dit kan ertoe leiden dat de jongetjes al vroeg beseffen dat hun sterke kanten minder worden geaccepteerd, waardoor ze ook minder gemotiveerd zijn als ze naar de basisschool gaan. Ze worden daar ook veel vaker gecorrigeerd en tot de orde geroepen, terwijl het gedrag van de meisjes minder snel wrevel opwekt. (Marreveld, 2007; Tavecchio, 2007)

Er wordt gezegd dat kinderen elkaar niet meer zullen slaan en uitschelden als ze elkaar zorgzaam en liefdevol hebben gemasseerd. Dit zou betekenen dat ze zich niet alleen door vriendjes moeten laten masseren, maar ook door kinderen waar ze niet zo dol op zijn. Tijdens de ouderavond die ik bijwoonde, werd door de schooldirecteur gezegd dat kinderen die niet meedoen aan de onderlinge kindmassage ‘buiten de groep’ zouden kunnen vallen. Ook de presentatie van Touching Child Care schonk aandacht aan de mogelijke weerstand van sommige kinderen, die overwonnen moet worden.

De methode kan een averechts effect hebben als er kinderen zijn die er geen zin in hebben en zich eraan onttrekken. Er ontstaan dan twee groepen, waarbij de leerkracht vooral een band ontwikkelt met kinderen die wel graag meedoen. Dit zou het pesten juist kunnen aanmoedigen. Mevrouw Van Nies van de Hersenstichting merkte in dit verband op: ‘De schoolsetting schept een kader waarin kinderen er impliciet vanuit zullen gaan dat ze mee moeten doen. De groepsdruk is daarbinnen groot.’ Het is weliswaar de bedoeling dat de kinderen zelf aangeven waar hun grenzen liggen, maar het is onduidelijk hoe dat in de praktijk wordt gerealiseerd. Het mag niet zo zijn dat kinderen wordt geleerd onder groepsdruk aan anderen vrijheden toe te staan wat betreft de eigen persoonlijke integriteit.

Ook ouders kunnen bezwaar hebben tegen dit soort alternatieve behandelingen. Er zijn echter scholen die de methode als verplicht nummer opnemen in het schoolprogramma (of dat van plan zijn, zoals bij de Laurentius Stichting), en de ouders niet toestaan het te verbieden. Het is de vraag in hoeverre dat gewenst en toelaatbaar is. Wie de voorlichting over TCC serieus neemt, mag concluderen dat het hier gaat om een psychologische geneeskundige behandeling. Op grond van de WGBO zijn scholen verplicht individueel toestemming te vragen aan ouders voordat ze zo’n behandeling mogen toepassen op hun leerlingen. Professor Scholte schreef mij dat ‘het in zijn algemeenheid verstandig is om gezondheidsinterventies pas toe te passen nadat wetenschappelijk bewezen is dat ze werken’.

De kwestie is ook relevant voor andere alternatieve methoden die door nieuwe ondernemingen bij scholen worden aangeboden. Er zijn tegenwoordig steeds meer niet-erkende deskundigen die zich op de problemen van scholen en kinderen richten. Touching Child Care kwam op een aantal scholen van de Laurentius Stichting binnen dankzij een presentatie van José Kuijsters op de ‘Dag van de Leraar’. Een andere spreker op deze dag was Henk-Jan van der Veen, een ‘schoolcounselor’ die hulp en begeleiding biedt aan ‘hoogsensitieve’ kinderen. Hij volgde een opleiding bij de Stichting Counselling Nederland. Deze stichting werkte tot voor kort samen met een postbusuniversiteit die in de VS op de zwarte lijst staat (zie Skepter 20/1). De opleiding duurt twee jaar en is voornamelijk schriftelijk (met een studiebelasting van 8 uur per week). Men noemt het een hbo-opleiding, maar hij is niet als zodanig erkend.

Literatuur

Bello, D. et al. (2008). An exploratory study of neurohormonal responses of healthy men to massage. J Altern Complement Med, 14(4), 387-94.
Fekkers, Minne et al. (2006). Effects of antibullying school program on bullying and health complaints. Arch Pediatr Adolesc Med, 160(6), 638-44.
Field, Tiffany (1999). Touch Therapy. Churchill Livingstone, 3de druk, 2005.
Field, Tiffany et al. (2006). Moderate versus light pressure massage therapy leads to greater weight gain in preterm infants. Infant Behav Dev, 29(4), 574-8.
Kutner, Lawrence en Cheryl Olson (2008). Grand Theft Childhood: The Surprising Truth About Violent Video Games and What Parents Can Do. New York: Simon and Shuster.
Marreveld, Monique (2007). De t-factor. Didactief, 10, 4-7.
Morgan, George A. et al. (2007). ‘Understanding Research, Methods And Statistics: A Primer For Clinicians’, p. 104-124 in: Martin, A. en F.R. Volkmar, Lewis’s Child and Adolescent Psychiatry : A Comprehensive Textbook. Lippincott Williams and Wilkins.
Underdown, A. et al. (2006). Massage intervention for promoting mental and physical health in infants aged under six months. Cochrane Database Syst Rev, 18 october (4).
Uvnäs-Moberg, Kerstin (2003). De Oxytocine Factor. Amsterdam: Uitgeverij Thoeris, 2007.
Tavecchio, Louis (2007). Respect voor sekseverschillen in kinderopvang en onderwijs. Vroeg, 24(3-4), 8-9.
Vickers, Andrew et al. (2004). Massage for promoting growth and development of preterm and/or low birth-weight infants. Cochrane Database Syst Rev, (2).
Von Knorring, Anne-Liis et al. (2008). Massage decreases aggression in preschool children: a long-term study. Acta Paediatrica, 97, 1265-69.
Vreeman, Rachel C. en Aaron E. Carroll (2007). A systematic review of school-based interventions to prevent bullying. Arch Pediatr Adolesc Med, 161(1), 78-88.

Ui: Skepter 21.2 (2008)

Joost Smits is bestuurskundige, voormalig deelgemeentelijk wethouder Jeugd en vader van twee kinderen