Aerotoxisch Syndroom

Zenuwgas in de cabine

Kunnen piloten en stewardessen van verkeersvliegtuigen ziek worden van gevaarlijke stoffen uit de straalmotoren? Het ‘aerotoxisch syndroom’ blijft de gemoederen bezighouden.

door Dick Zeilstra – Skepter 30.4 (2017)

ONLANGS kondigde prijsvechter Easyjet aan extra filters in zijn vliegtuigen te gaan plaatsen tegen schadelijke stoffen die door de motoren de cabine worden binnengeblazen. Ook andere luchtvaartmaatschappijen lijken dergelijke maatregelen te overwegen. Velen zien hierin een impliciete erkenning door de luchtvaartindustrie van een probleem dat al een groot aantal jaren af en toe in het nieuws is. Anderen zien in deze actie van Easyjet vooral een manier om zich alvast in te dekken tegen schadeclaims. In elk geval lijkt de aandacht voor het zogeheten ‘aerotoxisch syndroom’ erdoor in een stroomversnelling te komen.

In alle moderne straalvliegtuigen (behalve de Dreamliner, daarover later) wordt lucht door de straalmotoren in de cabine geperst — kenners spreken van bleeding. Straalmotoren worden gesmeerd met tricresylfosfaat; het is bijna onvermijdelijk dat deze stof meekomt in de cabinelucht. Daarnaast bevinden zich in de cabine overigens ook bacteriën, schimmels, virussen en andere verontreinigingen die de luchtkwaliteit geen goed doen. Eens op de duizend vluchten komt ook rook de cabine in — wereldwijd, bij ongeveer dertigduizend vluchten per dag een niet te verwaarlozen aantal: elke dag zou de bemanning van ongeveer vijf vluchten moeten grijpen naar de zuurstofmaskers.

De term ‘aerotoxisch syndroom’ werd tijdens een congres in Australië in 1999 gemunt door de onderzoekers Chris Winder en Jean Christophe Balouet. Zij wezen, overigens zonder cijfers te noemen, op allerlei verschijnselen waaraan door hen ondervraagde piloten en cabinepersoneel zouden lijden, van desoriëntatie en evenwichtsstoornissen tot chronische vermoeidheid en ‘acquired multiple chemical sensitivity’. Bevestiging van hun vermoedens bleek lastiger te verkrijgen.

Onwel

In 2000 werden de piloot en een copiloot van een BAe 146, een Brits toestel voor regionale vluchten, onwel tijdens de landing in Birmingham. Na een veilige landing werden ze uitvoerig onderzocht, maar een oorzaak voor hun klachten werd niet gevonden. Omdat ze beiden het toilet bezocht hadden, werd het schoonmaakmiddel methanal (formaldehyde) als boosdoener gezien — en in de ban gedaan.

Een studie aan King’s College en Guy’s Hospital in Londen concludeerde dat, als er al aantoonbare gevallen waren van vergiftiging met tricresylfosfaat, de concentraties altijd vele malen hoger waren dan normaal gesproken in cabinelucht voorkomen. In een Duitse studie uit 2013 werden 332 bemanningsleden met klachten onderzocht, maar afbraakproducten van tricresylfosfaat werden bij geen van hen in de urine aangetroffen.

Toen de pers lucht kreeg van de kwestie, verschenen prompt verontrustende en sensationele artikelen in de vaak wat minder serieuze kranten. De Telegraaf berichtte in 2013 over een stewardess die haar werkgever KLM aanklaagde omdat zij door blootstelling aan tricresylfosfaat arbeidsongeschikt zou zijn geworden. Van de rechter kreeg ze geen gelijk, het bewijs was onvoldoende. Een in opdracht van KLM uitgevoerde studie toonde slechts minimale hoeveelheden van de smeerolie in de cabinelucht aan.

Veel aandacht trok ook Dee Passon, een purser die naar eigen zeggen in de loop van twaalf jaar steeds ernstiger symptomen had ontwikkeld en campagne begon te voeren om haar zaak meer bekendheid te geven.

