‘De werkelijkheid was veel erger…’

Opkomst en ondergang van Getuige X1

door Harald Merckelbach

In de eerste maanden van dit jaar was ‘Getuige X1’ voorpaginanieuws. Ze had het allemaal meegemaakt: de bende van Dutroux, de moorden, het netwerk van pedofielen inclusief vooraanstaande politici. De Belgische media gaven X1 alle ruimte. Achter haar ‘onthullingen’ echter ging een stapel psychiatrische en justitiële blunders schuil.

getuige-x1

Het waren het weekblad Humo en het dagblad De Morgen die X1 introduceerden aan het publiek. En dat publiek kon alleen maar huiveren om de nieuwe stroom ‘onthullingen’ over georganiseerd kindermisbruik, rituele babymoorden, snuff movies en Marc Dutroux. Over Dutroux wist X1 te vertellen dat hij samen met zijn compaan Nihoul al in het midden van de jaren ’80 als kindermoordenaar actief was. En dat in opdracht van baronnen, burgemeesters en hooggeplaatste politici. Want in het verhaal van de 27-jarige X1 was Dutroux maar een kleine jongen die als handlanger fungeerde van een goed georganiseerd netwerk van pedofielen. X1: ‘Dutroux was een accidentje. De werkelijkheid was veel erger, veel groter, veel gruwelijker.’

Humo en De Morgen presenteerden niet alleen het kale relaas van X1, maar bevalen het ook aan als een serieus te nemen getuigenis. Hoe anders kon X1 tijdens haar verhoor bij de rijkswacht de naam van een van Dutroux’ honden noemen? Die was alleen in kleine kring bekend. En hoe anders wist zij allerlei intieme details te vertellen over de moord op Christine van Hees en die op Katrien de Cuyper, zaken die zich respectievelijk in 1984 en 1991 afspeelden? X1 beweerde van beide moorden ooggetuige zijn geweest. Sterker nog, ze zou medeplichtig zijn. Over de moord op Christine van Hees zei ze: ‘Ze hebben Christine van Hees afgemaakt (..) Dutroux en Nihoul bonden haar op een speciale manier vast. Ik moest een mes in haar vagina steken (..). Uiteindelijk hebben ze haar verbrand.’ En over de moord op Katrien de Cuyper: ‘Ik vermoordde Katrien de Cuyper tijdens een seksfeest in een kasteeltje ten noorden van Antwerpen’.

Zowel de rijkswachters die haar ondervroegen als de journalisten die haar interviewden waren onder de indruk van de stelligheid waarmee X1 haar verhaal bracht. De Morgen: ‘Ze twijfelt niet. Met een morbide gemak noemt ze namen van vroegere klasvriendinnen die haar verhaal ten dele kunnen bevestigen (en dat doen ze ook), geeft ze geheime adressen op van notabelen (ze kloppen), beschrijft ze interieurs (ze kloppen)’. (1)

‘Zoals een hondje…’

Ook de Nederlandse pers besteedt in de eerste maanden van 1998 uitvoerig aandacht aan de getuigenis van X1. Zo neemt de Volkskrant het ‘ze-kloppen’-verhaal integraal over. En Sonja Barend interviewt X1 uitgebreid. In België is dan inmiddels een polemiek ontstaan tussen ‘gelovers’ en ‘niet-gelovers’, met name tussen diverse kranten. Het meest directe gevolg daarvan is dat X1 een lijvig nevendossier wordt in de zaak-Dutroux. Justitie ziet zich door alle commotie gedwongen om op ruime schaal speurwerk te verrichten en het onderzoek in allerlei door X1 genoemde, maar onopgeloste zaken te heropenen.

Wie is deze X1, of, zoals ze werkelijk heet: Regina Louf? In haar contacten met rijkswacht en pers maakt ze er geen geheim van dat ze aan een psychiatrische stoornis lijdt. Meer in het bijzonder zou ze de meervoudigepersoonlijkheidsstoornis (MPS) hebben. Maar dat past volgens sommige deskundigen weer perfect in het beeld van iemand die jarenlang seksueel misbruikt is. Eén van die deskundigen is de Leuvense hoogleraar kinderpsychiatrie Karel Pyck, die X1 opvoerde tijdens zijn colleges aan studenten.

