Ramtha

What the bleep do we know!?

door Gerrie Croonen & Rob Nanninga

‘What The Bleep Do We Know!?’ is een documentaireachtige film die op 12 mei in een aantal Nederlandse bioscopen in première ging. Het is inmiddels wereldwijd een bescheiden succes geworden.

In 2004 won de film de ‘Pigasus’ Award. Niet voor het goede acteerwerk, het spannende verhaal, de muziek, de belichting of de ‘special effects’. De prijs werd uitgeloofd in de categorie ‘Medium dat de meest exorbitante bovennatuurlijke, paranormale of occulte beweringen als feiten presenteerde’. Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt door de James Randi Educational Foundation.

De film prijst zichzelf aan met de ondertitel ‘it’s time to get wise!’. Na een rommelige intro door een universum vol diepzinnige oneliners, maken we kennis met Amanda, de hoofdpersoon. Zij is een dove fotografe die genoeg heeft van haar alledaagse leven. Amanda maakt gedurende de film een bewustwordingsproces door, al spreken de makers liever over de ‘kwantumdimensie’.

De ommekeer komt nadat Amanda in een ondergronds metrostation een paar grote foto’s van kristallen heeft bewonderd. Die werden gemaakt door Masaru Emoto, een Japanse pseudo-wetenschapper (zie Nanninga 2005 en Nanninga 2006). Hij stelde vast dat water onder invloed van positieve gedachten bijzonder mooie en complexe kristallen vormt. Naast Amanda staat een man die tegen haar zegt: ‘If thoughts can do this to water, imagine what they can do to us!’. Deze leus wordt in de film nog enkele malen herhaald. Mensen bestaan immers ook voor een groot deel uit water. Maar we krijgen niet te horen dat Emoto er ijs van maakte.

Amanda realiseert zich dat al haar emoties en ideeën niet werkelijk zijn. Daardoor groeit ze in haar wijsheid en neemt ze haar leven weer in eigen hand. Ze verliest haar angsten en geeft haar verslaving aan kalmeringstabletten op. Aan dit eenvoudige verhaal, dat grotendeels woordeloos wordt uitgebeeld, wordt de rest van de film opgehangen.

Metafysici

Een groot deel van de film bestaat uit korte fragmenten van een dozijn wetenschappers die hun opvattingen over mens en universum verkondigen. Pas aan het eind van de film horen we wie het zijn. Ze kenmerken zich door hun grote spirituele belangstelling. Een voorbeeld is de kwantumfysicus John Hagelin, die als hoogleraar verbonden is aan de Maharishi University. Hij was ook presidentskandidaat voor de Natuurwetpartij. Hagelin meent te hebben aangetoond dat transcendente groepsmeditatie de misdaadcijfers in de wijde omtrek kan terugdringen. Zijn onderzoek werd afgekraakt in het boek Voodoo Science van de fysicus Robert Park, maar die komt in de film uiteraard niet voor.

We zien wel William Tiller, een andere fysicus met merkwaardige ideeën. Hij voerde experimenten uit met zogenoemde ‘intention imprinted electronic devices’. De intenties werden door ervaren meditatiebeoefenaars in de mysterieuze devices gestopt. Tiller geloofde dat ze invloed konden uitoefenen op de pH-waarde van water. Die ging steeds op en neer. Na enkele maanden lukte het ook zonder apparatuur omdat de hele ruimte in een hoge toestand van elektromagnetische symmetrie was geraakt. Twee wetenschappers uit Minneapolis herhaalden het experiment onder beter gecontroleerde omstandigheden. Hoewel Tiller nauw bij de replicatiepoging was betrokken, was er geen effect meer te bespeuren. De onderzoekers vermoeden dat de fluctuaties die Tiller eerder registreerde, samenhingen met het CO2-gehalte in de lucht. (Mason & Patterson, 2003)

In de film komen deze experimenten overigens niet ter sprake. Tiller beperkt zich tot uitspraken als: ‘Op het diepste niveau van subatomaire werkelijkheid zijn jij en ik letterlijk één.’

