Skepsiscongres 2015

Expert gezocht

door Rob Ramaker

Skepsiscongres-2015-bannerVrijwel geen econoom zag de crisis aankomen, maar economen mogen graag vertellen hoe de wereld in elkaar zit. In talkshows verkondigen Bekende Nederlanders instantopinies over de actualiteit zonder dat duidelijk wordt welk recht van spreken ze hebben. Een universiteit die zich aanprijst als de beste brede universiteit, prikt niet door het broddelwerk van een acupuncturiste. Kennelijk is het nog niet zo makkelijk iemand te vinden die echt deskundig is. En dat terwijl het publiek snakt naar experts die het wél kan vertrouwen. Vandaar dat Skepsis voor het jaarlijks congres, 31 oktober in Zwolle, zelf op zoek ging naar die experts. In de Nieuwe Buitensociëteit luisterden ruim tweehonderd bezoekers naar – jawel – de experts in expertise.

Frans van Lunteren
Frans van Lunteren

Frans van Lunteren, hoogleraar Geschiedenis van de natuurwetenschappen, viel met de deur in huis. We hoeven helemaal niet ver te zoeken naar experts. In de twintigste eeuw, zei hij, ‘hebben wetenschappers de samenleving volledig in hun greep gekregen’. Talloze instituten (CBS, CPB), kennisinstellingen (KNMI, RIVM) en adviesraden (WRR, AWT) bestoken samenleving en politiek tegenwoordig met adviezen — gevraagd en ongevraagd.

Die alomtegenwoordigheid is een recente ontwikkeling. Natuurlijk werd specialistische kennis vroeger ook gewaardeerd. Vorsten betaalden grif voor de diensten van artsen en geleerden, liet Van Lunteren zien. Zij bewaakten de gezondheid van de heerser en werkten aan militaire innovaties. Ook de grootste wetenschappers bekleedden zulke posities: de anatoom Vesalius werkte aan het hof van Karel V, de wiskundige Simon Stevin trad in dienst bij prins Maurits. Pas in de achttiende eeuw organiseerden wetenschappers – nog steeds rijke amateurs – zich in genootschappen.

Werkelijke professionalisering van de wetenschap volgde pas eind negentiende eeuw. Niet langer werden genieën ‘slechts’ beroemd zonder een cent te verdienen, wetenschap werd een vak. Met opleidingen, vakverenigingen en een professionele cultuur. Sinds die tijd, aldus Van Lunteren, ‘verwetenschappelijkt’ de samenleving. Zeker na de Tweede Wereldoorlog klinkt het wetenschappelijk advies steeds luider; in de politiek maar ook onder de steeds hoger opgeleide bevolking.

Gezien de opmars van de experts is het opmerkelijk dat Skepsis juist over dit onderwerp haar congres belegde. Van Lunteren legde uit hoe dit mogelijk is. Zo sluiten wetenschappelijke resultaten niet altijd aan op de maatschappelijke behoefte. In wetenschap zit een mate van onzekerheid gebakken. En die ongewisheid wordt groter als je met laboratoriumwijsheid iets wil zeggen over de weerbarstige realiteit. Bovendien blijken experts in de praktijk op grond van dezelfde gegevens tot verschillende conclusies te kunnen komen. Maar de samenleving wil vooral concrete en eenduidige antwoorden.

Harro Maas
Harro Maas

Crisis

Ook economische instituten als het CPB en het CBS kregen de laatste jaren kritiek omdat ze de economische crisis niet zagen aankomen. Die ontevredenheid ontstaat, constateerde Harro Maas, hoogleraar Geschiedenis van de economie, omdat mensen denken dat het maken van voorspellingen de belangrijkste taak is van economen. Ten onrechte, vindt hij: dat is slechts een klein deel van het werk. De modellen van het CPB en CBS leveren geen voorspellingen maar ramingen. Het zijn verkenningen en scenario’s die beleidsmakers tonen welke mogelijkheden ontstaan door hun maatregelen. Maas haalde met instemming de modellen van econoom Jan Tinbergen aan. ‘Deze leveren geen voorspellingen op. Het zegt niet wat morgen gaat gebeuren, maar wat zou kunnen gebeuren als we het belastingregime veranderen, de olieprijs stijgt of de wisselkoers daalt.’

Over sommige onderwerpen is het publiek zo in de war, dat simpelweg onduidelijk is wie de experts zijn, zei Maas. Als voorbeeld noemde hij de discussie over klimaatverandering. Hier staat een kleine groep van ‘sceptici’ tegenover zo ongeveer alle klimaatwetenschappers die van mening zijn dat het klimaat verandert door menselijk ingrijpen. De kleine groep had echter een disproportionele invloed op beleid en publieke opinie; ze vonden in de VS een gewillig oor bij Republikeinse politici en ook het journalistiek principe van hoor en wederhoor speelde de opwarmingsontkenners in de kaart. Voor- en tegenstanders werden vaak tegenover elkaar geplaatst zodat het leek alsof de meningen gelijkmatig waren verdeeld. De werkelijke – zeer scheve – meningsverdeling verdween door deze ‘valse balans’ uit zicht.

