Ruim denken als rookgordijn

Healing en ‘alternatief’ genezen: een culturele diagnose (boekbespreking)

door Arnout Jaspers – Skepter 31.1 (2018)

OP alternatieve geneeswijzen, zo stelt antropoloog Peter Jan Margry, rust ten onrechte een taboe, en dat wordt vooral in stand gehouden door de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Zijn ‘culturele diagnose’ van deze sector is een dubbelhartig boek, waarin hij zich ogenschijnlijk onthoudt van een oordeel over de werkzaamheid van alternatieve geneeswijzen, maar wel bepleit om ze een gelijkwaardige positie naast de reguliere geneeskunde te geven.

Margry is hoogleraar bij het Meertensinstituut, dat onderzoek doet naar Nederlandse taal en cultuur, en dan vooral naar ‘verschijnselen die het alledaagse leven in onze samenleving vorm geven’. Nu kan het met een antropologische blik kijken naar alternatieve therapeuten en hun klanten in Nederland, zeker een interessante studie opleveren. En zoals de antropoloog die tribale regendansen bestudeert, daarna niet kijkt of het echt gaat regenen, kun je wat betreft de werkzaamheid kiezen voor agnosticisme. In het voorwoord zegt Margry dit ook toe: ‘Als het Meertens zou willen gaan vaststellen of geneeswijzen deugen dan wel effectief of werkzaam zijn, dan zouden wij buiten ons disciplinaire boekje gaan.’

Façade

In de hoofdstukken daarna verschuilt Margry zich weliswaar achter deze façade van agnosticisme, maar partij kiezen doet hij wel degelijk. Met een historische terugblik wil hij vooral duidelijk maken ‘waarom er zoveel onbegrip en onverdraagzaamheid is ontstaan’ over alternatieve geneeswijzen. Over de alternatieve genezers, hoe lachwekkend of schadelijk hun methoden ook zijn, schrijft hij steeds in strikt neutrale bewoordingen, maar toen reguliere artsen al in de negentiende eeuw zich begonnen te verzetten tegen hun activiteiten, heet dat te zijn wegens ‘inbreuken op hun geneesmonopolie die ze niet wensten te accepteren’.

‘Kopschuw’

Alternatieve genezers bij wie Margry informatie probeerde in te winnen bleken vaak ‘kopschuw’. Heel begrijpelijk, vindt hij, wegens de ‘kans dat de waakhonden van het medisch domein je in het vizier krijgen’. En berg je dan maar, als kleurentherapeut of magnetiseur, want ‘de media hebben namelijk in dat proces de neiging de antikwakbeweging snel te volgen en bieden dan alle ruimte om personen aan de kaak te stellen’. Dat er misschien reden is om alternatieve genezers aan de kaak te stellen wegens de slachtoffers die ze maken, negeert hij.

Met ‘antikwakbeweging’ doelt Margry op de Vereniging tegen de Kwakzalverij, die hij een onwerkelijke macht toeschrijft — ze mochten willen dat ze zo invloedrijk waren. De Vereniging strijdt al meer dan een eeuw tegen allerlei vormen van alternatieve geneeskunde, af en toe wellicht met succes, maar belangrijke slagen verloren ze ook. Zo zijn, ondanks hun verzet, alternatieve behandelingen sinds 2015 toch weer vrijgesteld van btw.

Margry zegt dat uit zijn eigen onderzoek blijkt dat de alternatieve geneeskunde veel populairder is dan de officiële statistiek aangeeft. Volgens een enquête van het CBS uit 2016 is 5,3 procent van de volwassen Nederlanders afnemer van alternatieve therapieën, een daling ten opzichte van de 7 procent in 2007. ‘Op basis van onze data en het lopende onderzoek hadden we bij het Meertens al langer de indruk dat dit percentage veel te laag was,’ schrijft Margry. Ook is hij ervan overtuigd dat de populariteit juist toeneemt.

Die data komen van het online-panel van het Meertensinstituut, een groep van ongeveer zesduizend respondenten. In 2016 kregen die per email een vragenlijst toegestuurd over alternatieve geneeswijzen, en maar liefst 51 procent gaf aan afnemer te zijn. Margry erkent dat er relatief veel hoogopgeleiden in het panel zitten, van wie bekend is dat die meer affiniteit hebben met ‘alternatief’ dan laagopgeleiden. Hij corrigeert hiervoor met een hoogstandje nattevingerwerk: ‘Ik vermoed dat er tegen de 10 à 15 procentpunten vanaf zouden moeten worden gehaald,’ en zo komt hij uit op 51 – 15 = 35 procent afnemers, een kleine vijf miljoen volwassen Nederlanders.