Amit Goswami, een Indiase fysicus, weet het nog krachtiger te verwoorden: de wereld bestaat volgens hem niet onafhankelijk van onze ervaring. Alles wat we om ons heen zien, zijn mogelijkheden van het bewustzijn. Wij kiezen van moment tot moment welke ervaringen zich manifesteren. De kwamtumfysica kent slechts statistische mogelijkheden. Wat zorgt ervoor dat sommige mogelijkheden zich realiseren en andere niet? Dat kan alleen aan ons bewustzijn worden toegeschreven.

Deze visie sluit naadloos aan bij de inspirerende woorden die Ramtha tot de kijkers richt: ‘Everyone is gods. You are a god in the making. … Our mind literally creates our body.’ Ramtha is een duizenden jaren oude Atlantiër. Hij laat zich channellen door mevrouw J.Z. Knight (eigenlijk Judith Darlene Hampton) en treedt herhaaldelijk in de film op. Op het eerste gezicht is het gewoon mevrouw Knight die spreekt, maar uit het feit dat zij soms haar niet-bestaande baard betast, kan worden opgemaakt dat Ramtha de controle heeft overgenomen. Naar verluidt kan Knight zich daar na afloop niets van herinneren.

Columbus was onzichtbaar

Knight en Ramtha leiden samen ‘Ramtha’s School of Enlightenment’, een nieuwe religieuze beweging. De productie van de film werd grotendeels bekostigd door een ‘student’ van Ramtha. Ook de chiropactor Joseph Dispenza, die in de film het meest aan het woord komt, is een overtuigde aanhanger.

What the bleep kan worden beschouwd als een propagandafilm die duidelijk wil maken dat ons bewustzijn tot veel meer in staat is dan we denken. Het probleem is dat we steeds dezelfde werkelijkheden creëren, vertelt de commentaarstem. We zijn geconditioneerd om te geloven dat de buitenwereld echter is dan onze innerlijke realiteit. Maar nieuwe wetenschappelijke inzichten tonen de werkelijkheid als een oneindige oceaan van mogelijkheden waaruit we zelf kunnen kiezen.

Mensen zijn zo sterk geconditioneerd, dat ze alleen dingen zien die ze kennen en mogelijk achten. Ter ondersteuning van deze redenering zien we een historische reconstructie van een indiaan die in 1492 op het strand van San Salvador stond. Hij kon de schepen van Columbus niet zien aankomen, omdat hij nog nooit een schip had gezien. Ook de sjamaan van de indianenstam nam aanvankelijk slechts de rimpelingen in het water waar. Maar in een flits van hoger inzicht bedacht hij dat het schepen konden zijn. Hij overtuigde zijn stamgenoten hiervan, waardoor plotseling iedereen de schepen kon waarnemen.

De kwantummechanica wordt in de film gepresenteerd als argument voor de these ‘You Are God’. Het is waar dat elektronen of andere kleine ‘deeltjes’ pas bepaalde eigenschappen krijgen op het moment dat ze worden waargenomen. Voor die tijd kun je bijvoorbeeld niet zeggen dat een elektron zich op een bepaalde plaats bevindt. De kwantumfysica kan alleen aangeven hoe groot de kans is dat we het deeltje daar kunnen aantreffen. Alle mogelijkheden zijn in potentie nog aanwezig. Pas op het moment dat een meting plaatsvindt, wordt het deeltje tot een keuze gedwongen.

Ramtha & Co verkondigen daarentegen de opvatting dat het de menselijke waarnemer is die de deeltjes tot een keuze dwingt. Bovendien nemen zij aan dat ons bewustzijn kan bepalen wat de uitkomst wordt. Deze visie is echter niet zo geloofwaardig. Stel dat we een deeltjesdetector koppelen aan een computer die de uitkomsten automatisch print. Pas een jaar later bekijkt iemand wat er op het papier staat. Moeten we dan aannemen dat de cijfers pas op dat moment verschijnen?