Volgens X1 had ze aanvankelijk nauwelijks door hoe zwaar ze in haar jeugd was getraumatiseerd. Jarenlang verkeerde ze in de veronderstelling dat haar jeugd normaal was verlopen: ‘ik leek een perfect gelukkig kind’. Tot het moment dat ze, inmiddels bijna volwassen, iemand hoorde vertellen over de symptomen van kindermisbruik en zij zich realiseerde dat zij al die symptomen in ruime mate bezat. ‘Ik dook in de boeken om uit te zoeken wat er met me scheelde. In de Engelse literatuur vond ik Three Faces of Eve en When Rabbit Howls, toen de enige boeken over MPS (..)’. X1 stelde zich vervolgens onder behandeling van een psychotherapeute: ‘Ze gaf me een test waaruit bleek dat ik inderdaad MPS had. Toen kon ik eraan werken. Ik ben inmiddels bijna tien jaar in behandeling bij die therapeute. Ze heeft me enorm vooruit geholpen. Ik had ongeveer 169 alters (deelpersoonlijkheden, HM), met verschillende namen en leeftijden’.

Met hulp van haar psychotherapeute hervindt X1 haar jeugdherinneringen en ze ziet dan pas wat er allemaal is voorgevallen. Haar moeder en grootmoeder maakten deel uit van een crimineel netwerk dat vrouwen prostitueerde en vooraanstaande burgers chanteerde met kinderseks. Die kant ging het ook met X1 uit: ‘Voor je gebruikt wordt in zo’n netwerk, is er zoiets als een trainingsperiode: opleiding, conditionering. Zoals bij een hondje, hè: zitten, liggen, pootje geven. Wennen aan pijn (..). Ik was nog niet eens 1 jaar, en toch, als iemand met z’n vingers knipte, hield ik onmiddellijk op met huilen’.

‘Zeer ernstig…’

Als in de zomer van 1996 de televisie de eerste beelden uitzendt van Dutroux’ arrestatie krijgt X1 een aha-erlebnis. Ze meldt zich bij onderzoeksrechter (rechter-commissaris) Jean-Marc Connerotte die op dat moment de zaak Dutroux onder zijn beheer heeft. Connerotte sluist X1 door naar Patrick De Baets. Dit is een adjudant van de bijzondere opsporingsbrigade (BOB, de ‘recherche’) van de rijkswacht, waar hij een aantal overigens opmerkelijke successen heeft gescoord met fiscale fraude, wat hem de naam van onkreukbaar bezorgde. De Baets rechercheert de financiële kanten van de Dutroux-zaak. De Baets en zijn collega’s verhoren X1 langdurig. Ze worden echter door de Brusselse onderzoeksrechter Jean-Claude Van Espen van het onderzoek ontheven omdat zij op een niet-professionele wijze te werk zouden zijn gegaan bij het verhoren van X1. Het is in deze fase dat X1 naar de pers stapt en haar verhaal doet. Eerst anoniem, maar later met naam en toenaam.

Humo en De Morgen vrezen dat er sprake is van een doofpotoperatie. Uit het terzijde schuiven van De Baets en collega’s zou een ‘overdreven en verdacht krampachtig verlangen spreken om X1 over de hele lijn als mogelijke getuige ongeloofwaardig te maken’. De onderste steen moet boven, vinden beide bladen. Inmiddels is X1 door een college van Leuvense psychiaters onderzocht. Deze experts komen in hun kort verslag tot de conclusie dat X1 aan MPS lijdt en dat massief seksueel misbruik daarvoor verantwoordelijk is. Haar verklaringen dienen dan ook ‘zeer ernstig te worden genomen’, aldus de psychiaters. Wel maken ze enig voorbehoud bij de accuratesse van haar herinneringen. In heel voorzichtige bewoordingen leggen ze uit dat die mogelijk beïnvloed zijn door de lectuur van MPS-boeken, door de jarenlange psychotherapie en door de intensieve gesprekken met adjudant De Baets.

