haaienkraakbeenpoeder

Wonderen uit zee

Haaienkraakbeen als middel tegen kanker

door Marie Prins

Volgens de Amerikaan William Lane is haaienkraakbeen een uitstekend middel tegen kanker. En sinds kort is zijn vermalen kraakbeen ook hier verkrijgbaar. Prijzig is het wel, en de kans bestaat dat alleen Lanes portemonnee er beter van wordt.

In het begin van de jaren ’90 was het televisieprogramma 60 Minutes van het Columbia Broadcasting System (CBS) in de Verenigde Staten van Amerika erg populair. Op 28 februari 1993 had dit programma als onderwerp ‘Sharks Don’t Get Cancer’, naar het gelijknamige boekje van dr. William Lane en Linda Comac. Lane, een groothandelaar in haaienkraakbeen, vertelde dat haaien geen kanker krijgen en dat haaienkraakbeenpoeder bij mensen een geneesmiddel tegen kanker was en bovendien kanker kon voorkomen. Het spul was in natuurvoedingswinkels verkrijgbaar. Enig weerwoord van critici over deze redenering was afwezig.

Een en ander was zorgvuldig voorbereid. Weken van te voren hadden de natuurvoedingswinkels al te horen gekregen dat dit programma zou worden uitgezonden. De winkels hadden een forse voorraad ingeslagen en het liep storm. De prijzen vlogen omhoog en zijn hoog gebleven. De zaak stonk een uur in de wind, maar niet naar vis. (zie Shark Cartilage, 1994)

Lanes (1992) redenering was als volgt:

– Tumoren moeten om te groeien hun eigen bloedtoevoer scheppen; dit proces heet angiogenesis (correct).
– In kraakbeen zitten stoffen die angiogenesis tegen gaan (correct).
– Haaien hebben een skelet dat geheel uit kraakbeen bestaat (correct).
– Haaien hebben opvallend weinig kanker (niet zeker, mogelijk juist, zie het kader). En nu komt de grote sprong in het diepe: – Daarom is het consumeren van haaienkraakbeenpoeder een goede methode om kanker bij mensen zowel te voorkomen als te genezen (op zijn zachtst gezegd: onbewezen).

De weerstand van de haai

Haaien zijn ontzettend interessante beesten. Ze behoren tot de oudste gewervelde dieren die nog bestaan – een paar honderd miljoen jaar oud – en zijn dus bijna automatisch ook de eenvoudigste. En er is iets interessants aan de hand met hun afweersysteem. Haaien zijn namelijk de evolutionair oudste dieren die beschikken over T-cellen. Nu weet iedereen die iets over aids heeft gelezen hoe belangrijk die T-cellen zijn voor het menselijke afweersysteem. Uit het oogpunt van evolutie van het afweersysteem zijn haaien een belangrijke bron van informatie. (Wie hier meer over wil weten, kan in de Scientific American van november 1996 twee interessante artikelen vinden, of tot en met 24 september 1997 in het Pieter Vermeulen Museum te IJmuiden de tentoonstelling Naar de haaien bezoeken.)

De haai heeft geen botten zoals zoogdieren, vogels, reptielen en de meeste andere vissen, doch een skelet dat geheel uit kraakbeen bestaat. Kraakbeen dat dus die stoffen bevat die de vorming van bloedvaten remt.

Maar krijgen haaien inderdaad geen kanker? Jawel. Haaien krijgen, net als alle andere levende wezens, wel degelijk kanker. Sterker nog, ze krijgen het zelfs in hun kraakbeen. (Beardsley 1993) Overigens geeft Lane dat in beide boekjes toe, maar hij zegt dat ‘Almost No Sharks Get Cancer’ geen goede boektitel is. In geen van zijn twee boekjes ben ik tegen gekomen dat haaien juist kraakbeenkanker kunnen krijgen. Want dat schiet me toch een gat in Lanes theorie groot genoeg om er met een vrachtwagen doorheen te rijden.