De onbepaaldheid die kleine deeltjes kenmerkt, gaat niet op voor de normale werkelijkheid waarin wij leven, en daar zijn inmiddels ook wel verklaringen voor. Het idee dat wij de werkelijkheid creëren, heeft weinig te maken met de kwantumfysica. Zelfs wanneer het waar zou zijn dat de werkelijkheid pas vaste vorm krijgt op het moment dat iemand ernaar kijkt, dan wil dat nog niet zeggen dat wij kunnen bepalen hoe de werkelijkheid eruit ziet. Als onze voorkeuren van invloed zijn, dan zouden de statistische wetten van de kwantumfysica niet meer kloppen. (zie ook Van Kampen, 2006)

Betere dromen

Nu het ‘mind over matter’-principe is uitgelegd, lijkt het hek van de dam. Zonder blikken of blozen wordt beweerd dat je over water kunt lopen, als je dit maar echt heel erg graag wilt en er in gelooft dat dit kan. De wet van Archimedes heeft er dus niks mee te maken. Natuurlijk blijkt het lopen over water in de praktijk onmogelijk, maar dat komt doordat we al ons hele leven lang getraind zijn om niet te geloven in deze mogelijkheid. Dit verklaart meteen waarom de geleerden netjes op een materiële stoel hebben plaatsgenomen.

Joseph Dispenza vertelt hoe hij elke morgen doelbewust de dag creëert die hij wil meemaken. Er gebeuren dan later soms onverwacht ‘kleine dingen’ die goed in zijn concept passen en die hem de overtuiging geven dat hij ze zelf heeft bewerkstelligd. Het is volgens hem belangrijk om je goed te concentreren op wat je wilt. Als je helemaal in deze ervaring opgaat, dan wordt het beeld werkelijkheid. Dispenza noemt dat ‘kwantummechanica in actie’.

De jungiaanse psychiater Jeffrey Satinover verwijst naar experimenten waarbij men erin geslaagd zou zijn hetzelfde deeltje op twee plaatsen tegelijk waar te nemen. Deze vermeende kwantumrealiteit weerspiegelt zich in de surrealistische ervaringen van Amanda, die kwantumvelden betreedt en daar zichzelf tegenkomt. Omdat alles één is, wordt er geen onderscheid meer gemaakt tussen de micro- en de macrowereld.

Er is ook geen plaats meer voor een God die mensen kan belonen of veroordelen. De theoloog Miceal Ledwith stelt dat goed en kwaad niet bestaan. Het gaat er alleen om of iets ons al of niet kan helpen in onze ontwikkeling. Ramtha voegt daaraan toe: ‘Wij bezitten zulke wonderlijke technologie als antizwaartekrachtmagneten, magneetvelden van nulpuntsenergie en toch hebben we nog het lelijke, bijgelovige concept van God. (…) Je hebt niets beters gedroomd omdat niemand je geleerd heeft hoe je beter moet dromen. Denk ik dat je slecht bent? Ik denk niet dat je slecht bent. Denk ik dat je goed bent? Ik geloof ook niet dat je goed bent. Ik geloof dat je God bent!’

Om zover te komen moeten we eerst controle krijgen over onze emoties. Emoties zijn holografische indrukken die worden veroorzaakt door chemicaliën in ons bloed. ‘Mensen die verliefd worden anticiperen slechts op de verslaving aan de bijbehorende emoties’, meent Ramtha. We moeten loskomen van al onze verslavingen. In het verhaal van Amanda worden peptiden en andere stoffen tot leven gewekt als kleine duiveltjes en kwelgeesten, die men in de animatiestudie liet maken.

Wie het leven in eigen hand wil nemen, kan op www.ramtha.com gratis een introductiepakket bestellen. Het bestaat uit twee dvd’s met teksten en filmpjes. Een van de filmpjes toont een met hekken omheind terrein waarbinnen aanhangers van Ramtha geblinddoekt ronddolen. Aan de hekken hangen tekeningen die de deelnemers eerder hebben gemaakt. Ze moeten zich een beeld vormen van hun tekening en er dan geblinddoekt recht op af lopen. Meestal lopen ze alleen tegen elkaar op. Een enkele keer lukt het en dat geeft zo’n ongelooflijke kick, dat je je even een god voelt. Om echt helemaal vrij te worden, moet je precies doen wat Ramtha zegt.

Uit: Skepter 18.2 (2005)

Gerrie Croonen studeerde elektrotechniek aan de Universiteit Twente.
Rob Nanninga was hoofdredacteur van Skepter van 2002 tot 2014