In 2014 diende de firma Xlens een klacht in tegen onderstaand artikel (uit 2005); er zou nieuw bewijs zijn waardoor het achterhaald zou zijn. In De woorden door een gekleurde bril (Skepter 27.2, 2015) wordt dat nieuwe bewijs tegen het licht gehouden en allerminst overtuigend bevonden.

Een gekleurde kijk

Peperdure brillen tegen dyslexie

door Leen van der Linden

Deze maand ligt een bril tegen dyslexie in de schappen. De Vereniging voor dyslectische mensen Woortblind ziet er niets in. Er is geen wetenschappelijk bewijs dat de bril echt helpt.

Dyslexie (Grieks: slecht-woord) of woordblindheid is een aangeboren probleem en een gevolg van afwijkingen in de taalcentra van de hersenen. (1) Het gaat om het gebied in de hersenen dat het gesproken woord koppelt aan letters. Naar schatting heeft vier van de vijf kinderen met een leerstoornis dyslexie. Internationaal gezien heeft tussen de vijf en tien procent van de bevolking een bepaalde mate van dyslexie. In Nederland heeft ongeveer drie procent der leerlingen zo ernstige dyslexie dat er specialistische hulp geboden is. (2) Door training kan een dyslecticus omgaan met deze handicap maar het zal nooit verdwijnen.

In Nederland worden vele alternatieve behandelingen aangeboden. Voorbeelden daarvan zijn: (3)

  • Motorische en sensomotorische therapieën gericht op het laten samenwerken van de beide hersenhelften.
  • Training van de ogen en het gebruik van speciale (gekleurde of prismatische) brillen gericht op het verbeteren van de visuele waarneming.
  • Beelddenken. Behandelingen die op deze ideeën zijn gebaseerd, hebben vooral een therapeutische waarde. Ze kunnen er toe leiden dat het kind zich wat beter voelt, vooral vanwege de aandacht die het krijgt.
  • Medicijnen en leerpillen.
  • Een speciaal dieet. Daar is in de jaren 1980 in Amerika veel ervaring mee opgedaan.
  • Energievrijmakende therapieën.
  • Vervorming van de moederstem alsof het kind nog in de baarmoeder zit (de Franse methode).
  • Ionisatie.
  • Visolietabletten.
  • Neuropsychologische functietraining. Deze methode is erop gericht om minder goed functionerende psychologische functies zoals waarneming of taalverwerking te versterken.
  • De Tomatismethode, die veronderstelt dat snelle auditieve verwerking de onderliggende oorzaak voor de fonologische problemen bij dyslectische kinderen is.

Geen van deze alternatieve behandelingen is tot nu toe effectief gebleken. Soms is er wel sprake van een minimale vooruitgang. Het is echter maar de vraag of dat een gevolg van de behandeling is. Er kunnen namelijk andere redenen zijn waarom een kind iets vooruit gaat met lezen en spellen. Het kind gaat tegelijkertijd ook naar school, dus het is logisch dat er wat vooruitgang is. Door alle aandacht die het kind van de vriendelijke behandelaar krijgt, kan het zich ook prettiger gaan voelen. Dat heeft zeker ook enig effect op het leren.

Complottheorie

Kinderen met dyslexie zouden dus beter lezen door het dragen van een gele of blauwe bril. Dit stelt de Britse professor John F. Stein, die zich al bijna 25 jaar bezighoudt met onderzoek naar dyslexie. Stein stelt dat voor tweederde van de dyslectische mensen het probleem wordt veroorzaakt door een overgevoeligheid voor bepaalde kleuren die in het normale licht voorkomen. Deze visuele handicap kan volgens hem worden opgelost door het dragen van een gele of blauwe bril.

De hersenen, in het bijzonder het magnocellulaire systeem, zouden door dit licht gehinderd worden, waardoor de beweging van de ogen, de samenwerking tussen beide ogen en de accomodatie niet goed verlopen, met als gevolg dat de kinderen slechter zien. (4) Blauwe filters laten geen geel licht door en gele filters geen blauw licht. Bij sommige kinderen is blauw licht slecht voor bepaalde zenuwcellen en bij andere kinderen geldt dat juist voor geel licht. Met blauwe of gele filters kan het magnocellulaire systeem beter werken, en ontstaat een stabieler beeld omdat de oogbewegingen beter onder controle zijn. Kinderen ervaren de letters dan als rustiger en hun leesbeeld wordt stabieler. Stein ziet dyslexie daarom vooral als een visueel probleem.

