Area 51

Boekbespreking

door Marcel Huslpas

In het zuiden van de staat Nevada, niet ver van Las Vegas, bevindt zich een militaire basis die zó geheim is dat ze niet bestaat. Rondom houden UFO-fanaten de wacht. Want ‘ze’ zitten dáár.

Area51

David Darlington, Area 51. The Dreamland Chronicles. The legend of America’s most secret military base. Henry Holt and Company, New York, 1997. ƒ 62,-.

Het was februari 1964. Lyndon Johnson zat nog maar een paar maanden in het Witte Huis (het ambt van president was hem na de moord op Kennedy in de schoot geworpen) en nu moest hij zich al opmaken voor de verkiezingen. Het leek hem daarom een goed idee om iedereen te tonen dat democraten ook felle anticommunisten konden zijn. Hoog tijd dus voor enig machtsvertoon. Dankzij de democraten, zo vertelde hij op een persconferentie, beschikten de VS sinds kort over een uiterst geavanceerd straalvliegtuig, een dat vele malen sneller kon vliegen dan het geluid. Wie dat wonder wilde zien, moest naar Edwards Air Force Base.

Daar wist men van niks. Maar dat duurde niet lang. Vlak voordat de pers de hekken van de basis bestormde, arriveerden er voor de verbaasde ogen van de basismedewerkers twee slanke, inktzwarte toestellen. Speciale begeleiders zwaaiden beide vliegtuigen een hangar binnen – met gierende motoren, waardoor de sprinklers afgingen. Het water stroomde naar beneden. Nu was daar op Edwards maar één persoon bevoegd om de sprinkler af te zetten, maar pas na een half uur wanhopig onderhandelen met de begeleiders kreeg hij toestemming naar binnen te gaan. De hangar stond blank. Maar de pers kreeg haar show, en Johnson uiteindelijk zijn eerste echte ambtstermijn.

Element 115

De supergeheime toestellen van het type A12SR71 ‘Blackbird’ waren in het diepste geheim overgevlogen vanuit een militaire basis die officieel niet bestond en nog steeds niet bestaat. Het Amerikaanse ministerie van Defensie heeft nog niet eens zo lang geleden toegegeven dat er daar ‘militaire objecten’ staan; satellietfoto’s tonen ook gebouwen, hangars en landingsbanen – maar een basis: nee. Het is ‘Area 51′. Het complex dateert van begin jaren ’60. Toen werd er al zo’n vier jaar geëxperimenteerd op Groom Lake (een opgedroogde zoutvlakte) onder andere met het U2-spionagevliegtuig, maar toen pas werd duidelijk dat het proefterrein een permanente bestemming zou krijgen als ultrageheim vliegveld. De aangrenzende woestijn was jarenlang in gebruik geweest voor bovengrondse atoombomproeven, en om die reden ingedeeld in vele (bij verschillende tests radioactief besmet geraakte) areas. Besloten werd om de nummering van de buren aan te houden, en de codenaam Paradise Ranch werd vervangen door Area 51.

Na de ontwikkeling van de Blackbird werd Area 51 de thuisbasis voor de Stealth F17, die spookachtige bommenwerper die pas tijdens de Golfoorlog in groten getale mocht worden gezien. En nu? Waar werkt men nu aan? Vliegtuigfanaten fluisteren over de Aurora, een nieuw ultrageheim revolutionair vliegtuig. Maar het gros van de nieuwsgierigen dat zich met de verrekijker in de aanslag rond de basis verzameld wil heel iets anders zien: UFO’s. Want daar, diep onder de grond, proberen geleerden het geheim van de UFO te doorgronden. Neergestorte exemplaren worden stukje bij beetje ontmanteld. Test-UFO’s maken hun eerste vluchtjes. Volgens sommigen lopen er zelfs aliens rond. Dat de basis uit kon groeien tot hét epicentrum van de Amerikaanse ufologie (naast Roswell uiteraard) is voor een groot deel te danken aan één man: Bob Lazar. Na twaalf ambachten, dertien ongelukken en een handvol veroordelingen – en de nodige leugens, bijvoorbeeld over zijn universitaire studies – maakte hij in 1989 plotseling furore in het UFO-wereldje met zijn verhalen over Area 51. Hij had daar gewerkt. Aan de ontmanteling van UFO’s. En dat niet alleen: al ploeterend in een van die kleine schoteltjes ontdekte hij het geheim van de buitenaardse voortstuwing: ‘element 115’, een voor aardse fysici nog onbereikbaar onderdeel van het Periodiek Systeem. En dat is jammer, want als we Lazar mogen geloven (en passant de ganse natuurkunde overboord gooiend) zendt dit element gravitatiegolven uit die de tijd-ruimte vervormen en zo reizen sneller dan het licht mogelijk maken.

Meer kwam hij helaas niet te weten. Na enige maanden op de basis te hebben gewerkt nam hij enkele vrienden mee naar het nabijgelegen gehucht Rachel om UFO-proefvluchten te bespieden, maar ze werden betrapt en Lazar werd heengezonden.