Statistische onkunde

Hoe geloofwaardig is dit cijfer? Volgens Margry is dit panel een ‘aselecte steekproef’, wat een opmerkelijke statistische onkunde verraadt. Het panel bestaat namelijk uit mensen die zichzelf via de website van het Meertensinstituut hebben aangemeld — uit interesse voor etnografie, mag je aannemen.

Twintig procent van dit Meertenspanel, 1336 mensen, beantwoordde Margry’s vragenlijst, ‘verhoudingsgewijs goed’, vindt hij, maar dit is zo’n lage respons dat je die niet eens als representatief voor het panel mag beschouwen, laat staan voor de Nederlandse bevolking.

Ook vermeldt hij de exacte vraagstelling niet. Dat maakt nogal wat uit, voor een zo vaag gedefinieerde branche. Zo bestempelt Margry elders in het boek yoga tot een alternatieve behandelwijze. Dus iedereen die eens per week naar het yoga-klasje in de sportschool gaat, is volgens hem een afnemer van alternatieve geneeskunst. Hetzelfde geldt in zijn optiek voor deelnemers aan allerlei healingen en cursussen mindfulness.

Remedie

Margry wil graag aantonen dat Nederlanders massaal gebruik maken van alternatieve geneeswijzen, want voor hem is dit een argument om ze als gelijkwaardig aan de reguliere geneeskunde te beschouwen. Als vijf miljoen Nederlanders dit waardevol vinden, dan heeft de wetenschap dit maar te accepteren. In het zesde hoofdstuk, getiteld ‘Wat moeten we ermee’, gaat hij verder dan een culturele diagnose: hij presenteert ook een remedie om al het onbegrip en wantrouwen ten opzichte van alternatieve genezers weg te nemen. We moeten namelijk toe naar een breder begrip van genezing. Of alternatieve geneeswijzen in medische zin werkzaam zijn, doet er niet toe, want zingeving en placebo-effect zijn ook genezing.

Margry doet alsof het gelijkschakelen van de alternatieve sector aan de reguliere een kwestie is van post-moderne ruimdenkendheid. De mondige burger van nu kan zelf kiezen wat hij of zij uit beide sectoren aan zorg wil afnemen, en bepaalt zelf wel wat genezing is. Als die burger dit uit eigen zak betaalt, valt daar niet zo heel veel tegen in te brengen, maar dit is wel Nederland. De enorme consequenties van deze gelijkschakeling, op het gebied van verzekering, zorgkosten, transparantie en aansprakelijkheid bij wantoestanden laat Margry volledig buiten beschouwing.

Sommige alternatieve therapieën worden nu via de aanvullende verzekering vergoed. Zo betaalt de postmoderne burger tenminste voor een deel zelf zijn quantum-biofeedbackbehandeling of reiki healing. Je moet er toch niet aan denken dat zulke gekkigheid ook in het basispakket komt, waar iedereen er verplicht aan meebetaalt?

Dubbelhartig

Het boek had een boeiende analyse kunnen zijn van een sector waarop moeilijk een goed zicht te krijgen is. Mij ging Margry’s culturele diagnose al snel irriteren, door het gebrek aan aandacht voor de schaduwkanten van de sector en de vooringenomenheid tegen de ‘officiële’ medische stand. Zijn pleidooi voor erkenning vind ik dubbelhartig, want dit houdt impliciet de erkenning in dat zulke therapieën deugen. Maar aan een oordeel over hun werkzaamheid wil de postmoderne antropoloog zijn handen ook weer niet vuil te maken. Dat laat hij geheel aan de mondige burger, alsof die niet het risico loopt met zijn gezondheid of leven te betalen voor uit de duim gezogen therapieën.

Peter Jan Margry: Healing en ‘alternatief’ genezen: een culturele diagnose. Amsterdam: Meertens-instituut (KNAW) / Amsterdam University Press; 2018, 144 pagina’s. € 17,99.
[digitaal ook via Open Acces verkrijgbaar]

Uit: Skepter 31.1 (2018)

Arnout Jaspers is wetenschapsjournalist