In Engeland wordt deze kleurentheorie al jaren toegepast. In Oxford bijvoorbeeld sturen scholen dyslectische kinderen door naar de kliniek van professor Stein. Daar wordt getest of die kinderen wel goed kunnen zien. De rest van de wetenschappelijke wereld twijfelt sterk aan deze kleurentheorie. Die beschouwt dyslexie als een hersenafwijking en niet als een visueel probleem.

Stein is van mening dat er andere redenen zijn waarom zijn theorie niet geloofd wordt. Hij stelt dat zijn theorie dat oogafwijkingen een rol spelen, tegen veel gevestigde belangen ingaat. Naar zijn mening wordt te veel geld en tijd gestoken in een aanpak gebaseerd op woordklanken.

De mensen die daarmee hun brood verdienen verzetten zich volgens Stein tegen zijn alternatieve behandelwijze. Dit lijkt meer op een complottheorie dan het overtuigen op basis van wetenschappelijke bevindingen. Overigens is Stein niet van mening dat zijn therapie de dyslexie geneest. Het helpt bij sommige oogafwijkingen die vele dyslectische kinderen hebben, verhoogt hun leesvaardigheid en als het toch niet mocht helpen, zo stelt Stein, is het in ieder geval niet schadelijk.

Of je het nu gelooft of niet, of het nu bewezen is of niet, de brilletjes van Stein kosten amper een euro per stuk. Daarvan zouden ouders nog kunnen denken: ‘We proberen het voor ons kind en misschien leest het prettiger.’ De commercie is er echter bovenop gedoken en binnenkort komt een brillenketen met gekleurde brillen die maar liefst 500 euro moeten kosten zonder ook maar enige wetenschappelijke ondersteuning.

Brillen in alle kleuren

Stein is een van de weinige specialisten die vast blijft houden aan de kleurentheorie. Hij heeft wel iets van wetenschappelijk bewijs, maar dat is een enkele proef met een klein aantal leerlingen, waarover later meer. Bovendien is er nog een concurrerende kleurentheorie, die beweert dat het grote contrast tussen zwart en wit bij sommige dyslectici een te krachtige stimulus produceert, en dat elke gekleurde bril voor deze personen werkt, evenals een doorzichtig gekleurd velletje plastic dat men over een tekst kan leggen.

Dyslexie is geen vage aandoening. Al honderd jaar weten we wat dyslexie is, althans, hoe dyslexie zich uit in de vaardigheden lezen en spellen. Ook al is er nog wat discussie op bepaalde vlakken, er is consensus over de grote lijnen van oorzaak, erfelijkheid en de wijze waarop dyslexie zich ontwikkelt. Dat geldt ook voor de behandeling.

Er zijn echter geen snelle oplossingen. Maar we weten inmiddels wel heel veel over preventie en behandeling. Steeds meer kinderen kunnen vroegtijdig worden geholpen, zodat er geen hardnekkige stoornis ontstaat. Voor de ernstigste gevallen duurt de behandeling een tot twee jaar, en bestaat uit wekelijkse sessies van drie kwartier. Als je dat kunt voorkomen door een bril te kopen dan is dat natuurlijk een aantrekkelijk alternatief.

Bezorgde ouders die constateren dat hun kind achterblijft op school vragen natuurlijk het oordeel van de school, maar ouders plegen zich sneller zorgen te maken dan de meeste onderwijskrachten. Ingrijpen willen ze, en wel meteen. Een bril die het kind vrijwel meteen van de dyslexie af zou kunnen helpen, hoeveel geld dat dan ook mag kosten, helpt je van veel zorgen af. Het is een weg die veel ouders dan ook kiezen.

Een gekleurde bril is op zich (misschien) niet schadelijk, maar kost een hoop. Door Xlens™ worden gekleurde brillen op de markt gebracht die 595 euro kosten exclusief montuur en nog 50 euro meer als contactlens. Dat is nogal duur voor een ‘baat het niet, het schaadt ook niet’-therapie, want de schade aan de portemonnee is in elk geval aanzienlijk. Xlens™ verwijst naar het onderzoek van Stein (dus met goedkope gele brilletjes) en geeft verder niet onderbouwde cijfers van het goede resultaat van gekleurde brillen. Xlens™ gaat duidelijk aan de loop met de theorie van Stein. Zij bieden namelijk niet alleen gele en blauwe brillen aan maar ook groene, roze, rode en paarse.