Het door de Leuvense psychiaters uitgebrachte Deskundig Verslag van Getuige X1 blijkt bij nadere beschouwing het werk van forensische amateurs. Het doet het voorkomen alsof MPS een courante diagnose is. Ook wekt het de indruk dat het tot het gevalideerde kennisbestand van de psychiatrie behoort om seksueel misbruik als oorzaak van MPS te zien. In feite gaat het hier om een van de meest problematische uithoeken van de psychiatrie waar een vakinhoudelijke consensus totaal afwezig is. Het zou hoogst relevant zijn geweest om te weten of X1 tot het slag mensen behoort dat uitermate suggestibel is of dat neigt tot fantasterij (fantasy proneness). Dat geldt des te meer omdat uit de literatuur (zie bijvoorbeeld Multiple identities and false memories van Nikolas Spanos, verschenen in 1996 bij de American Psychological Association) bekend is dat de toch al discutabele diagnose MPS nog al eens wordt aangetroffen bij suggestibele en fantasierijke personen.

Er bestaan psychologische tests waarmee deze voor de betrouwbaarheid van ooggetuigen potentieel fatale eigenschappen in kaart te brengen zijn. De Leuvense experts bedienden zich daar niet van, maar beperkten zich tot een indringend gesprek met X1, een gesprek dat ze gewichtig aanduidden als ‘klinisch-psychiatrisch onderzoek’. Onthutsend is ook dat het rapport niet uitlegt dat de gearticuleerde herinneringen van X1 aan haar eerste levensmaanden onmogelijk zijn. In de geheugenliteratuur spreekt men van ‘infantiele amnesie’: de totale afwezigheid van betrouwbare herinneringen aan de vroege levensjaren. Wie, zoals X1, met grote stelligheid verhalen opdist over die periode, confabuleert.

Evidente fouten

Het belangrijkste verwijt dat de Leuvense experts te maken valt is dat zij niet onmiddellijk de verhoorsessies van De Baets met X1 grondig onderzochten. Die verhoren werden op video vastgelegd en waren daarmee toegankelijk voor nadere analyse. Dat ze analyse verdienen is duidelijk. Het verhoor dat De Baets met X1 had in de nacht van 13 op 14 november 1996 – en waarvan delen werden gepubliceerd door De Morgen, 2 mei 1998 – duurde bijvoorbeeld van 22.55 uur tot 6.55 uur. In dat verhoor spreekt De Baets de deelpersoonlijkheden Kelly en Hoop van X1 aan. Die zouden getuige zijn geweest van de moord op Christine van Hees. Er worden X1 tien portretten (P) getoond, waaronder het portret van Christine. Of ze de goede willen aanwijzen :

V : Mijn collega zal de map doorbladeren en u zegt ja.
X1: Niks, alstublieft, oh.
V : We kunnen het samen doen.
X1: Het enige dat ik weet is dat ik vanaf vandaag zal moeten beginnen vechten met mijn persoonlijkheden. Ik kan het niet.
V : Probeer het.
X1: Ik kan het niet.
V : Laat iemand anders het proberen. Help ons (..).
V : Doe een laatste inspanning en wijs ze aan.
X1: P10. Wat?
V : Ik weet het niet. Wat hebt u gezegd?
X1: Heeft u het niet gehoord? P10. Mag ik nu naar huis?