UFO-soap

Nadat hij zijn ultrageheime arbeid wereldkundig had gemaakt, werd Area 51 het Mekka van de ufologie. Iedere zichzelf respecterende onderzoeker moest er geweest zijn, en dan vooral bij de ‘black mailbox’ waar Bob en zijn vrienden stonden toen de UFO’s overkwamen, en natuurlijk is de dag niet compleet zonder een bezoekje aan de Little A-Le-Inn, het UFO-cafeetje langs de ‘Extraterrestrial Highway’ gerund door Joe en Pat Travis. Hier kan de UFO-toerist foto’s, T-shirts, bumperstickers en prentbriefkaarten inslaan. En dat bord earthlings welcome moet natuurlijk even op de foto.

In vroeger tijden kon men aan een der tafeltjes, omgeven door dozen vol boeken en folders, Glenn Campbell aantreffen. Hij is de onofficiële gids van de streek, kundig begeleider van televisieploegen en nieuwsgierigen. Vroeger voerde hij ze naar de top van Freedom Ridge, een bergkam die nét buiten de basis valt en uitzicht biedt op de gebouwen en installaties, maar op een gegeven moment waren Luchtmacht en Defensie de pottenkijkers beu, en werd het verboden gebied uitgebreid tot voorbij de bergkam. Het was de tweede keer dat Glenn buitengesloten werd. De eerste keer was in de Little A-Le-Inn. Met zijn privékantoortje in het café werkte hij Joe Travis op de zenuwen, en op een gegeven moment greep Joe in een dronken bij zijn geweer en beukte op de deur van Glenns (naast het café geparkeerde) camper, schreeuwende: ‘You get the fuck out of here!’ Glenn ging een paar kilometer verderop staan, en opende daar zijn eigen ‘informatiecentrum’. In de Inn komt hij alleen nog maar om een hapje te eten. Het lijkt een incident van niks, maar het kan niet onvermeld blijven. De ruzie tussen Joe en Glenn is namelijk het hoogtepunt van de geschiedenis van de mythe van Area 51. Veel meer valt er niet te vertellen. Natuurlijk blijven de toeristen komen, natuurlijk zien de verzamelde gelovigen regelmatig vreemde lichtjes in de lucht boven de basis; en natuurlijk zijn er regelmatig bijeenkomsten waarop de grootste mafkezen rondlopen (waarbij vergeleken Bob Lazar een uiterst nuchtere en stabiele indruk maakt), maar het meest opmerkelijke aan de Little A-Le-Inn en haar gasten is dat ze allemaal zo gewoon zijn. Ze zeuren, ruziën, bestellen nog wat. Het enige wat hen van anderen onderscheidt is dat ze graag willen geloven dat er dertig kilometer verderop aliens rondlopen. En dat die samenwerken met de geheime regering, de brengers van de Nieuwe Orde die straks de wereld zullen regeren en een einde zullen maken aan alle mensenrechten – te beginnen met het recht van iedere burger om wapens te dragen. Want wie de Inn zomaar een keertje bezoekt, doet er goed aan niet al te ver door te vragen. Binnen de kortste keren maakt men kennis met De Grote Samenzwering tegen het Amerikaanse volk en het racistische, fascistoïde gedachtegoed dat de laatste jaren zo goed gedijt in UFO-kringen.

‘Wat is jouw mening eigenlijk?’, vroeg Joe Travis na zijn zoveelste tirade een keer aan David Darlington.
‘Wat ík ervan vindt?!’
‘Ja! Denk je niet dat je twintig jaar geleden vrijer was dan nu?’
‘…Ja… ik denk ’t wel.’
Darlington, driftig notities makend voor zijn Area 51. The Dreamland Chronicles, hield zich liever op de vlakte. Da’s verstandig, want de geruchtenmachine werkt daar bliksemsnel, en wie de juiste mensen wil ontmoeten, moet de juiste mensen te vriend houden. Maar het is de vraag of deze tactiek hem veel heeft opgeleverd. Lazar heeft-ie in ieder geval niet te spreken gekregen, en de andere lokale ‘deskundigen’ doen weinig meer dan hun persoonlijke opvattingen spuien.

Zijn grootste omissie betreft de andere kant van Area 51. Van de medewerkers aldaar (er moeten er honderden zijn; iedere dag pendelt een vliegtuig heen en weer tussen de basis en Las Vegas) heeft hij niemand te pakken kunnen krijgen. Zijn geschiedenis van de basis en haar geheime projecten is dan ook volledig is gebaseerd op Dark Eagles. A History of Top-Secret US Aircraft Programs, van Curtis Peebles. Het geheim van Area 51, de projecten waaraan nu gewerkt wordt en waarvan we waarschijnlijk pas over vele jaren iets zullen horen, blijft het best bewaarde geheim van de VS.

Resteert een bundel interviews, sfeerbeschrijvingen en komische congresverslagjes. Het is niet veel, maar zoals ik al zei: buiten de hekken gebeurt ook niet veel. Het verboden stuk woestijn trekt weirdos aan, dat is de enig conclusie die hij kan trekken. Het is voor de ufologie te hopen dat de Amerikaanse overheid nog lang blijft ontkennen dat daar ook maar iets gebeurt.

Uit: Skepter 11.2 (1998)

Marcel Hulspas is wetenschapsjournalist en was hoofdredacteur van Skepter van 1988 tot en met 2002