Critische beschouwingen over de homoeopathie

Ontstaan, ontwikkeling en wezen van dit therapeutische stelsel

D. K. de Jongh – proefschrift (1943)


cover-proefschrift-de-Jongh

Oorspronkelijke uitgave 1943 door N.V. Noord-Hollandsche Uitgevers Maatschappij, Amsterdam.

Download het pdf-bestand
(Rechtsklikken op de link en opslaan)

Het bestand is 5 Mb en omvat 488 pagina’s.

U kunt het pdf-bestand onder meer lezen met de Adobe Reader of met de kleinere Foxit Reader.

De reader kan desgewenst zo worden ingesteld dat u op uw beeldscherm twee pagina’s naast elkaar ziet. Via de bladwijzers kunt u snel naar de noten of naar een hoofdstuk springen. Het is ook mogelijk de tekst te printen.


Biografie

D.K.de.JongDe auteur is David Karel de Jongh. Hij werd geboren op 28 februari 1909 te Enschede*. Hij studeerde geneeskunde in Leiden, en behaalde het artsexamen op 5 oktober 1934, waarna hij huisarts werd in Enschede. Op 14 november 1935 huwde hij Elizabeth Wilhelmina Metz. Uit het huwelijk werden vier kinderen geboren (alle te Enschede in de periode 1939-1947).
Hij bestudeerde de homeopathie onder leiding van zijn naamgenoot (geen familie) S.E. de Jongh, een arts die toen verbonden was aan het Amsterdamse Farmacologische Laboratorium. Dat was in een tijd dat wetenschappelijke studie nog met een huisartsenpraktijk te combineren viel. De promotor was de hoogleraar pathologie P. Formijne en de promotie vond plaats op 16 april 1943 aan de Universiteit van Amsterdam.
In de periode 1947/48 werd De Jongh directeur van het onderzoekslaboratorium van de N.V. Amsterdamsche Chininefabriek. Door zijn studie in verband met zijn dissertatie had hij namelijk veel opgestoken van de farmacologie. Per 16 september 1955 werd hij benoemd tot bijzonder hoogleraar veterinaire farmacologie te Utrecht. Per 15 oktober 1960 werd hij gewoon hoogleraar in de farmacologie aan de Universiteit van Amsterdam. Kort daarna hield hij zijn oratie, en wist toen al dat hij ongeneeslijk ziek was. Hij overleed op 13 juni 1962 te Heemstede, oud 53 jaar.

Hij publiceerde o.a. ‘Het experimentele model in het wetenschappelijke pharmacotherapeutische onderzoek‘ in het NTvG (1952).

In het NTvG verscheen op 9 juli 1960 een artikel van zijn hand getiteld ‘Buitenissige behandelingswijzen‘ (p.332-346).

Daarin besprak hij eerst de celtherapie van Niehans. De Jongh noemt een verbazingwekkend groot aantal volgelingen van Niehans die de meest uiteenlopende aandoeningen behandelden (kanker, syndroom van Down, steriliteit, moeheid, hoge bloeddruk, huidziekten etc. etc.). Daarna kwam de eigenbloedtherapie aan de beurt, toen H.O.T genoemd (hematogene oxidatietherapie: bloed aftappen, met uv-licht bestralen, zuurstof door laten borrelen en weer inspuiten).
De laatste in de rij van uitvoerig behandelde therapieën was de verjongingstherapie van Anna Aslan (inspuiten met novocaïne). Er worden ook nog enige opmerkingen over homeopathie gemaakt, en er wordt gemeld dat Paul Martini in 1959 nog maar eens zei dat homeopaten eens moesten beginnen met al hun oude beweringen op de gebruikelijke wijze te bewijzen (dus met goed geblindeerde onderzoeken), ‘een eis waaraan zij tot nu toe niet hebben voldaan’. Het overzicht besluit met een lijst van 317 referenties.

Op dit artikel kwamen enkele reacties (hier voor p. 188 en hier voor de volgende pagina’s) maar door ziekte kon De Jongh daar niet meer op reageren.

Het Maandblad tegen de Kwakzalverij besteedde in 1961 aandacht aan De Jonghs oratie.

In het NTvG verscheen een In Memoriam op 14 juli 1962.

Skepsis is erkentelijk voor de toestemming van de erfgenamen van Karel de Jongh om dit boek digitaal te publiceren.

*Noot: diverse genealogische websites geven een andere datum. Maar Karel de Jongh vierde zijn verjaardag altijd op 28 februari.

Toelichting bij de digitale versie van Critische beschouwingen

De pagina-indeling is gehandhaafd, maar de opmaak is in vrije regelval, zonder woordafbrekingen;
er zijn echter wel regels die breken op een woord met een koppelteken. Daarom is de regelindeling niet exact hetzelfde als in het origineel en is de laatste regel van elke pagina meestal niet ‘vol’.

Paginanummers staan in vierkante haken bovenaan de pagina, dubbele haken als de paginering in het origineel ontbreekt. De oorspronkelijke paginering van de inhoudsopgave e.d. is vervallen. De inhoudsopgave is ook niet in een kleiner lettertype. Het hele voorwerk telt thans 9 pdf-pagina’s (was 10 in het proefschrift en 12 in de handelseditie).

De noten die naar bronnen in de literatuurlijst verwijzen, waren oorspronkelijk in superscript, nu staan ze tussen ronde haakjes in gewoon formaat. Verwijzingen naar pagina’s en referenties zijn allemaal aanklikbaar gemaakt.

De titelpagina is die van het oorspronkelijke proefschrift, en de bij het proefschrift behorende stellingen (oorspronkelijk op een tweezijdig bedrukt los bijgevoegd vel) volgen hier meteen op pagina 2.

Schrijf- en zetfouten en andere ongerechtigheden zijn grotendeels verwijderd. Wie er nog enkele vindt, moet ze maar bij Skepsis melden. De spelling is nog steeds die van De Vries en Te Winkel.