Uiteraard kan een kind ook emotionele schade oplopen. Het hoort de belofte van verbetering, en als het peperdure ding dan niet of nauwelijks werkt, geeft dat een grote teleurstelling. Voor dergelijke hulpmiddelen geldt hetzelfde als voor andere behandelingen: eerst bewijzen, dan verkopen.

Xlens™ beweert dat het gebruik van gekleurde brillen wordt aanbevolen door de British Dyslexic Association. Dat blijkt, bij navraag, helemaal niet juist te zijn. Op de website van deze organisatie vindt men een korte bespreking van diverse kleurentheorieën. Verder stelt Xlens™ dat ook de American Dyslexic Association het gebruik van de brillen aanbeveelt. Deze organisatie heeft geen eigen website en schijnt een privéonderneming te zijn van een zekere dokter Ljubo Skrbic uit Hollywood, die ook nog een systeem voor de verbetering van geheugens van medische studenten in de aanbieding heeft. Er is ook een American Dyslexia Association waarover nog minder informatie te vinden is, wellicht een spelfout. De grote Amerikaanse organisatie die de belangen van onder meer dyslectici behartigt heet Learning Disabilities Association of America.

Vroeger is beter

Steins wetenschappelijke bewijs is een probleem. (5) Het is niet goed te beoordelen of zijn onderzoek goed is uitgevoerd en voldoet aan alle criteria. Van 38 kinderen kreeg waarschijnlijk de helft een ‘placebo’, namelijk een bril die het gezichtsveld tot een sleufje beperkte. Problemen die voortvloeien uit het feit dat de kinderen natuurlijk heel goed wisten in welk van de twee onderzoekgroepen ze zaten, werden genegeerd. Ook is het niet duidelijk of er niet speciaal kinderen waren geselecteerd die behalve moeilijkheden met lezen een visueel probleem hadden. Over de effecten op lange termijn is geen informatie. De bevindingen van dit onderzoek zijn nu gelegd naast de bevindingen van een onderzoek naar 350 leerlingen rondom Oxford. Die lijken overeen te komen, maar de conclusies die daaruit worden getrokken gaan niet verder dan dat het gebruik van gekleurde brillen mogelijkerwijs kan helpen.

Het wetenschappelijke bewijs dat tegenover de theorie van Stein staat is omvangrijk. Het psychologisch onderzoek van de laatste dertig jaar heeft ondubbelzinnig aangetoond dat dyslexie een taalprobleem is. (6) Dyslexie is niet het gevolg van een vertraagde ontwikkeling, het is een chronische conditie. Het is de meest voorkomende en best onderzochte leerstoornis en waarschijnlijk ook de meest voorkomende neurologisch en chromosomaal aanwijsbare afwijking. (7) Uit taalpsychologisch onderzoek is duidelijk geworden dat de taalproblemen bij dyslectici vooral te maken hebben met hoe de hersenen taalklanken verwerken. Dyslexie komt daarom niet alleen tot uiting in het lezen en spellen, maar in alle taalactiviteiten.

Het onderzoek naar de effectiviteit van behandelingen van lees- en spellingproblemen geeft aan dat adequate, directe lees- en spellinginstructie de beste resultaten oplevert. (8) Hoe vroeger de behandeling begint, des te beter.

Hoewel de ogen nodig zijn voor de visuele registratie, hangt de waarneming af van de interpretatie van die visuele stimuli door de hersenen. Bij kinderen met dyslexie worden even weinig perifere oogafwijkingen gevonden als bij niet-dyslectische kinderen. Er is geen wetenschappelijke ondersteuning om in geval van dyslexie visuele training in de vorm van oogspieroefeningen, volgoefeningen, bifocale of prismatische brillen, brillen met gekleurde lenzen, training van de neurologische organisatie, evenwicht- of coördinatietraining of welke visuele, visueel-motorische of sensomotorische training dan ook voor te schrijven. (9) Elke visuele of sensomotorische training bij een kind dat primair dyslectisch is, geeft een vals gevoel van zekerheid dat ertoe kan leiden dat er niet of later wordt begonnen met een adequate training van het lezen en spellen. Elk uitstel van een effectieve behandeling is nadelig voor het kind, dus gekleurde brillen en wat dies meer zij kunnen, nog afgezien van financiële en emotionele schade, het kind levenslang op achterstand zetten.