Portret 10 is de verkeerde foto, maar toch schrijven De Baets en collega’s later in hun proces-verbaal dat X1 de goede foto herkende. X1, of beter haar alters, zouden bij het portret van Christine aanvankelijk ‘paniekerig’ hebben gereageerd. Er was in de optiek van De Baets derhalve sprake van, zeg maar, ‘non-verbale’ herkenning. Hoe het ook zij, de van huis uit fiscaal-rechercheur overtrad elementaire regels die bij het verhoor in acht moeten worden genomen. Het verhoor van X1 was niet alleen onverantwoord lang, maar speelde zich ook ’s nachts af. Bovendien toonde De Baets zich niet tevreden met foute of terughoudende antwoorden van X1. Vragen werden dan herhaald zodat X1 een nieuwe gok kon wagen. Verder overinterpreteerde hij het gedrag van X1: evident foute herkenningen werden goede herkenningen door selectief op het non-verbale gedrag van X1 te letten.

Maanden extra speurwerk van onderzoeksrechter Paule Somers naar de dwarsverbanden tussen X1, Christine van Hees en Dutroux laat weinig heel van de getuigenverklaringen van X1. Zo weet Somers de hand te leggen op de presentielijsten van de school die X1 bezocht ten tijde van moord op Christine van Hees. Daaruit blijkt dat X1 die dag gewoon in de schoolbanken zat. En het is al even droevig gesteld met X1’s verhaal over de moord op Katrien de Cuyper. Die moord situeert X1 acht maanden te vroeg en bij haar beschrijving van het kasteel waar de moord zou hebben plaatsgevonden maakt ze kapitale fouten.

Blijft staan dat volgens de processen-verbaal van De Baets X1 een aantal zeer intieme details over in elk geval de moord op Christine wist te vertellen. Maar die processen-verbaal zijn nu zelf object van strafrechtelijk onderzoek geworden. En wel omdat men vermoedt dat De Baets en de zijnen X1 met die details hebben gevoed om zo haar getuigenis beter te laten uitkomen.

Exit X1 als betrouwbare getuige dus. Als de parketten van Antwerpen en Brussel echter eind april tijdens een persconferentie melden dat X1 is afgeschreven als getuige, wordt dat nieuws overschaduwd door artikelen over de ontsnapping van Dutroux. Een merkwaardige asymmetrie in de berichtgeving is het gevolg. Onthullingen over complotten van hooggeplaatste kindermoordenaars doen het nu eenmaal beter dan artikelen waarin dat soort primeurs weer worden afgeschoten.

Baron en consul

Niet vergeten mag worden dat de Dutroux-zaak voor de pers een blessing in disguise is: er waren dagen bij dat alleen al in Wallonië onthullingen in de Dutroux-zaak vijftigduizend extra verkochte kranten opleverden. Heel wat keren bleken die onthullingen later pure verzinsels te zijn. Zo speelde zich precies een jaar voor de zaak X1 het drama rond de vice-premier Elio Di Rupo af. Via de door onderzoeksrechter Connerotte geïnstalleerde ‘groene telefoonlijn’ meldde zich de 22-jarige Olivier Trusnach die pikante, maar ook zeer belastende verhalen wist te vertellen over het liefdesleven van de vice-premier. Di Rupo zou Trusnach hebben misbruikt toen hij – Trusnach – vijftien was. Binnen de kortste keren portretteerde de pers Di Rupo als een pedofiel en eiste men zijn aftreden (later bleek dat Trusnach over zijn leeftijd gelogen had, en onder druk van de gerechtelijke politie valse verklaringen had afgelegd). Trusnach werd vervolgens ontmaskerd als een harde fantast die zich eerder al als baron en als consul van de Seychellen had uitgegeven; hij noemde zich ook hertog van Mecklenburg-Schwerin.

In de jacht op primeurs speelt De Morgen een prominente rol. Binnen enkele weken na de arrestatie van Dutroux in de zomer van 1996 kwam het blad met uitgebreide artikelen over satanisch ritueel misbruik. De Dutroux-zaak fungeerde daarbij als springplank voor bizarre verhalen over internationaal opererende satansbendes die zich te buiten zouden gaan aan kannibalisme, illegale abortussen en andere gruwelijkheden. (Zie bijvoorbeeld de bijdrage van K. van den Broeck, ‘Wie gelooft de kinderen van Satan’, in het nummer van 7 september 1996.)

