Het is een vreemde zeker

Een iatrosoof in de crèche

door Marianne Ames

Terwijl advocaat Franken zijn stukken te voorschijn haalt in de Rotterdamse rechtbaak waar het kort geding is tegen dagverblijf Honky Ponk , is het druk op de publieke tribune met belangstellende ouders.

Kinderopvang Honki-Ponk te Schiedam kreeg eind 2000 Jan Pieter de Kok als adviseur opgedrongen. Ouders verijdelden deze coup. Een lid van Honki-Ponks oudercommissie blikt terug.

De poging van de iatrosoof Jan Pieter de Kok om greep te krijgen op het goed draaiende Honki-Ponk heeft de gemoederen van december 2000 tot half januari 2001 beziggehouden. De ouders hielden hun kinderen thuis uit protest tegen de verbintenis van De Kok aan Honki-Ponk en de leidsters hadden zich óf ziek gemeld óf een protestbrief ondertekend waarin zij afstand namen van de omstreden sekteleider. Alleen directeur en oprichtster Marja van Wolferen was gecharmeerd van de man. De kritiek tegen De Kok was gebaseerd op een dik dossier over de zich iatrosoof noemende homeopaat en organisatieadviseur waaruit bleek dat hij enkele keren in opspraak was gekomen door sterfgevallen van zijn patiënten. Nu de rust op het kinderdagverblijf en in de gezinnen enigszins is teruggekeerd, is er tijd om eens achterom te kijken. Inderdaad, in verwondering.

Want hoe heeft een persoon die zo omstreden is, waar al talloze kranten, radio- en tv-programma’s in het verleden aan zijn gewijd, voet aan de grond kunnen krijgen in een kwetsbare omgeving zoals een crèche? Hoe bestaat het dat een bestuur van een instelling, de oudercommissies, de bedrijven die er over kindplaatsen beschikken en de ouders totaal onwetend zijn over de aanstelling van een sekteleider? Want dat is inmiddels duidelijk. Jan Pieter de Kok heeft in Nederland waarschijnlijk meer dan honderd aanhangers. Mensen uit gegoede kringen, veelal met een universitaire achtergrond die de leer van De Kok aanhangen. Hoewel iatrosofie niet bestaat, en zoals De Kok zelf eens in een interview zei ‘dus ook niet kan worden verboden’ en er geen zicht is op de grondbeginselen van een leer, zijn de ‘aanhangers’ van De Kok mensen die de reguliere geneeswijze afwijzen. De Kok gruwt van dokters, ziekenhuizen en medicamenten. De Kok gelooft ook niet in onderwijs. Kinderen van De Koks fans gaan dus niet naar school, wat ook tot een aantal veroordelingen heeft geleid.

Het probleem is echter dat De Kok en zijn leer niet kunnen worden aangepakt. De iatrosofie bestaat niet en deze zieke mensen kiezen er blijkbaar zelf voor om zich door hem te laten ‘genezen’. De Vereniging tegen de Kwakzalverij meent dat de Nederlandse politici dit soort vormen van alternatieve geneeswijzen de ruimte geven. Er bestaat op dit gebied geen of weinig regelgeving waardoor een klimaat van erkenning wordt geschapen en het voor justitie moeilijk is tegen de excessen op te treden. Dat er van excessen bij de praktijken van De Kok sprake is, blijkt onder andere uit het feit dat de iatrosoof een patiënte gras liet eten en piano liet spelen om kanker de kop in te drukken. De Kok werd veroordeeld wegens zware mishandeling van een zieke vrouw in 1990 (haar oorontsteking ontwikkelde zich onder zijn toezicht tot een longontsteking, waar ze bijna aan stierf en blijvende schade aan overhield) mishandeling van een baby met een abces in de keel en de dood van een 2-jarig meisje (zie Skepter, maart 1994). In alle gevallen leidde de behandeling van De Kok – lees de onthouding van de nodige medicijnen en opname in een ziekenhuis – tot ernstige complicaties. De frustratie van familieleden van de patiënten is groot omdat De Kok altijd in hoger beroep gaat en dan vaak wordt vrijgesproken. Hij lijkt niet te pakken op zijn daden.