In 2012 overleed de Engelse piloot Richard Westgate, die al lange tijd allerlei klachten had die hij aan het aerotoxisch syndroom weet en waarvoor hij hulp zocht in Nederland. Hij was op weg naar een stervenshulpkliniek in Zwitserland, maar overleed in een hotel in Bussum. De familie klaagde British Airways aan, maar het eindoordeel van de Britse rechtbank was dat de dood het gevolg was van een overdosis fenobarbital, een verouderd slaapmiddel. Natuurlijk stuitte dit op ongeloof en werd het een doofpotactie genoemd, een complot van de luchtvaartindustrie. Op internet zijn nog veel meer, soms dramatische, verhalen te vinden.

Blootstelling aan tricresylfosfaat (TCP) is een aantal keren beschreven, maar daarbij gaat het meestal om inname via verontreinigde illegale sterke drank of olijfolie. Voor inademing wordt de toxische grens geschat op 40 microgram TCP per kubieke meter lucht: tot die concentratie zijn geen schadelijke effecten te verwachten. In een groot onderzoek van de Britse Cranfield University werd in 2011 een maximale luchtconcentratie van 28,5 microgram per kubieke meter gemeten voor alle TCP-isomeren. In een recent Nederlands onderzoek werden concentraties van TCP-isomeren tot hooguit 0,15 microgram per kubieke meter aangetroffen. TCP bleek ook neer te slaan op het dashboard.

Aangezien het omzetten van TCP in het lichaam wordt beïnvloed door genetische factoren, bestaat er een individuele gevoeligheid voor TCP — maar hoeveel mensen gevoelig zijn, is onbekend. Door het inademen van de stof kan schade aan herseneiwitten ontstaan door het immuuneiwit IgG. In een Amerikaans onderzoek onder 34 bemanningsleden met klachten en 12 gezonde controlepersonen werd bij de bemanningsleden inderdaad een verhoogd IgG geconstateerd. Een aanvankelijk gezonde piloot ontwikkelde klachten na 45 vluchten — zijn IgG ging parallel met de klachten omhoog — en na een jaar niet vliegen verdwenen de klachten en werd zijn IgG weer normaal.

Blootstelling kan, zoals Winder en Balouet al meldden, leiden tot een breed scala aan klachten: trillingen, ongevoeligheid in vingertoppen en andere ledematen, moeite met simpele motoriek, maar ook klachten van psychische aard (depressies, chronische hoofdpijn, geheugen- en concentratieproblemen, slapeloosheid en vermoeidheidssyndroom tot zware psychische klachten). Het zijn typisch de klachten die horen bij wat Cees Renckens ‘modeziekten’ noemt. De klachten zijn voornamelijk subjectief en harde meetgegevens zijn moeilijk te verkrijgen. Ook ogenschijnlijk objectieve testen vereisen inzet en medewerking van de proefpersoon. Op het oog gezonde mensen spreken over hun ‘kapotte gezondheid’ alsof ze al met een been in het graf staan.

Feit of fabel

In Nederland heeft de (inmiddels gepensioneerde) neuroloog Gerard Hageman van het Medisch Centrum Twente de meeste ervaring met deze patiënten. Hij liet mij weten er ongeveer zestig gezien te hebben, van wie de helft voldeed aan de criteria die hij aanhoudt om een relatie met blootstelling aan TCP aannemelijk te maken (zie kader). Onder zijn patiënten was ook een zakenman die ‘frequent flyer’ was en een diskjockey die de hele wereld overvloog. Hageman publiceerde in 2014 een artikel over het aerotoxisch syndroom in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Een van zijn coauteurs was de arts-piloot Michel Mulder, die we bepaald niet onbevooroordeeld kunnen noemen: hij voert actie voor erkenning van de ziekte en ondersteunt mensen die denken er aan te lijden. Niettemin was de conclusie van het artikel voorzichtig: ‘Het fenomeen ‘aerotoxisch syndroom’ kan wat ons betreft worden bestempeld als te klein voor een feit, maar te groot voor een fabel.’ Hagemans advies in het tijdschrift was om verder onderzoek te doen, maar in een uitzending van Zembla, op 8 november 2017, liet hij alle nuance varen en wist hij zeker dat zijn patiënten aan het syndroom lijden.

Criteria voor de diagnose ‘aerotoxisch syndroom’

  • Duidelijke, maar weinig specifieke klachten, waaronder lichte cognitieve
    stoornissen, darmklachten, spierklachten;
  • veel vlieguren;
  • duidelijke relatie in de tijd tussen klachten en vlieguren, dus na een tijd
    niet vliegen verminderen de klachten; bij veel vliegen nemen ze toe;
  • geen andere oorzaak, zoals vitaminetekort of depressie aanwijsbaar;
  • genetische gevoeligheid.