Het zou inderdaad zo kunnen zijn dat haaien minder vaak kanker krijgen dan andere vissen. Maar de oorzaak daarvan hoeft niet gezocht te worden in het kraakbeen. Het kan ook komen door een buitengewoon effectief immuunsysteem of hun buitengewone lever of door nog andere eigenschappen van hun lichaam. Er zijn, zoals Beardsley schrijft, op dit moment gewoon niet genoeg gegevens over het vóórkomen van kanker bij haaien. Zalm en forel worden gekweekt en van deze vissen worden dit soort gegevens goed bijgehouden, maar bij haaien niet. Wel is men er tot nu toe niet in geslaagd om in haaien kunstmatig kanker te verwekken, zo vermeldt het geciteerde nieuwsbericht van het Tropical Conservation News Bureau.

Dodelijk effectief

Het is inderdaad zo dat er in kraakbeen minder vaak kanker voorkomt dan in andere delen van het lichaam. Dit geldt niet alleen voor haaien maar ook voor zoogdieren en dus ook voor mensen (Kava 1995). Het oorspronkelijke onderzoek naar anti-angiogenese was dan ook gedaan met kalfskraakbeen. Maar onderzoekers gingen op een gegeven moment over op het kraakbeen van de grote haaien die in de warmere wateren leven, omdat daar veel meer van beschikbaar was. En inderdaad zijn er ondertussen ook eiwitten in kraakbeen gevonden die de vorming van bloedvaten in een tumor in muizen afremmen (1). Maar volgens de door Lane herhaaldelijk geciteerde uitvoerder van deze experimenten, Judah Folkman, zouden mensen ‘honderden ponden kraakbeen moeten eten’ voor het enig effect zou hebben. En een andere onderzoeker, Arnold I. Caplan, beweert: ‘Er is niets bijzonders aan haaienkraakbeen; je kunt net zo goed varkensknokkels eten’ (geciteerd in Beardsley 1993).

Maar er duiken ook twee problemen op. Als haaienkraakbeenpoeder zou werken zoals Lane beweert, dan zou het wel eens erg gevaarlijk spul kunnen zijn. Het onderdrukken van de vorming van nieuwe bloedvaten is namelijk gunstig als het bloedvaten van tumoren zijn, maar het vormen van nieuwe bloedvaten is noodzakelijk voor het genezen van wonden en voor het functioneren van verschillende organen – om over het nut bij zwangerschap nog maar te zwijgen. Als de vorming van nieuwe bloedvaten volledig verhinderd zou worden, dan zouden we heel erg gauw dood gaan (Gaby 1995). Dit maakt het hoogst onwaarschijnlijk dat de stoffen die de vorming van bloedvaten voorkómen zonder gevaar in de bloedsomloop terecht kunnen komen.

Een tweede probleem is dat de gevonden stoffen eiwitten zijn en die worden in ons spijsverteringskanaal afgebroken. Lane probeert in Sharks Still Don’t Get Cancer de lezer er van te overtuigen dat dit voor de werkzame stof in haaienkraakbeenpoeder niet het geval is, maar bewijzen heeft hij niet. Ook het antwoord op het eerste probleem – hoe vindt de actieve stof alleen maar de tumoren en vermijdt zij de organen waarvoor de vorming van nieuwe bloedtoevoer essentieel is? – wordt niet afdoende beantwoord.