Waar waren de ouders van de kinderen die opvang genieten bij Honki-Ponk nu eigenlijk bang voor? Dat werd voortdurend door de pers gevraagd. Wie zich door de dossiers over De Kok worstelt, wordt evenwel steeds banger. Bang voor de gevolgen die een dergelijk persoon op een kinderdagverblijf kan hebben, maar ook gewoon bang om geconfronteerd te worden met een figuur zoals De Kok. Want je moet er niet aan denken dat een kind op Honki-Ponk een ongeval zou krijgen, medische zorg zou moeten hebben en De Kok negatief zou adviseren. Bovendien was de invloed van De Kok al merkbaar op het pedagogisch beleid van het kinderdagverblijf. De opmerking in het krantje dat ‘een kind recht heeft op zijn eigen dood’ heeft menige ouder met verbazing gelezen. Ook mocht je de schoolkinderen geen ‘pijnlijke indringende vragen stellen zoals Hoe was het op school vandaag?’. Er was verbazing en ongeloof over dit veranderde beleid, maar de ouders waren nog onwetend van het feit dat De Kok als organisatieadviseur in de arm was genomen. Op het moment dat een oplettende ouder daar achter kwam (zie chronologie), werd direct afstand genomen van deze man en werd eenzelfde houding verlangd van de directeur en haar staf.

Toen duidelijk werd dat de directeur geen afstand wilde doen van haar organisatieadviseur en niet open stond voor enige kritiek op de man, was de crisis geboren. De ouders en, als vooruitgeschoven posten, de leden van de oudercommissies, hebben vanaf dat moment alle middelen gebruikt om het doel te bereiken: De Kok en zijn aanhangers moesten onmiddellijk en onomkeerbaar de banden verbreken met Honki-Ponk. De zeven oudercommissieleden en een aantal ouders dat zich als ‘denktank’ had aangemeld hebben vanaf begin december tot medio januari voortdurend dat doel voor ogen gehouden. Er werden ouderavonden georganiseerd om iedereen van de juiste informatie en de ontwikkelingen op de hoogte te houden. Er werden gesprekken gevoerd met de gemeente, als belangrijke subsidiegever en afnemer van kindplaatsen. Er vond overleg plaats met directie en de leiding. Een aantal ouders was er zeker twaalf uur per dag mee bezig.

Ondertussen was besloten om de kinderen thuis te houden van het kinderdagverblijf om zo een signaal af te geven, hoewel sommige ouders ook gewoon bang waren om hun kind te brengen. Terwijl de telefoon de hele dag door rinkelde, de ene vergadering de andere overlapte, speelden de kinderen thuis. Zij waren misschien nog wel het meest uit hun doen: niet meer spelen met hun vriendjes, niet meer naar Honki-Ponk. Het gebruikelijke ritme – voor kinderen vaak zo van belang – werd onderbroken door de crisis. Veel ouders kozen ervoor tijdelijk thuis te werken, maar ook dat konden kinderen niet bevatten. Normaal waren de dagen thuis gezellig en nu was mama of papa telkens zo druk bezig. En laten we nu wel zijn, kinderen en het hebben van een baan gaat alleen goed bij de gratie van een goed kinderdagverblijf waar je je kind vol vertrouwen achterlaat. En dat ontbrak nou net.

Gelukkig voor de ouders en de leidsters viel het kort geding dat tegen het De Kok-gezinde rompbestuur was aangespannen, in hun voordeel uit. Half januari konden drie nieuwe bestuursleden worden benoemd waar wel vertrouwen in was en die De Kok en zijn aanhangers buitenspel konden zetten. De crisis was bezworen. Wat rest is een kater. De inspanningen van ouders, oudercommissies en leiding zijn weliswaar niet tevergeefs geweest, maar het heeft een grote stempel op het dagelijkse leven gedrukt. De kinderen hebben zonder veel problemen de draad bij hun leidsters en in hun groepje weer opgepakt. Nu zijn het de ouders die weer moeten wennen. Zij hebben door de crisis plotseling beseft dat zij het meest waardevolle op aarde – hun kinderen – op sommige momenten overlaten aan anderen. En daarbij ga je uit van beleidsplannen die bestaan, leidsters die je aanspreken, een kinderdagverblijf dat een goede naam heeft. Maar deze affaire heeft aan het licht gebracht dat achter de schermen een hoop kan gebeuren waar je als relatieve buitenstaander geen weet van hebt. De crisis heeft waarschijnlijk een behoorlijke deuk geslagen in het vertrouwen dat je als ouder hebt in instellingen zoals een kinderdagverblijf, een school, een sportclub. Gelukkig maakt het feit dat de samenwerking tussen de ouders onderling en met de leiding over het algemeen goed liep, veel goed. Maar het wantrouwen blijft, ieder geval bij mij.