Ook het RIVM deed onderzoek na de rechtszaak in 2014. Op grond van de metingen van TCP, met steeds zeer lage waarden, concludeerde het RIVM dat het nog altijd onduidelijk is of er een verband is tussen gezondheidsklachten van vliegtuigbemanningen en de blootstelling aan TCP’s in de cabinelucht van vliegtuigen.

Sociale media

Net als bij andere aandoeningen zonder duidelijke medische verklaring, zoals het chronisch-vermoeidheidssyndroom, fibromyalgie, premenstrueel syndroom, en een veelheid van niet-specifieke klachten, zijn er al gauw allerlei mensen die menen aan de aandoening te lijden en ontstaat er veel activiteit in de sociale media. Zelfs bij een ‘echte‘ ziekte als lyme gebeurt dat. Er zijn websites die informatie verzamelen, en in 2007 werd de Aerotoxic Association opgericht. Er zijn behandelaars die beweren de neurotoxines uit het brein te kunnen verwijderen en er is een behandeling met bioresonantie beschikbaar.

Merkwaardig blijft wel het geringe aantal meldingen van veelvliegers zoals zakenlieden, artiesten en politici. Velen daarvan maken meer vlieguren dan menig bemanningslid. En hoewel niet iedereen even gevoelig is voor TCP’s, is het ook vreemd dat na een vlucht vaak slechts één persoon symptomen ontwikkelt, soms pas na lange tijd. Bij de aantallen passagiers die in een modern vliegtuig passen, zou je toch wel meer gevallen verwachten.

In december 2009 maakte de Boeing 787 Dreamliner zijn eerste vlucht. De Japanse maatschappij ANA begon er in 2011 mee te vliegen en inmiddels zijn er een kleine 600 toestellen afgeleverd. De KLM heeft er 21 besteld. Dit toestel maakt voor de cabinelucht gebruik van een aparte compressor waardoor verontreiniging met TCP niet meer mogelijk is. De activisten zien dit natuurlijk weer als een indirecte erkenning voor het feit dat er wel degelijk iets aan de hand is. Ook nu weer doofpot en complot. En misschien is er wel iets aan de hand, maar tot nu toe is het bewijs dun en tegenstrijdig. Naarmate er meer Dream -liners of soortgelijke toestellen gaan vliegen, zou het aerotoxisch syndroom vanzelf tot het verleden moeten gaan behoren. Maar dan komt er vast wel weer iets anders voor in de plaats.

Kenmerken van modeziekten

  • Een lichamelijke oorzaak — een ‘anatomisch substraat’ — ontbreekt geheel of staat niet in verhouding tot de klachten;
  • de klachten zijn meestal verergeringen van alledaagse banale klachten als pijn, vergeetachtigheid, moeheid, geheugenproblemen, zwakte en duizeligheid die worden verhevigd door de overtuiging een ernstige ziekte onder de leden te hebben;
  • er zijn vrijwel altijd medici die beweren dat er wel degelijk een lichamelijke oorzaak bestaat en dat die binnenkort gevonden zal worden;
  • er zijn actieve patiëntenverenigingen;
  • er zijn problemen met verzekeraars en keuringsartsen;
  • de verspreiding van de ziekte in tijd en ruimte kan niet biologisch worden verklaard;
  • er is geen reguliere behandeling mogelijk met uitzondering van cognitieve gedragstherapie;
  • de ziekte heeft een epidemisch karakter: ze komt op en verdwijnt weer.

Literatuur

De Graaf LJ, Hageman G, Gouders BC, Mulder MF. Het aerotoxisch syndroom: feit of fabel? Ned Tijdschr Geneeskd. 2014;158:A6912.

P. C. E. van Kesteren e.a.: TCP’s in cabinelucht van vliegtuigen. RIVM Briefrapport 330002001/2014.

Titelafbeelding: uit ‘Unfiltered Breathed In – The Truth about Aerotoxic Syndrome’ (tvbmedia productions – Berlijn | Wikimedia Commons)

Uit: Skepter 30.4 (2017)

Vond u dit artikel interessant? Overweeg dan eens om Skepsis te steunen door donateur te worden of een abonnement op Skepter te nemen.

Steun Skepsis

Dick Zeilstra is neurochirurg en bestuurslid van Skepsis