Haarlemmerolie

Al deze tegenwerpingen zouden er niets toe doen indien haaienkraakbeenpoeder inderdaad werkte. Per slot van rekening wisten we van het aspirientje ook bijna 100 jaar lang niet hoe het werkte, maar wel dát het werkte. Lane zelf denkt dat hij die bewijzen heeft, maar in Holistic Medicine, toch echt geen uitgave van de ‘gevestigde orde’, wordt zijn voornaamste pronkstuk, een onderzoek in Cuba, afgekraakt (Gaby 1995). Verhalen als: ‘Patiënt A had nog maar een half jaar te leven, begon haaienkraakbeenpoeder in te nemen, en leeft na 21 maanden nog steeds’, worden afgedaan als het soort ervaring dat iedere arts in haar praktijk vroeger of later tegenkomt, zelfs als de patiënt geen enkele verdere behandeling ondergaat. En dat komt bij kanker nu juist veel voor (NCAHF Newsletter 1996). Onderzoeken met een controlegroep zijn er niet. Er zijn alleen maar anekdotes en dan nog vaak van gevallen waarbij ook andere behandelingen, vaak zelfs de standaardbehandelingen, werden voortgezet.

Lane houdt er overigens rekening mee dat het haaienkraakbeen toch niet blijkt te helpen, want achterin de beide boekjes staan advertenties van nog een aantal soortgelijke manieren om kanker te genezen (waaronder onze nationale trots: het Moermandieet). In feite benadrukt hij in beide boeken dat patiënten die zijn haaienkraakbeenpoeder slikken de raadgevingen van hun artsen moeten blijven volgen. Hij benadrukt ook dat haaienkraakbeenpoeder niet giftig en zonder bijwerkingen is. Stoffen die deze twee eigenschappen hebben, vertonen heel vaak nog een derde eigenschap, namelijk onwerkzaamheid. Dan wordt er verder nog beweerd dat haaienkraakbeenpoeder zo ‘natuurlijk’ is. Wat er zo natuurlijk is aan het verwerking van kraakbeen tot poeder ontgaat mij echter. Daarbij wordt opgemerkt dat het gemaakt wordt van het kraakbeen van haaien die om andere redenen (haaienvinnensoep, haaiensteak) toch al gevangen werden.

Dit ‘afvalproduct’ wordt voor meer dan 300 dollar per kilo verkocht. (2) Dat het fabriceren en consumeren van haaienkraakbeenpoeder geen milieuvriendelijke onderneming is, wordt nog eens bevestigd door het Tropical Conservation News Bureau (1993). Volgens hen worden de haaien in het Caraïbisch gebied met ondergang bedreigd door de hoge prijzen die het door Dr. Lane gestichte Tecnologia del Tiburon de Costa Rica voor haaien betaalt. Een boot vol gewone vis levert 2000 dollar op, dezelfde hoeveelheid aan haaien 5000 dollar. Bovendien wordt er ook nog eens gevist rondom het natuurreservaat van Cocos Island en nog wel binnen de beschermde grens van 9 mijl.

De haai wordt niet alleen bedreigd in de Caraïbische zee, maar ook in Zuid-Oost-Azië (3). Een aantal soorten haaien komt voor op de lijst van bedreigde diersoorten. Haaien zijn zo kwetsbaar omdat ze levende jongen baren en dan ook nog maar één of twee per keer. Bovendien duurt het een jaar of twaalf voor ze geslachtsrijp zijn. In Zuid-Oost-Azië wordt de haai uiteraard gevangen voor zijn vinnen (haaienvinnensoep) maar ook voor medicijnen tegen oogaandoeningen en reumatiek. Dit aspect is ook aan Lane niet voorbij gegaan, want aan het einde van zijn eerste boek blijkt haaienkraakbeenpoeder ook al te helpen bij reumatiek, psoriasis en andere huidziekten, darmontstekingen, enz. Haaienkraakbeen begint dan op haarlemmerolie te lijken.

Schijt van de maand

Dit alles bracht de Duitse apotheker Dr. Gregor Huesmann in Marburg er toe om bij dit poedertje in zijn apotheek een bord te zetten met: ‘Der Scheiß des Monats – Präparate, die wir Ihnen nicht empfehlen können’. (Overigens wordt het in Duitsland, Nederland en de VS niet als medicijn verkocht, maar als ‘Nahrungsergänzungssmittel’, dus als voedingstoevoeging.) Medisana te Starnberg, de firma die Haifit, de merknaam van dit haaienkraakbeenpoeder, verkocht – het was hun enige artikel – beweerde dat de actie van Dr. Huesmann haar grote schade had toegebracht en eiste voor het gerecht een schadevergoeding van DM 300.000.

