HBDI

HBDI in de praktijk

door Matthew de Roode

Hoever is HBDI doorgedrongen in Nederland? De Vlaamse auteurs in de vorige Skepter wisten het niet (zie: Gevierendeelde hersenen), maar ik kan ze verzekeren dat HBDI al volledig is ingeburgerd in Nederland. Een verslag van twee enerverende cursusdagen.

Sinds enkele jaren werk ik als chemisch fysicus bij een R&D-afdeling van een grote multinational. Aangezien ik de verantwoording heb over een aantal medewerkers leek het verstandig om mij een cursus ‘beginnen met leidinggeven’ te laten volgen. Mijn bedrijf is wat cursussen betreft zeer goed georganiseerd en voor de meeste cursussen hebben wij dan ook contracten met diverse gespecialiseerde bedrijven.

Twee weken voor de cursus krijg ik de routebeschrijving, cursusagenda, een korte inleiding en een wachtwoord. Dit wachtwoord dient om mij toegang te verschaffen tot de internetpagina van Herrmann International. Aan de hand van een aantal vragen wordt hier mijn denkvoorkeur bepaald volgens het Herrmann Brain Dominance Instrument. Dit instrument zal een belangrijk onderdeel vormen van de komende cursus. Een snelle internetzoektocht bevestigt mijn sceptische vermoedens, hoewel de diverse sceptische pagina’s nog geen linkje ‘HBDI’ hebben. Reden te meer om mij vol enthousiasme op de vragenlijst te storten.

Bungeejumpen of postzegels verzamelen?

De inleiding van de cursus wekt vertrouwen. De alom bekende tweevoudige indeling van de hersenen is te beperkt (altijd al gedacht) en dus gaat het Herrmann Brain Dominance Instrument uit van een indeling in vier gedeeltes (dat moet haast wel beter zijn, meer is altijd beter). Even twijfel ik nog als ik lees dat mijn gegevens zullen worden toegevoegd aan een wereldwijde database, zodat de onderzoekers het immer groeiende HBD-instrument kunnen blijven verfijnen en verbeteren. Mijn persoonlijke gegevens plus een gedetailleerde beschrijving van mijn hersenen in handen van een organisatie die ik niet ken? De nieuwsgierigheid wint het van de vrees.

De vragen zijn eenvoudig te doorzien als je eerst de inleiding hebt gelezen. Zo ga ik liever muziek maken (creatief/rood) dan een puzzel oplossen (analytisch/blauw). En als hobby kan ik kiezen tussen postzegels verzamelen (archiverend/groen) of bungeejumpen (grenzen zoekend/geel). En dan natuurlijk de zelfkennisvragen. Altijd weer die eeuwige strijd tussen hoe je jezelf graag wilt zien en hoe je eigenlijk bent, waarbij de laatste het natuurlijk verliest. Ik weersta de verleiding om mijn uitkomst te manipuleren maar ten dele. Ik mag mijzelf namelijk graag zien als de creatieve bèta-nerd en zou dus erg teleurgesteld zijn als ik niet zowel heel erg blauw als rood zou scoren (in het model twee tegengestelde typen).

Het resultaat krijg ik niet te zien, maar het zal worden toegestuurd aan de cursusleider die voor deze gelegenheid een ‘interpretatie begeleider’ wordt genoemd. Overigens is deze titel beschermd door Herrmann International en kan men bij Rijnconsult navragen of men met een charlatan van doen heeft. Wederom een actie die veel vertrouwen wekt. Een dergelijk complex instrument zou door een leek verkeerd geïnterpreteerd kunnen worden en dus past daar professionele hulp bij.

Confrontatie op de cursus

Eindelijk is het dan zo ver! De cursus waar al mijn gebreken en zegeningen zullen worden verklaard in vier helder gekleurde hersensegmenten. Ik moet nog even geduld hebben, want de eerste ochtend wordt vooral besteed aan diverse oefeningen om het groepsgevoel te vergroten en allerlei andere kleuterspelletjes. Overigens is het heel opvallend dat na iedere grondige evaluatie deze spelletjes zo ontzettend veel psychologische betekenis blijken te hebben, maar dit terzijde.

De middag wordt besteed aan de uitleg van HBDI. De cursusleider doet het verhaal dat ik al op het internet gelezen had nog eens dunnetjes over. Het is allemaal zo klaar als een klontje. De hersenen bestaan uit twee helften die ieder een heel ander gedrag besturen (rechts voor gevoel of vrouwelijk, links voor analytisch ofwel mannelijk). Dat wisten we natuurlijk allemaal al uit onze dagelijkse praktijk: Vrouwen zijn nu eenmaal anders dan mannen. Ned Herrmann zag echter in zijn dagelijkse werk als manager bij General Electric dat dit niet voldoende was. Na jarenlange ervaring in de praktijk kwam hij tot de ontdekking dat een hersenmodel in vier gedeeltes veel beter voldeed. Dit is overigens een belangrijk vertrouwenwekkend aspect als men een theorie aan de man brengt. Psychologie is in het algemeen een woord dat gemeden moet worden in dit soort cursussen en een theorie moet per definitie niet door een theoreticus bedacht zijn. Een theorie gebaseerd op ‘de praktijk’ door een wetenschapper van de werkvloer doet het altijd veel beter. De nadruk wordt dan ook voornamelijk gelegd op het feit dat het hier hersenonderzoek betreft (medisch = wetenschap = onverdacht) en zeker geen psychologisch onderzoek (psychologie = geitenwollen sokken = verdacht). Wij zijn tenslotte geen psychiatrische patiënten.

