Wetenschappelijke Vooruitgang & Theologische Terugtocht

Skepsis Congres, 21 okt. 2017, Nes 75-87, Amsterdam. Handout Prof. dr. Herman Philipse

[pdf]

1. God-of-the-gaps & drie stellingen ter discussie.

1.1. Hoe ‘godsdienst’ te definiëren? Een essentiëel element: geloof in het feitelijk bestaan van een god/goden. Pluraliteit en onderlinge onverenigbaarheid van religies; b.v. monotheïsme vs polytheïsmen. Een anecdote: Platinum Jubilee Celebrations of the Indian Philosophical Congress, New Delhi, 2000. Discussie met een expert over Tantric Hindu Traditions. How many gods? 33 Crore Deities = 330 miljoen goden. Kleine of grote getallen? Vgl. probleem ouderdom huidige universum (Bisschop Ussher: 4004 v. Chr, versus Hindoe-schattingen: 156 triljoen jaar). A Hindu joke.

1.2. Drie stellingen ter discussie:

  1. Wetenschappelijke vooruitgang heeft theologische verklaringen gradueel geëlimineerd uit ons wereldbeeld. De God-of-the-gaps these: Henry Drummond, The Ascent of Man (1904). Religieuze “feiten” zijn een sub-klasse van “alternatieve feiten”.
  2. Godsgeloof is onwetenschappelijk & intellectueel onverantwoord omdat er geen betrouwbare en gevalideerde onderzoeksmethoden/kenbronnen m.b.t. goden of God zijn.
  3. Het bestaan van de theïstisch gedefinieerde God (een almachtige, alwetende, en algoede onlichamelijke geest) is hoogst onwaarschijnlijk gezien onze wetenschappelijke kennis, terwijl geloof in Hem goed verklaarbaar is zonder Zijn bestaan te postuleren (Hume). Dus: universeel atheïsme is beter te verdedigen dan “exceptionalistisch” atheïsme (dwz: atheïsme met één uitzondering: God, = monotheïsme). Idem voor de terugtocht naar vaagheid van het “ietsisme” (à la Taede Smedes, met dank aan Plasterk).

2. Laplace versus Newton (ad a).

2.1. Isaac Newtons twee redenen om God in te voeren als verklaring voor ons zonnestelsel (Philosophiae Naturalis Principia Mathematica, bk 3, General Scholium; Opticks, Query 31): (x) het éénrichtingsverkeer der planeten rond de zon kan geen toeval zijn maar is ook niet astronomisch te verklaren; (y) de gravitationele interactie tussen planeten maakt het zonnestelsel instabiel: hoe te verklaren dat het niet al lang is ingestort? (Newton: Opticks, III-1, Query 31).

2.2. Pierre-Simon Laplace (1749-1827) Ad x: Exposition du système du monde (1796): nevelhypothese over de oorsprong van het zonnestelsel. Ad y: Traité du mécanique céleste (1799-1825): analytisch wiskundige herberekening der planetenbanen op grond van nieuwe waarnemingen laat zien dat gravitatie-effecten de banen wel beïnvloeden maar niet doen instorten (en: een natuurlijk selectiemechanisme van planeten: instabiele-baan planeten stortten reeds lang geleden in de zon enz.). Napoleon-anecdote: N: Où est Dieu dans votre système? L: Sire, je n’ai pas besoin de cette hypothèse.

3. Darwin versus Paley (ad a).

3.1. William Paley, Natural Theology (1802). Doel: “natural history applied to the proof of an intelligent Creator” (Ch. xxvii). The watchmaker analogy.

3.2. Charles Darwin, The Origin of Species (1859). D. beargumenteerde uitvoerig de superioriteit van de evolutietheorie t.o.v. de “design theory”. B.v. “On these principles, I believe, the nature of the affinities of all organic beings may be explained… that all animals and all plants throughout all time and space should be related to each other in group subordinate to group… On the view that each species has been independently created, I can see no explanation of this great fact in the classification of all organic beings” (OUP paperback ed., pp. 105-106).