Haifit - 'Der Scheiß des Monats - Präparate, die wir Ihnen nicht empfehlen können'
Haifit – ‘Der Scheiß des Monats – Präparate, die wir Ihnen nicht empfehlen können’

De rechter keek bij zijn vraagstelling meer naar de wetten met betrekking tot eerlijke concurrentie dan naar de warenkeuringswet en de wetten over de verkoop van geneesmiddelen. Hoewel hij Huesmanns argument (Haifit is geen toegelaten medicijn) overnam, zag hij echter ‘keine durchschlagende Beweise’ om het product niet als voedingstoevoeging te accepteren (Huesmann had bepleit dat het begrip ‘voedingstoevoeging’ nauwkeurig omschreven en gereglementeerd moest worden). Ondertussen werd het Huesmann verboden om Haifit als ‘Scheiß’ ten toon te stellen, want dat werd als smaad beschouwd. Althans door het Oberlandesgericht München. De uitspraak over de schadevergoeding werd pas op 24 april 1997 gedaan. Het gerechtshof heeft de eis afgewezen. De deelstaatregering van Oberbayern heeft tegelijk met deze uitspraak de handel in Haifit stopgezet. (4) Het is dus gevaarlijk voor apothekers wanneer ze hun mening over haaienkraakbeenpoeder kort en bondig uiteenzetten, maar ook de verkopers van dit spul lopen een behoorlijk risico.

Volgens een recente brief van het NCAHF, de Amerikaanse zusterorganisatie van de Vereniging tegen de Kwakzalverij, heeft de heer Lane zijn fabriek waarin het haaienkraakbeen verwerkt werd, inmiddels verkocht (NCAHF Newsletter 1996). De nieuwe eigenaars noemen hem een kwakzalver en gaan het poeder verkopen als middel tegen reumatiek. Ook hier staat nog niet vast dat het inderdaad werkt, maar het is in ieder geval niet onmogelijk. Met anti-angiogenesis heeft hun toepassing in ieder geval niets te maken.

Literatuur

Beardsley, T. (1993) Sharks Do Get Cancer, Scientific American, oktober 1993, p.12,14.
Gaby, A.R. (1995), Counterpoint: Shark Cartilage Hype. Holistic Medicine, winter 1995, p.17-18.
Kava, R. (1995), Should There Be a Shark in Your Medicine Cabinet? Priorities 7 (2), p. 43-45.
Lane, W. en L. Comac (1992), Sharks Don’t Get Cancer. Garden City Park, NY.
idem (1996), Sharks Still Don’t Get Cancer. Garden City Park NY.
Shark Cartilage (1994), brochure van de National Council Against Health Fraud (NCAHF), Loma Linda, CA.
NCAHF Newsletter (1996), September/October, The Second Coming of Shark Cartilage.
Tropical Conservation News Bureau (1993), juni, Disputed Cancer ‘Cure’ spells disaster for Costa Rica’s Sharks, Tropical Conservation News Bureau, juni 1993.

Noten

1. de Volkskrant, 8 februari 1997.
2. Voor 225 gram haaienkraakbeenpoeder moet je in Nederland bij één merk ƒ 245,- betalen (wat de prijs van andere merken is weet ik niet). De aanbevolen hoeveelheid is één gram per kg lichaamsgewicht per dag, dus dat tikt lekker aan.
3. Bob Kroon, Haai gaat naar de haaien. Utrechts Nieuwsblad, 3 december 1996.
4. Skeptiker 1995 nr.4 en 1996 nr.3; Oberhessische Presse 26 april 1997, Pharmazeutische Zeitung 1 mei 1997 (vol. 142, nr. 8).

Uit: Skepter 10.2 (1997)

Marie Prins is elektrotechnisch ingenieur en oud-bestuurslid van Skepsis.