Homeopathisch verdunde peer-review

Nieuw onderzoek zou aantonen dat een homeopathisch middel pijnstillend werkt bij ratten. Als het niet aan alle kanten had gerammeld, en als het niet alweer was teruggetrokken.

door Pepijn van Erp – Skepter 32.3 (2019)

Gifsumak of poison ivy (Toxicodendron radicans) (foto: R. A. Nonenmacher | Wikimedia Commons)

SEPTEMBER vorig jaar hadden homeopaten weer eens iets om te vieren: een artikel waarin werd gemeld dat een hoogverdund middel als pijnstiller bij ratten werkt, had de peer-review weten te passeren en was gepubliceerd in het serieuze Scientific Reports, een open-access tijdschrift uit de stal van uitgeverij Springer Nature — ‘open access’ wil zeggen dat het artikel voor iedereen gratis te lezen is.

De studie, die door onderzoekers uit India en de Verenigde Arabische Emiraten was uitgevoerd, leidde vooral in Italië tot ophef, waar net een stevige discussie over veranderingen in de wetgeving omtrent homeopathie speelde. Een opleiding voor homeopaten schoof het artikel naar voren als het zoveelste bewijs dat homeopathische verdunningen wel degelijk een effect hebben en dat homeopathie dus niet als een placebo afgedaan kan worden.

Wat hadden de onderzoekers, onder leiding van Chanakya Nath Kundu, dan laten zien in hun artikel ‘Ultra-diluted Toxicodendron pubescens attenuates pro-inflammatory cytokines and ROS-mediated neuropathic pain in rats’? Ze gebruikten het middel ‘Rhus tox’, de naam die homeopaten geven aan verdunningen van gifsumak, een klimopachtige plant die misschien zelfs hier beter bekend is onder de Engelse naam: poison ivy. Het zit al heel lang in het homeopathisch repertoire, Hahnemann zelf deed er nog de eerste proeven mee.

Binnen de homeopathie staat Rhus tox onder meer te boek als een middel met ontstekingsremmende eigenschappen en het zou ook pijn kunnen verlichten. Over die ontstekingsremmende werking hadden de auteurs al eerder gepubliceerd, in dit artikel richtten ze zich vooral op het effect van Rhus tox op pijn.

Ze onderzochten het eerst in vitro, dus in petrischaaltje met cellen, door de Rus thox er in verschillende sterk verdunde concentraties, die varieerden van 1 op 108. (D8), tot 1 op 1030. (D30), aan toe te voegen. De verdunning die de beste resultaten liet zien – in dit geval de laagste concentraties van allerlei stoffen die het afweersysteem gebruikt bij ontstekingen – werd vervolgens gedurende veertien dagen aan ratten gevoerd. De verdunningen D12 en D15 deden het ongeveer even goed, maar de keus viel op de lagere verdunning, D12, omdat die ook in andere onderzoeken goede resultaten had laten zien.

Bij de proefdieren werden vervolgens bepaalde zenuwen afgekneld. Dit levert een model op dat wel vaker gebruikt wordt, ook om neuropathie bij mensen te onderzoeken. De ratten worden blootgesteld aan verschillende pijnprikkels, en dan meet je bijvoorbeeld hoe lang het duurt voordat zo’n beestje zijn pootje terugtrekt. Het idee is dat je kijkt of toegediende middelen die reactietijd, die vertraagd is door de afknelling van de zenuwen, weer kunnen compenseren.

Na de testen werden de dieren ook nog opengesneden om te kijken of er onder de microscoop veranderingen te zien waren aan de zenuwen.

Indrukwekkend

De resultaten zien er op het eerste gezicht indrukwekkend uit. De verbeteringen zijn ongeveer zo goed als met gabapentine, een gangbaar middel voor de behandeling van neuropathische pijn dat ook in een van de controlegroepen werd gegeven aan de ratten.

Als je niet wist dat het om bizar hoge verdunningen gaat, zou je het hele verhaal misschien nog geloven ook: er is weinig dat het artikel doet opvallen tussen vergelijkbare studies met ‘gewone’ medicijnen. De bij de ratten gebruikte D12-potentie is weliswaar nog niet ‘voorbij Avogadro’ (D23) verdund, maar farmacologisch kun je echt geen werking van de nog mogelijk aanwezige moleculen van het extract verwachten.

Volgens de Nederlandse wet is het overigens toegestaan middelen al als homeopathisch medicijn te verkopen zonder bewijs van effectiviteit als de verdunning D4 of hoger is, juist omdat ervan wordt uitgegaan dat er dan uberhaupt geen werking van de stof te verwachten is.

Kadertje bij artikel over homeopathie in La Repubblica (25 sept 2018)

Merkwaardige zaken

Twee weken na publicatie werd de studie opgepikt door de Italiaanse krant La Repubblica. Kritiekloos werd het resultaat weergegeven in een kadertje bij een artikel over de veranderende regelingen rondom homeopathie in diverse Europese landen. En toen doken onderzoekers erop. Al snel werden er merkwaardige zaken ontdekt en gedeeld op de website PubPeer.