 

De affaire Honki-Ponk: een chronologie

Deze chronologie is door de Skepter-redactie samengesteld op basis van ruim 100 krantenknipsels en de website die aan deze zaak gewijd is, www.geocities.com/ponker2001 [gearchiveerde link], en door auteur Marianne Ames op correctheid gecontroleerd.

8 mei 2000. Marja van Wolferen (MvW) is de enorm gerespecteerde directeur van Honki-Ponk, dat ze 26 jaar geleden had opgericht en dat nu circa 400 kinderen heeft, verdeeld over meerdere vestigingen. Ze is ontevreden. Ze wil veel meer aandacht voor de gedachten van pedagogen Steiner, Korczak en Gordon. Vooral de vrijheid van de kinderen staat daarin centraal. Ze heeft Pieter de Bruin (PdB, de juridische rechterhand van de iatrosofie, blijkt later) als bestuurslid aangetrokken. Heden is hij voor het eerst bij een bestuursvergadering. Later wordt bekend dat MvW onder behandeling was van de (iatrosofische) homeopaat Olaf Janssen, een voormalig arts die voor het leven geschorst is vanwege een mislukte behandeling van een patiënt van De Kok.

5 september 2000. Een lid van de Oudercommissie (OC), huisarts Marjan Tenk, heeft een persoonlijk gesprek met Arend Nijenhuis (AN), hoofd van de vestiging Schiedamseweg. Hierbij is een zekere Peter de Kok (PdK) aanwezig, die al in juli met AN gesprekken had gehad. PdK geeft Marjan zijn telefoonnummer. PdK woont in de volgende maanden op elke vestiging teamvergaderingen bij, als ‘organisatieadviseur’.

3 oktober 2000. Er zijn in het bestuur voortdurend meningsverschillen met PdB. In een bestuursvergadering zonder MvW neemt men zich voor PdB (‘psychopaat’) te royeren.11 oktober 2000. AN wordt per 1 december uit zijn functie gezet vanwege ‘disfunctioneren’.

16 oktober 2000. Bespreking van MvW met o.a. bestuursleden. Voorstel om een onafhankelijke derde in te schakelen.

29 oktober 2000. PdB sommeert bestuursleden om per 31 oktober op te stappen. Zij schaden de belangen van de Stichting.

6 november 2000 (maandag). Bestuurvergadering, agendapunt: royement PdB. Drie uur tevoren stuurt PdB dagvaardingen waarin hij vernietiging van zijn royement en schadevergoeding eist. Het bestuur hoort voor het eerst van PdK, die met MvW is meegekomen en die verholen dreigingen uit. Een laatste bemiddelingspoging strandt. Alle bestuursleden behalve PdB nemen ontslag om de zaak niet verder op de spits te drijven.

28 november 2000 (dinsdag). Marjan Tenk traceert het telefoonnummer van PdK tot het Collegium Iatrosophicum. Dan vindt ze op Internet dat PdK niemand anders is dan de beruchte Jan Pieter de Kok (JPdK). OC wordt ingeschakeld en die neemt contact op met MvW om dit gegeven te checken.

29 november 2000. Ex-bestuursleden en OC vergaderen samen over deze ongewenste situatie. OC belegt met MvW voor 4 december over de betrokkenheid van JPdK met Honki-Ponk.

1 december 2000. Omdat de crisis naar de pers dreigt te lekken, informeert OC ouders en personeel. Ex-bestuursleden nemen hun functie weer op, zetten MvW uit haar kantoor op de hoofdvestiging Piersonstraat om te voorkomen dat ouders zelf hun recht halen. Het begin van een hectische periode. Al meteen blijkt MvW te lijden aan het iatrosofiesyndroom: onwrikbaar geloof in JPdK (tot het uiterste consequent zijn is een onderdeel van zijn leer). Later blijkt dat MvW op 1 december is toegetreden als bestuurslid van de Stichting. De Belgische arts Schaumont is ook gevraagd, maar die zegt later van niets te weten.

2 december 2000. Rotterdams Dagblad, Trouw en Radio Rijnmond berichten over de zaak.

4 december 2000 (maandag). Nieuwsbrief van OC aan de ouders. De bestuursleden ontslaan MvW, en royeren PdB. MvW vecht dit ontslag de volgende dag aan.