Vaak ging het om verhalen van patiënten die pas onder invloed van hypnose tot de ontdekking kwamen dat ze het slachtoffer waren van zulke bendes. Er kwamen ook psychotherapeuten aan het woord die uitlegden waarom dat zo in zijn werk ging. ‘In dit soort gevallen is hypnose een mogelijkheid om kontakt te krijgen met de persoonlijkheid waarin alle gruwelijke herinneringen opgeslagen liggen’, vertelt bijvoorbeeld therapeut Vanmarcke. En hij voegt er aan toe dat het lang duurt vooraleer ‘slachoffers van dergelijk misbruik echt gaan beseffen wat hen overkomen is’.

Justitie werd zo aangemoedigd om te speuren naar de connecties tussen Dutroux en satanische netwerken, ook al omdat professor Pyck dat dringend adviseerde. Het speurwerk leverde uiteindelijk niets tastbaars op. Die uitkomst viel van meet af aan te verwachten. Lang voor de Dutroux-zaak was satanisch ritueel misbruik een thema in het Verenigd Koninkrijk, de VS, maar ook Nederland. In al die landen werden commissies aan het werk gezet die het fenomeen moesten onderzoeken en steeds luidde de finale conclusie dat er geen enkel forensisch bewijs bestaat voor satanische netwerken. Wél viel op dat verhalen over satanisch ritueel misbruik telkens uit de koker kwamen van een kleine, maar zeer luidruchtige groep van therapeuten die cursussen over het thema volgden en suggestieve technieken (hypnose) bij hun patiënten aanwendden.

Rechts-radicaal complot

Aan die wetenschap gingen Pyck, de journalisten van De Morgen en de justitie voorbij. Al in een vroeg stadium werden zo de geesten dus rijp gemaakt voor de klucht rond X1. Opvallend is dat enkele hoofdrolspelers in die klucht oudgedienden zijn. Humo, De Morgen en Pyck figureren ook in de zaak van Notaris X, een zaak die begon in 1983 met een ogenschijnlijk eenvoudige echtscheiding tussen Notaris X en zijn vrouw. Daarbij kreeg de moeder de voogdij over de kinderen Wim en Jan, terwijl Notaris X bezoekrecht had. Kort na deze regeling diende de vrouw een aanklacht in wegens seksueel misbruik van Wim en Jan door hun vader. De aanklacht groeide in de loop der tijd en uiteindelijk kwam het erop neer dat Notaris X lid zou zijn van een extreem-rechts netwerk dat kinderen op rituele wijze maltraiteert. De plek des onheils wordt door Jan aangeduid als de Salsa-Parilla-kamer.

Vele strafrechtelijke procedures tegen Notaris X volgden; telkens werd hij vrijgesproken; telkens ook ontnam de rechtbank de moeder de voogdij en wijst die in het belang van de kinderen aan de vader toe. Dat de moeder evenzogoed doorging met het aanspannen van procedures en verspreiden van verhalen over satanisch ritueel misbruik waaraan haar ex-man zich schuldig zou maken hield nauw verband met de hulp die zij krijgt van De Morgen en professor Pyck.

De Belgische journalist Paul Koeck laat in zijn boek Notaris X (uitg. Kritak, 1990) zien dat De Morgen aanzette tot een waar volksgericht, onder andere door een solidariteitsoproep te plaatsen van het ‘Komitee Wim en Jan’. Sympathisanten van dat comité belaagden Notaris X en verspreidden affiches met zijn naam. De Antwerpse politie greep in en verwijderde de affiches, wat hen in De Morgen op het verwijt van partijdigheid kwam te staan. Het idee dat er een rechts-radicaal complot gaande was dat de rechtsgang obstrueerde was in die dagen een favoriet thema in deze krant.