De vooruitgang met lezen en spellen die met een dergelijk visuele of visueel-motorische training in verband wordt gebracht, is vrijwel altijd het gevolg van gelijktijdige remediërende hulp of van placebo-effecten. Wetenschappelijk onderzoek dat het tegendeel bewijst, is doorgaans methodologisch van onvoldoende kwaliteit. (10)

Deze visie wordt onderschreven door de Commissie Dyslexie van de Gezondheidsraad, die in 1995 een rapport deed verschijnen over de positie van verschillende beroepsgroepen bij de diagnostiek en behandeling van dyslexie. De commissie is van mening ‘dat er voldoende aannemelijk is gemaakt dat algemene functietrainingen geen specifiek effect hebben op de automatisering van de woordherkenning of op de lees- en spellingvaardigheid’. (11)

Een effectieve behandeling van dyslexie is dus altijd op de taal gericht. Hoe meer iemand begrijpt van de spelling, des te minder hij op zijn taalgevoel hoeft te vertrouwen. Hoe beter iemand weet hoe woorden zijn opgebouwd, des te meer steun hij heeft bij het lezen van die woorden. En hoe meer iemand inzicht heeft in de logische opbouw van een tekst, des te gemakkelijker is een tekst te begrijpen en te onthouden. De beste manier om met dyslexie om te kunnen gaan is dus oefenen, oefenen en oefenen. Gekleurde brillen zijn vooral goed voor in de zon, maar dan vooral hele donkere. Misschien is dat wel een bruikbare tip voor deze zomer.

Noten

1. Als een van de ouders dyslectisch is, hebben de kinderen een kans van 25-65% dit over te erven. Bekendheid in de familie met dyslexie is met afstand de grootste risicofactor.

2. Gezondheidsraad, Commissie Dyslexie (1995). Dyslexie, afbakening en behandeling. Den Haag: Gezondheidsraad (publicatie 1995/15).

3. T. Braams (1998), Kinderen met dyslexie, een gids voor ouders, en T. Braams (2002), Dyslexie, een complex taalprobleem, beide Amsterdam: Uitgeverij Boom.

4. De magnocellulaire theorie veronderstelt dat bij dyslectici sprake is van een stoornis aan de zogeheten magnocellen, een bepaalde klasse van zenuwcellen die van het netvlies van de ogen tot aan de eerste visuele hersengebieden reiken. Ze spelen een rol bij de controle van de oogbewegingen.

5. N.J. Ray, S. Fowler and J.F. Stein (2005), Yellow filters can improve magnocellular function: motor sensitivity, convergence, accomodation and reading. Annals of the New York Academy of Science, 1039, p. 283-293.

6. National Institute of Child Health and Human Development (1998), 30 Years of research: what we now know about how children learn to read.

7. Galaburda, A.M. (1989), Ordinary and extraordinary brain development: anatomical variation in developmental dyslexia, Annals of Dyslexia, 39, p. 67-80. Grigorenko, E.L. et al. (1997), Susceptibility loci for distinct components of developmental dyslexia on chromosomes 6 and 15, American Journal of Human Genetics, 60, 27-39.

8. Zie noot 6.

9. Dat stellen ook Amerikaanse onderzoekers die aantoonden dat de magno- en parvocellen van dyslectici prima werken, maar door visuele ruis gehinderd worden.

10. American Academy of Pediatrics (1998), Learning disabilities, dyslexia, and vision: a subject review, Pediatrics, 102, 1217-1219.

11. Zie noot 2, p. 88.

Uit: Skepter 18.2 (2005)

Update 2015: zie ook De woorden door een gekleurde bril door Pepijn van Erp, Skepter 27.2 (2015), dat is geschreven naar aanleiding van een klacht van de firma Xlens over dit artikel.

 

Leen van der Linden is bedrijfskundig econoom en vader van een dyslectische zoon.