7 december 2000. Kort geding. MvW en haar advocaat PdB stellen dat de ex-bestuursleden rechtsgeldig ontslag hebben genomen, en dus MvW helemaal niet konden ontslaan. ’s Avonds informatieavond voor ouders en personeel met Hugo Verbrugh als gastspreker.

8 december 2000. MvW wint kort geding. OC en ouders dringen er bij MvW op aan om met JPdK te breken. De gemeente Schiedam zegt het vertrouwen in MvW en PdB op. Er volgen vele besprekingen tussen gemeente en een ouderafvaardiging.

11 december 2000 (maandag). 30 Ouders op bezoek bij wethouder Groeneweg om de gemeente te vragen actie te ondernemen. Een dozijn leidsters meldt zich ziek. Op de Piersonstraat komen nog geen 20 (van de 75) kinderen opdagen.

13 december 2000. Nog maar 10 kinderen op de Piersonstraat.

14 december 2000. Het Rotterdams Dagblad meldt: ‘Directrice Honki-Ponk breekt met iatrosoof.’ Op besloten ouderavond trekken alle ouders en leidsters één lijn: Op twee onthoudingen na nemen de aanwezige ouders een motie aan waarin het vertrouwen in de directie wordt opgezegd.

15 december 2000. De leidsters willen per 18 december de Piersonstraat sluiten. 31 leidsters melden zich ziek. MvW bedreigt het personeel met ontslag.

18 december 2000 (maandag). ‘Zeer koel’ gesprek tussen Groeneweg en MvW en PdB. Gemeente eist dat uiterlijk 20 december drie nieuwe bestuursleden worden benoemd. Er zijn er al vijf gepolst. Alle vestigingen gesloten.

19 december 2000. ’s Avonds wachten 20 ouders MvW en PdB op bij de Piersonstraat (waar het duo gesprekken wilde voeren met werkwillige leidsters) om met ze te praten; het duo vlucht een politiebureau in.

21 december 2000. MvW en PdB wijzen het gemeentevoorstel af. Gemeente stelt bemiddelaar voor.

23 december 2000. OC vraagt ouders in Nieuwsbrief om goedkeuring om een kort geding te starten als bemiddeling faalt.

25 december 2000 (maandag). MvW schrijft brief van 7 kantjes aan personeel en ouders: wie bij Honki-Ponk wil blijven krijgt nog een laatste kans; JPdK blijft aan; Honki-Ponk gaat dicht tot 8 januari. (Ouders en personeel wijzen haar voorstellen later af.)

30 december 2000. De sloten van de gebouwen zijn veranderd. PdB en MvW stellen absurde eisen voor bemiddeling.

2 januari 2001 (dinsdag). Advocaat van ouders en personeel eist dat PdB en MvW voordracht ouders en personeel voor bestuur accepteren.

4 januari 2001. MvW ‘ontslaat’ 60 personeelsleden.

8 januari 2001 (maandag). Honki-Ponk dicht (zoals daags tevoren door MvW aangekondigd).

11 januari 2001. Kort geding. Ter zitting blijken JPdK, Olaf Janssen, en MvW’s partner in het bestuur te zijn opgenomen. PdB betoogt dat de voorgestelde bestuursleden geen voeling met de Honki-Ponk-gedachte hebben. Om 5 uur uitslag: de ouders en personeel winnen. Die middag proberen MvW en PdB vergeefs al het geld van Honki-Ponki (1,3 miljoen gulden) bij de bank op te halen. De volgende dag stellen zij zich op non-actief. Twee weken later gaat MvW accoord met haar ontslag als directeur.

15 januari 2001 (maandag). Honki-Ponk is weer open.

29 januari 2001. MvW en PdB gaan ‘pro forma’ in hoger beroep.

21 februari 2001. MvW blijkt de naam van de Stichting Vrienden van Honki-Ponk veranderd te hebben, in een poging zich enkele tonnen eigen te maken. Het bestuur van Honki-Ponk spant een nieuw kort geding aan.

7 maart 2001. Tijdens kort geding blijken de iatrosofen eerder aangeboden te hebben voor een kwart miljoen te willen opstappen.

21 maart 2001. (toegevoegd voor deze site) Uitspraak kort geding 7 maart. Honki-Ponk wint.

Uit: Skepter 14.1 (2001)