En dan de bijdrage van professor Pyck. Hij benoemde zichzelf tot expert in de zaak en op verzoek van de moeder interviewde hij de destijds zesjarige Jan. Dat ging bijvoorbeeld zo:

P: Vroeger zijn er ook dingen gebeurd die minder prettig waren, eh?
J: Ja.
P: Weet je dat nog?
J: Neen.
P: Zijt ge het al vergeten?
J: Ja.
P: Ja. Wat weet ge er nog van?
J: Niets.
P: Niets?
[…]
P: Ik denk niet dat je ze allemaal vergeten bent, die dingen van vroeger. Misschien wel iets dat je liever vergeet, eh?
J: Ik ben het allemaal vergeten.
P: Dat was toen gij met uw papa naar boven moest.
J: Ja.
P: Deed hij jullie dan pijn ook?
J: Ja. Ik zal eens zeggen wat hij deze keer gedaan heeft, eh.
P: Ja.
J: Bij mij heeft hij piet in de poep gestoken en dan hier gebokst (wijst op zijn zij) en piet in mijn mond ook.

Pyck raakt op grond van dergelijke interviews er ‘100 procent’ van overtuigd dat de aanklacht van de moeder waar is en hij belt herhaaldelijk de rijkswacht om hen er toe aan te sporen de ‘vluchtgevaarlijke’ Notaris X te arresteren. Maar het verhoren van kinderen is een kunst apart. Dat van Pyck heeft in elk geval grote verdienste voor de psychologische vakliteratuur omdat nergens in zo’n gecondenseerde vorm zoveel fouten zijn aan te treffen: ontkennende antwoorden worden niet geaccepteerd, vragen worden herhaald zodat het kind het gevoel krijgt dat het een ander antwoord moet geven en aan de lopende band worden suggestieve wenken gegeven. (2)

Het ‘piet in de poep’ verhaal van Jan duikt telkens in stereotype vorm op als zijn moeder of een van haar sympathisanten hem onderhoudt over Notaris X. In de afwezigheid van zijn moeder en tegenover onafhankelijke experts herhaalt Jan voortdurend dat hij het verhaal op aandrang van zijn moeder vertelt, maar dat het natuurlijk niet waar is. Het raadsel van de Salsa-Parilla-kamer wordt ten slotte ook opgelost. Terwijl de moeder en professor Pyck peinzen over de satanische connotaties van het woord, blijkt het te komen uit Jans lectuur: De Smurfen en de Krwakakrwa. Salsaparilla is zoals bekend het lievelingsvoedsel van de Smurfen.

Othello-effect

De Morgen en professor Pyck trekken geen lering uit het debacle rond Notaris X, want in het geval van getuige X1 maken ze precies dezelfde blunders. Ook dan weer verspreiden ze op basis van slechte verhoren en in de totale afwezigheid van bewijsmateriaal complottheorieën over satanische netwerken. De schade die daarmee wordt aangericht treft natuurlijk direct de beschuldigden; Notaris X, de ouders van getuige X1, maar ook hooggeplaatsten die deel uit zouden maken van het netwerk. De sociaal-psychologische literatuur leert dat voor hen een volledige rehabilitatie er nooit meer inzit, simpelweg omdat het publiek weinig ontvankelijk is voor rectificaties.

De schade die wordt aangericht heeft ook een maatschappelijke dimensie. Wie lezers aanmoedigt om vooral te denken in termen van complottheorieën leert hen dat falsificaties niet bestaan en dat opponenten deel uit maken van het netwerk. De paranoia wordt tot argument verheven. In die stijl van redeneren is ontbrekend bewijsmateriaal het gevolg van een doofpotoperatie, krijgen knulligheden in het opsporingswerk een diepere betekenis, en zijn hooggeplaatste magistraten die corrigerend ingrijpen medeplichtig. Het resultaat is een nooit meer weg te nemen wantrouwen ten opzichte van het justitieapparaat. Dat ziet zich op haar beurt gedwongen om allerlei dwaalsporen te volgen en zo stagneert het voor de rechter brengen van echte criminelen als Dutroux.