Dan (eindelijk!) krijgen we ons eigen profiel uitgereikt met een uitgebreide uitleg, bestaande uit vier boekjes in de vier bekende kleuren. Na een korte periode, waarin we even naar onszelf kunnen kijken, neemt de cursusleider het woord om de kracht van het instrument er nog eens ‘in te masseren’. De leider vertelt over zijn eigen ervaringen met het instrument, waarna er enkele persoonlijke ontboezemingen volgen. Ook volgen een aantal anekdotes uit vorige cursussen. Over die man die toch echt een computernerd was (met pennenhouder in zijn borstzak) maar toch overmatig rood scoorde, precies het tegenovergestelde type. Totdat uit de gesprekken bleek dat hij de computer gebruikte om muziek te componeren. Hij was dus creatief en derhalve een uitgesproken rood type. Een beetje jammer alleen dat ik precies dit karakter herkende uit een televisieserie die ik net twee dagen daarvoor op tv had gezien.

Onvermijdelijk volgen er een aantal vragen van mensen die zich niet geheel herkennen of overmatig scoren in meer dan één kwadrant. Daar blijkt de flexibiliteit van het instrument. Natuurlijk kun je best hoog scoren in meer dan één kwadrant. Sterker nog: 58% heeft zelfs een tweevoudige voorkeur volgens de statistieken. Een visionair gevoelsmens die niet bang is zijn emoties publiekelijk te uiten? Herkennen we hier niet, behalve het rood/gele type, de rechterhersenhelft? En ook zijn er mensen met uitgesproken groen/blauw gedrag. De archiverende, voorzichtige plannenmaker met zijn rekenmachine in de aanslag. De cirkel is weer rond, want hier is de linkerhersenhelft. Het klopt allemaal precies.

Lastiger wordt het alleen als je tegengestelde voorkeuren hebt. Zoals verwacht ben ik behalve heel erg geel ook heel erg blauw en heel erg rood. Op mijn vraag of ik nu volkomen schizofreen ben komt een confronterend antwoord. In mijn dagelijkse praktijk zal ik dus heel vaak in conflict met mezelf komen, omdat ik op volstrekt tegenovergestelde wijze dingen op wil lossen. Ik krijg het advies om hier aan te werken. Tijdens een koffiepauze geef ik nog voorzichtig aan dat ik toch wat moeite heb met de theorie. Angst, is het antwoord. Jezelf zo duidelijk op papier zien is voor veel mensen heel confronterend.

De rest van de cursus bestaat uit het indelen van medewerkers, leidinggevenden en collega’s volgens HBDI. Met onze pas verworven zelfkennis zien we nu hoe we op hun gedrag moeten anticiperen en waarom het ons zo moeilijk viel om met die ene persoon om te gaan (‘Hij is extreem blauw en je spreekt hem rood aan. Wat verwacht je nou? Probeer hem eens in zijn kleur aan te spreken’). Een ervaring rijker en vol goede moed om het geleerde in praktijk te brengen, sluiten we de cursus na twee dagen af.

En toch…

Is het erg om volwassen mensen tijd te laten verknoeien met instrumenten die gebaseerd zijn op hele en halve onwaarheden? Ja, natuurlijk. Is het verbijsterend om te constateren dat ‘het bedrijfsleven’ daar verschrikkelijk veel geld voor over heeft? Absoluut.

Maar als ik nu een snel rondje maak onder mijn directe collega’s die de cursus met mij hebben gevolgd, dan geven ze unaniem aan (let wel: n=3) dat ze heel veel aan HBDI hebben gehad. En dat het hen veel inzicht heeft gegeven in hun huidige problemen en het gedrag van hun medewerkers of leidinggevenden.

Blijkbaar is het voor ons veel te lastig om al die complexe persoonlijkheden te accepteren en hun gedrag op een adequate wijze te beantwoorden. Blijkbaar is het veel eenvoudiger om het gedrag te accepteren van die nukkige blauwe leidinggevende, die stoffige groene medewerker of die chaotische gele collega. En daar dan op gepast gekleurde wijze op te reageren.

Maar moet je dat doen met een theorie die nergens op is gebaseerd? Zou mijn werkgever veel geld uitgeven aan een bedrijf dat trainingen verkoopt waarin uitgelegd wordt dat menselijk gedrag heel erg complex is en dat het dus lastig is om daar pasklare antwoorden op te hebben? Of toch liever aan een bedrijf dat zegt dat menselijk gedrag eigenlijk heel simpel in te delen is en dat je mensen daardoor veel effectiever voor je kunnen werken? Ik ben bang dat ‘belazerd willen worden’ een belangrijke menselijke eigenschap is (geel in dit geval) waar dit soort bedrijven garen bij spint.

Overigens heb ik het artikel uit Skepter gekopieerd en aan de afdeling P&O gegeven. De reactie was wat smalend, dus ik kijk al weer reikhalzend uit naar de volgende cursus.

Uit: Skepter 18.4 (2005)

Zie ook: Gevierendeelde hersenen – De Vlaamse Gemeenschap promoot HBDI, Skepter 18.3 (2005)

Matthew de Roode is manager bij een R&D-afdeling van een grote multinational in fast moving consumer goods.