Een grafiek bleek twee keer gebruikt bij verschillende potenties. In de bijschriften van grafieken kwamen potenties voor die volgens de tekst van het artikel helemaal niet gebruikt waren. En twee andere grafieken die resultaten van verschillende groepen ratten lieten zien, bevatten wel verdacht veel dezelfde datapunten.

Er was natuurlijk ook methodologische kritiek. De reacties op pijnprikkels bij ratten worden door mensen beoordeeld, en zijn dus gevoelig voor subjectieve oordelen. Als er dan niet duidelijk sprake is van strikte blindering (de beoordelaar weet niet of een rat behandeld is of niet), is dat vragen om problemen. En hoe dachten de onderzoekers de werking van dit middel te kunnen aantonen als je maar acht proefdieren per groep gebruikt, terwijl het a priori zo onwaarschijnlijk is dat er enig verschil aan te tonen zou zijn? Of eigenlijk belangrijker: waarom had Scientific Reports die bedenkingen niet direct gehad en waren dit soort kwesties niet opgemerkt tijdens de peer-review?

Benveniste

De toestand doet een beetje denken aan de publicatie van het onderzoek van Jacques Benveniste in Nature in 1988. Ook daar ging het om een onderzoek met hoogverdunde middelen, gepubliceerd in een respectabel tijdschrift. Ook daar liepen homeopaten er triomfantelijk over te doen, terwijl het goedbeschouwd wel heel weinig te maken heeft met de homeopathie zoals die door homeopaten wordt beoefend. Maar zie voor die affaire bijvoorbeeld het stuk van Jan Willem Nienhuys in de vorige Skepter.

Wel wat foutjes

Een van de critici die over de Rhus tox-studie schreef is Enrico Bucci, een biomedisch wetenschapper en oprichter van een bedrijf in Italië dat hulpmiddelen ontwikkelt om onderzoeksfraude op te sporen. Bucci diende zijn analyse ook in bij het tijdschrift, en de redactie liet vervolgens weten serieus te zullen gaan kijken naar alle kritiek.

De auteurs van de studie gaven intussen toe dat er wel wat foutjes in het artikel waren geslopen, maar tegen de kritiek dat de hoogverdunde middelen sowieso niet zouden kunnen werken, verdedigden zich door te wijzen op eerder onderzoek waarin ze dat al vele malen hadden aangetoond.

Nagenoeg al die artikelen verschenen echter in het tijdschrift Homeopathy (voorheen van Elsevier en onlangs overgedaan aan Thieme) en kunnen dus niet bepaald serieus genomen worden. Toen Bucci die artikelen toch maar eens bekeek, vond hij ook daarin tal van fouten die op zijn best op extreme slordigheid duiden, maar ernstiger doen vermoeden.

Erg consistent bleken de onderzoeken ook niet. In een artikel waarin Rhus tox bij muizen was getest, melden zij dat er een dosis-responsrelatie was en voeren dat aan als argument dat het middel werkt, maar bij een volgende vergelijkbare studie met ratten werd juist een sterkere werking bij hogere potenties (dus het omgekeerde van een dosis-responsrelatie) als argument voor werking aangevoerd.

In juni kwam Scientific Reports met het bericht dat het artikel ingetrokken was. Als reden worden de eerder vermelde foutjes en methodologische problemen genoemd, maar daarnaast vindt de redactie het achteraf wat bezwaarlijk dat de samenstelling van het Rhus tox-extract onduidelijk is. Dat is dan wel weer apart, want bij de extreme verdunningen waarover het in het artikel gaat, doet het er eigenlijk weinig toe wat de uitgangsstof precies was.

Antihomeopathielobby

De auteurs van de studie zijn het volstrekt niet eens met de intrekking. Aan de website Retraction Watch lieten ze weten het resultaat in andere studies al gerepliceerd te hebben. En voor een gedegen geblindeerde replicatie door een andere onderzoeksgroep hadden ze al een verzoek ingediend bij de centrale raad voor homeopathieonderzoek, in India onderdeel van het ministerie van Ayush —ayurveda, yoga, unani, siddha en homeopathie. Dat verzoek zou al zijn goedgekeurd en het was volgens de auteurs veel netter geweest als Scientific Reports op de resultaten daarvan had gewacht.
De intrekking is volgens hen vooral ingegeven door de kritiek van bloggers en een antihomeopathielobby, terwijl de gevonden foutjes met een simpele correctie hadden kunnen worden opgelost.

Naschrift
Er is nog iets merkwaardigs aan de hand met artikel dat door bijna alle critici lijkt te zijn gemist: de onderzoekers schrijven dat de Rhus tox bereid zou zijn met de Toxicodendron pubescens, maar dat moet op een vergissing berusten, omdat Rhus tox zoals in de tekst beschreven in de homeopathie altijd gemaakt wordt van de gifsumak waarvan de wetenschappelijke naam Toxicodendron radicans is. Zie ook: Rhus tox: poison ivy or Atlantic poison oak?

Uit: Skepter 32.3 (2019)

Vond u dit artikel interessant? Overweeg dan eens om Skepsis te steunen door donateur te worden of een abonnement op Skepter te nemen.

Steun Skepsis

Pepijn van Erp is wiskundige, redacteur van Skepter en bestuurslid van Skepsis.