Voor de psychologie is X1 een levendige illustratie van een aantal bekende fenomenen. Om te beginnen het verschijnsel dat bij elke opzienbarende misdaad er altijd wel mensen zijn die zich als getuige of dader bij de rijkswacht melden terwijl ze feitelijk niets met de zaak te maken hebben. (Een verschijnsel dat in de jaren ’30 voor het eerst goed beschreven werd in verband met de ontvoering van het zoontje van de beroemde vliegenier Charles Lindbergh; tweehonderd mensen meldden zich toen spontaan als dader.)

Veelal gaat het bij dit soort spontane bekentenissen om mensen die ofwel behoorlijk in de war zijn, ofwel een graantje willen meepikken van de publiciteit. Hun bekentenissen vallen dan ook snel door de mand. Anders wordt het als er sprake is van iemand die op gedecideerde toon een gedetailleerd verhaal vertelt met veel ‘omdat’ en ‘daarom’. Dan kan een fenomeen optreden dat door cognitief psycholoog Massimo Piatelli-Palmarini in zijn boek Onvermijdelijke illusies (Het Spectrum, 1996) het ‘Othello-effect’ werd gedoopt: niemand acht het geloofwaardig dat de VS binnen afzienbare tijd Polen binnenvallen. Krijgen proefpersonen echter een scenario voorgelegd waarin meer realistische elementen voorafgaan aan deze fictieve gebeurtenis (een Amerikaans vliegtuig wordt neergehaald boven Irak; de VS beginnen een tweede Golfoorlog; nationalisten in Rusland grijpen de gelegenheid aan om anti-Amerikaanse propaganda te verspreiden, komen aan de macht en bedreigen Polen) dan schatten ze de kans op zo’n gebeurtenis aanmerkelijk hoger in.

In het verhaal van X1 fungeerden Dutroux en de moorden op Christine van Hees en Katrien de Cuyper als realistische verbindingsschakels tussen autobiografische fictie. De Morgen en Pyck lieten zich vervolgens inpakken door het Othello-effect.

Hun reactie op de ondergang van X1 was echter zeer verschillend. De Morgen is nauwelijks meer op de kwestie teruggekomen. Pyck heeft een open brief aan de minister gestuurd waarin hij aandringt op onpartijdig en vooral deskundig onderzoek naar de getuigenis van X1.

Adjudant Patrick De Baets en zijn collega wachtmeester Aimé Bille zijn op 4 juni verwijderd uit de bijzondere opsporingsbrigade van de rijkswacht. Er loopt tegen hen een disciplinair onderzoek naar de wijze waarop ze de zaak X1 hebben behandeld. Ze ontkennen dat ze feiten hebben verdraaid.

Noten

1. De uitspraken van X1 komen uit de volgende perspublicaties:
Bulte, A., en D. de Coninck, Dutroux – twaalf jaar eerder. De Morgen/de Volkskrant, 10 januari 1998.
Ilegems, D., en R. Sauviller, Humo sprak met X1. Humo, 13 januari 1998.
Waroux, H., Regina Louf probeert te leven met de gevolgen van seksueel misbruik. Flair, 10 februari 1998.

2. (noot van de redactie) Volgens betrouwbare bronnen werd het professor Pyck in verband met zijn rol in de kwestie van Notaris X niet meer toegestaan patiëntjes te behandelen in het academisch ziekenhuis. Sindsdien houdt hij zich veel bezig met het verschijnsel van twijfel bij bizarre zedenschandalen zoals dat van Oude Pekela.

De vreemde inspiraties van de X’en

(Aanvulling door Tim Trachet)

Volgens recente informatie uit Knack werd X1 bij De Baets aangebracht door iemand die haar had leren kennen in de Gentse zelfhulpgroep ‘Tegen haar wil’, waarin Regina Louf actief was. Deze groep was onder meer opgericht ‘om aan de problematiek rond seksueel geweld ruchtbaarheid te geven’, maar was meteen ook – volgens een insider – ‘een broedkamer van geruchten’.

