Triomf van de maan

Boekbespreking

door Herman Beukers (pseudoniem Marcel Hulspas)

huttonDe moderne hekserij is flexibel en praktisch volgens de Britse historicus Ronald Hutton. Het is kortom een geloof met toekomst.

Het is eind juni 1940. Frankrijk is gevallen voor de Duitse overmacht en Groot-Brittannië staat er helemaal alleen voor. Hitler en zijn generale staf maken zich op voor Operatie Zeeleeuw, de verovering van de Britse eilanden. Maar in Christchurch, niet ver van de badplaats Bournemouth aan de Engelse zuidkust, gaat een andere operatie van start. ‘Old Dorothy’ Clutterbuck roept alle heksen van het land bijeen. Dat mag officieel niet; heksen willen om veiligheidsredenen niet van elkaars bestaan op de hoogte zijn, maar nood breekt wet. Dorothy roept ze bijeen voor ‘Operatie Kegel van Macht’. Midden in de nacht komen de heksen bijeen in het nabijgelegen New Forest en vormen daar een Grote Cirkel. Tot vier keer toe scheppen ze een kegel van magische energie en richten deze tegen Adolf Hitler. De inspanning die de heksen daar leveren is zo groot dat verscheidene deelnemers in de dagen daarna van uitputting overlijden.

Wat daarna gebeurde weet iedereen. De inleidende luchtslag boven Engeland, de ‘Battle of Britain’, werd een nipte Britse overwinning. Operatie Zeeleeuw werd afgeblazen. Groot-Brittannië was gered.

‘Operation Cone of Power’ was een van de favoriete verhalen van Gerald Gardner (1884-1964). Hij heeft het vaak verteld en kwam ook regelmatig met nieuwe details aanzetten. Volgens Gardner demonstreerde deze nationale mobilisatie van magische krachten dat heksen geen staatsvijandige toverkollen waren maar soldaten in de strijd voor de vrijheid.

Maar is het echt gebeurd? In Witchcraft Today (1954), Gardners boek over de heksen die hij had ‘ontdekt’ (hij poseerde als een antropoloog maar was er ondertussen nauw bij betrokken) is Dorothy de enige die met name genoemd wordt. Gardner vermeldt dat Dorothy zelf hem tijdens een uitgebreide rite had ingewijd in de geheimen van de hekserij. Later, in gesprekken met zijn eigen ingewijdenen, onthulde hij ook haar achternaam, Clutterbuck. En het aardige is: Gardner woonde in die jaren inderdaad nabij Christchurch en daar woonde toen inderdaad een Dorothy Clutterbuck.

De heks herontdekt

Dorothy was plaatselijk een vooraanstaand burger. Ze was door-en-door conservatief, haar tuinfeesten en liefdadige activiteiten werden in de lokale krant regelmatig geprezen en ze was een intens gelovig christen. Haar dagboeken werden in 1986 teruggevonden, en die bestonden hoofdzakelijk uit zoetsappige overpeinzingen. Geen daarvan had ook maar iets met magie, het occulte of paranormale te maken. En die vrouw was volgens Gardner in het geheim een van de belangrijkste heksen van het Verenigd Koninkrijk.

Wie was Gardner? De oud-koloniaal Gerald Brosseau Gardner kwam in 1938 in het New Forest wonen. De streek was een populair toevluchtsoord voor iedereen die zijn sporen buiten Engeland had verdiend en zijn laatste levensjaren in landelijke rust wilde doorbrengen. Maar wellicht was het Gardner daar iets té rustig. Na de oorlog maakte hij zichzelf het middelpunt van media-aandacht door naar voren te treden als vertegenwoordiger van een verborgen traditie die eeuwen van vervolging had doorstaan: het voorchristelijke geloof in de goddelijkheid van de wereld, later bekend (en vervolgd) onder de naam hekserij. Gardner publiceerde hun rituelen in 1949 in de roman High Magic’s Aid.

In 1951 werd de Fraudulent Mediums Act ingevoerd om de uit 1735 daterende Witchcraft en Vagrancy Act (tegen hekserij en landloperij, lees spiritistische oplichterij) te vervangen. Dat was voor Gardner reden om onbekommerd persconferenties te beleggen en regelmatig te adverteren om kandidaat-heksen te werven.

Gardner beweerde slechts een spreekbuis te zijn voor de door hem ‘ontdekte’ beweging maar het is overduidelijk dat deze grotendeels zijn eigen maaksel was. De tijd was er eigenlijk nog niet rijp voor. Wel ontstonden er meer heksenclubjes, covens, die hard aan het werk gingen om op basis van de door hem beschreven rituelen het contact met de magische wereld te herstellen, maar erg vlot ging het allemaal niet. Er volgden splitsingen, gekrakeel en er verschenen regelmatig ‘onthullingen’ in de sensatiepers die iedere naïeve poging om uit te leggen wat dit geloof inhield misbruikte om weer eens flink uit te pakken over ‘satanisten’. Pas vanaf de jaren ’70 zette een stabiele groei in. De oude claim dat de wicca (zoals de beweging inmiddels heette) een directe voortzetting was van de middeleeuwse hekserij lag toen allang op het kerkhof. Dat weerhield moderne heksen er niet van zich steeds vastberadener en zelfverzekerder te presenteren als de vertegenwoordigers van een nieuwe, levenskrachtige religie, de eerste religie geboren op Brits grondgebied.