4. Saulus’ bekering tot Paulus (ad b).

4.1. Traditionele religieuze assumptie: Kenbronnen/symptomen van religieuze waarheden over God verschillen wezenlijk van kenbronnen/symptomen van wereldlijke verschijnselen (zoals onze zintuigen, enz.). Voorbeeld: Mohammed ontving zijn eerste openbaring terwijl hij droomde in de grot van Hira op de berg Jabal an-Nour (Husayn Haykal, The Life of Mohammed (2008), pp. 79-80).

4.2. Wat verklaart de bekering van de wrede Jezus-sekte-vervolger Saulus tot Paulus: Handelingen 9:1-19? Hoe kon Saulus, “nog dreiging en moord blazende tegen de discipelen des Heren” plotseling een aanhanger van Jezus worden? Een wonderbaarlijke communicatie door Jezus. Beschrijving in Hand.: (a) hemels licht omstraalde hem; (b) S. viel ter aarde; (c) hoorde een stem; (d) drie dagen blind.

4.3. Psychiatrische verklaringen: epilepsie (Nietzsche, en Landsborough, D. (1987), “St Paul and temporal lobe epilepsy”. J Neurol Neurosurg Psychiatry, 50: 659-664), of een symptoom van paranoïde schizofrenie, enz. (Murray, Evan D., Miles G. Cunningham, and Bruce H. Price (2012). “The Role of Psychotic Disorders in Religious History Considered”, The Journal of Neuropsychiatry and Clinical Neurosciences 24, pp. 410-426). Psychologische hypothesen: waarom naar J?

4.4. William K. Hartmann (2015). “Chelyabinsk, Zond IV, and a possible first-century fireball of historical importance”, Meteoritics & Planetary Science 50, pp. 368-381: een komeetinslag verklaart de verschijnselen (a,b,d) beter. 4.5. Generalisering: alle zogenaamde religieuze ervaringen zijn uitstekend wetenschappelijk te verklaren zonder een beroep te doen op iets boven-natuurlijks.

5. Goddelijke verborgenheid (ad c).

5.1. Wanneer ontstonden godsdiensten? Neanderthalers (graven): 300.000-100.000 jaar oud. Waarschijnlijk een zeer graduele ontwikkeling (zie ook 4a).

5.2. Hoe zagen de oudste godsdiensten eruit? Allen polytheïstisch. Vgl. Homerus, Egypte, Australië, Hinduïsme, Oude Testament, Germanen, Azteken, enz.

5.3. Wanneer ontstond de eerste monotheïstische godsdienst? Amenhotep IV (Akhnaton): 1344/1342 v.Chr. Via Egypte naar de joden? Cf. Sigmund Freud, Der Mann Moses und die monotheistische Religion (Amsterdam, 1939).

5.4. Prangende vraag voor Chr. gelovigen: is het denkbaar dat God zich zo lang voor de mensen verborgen hield? Nee. Een sterk argument voor atheïsme (J.L. Schellenberg, Divine Hiddenness and Human Reason (2006)).

6. Seculiere verklaringen der godsdiensten (ad c).

6.1. Polytheïsmen: Hyperactive Agency Detection Device. Bijproduct-hypothese.

6.2. Overgang naar monotheïsmen: David Hume. The Natural History of Religion, 1757. Mijn aanscherping van Hume: vlij-competitie tussen godsdiensten geschiedde vnl. in oorlogssituaties (vgl. Deut. 7; bekering van keizer Constantijn voor slag bij Pons Milvius, 312 n.Chr.). Generaliserende conclusies: zie 1.2.

7. Kern-these: Geloof in het bestaan van een god of goden is onverenigbaar met de wetenschappelijke houding.

Want:

7.1.: ken-bronnen van geloofsovertuigingen zijn niet te valideren: integendeel.

En:

7.2.: alle empirische argumenten voor het bestaan van God of goden zijn ontkracht. Vele goede tegen- argumenten. Vgl. Herman Philipse, God in the Age of Science? A Critique of Religious Reason. Oxford UP, 2012, 2014). Is dit in strijd met de these van Taede Smedes (“Wetenschap kan prima zonder God, maar niet zonder religie”)? Deze stelling is contradictoir, tenzij men ‘religie’ ietsistisch herdefiniëert. Dit is typerend voor de theologische terugtocht!