Patrick De Baets leerde X1 kennen rond september 1996 (haar eerste ondervraging vond pas eind oktober plaats). Hij hoorde toen op de televisie de opvattingen van de voormalige verpleger Dirk Vanmarcke over meervoudigepersoonlijkheidsstoornis (MPS). Vanmarcke is nu zelfstandig psychotherapeut, waarbij hij traumatische ervaringen van patiënten aan een of meerdere van hun alters toeschrijft. Bovendien is hij, zoals zovelen in het MPS-wereldje, overtuigd van het bestaan van satanische netwerken (in december 1996 verklaarde Vanmarcke dat België op het punt staat ‘om dit als eerste land te bewijzen’). De rijkswachtadjudant ging hem regelmatig opzoeken, kwam blijkbaar in de ban van zijn uitleg en uiteindelijk werd Vanmarcke als ‘ervaringsdeskundige’ zelf bij de ondervragingen van X1 en X4 betrokken. De onwezenlijke banden tussen de getuigen en een aantal onopgeloste moorden lijken door hem te zijn geïnspireerd.

In totaal zijn er vier ‘X-getuigen’ geregistreerd, jonge vrouwen die met vreselijke verhalen aankwamen na het losbarsten van de zaak-Dutroux in augustus 1996. Een eerste dergelijk geval dateert overigens al van juni van dat jaar. Nathalie, een psychiatrische patiënte die al een hele tijd de politie kwam vervelen met verwarde gruwelverhalen, werd toen uiteindelijk toch ernstig genomen, mede onder druk van de bekende (en in tussen in opspraak geraakte) kinderrechtenactiviste Marie-France Botte. Botte beweerde kort na de arrestatie van Dutroux als eerste dat er in België goedgeorganiseerde netwerken bestaan die op hoge bescherming kunnen rekenen. Opvallend is dat alleen X3 tijdens haar ondervraging haar verhaal niet aandikte. Haar ondervragers geloofden haar niet en moedigden haar niet aan, wat bij Nathalie en de andere X’en wel het geval was.

X4 (haar identiteit is niet bekendgemaakt) ontvluchtte het ouderlijke huis op haar zestiende en behoorde een tijdje tot het Leger des Heils en later tot een Pinkstergemeente, waar ze blijkbaar onder de indruk kwam van de rol van Satan in de wereld.

De gelijkenis tussen X1 en de eveneens door De Baets ondervraagde X4 is treffend, waarbij opvalt dat de gelijkaardige onthullingen van X4 kwamen nadat X1 erover had gesproken. Zo wees X4 een hotel in de chique badplaats Knokke aan als een plaats van gruwelijke seksfuiven, nadat X1 over hetzelfde hotel had gesproken (overigens klopte X1’s beschrijving van het hotel niet). Net als Nathalie en X1 wees X4 een plaatselijke burgemeester en een oud-premier aan kinderbeulen. Ze herkende ook de aanwezigheid van een prins, waarover Nathalie ook al had gesproken.

X4 vertelde bovendien hoe ze de dijen van kleine kinderen moest ontwrichten om de verkrachters makkelijker te maken, een ritueel dat vanop een preekstoel werd geleid. Ze heeft ook beweerd dat ze tijdens het laatste pausbezoek aan België persoonlijk door Zijne Heiligheid is verkracht, maar dat durfde ze tijdens haar verhoor op band niet te herhalen, ‘omwille van de macht van Opus Dei’. X4 herkende Nathalie als slachtoffer van het netwerk… maar had eerder een video-opname van haar gezien. X4 is nu zelf bij Vanmarcke in de leer om ‘ervaringsdeskundige’ te worden. Ze wil bezinningsdagen organiseren over sekten, seksualiteit en de relatie ouders-kinderen. Ze zou deze zomer met Pyck deelnemen aan een congres in de VS.

Uit: Skepter 11.2 (1998)

Harald Merckelbach is hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Maastricht en lid van het Comité van Aanbeveling van Skepsis