Vernieuwde folklore

De populaire wortels van dit moderne heidendom gaan misschien niet diep; de intellectuele wortels gaan des te dieper. Het verlangen om het heidendom nieuw leven in te blazen ontstaat in de tweede helft van de 19de eeuw, in Groot-Brittannië. De redenen waarom we ze daar aantreffen is simpel: het Verenigd Koninkrijk liep voorop in de industriële revolutie. Het christendom werd als verouderd en onvoldoende krachtig ervaren. Christelijke deugden als geweldloosheid en behulpzaamheid hadden volgens velen hun beste tijd gehad. Ze waren niet in staat gebleken de kwalen van de industriële revolutie te genezen. Voor de nog komende conflicten, die tussen de koloniale supermachten, leken ze volkomen ongeschikt. Het Britse rijk moest overeind gehouden worden met daadkracht, efficiëntie en kameraadschap. Het geloof in de goden van weleer scheen een goed alternatief om die deugden te cultiveren.

Niet alleen Britse ‘intellectuelen van de daad’ geloofden in het echec van het christendom. Ook ultranationalisten en fascisten in Frankrijk, Duitsland en Italië verkondigden het failliet van het christendom en de noodzaak van nieuwe, hardere deugden. Maar Frankrijk en Italië verschilden in cruciaal opzicht van Groot-Brittannië en Duitsland. In de eerste twee ontstond de nieuwe mens in de stad (of beter: in het intellectuelencafé). Het platteland, waar de grote meerderheid der bevolking woonde, gold als achterlijk en in de greep van conservatieve krachten als adel en kerk. In Groot-Brittannië en Duitsland echter had in de loop van de 19de eeuw een demografische verschuiving plaatsgevonden. In het begin woonde de overgrote meerderheid van de bevolking op het platteland; tegen het eind van de eeuw woont deze in de stad. Het oude boerenleven leek zijn levenskracht verloren te hebben, en het paradoxale gevolg was dat intellectuelen het platteland gingen idealiseren. Van een broedplaats van achterlijkheid en conservatisme wordt het tot een arcadisch landschap gevuld met boeren die de wijsheid van eeuwen her in zich dragen. Een wijsheid met heidense en voorchristelijke wortels, om precies te zijn. De deugden noodzakelijk voor het bouwen en onderhouden van wereldrijken waren op het platteland nog in onversneden vorm aanwezig.

Voor de Britse intellectuelen, opgevoed met griezelverhalen en bekend met spiritisme en ‘psychical research’, waren de magische rituelen onweerstaanbaar. Er kon geen optocht worden gehouden, geen pop worden rondgesjouwd, of er was sprake van een oeroud heidens ritueel. Leden van de Folk-Lore Society voorzagen dorpen zelfs van adviezen om oude gebruiken conform hun ‘wetenschappelijke’ inzichten te ‘herstellen’. Het genootschap was ook nauw betrokken bij de verbreiding van een belangrijke folkloristische mythe, namelijk dat de heksen die in de vroegmoderne tijd werden vervolgd geen onschuldige slachtoffers zijn geweest van de wraak- en geldzucht van de katholieke kerk, de 19de-eeuwse verklaring van de heksenvervolging (zie Skepter, juni 1994). Nee, de vermeende heksen waren aanhangers geweest van een verboden religie.

Deze hypothese werd voor het eerst geformuleerd door Margaret Murray (1862-1963) in haar boek The Witch Cult in Western Europe (1921). Dit idee won in de loop der jaren steeds meer aanhangers. Omstreeks 1950 werd het praktisch algemeen aanvaard in Britse academische kring. Het sloot uitstekend aan bij een ander toen zeer populair verzinsel, namelijk dat heel Europa vóór de komst van de Indo-Europeanen (zo’n 1500 v.C.) vredelievende matriarchale cultuur kende die een vrouwelijke oppergodin vereerde.

Gardners ‘ontdekking’ viel dus in intellectueel opzicht in vruchtbare aarde. Het zou echter nog jaren duren (waaronder de jaren van de vrouwenemancipatie) voordat er sprake was van een stevige toeloop bij de heksenkringen.

De moderne heksenbeweging kent geen paus, geen dogma’s en zelfs geen vaste riten. De aanhangers vallen regelmatig over elkaar heen en beschuldigen elkaar ook moeiteloos van het prevelen van onzin en het uitvoeren van onzinnige danspasjes. Maar ondertussen, en dat vormt de kracht van de beweging, zijn ze er heilig van overtuigd dat er tijdens bijeenkomsten, hoe knullig of juist theatraal ook, wel degelijk iets bovennatuurlijks gebeurt. Er zijn momenten dat ze zich werkelijk verbonden voelen met elkaar, met de wereld onder hun voeten en de sterren daarboven. Die vlietende kosmische momenten sterken hun geloof dat ze op de goede weg zijn. Een andere dag, een andere danspas, nog wat extra hout op het vuur en een extra oproep aan de maan – op een goede dag zullen zij één zijn met al het leven, met de aarde en de kosmos.

De oude truc (of was het een droom?) van Gardner om een oeroude traditie te verzinnen is niet meer relevant. Nu de eerste verdieping is bereikt, kan die door hem neergezette ladder naar beneden worden geduwd. Het ontbreken van de neiging om net als de traditionele kerken voortdurend terug te verwijzen naar de traditie en de overtuiging dat men op eigen kracht, al discussiërend en experimenterend, tot het gewenste religieuze resultaat kan komen, geven aan dat de wicca een kind van deze tijd is, en bij uitstek geschikt om de moderne zoeker naar ‘spiritualiteit’ (zelf invullen aub) lang te boeien.

Ronald Hutton (1999), The Triumph of the Moon: A history of modern pagan witchcraft. Oxford University Press, fl. 85,65.

Uit: Skepter 13.3 (2000)

Herman Beukers is een pseudoniem van Marcel Hulspas