Rob Mollien (foto: Bas Uterwijk)
Rob Mollien

De krachtige illusie

‘Is de illusie krachtig genoeg, dan ontstaat de weg naar paranormaliteit’, zei Rob Mollien, mentalist en goochelaar, tijdens zijn optreden. Mensen gaan in het paranormale geloven omdat elke andere verklaring van wat ze zien of beleven minder voor de hand ligt. Hij prikkelde zijn sceptische publiek door niet te willen ontkennen of bevestigen dat hij paranormale gaven bezit — hij liet met enkele fraaie staaltjes in ieder geval zien waarom hij met zijn collega Emiel Lensen steeds de hoogste prijzen in goochel- en mentalistenwedstrijden in de wacht sleept.

Na zijn show werd hij door bezoekers uitgedaagd het indrukwekkendste deel van zijn act – waarbij hij met andermans handen voor de ogen het serienummer van een bankbiljet oplas – onvoorbereid en strak op de vingers te gekeken te herhalen. Het lukte hem moeiteloos. Maar de miljoen dollar die James Randi uitlooft voor een echt paranormaal begaafd iemand, die hoeft hij niet. Valt de expert in de zinsbegoocheling hiermee door de mand of is een goocheltruc die niemand snapt ook een vorm van paranormaliteit?

Geopolitiek

Dat is allemaal goed en wel, maar het gehoor kwam naar Zwolle om de echte expert te leren herkennen. Het is een vraagstuk waar journalisten dagelijks mee worstelen, en een drietal ervaringsdeskundigen discussieerde hierover in Zwolle. Alexander Pleijter, lector Journalistiek aan Fontys Hogeschool in Tilburg, legde uit waarom zijn studenten moeten leren de juiste expert te vinden. ‘Dit zijn jongens en meiden van zeventien en achttien, net van de havo of soms het vwo. Wat weten ze nou, van de geopolitieke verhoudingen in Oekraïne? Van de invloed van voeding op kanker?’ Voor correcte en interessante artikelen, items of reportages moeten zij deskundigen vinden. Pleijter wil zijn studenten leren verder te kijken dan gemakkelijkst vindbare bronnen. Zij leren dus niet alleen Google te gebruiken maar ook gespecialiseerde databases als Narcis.

Paneldiscussie met van links naar rechts: Alexander Pleijter, Martijn van Calmthout, Hans van Maanen en discussieleider Herman de Regt.
Paneldiscussie met van links naar rechts: Alexander Pleijter, Martijn van Calmthout, Hans van Maanen en discussieleider Herman de Regt.

Wanneer je schrijft over wetenschap is het belangrijk een onafhankelijke expert te zoeken, reageerde Martijn van Calmthout, wetenschapsredacteur bij de Volkskrant. Op zijn redactie geldt een naar hem genoemd ‘protocol’: journalisten moeten in hun artikel altijd de mening van een onderzoeker opvoeren die niets te maken heeft met het aangeleverde nieuws. Net zoals je bij Arjan Robben, D66 en het Stedelijk Museum niet blind vaart op wat ze zelf melden. En mocht dat klinken als een open deur, zei Van Calmthout, dan is dat omdat het een open deur is.

De hele discussie werd op zijn kop gezet door Hans van Maanen, freelance-journalist en hoofdredacteur van Skepter. Hij vond niet dat de journalist noodzakelijk de ‘bovenliggende’ partij is in de relatie met de wetenschapper. Zij hebben de experts namelijk net zo hard nodig als andersom. Dat beseffen de deskundigen absoluut niet, zei Van Maanen. Bij koffieautomaten wordt lijdzaam gefoeterd hoe al die onzin in de krant en op televisie belandt, maar wetenschappers doen zelden moeite in het adressenboekje van een journalist te belanden. ‘Ze zijn te bescheiden, te bescheten. Willen niet met hun naam in de krant. Of ze zien ‘de media’ als een monolithisch blok.’ Van Maanen ried experts aan relaties te cultiveren met journalisten die ze vertrouwen, en zelf het initiatief te nemen voor perscontact.

Chris French
Chris French

Gelukkig kregen alle bezoekers in de zaal zelf ook wapens mee zich te beschermen tegen nepexperts. Chris French, hoogleraar Anomalistische psychologie in Londen, legde nog eens uit hoe je pseudowetenschap herkent. Zijn checklist – hoewel de inhoud bekend was voor geharnaste skeptici – bleek bij de borrel achteraf toch zeer welkom. En zo ging iedereen toch met iets meer expertise naar huis.

Foto’s: Bas Uterwijk

Uit: Skepter 28.2 (2015)

Video’s van de lezingen en meer foto’s zijn hier te vinden.

Rob Ramaker is wetenschapsjournalist