Van Goghs oorlel

door Hans van Maanen – Skepter 29.3 (2016)

Een onlangs opgedoken schetsje zou het definitieve bewijs zijn dat Vincent van Gogh niet zijn oorlelletje, maar zijn complete oor afsneed — het Van Goghmuseum ging ermee vol op het orgel. Maar is de vondst werkelijk doorslaggevend, of is het slechts een aardig nieuw detail? Nadere vragen weigert het museum te beantwoorden.

Ludovic­Rodo Pissarro (1878–1952): Van Gogh snijdt zich het oor af in zijn kamer aan de Place Lamartine in Arles.
Ludovic­Rodo Pissarro (1878–1952): Van Gogh snijdt zich het oor af in zijn kamer aan de Place Lamartine in Arles.

De kranten waren er vol van: ‘Van Gogh sneed niet zijn oorlel af, maar hele oor,’ kopte NRC Handelsblad op 12 juli. ‘Eindelijk opgelost: de kwestie van Het Oor’, schreef de Volkskrant een dag later. De vondst van een briefje van Van Goghs behandelaar in december 1888, Félix Rey, had de zaak beklonken: daarmee kwam, aldus ook het Van Goghmuseum, ‘een einde aan een langdurige biografische onduidelijkheid’: Vincent van Gogh sneed niet slechts het lelletje af, maar zijn complete linkeroor.
Aanleiding voor alle opwinding was het verschijnen van het boek Van Goghs oor: het ware verhaal van de oud-docente kunstgeschiedenis Bernadette Murphy en de gelijktijdige opening van de tentoonstelling De waanzin nabij in het Van Goghmuseum. In het Amsterdamse museum is het briefje van Rey, een schets van de anatomische toedracht, te zien als middelpunt.
Het boek van Murphy leest makkelijk weg; het is geschreven als een verslag van haar speurtocht naar de dramatische gebeurtenissen rond kerst 1888 — daardoor is het soms meer een autobiografie van Murphy dan een biografie van Van Gogh, maar dat nemen we graag voor lief. Ernstiger is, dat haar idee eigenlijk nergens op slaat en dat het Van Goghmuseum, waarschijnlijk omwille van de publiciteit, hier zo ruimhartig aan heeft meegewerkt. Het briefje is wel nieuw, maar voegt weinig aan de controverse toe, laat staan dat ‘we nu zeker weten dat Vincent zijn hele oor afsneed’, zoals de website van het museum ronkt.

Het briefje dat dokter Rey aan Stone schreef. Foto: Van Goghmuseum.
Het briefje dat dokter Rey aan Stone schreef. Foto: Van Goghmuseum.

Drommel

In het najaar van 1888 deelde Vincent van Gogh zijn woning in Arles met collega-schilder Paul Gauguin. De twee maakten echter vooral ruzie, en Gauguin besloot naar Parijs terug te gaan, zeer tegen Van Goghs zin. Na de zoveelste woordenwisseling ging Gauguin, op de avond van 23 december, een luchtje scheppen, maar Van Gogh kwam hem achterna — met een scheermes, zei Gauguin later. Van Gogh droop af, ging naar huis, en sneed zijn linkeroor af — pal langs zijn hoofd, zei Gauguin later. Van Gogh stelpte het bloeden zoveel als hij kon, pakte het kleinood in een krant en bracht het naar het bordeel waar Gauguin en hij kind aan huis waren. De gewaarschuwde politie vond Van Gogh, meer dood dan levend, op zijn bed. In het ziekenhuis werd hij opgevangen door Félix Rey, die daar, als nog niet afgestudeerd arts, stage liep.
Van Gogh hechtte zich al snel aan de jonge, zorgzame Rey, maar dat gevoel was niet wederkerig: Rey herinnerde hem zich later, in een interview in 1928, als ‘bovenal een zielige, arme drommel’, die niemand had om over zijn kunst te praten en zeurde over complementaire kleuren. Het portret dat Van Gogh van hem maakte vond hij afschuwelijk. Twee andere schilderijen die Van Gogh hem in dank had geschonken, probeerde hij zo gauw mogelijk kwijt te raken — dat viel nog niet mee, zei hij.
Na Van Goghs dood in juli 1899 begon zijn artistieke ster langzamerhand te rijzen. Wereldberoemd werd de schilder door de gefictionaliseerde biografie door de Amerikaanse auteur Irving Stone, Lust for life — verschenen in 1934, vele miljoenen malen over de toonbank gegaan, en verfilmd.
Eén kwestie boeit het publiek sindsdien bovenmate: had de schilder werkelijk zijn complete oor afgesneden, zoals Gauguin en Stone beweerden?

Overdreven

Dat is overdreven, zeggen mensen die Van Gogh in zijn laatste jaren van nabij hebben meegemaakt: niet het hele oor, hooguit wat meer dan het lelletje. Als je Vincent recht aankeek, zag je de schade amper, aldus zijn latere dokter Paul Gachet. Op schetsen die Gachet van Van Gogh op zijn doodsbed maakte, is het oor niet heel scherp getekend, maar toch duidelijk te onderscheiden. In de inleiding van de brievenboeken schrijft Vincents schoonzus Jo in 1914 dat hij zich ‘een stuk van het oor’ had afgesneden, en de schilder Paul Signac die hem regelmatig opzocht, beweerde hetzelfde.
Hierin worden ze, soms na enige afweging, gevolgd door vrijwel alle biografen. De herinneringen van Gauguin zijn in ieder geval volgens iedereen volstrekt onbetrouwbaar en tegenstrijdig. In een van de eerste en nog steeds gezaghebbende studies, La folie de Van Gogh uit 1928, vegen de Franse artsen Doiteau en Leroy het verslag van Gauguin al bijna achteloos van tafel: ‘Vincent verwondde zich minder ernstig dan Gauguin zegt, hij sneed zich slechts het lelletje van het linkeroor af’. In een vervolgartikel in 1936 in het medisch-historisch tijdschrift Æsculape maken ze er iets meer van dan alleen het lelletje, zeg een derde.
De vuistdikke biografie van Steven Naifeh en Gregory White Smith, Van Gogh: the life uit 2011 zegt hetzelfde met wat meer voetnoten omkleed: ‘Het mes miste het bovenste deel van het oor, kwam ongeveer bij het middelpunt uit en stootte tot de kaak door.’ Ook Julian Bell ziet in zijn recente, uitstekend ontvangen schets Van Gogh: a power seething geen reden om aan de lezing van de familie te twijfelen.

Stopfles

In krantenverslagen uit die tijd, de verklaring van de dienstdoende politieagent en in de medische dossiers van Van Gogh wordt echter steevast gesproken over een oor, zonder beperking. De belangrijkste ooggetuige die, naast Gauguin, altijd stellig heeft volgehouden dat Van Gogh zijn hele oor had afgesneden, is dokter Félix Rey. ‘Sommigen zeggen dat het een half oor was, anderen een heel oor. Ik, die Vincent heb behandeld en zijn oor in een glazen pot heb bewaard, weet wat ik ervan moet denken,’ schreef hij in 1929 in een brief aan Doiteau en Leroy.
Helaas moest Rey melden dat het oor in de pot — hij kreeg het daags na het incident om het weer aan te zetten maar het was al te verschrompeld — verdween terwijl hij naar de stad was voor een examen.
Hoewel Stone in het nawoord van zijn Lust for life waarschuwde dat hij zijn dialogen (en sommige scènes) zelf had verzonnen, benadrukte hij dat het boek, ‘buiten deze technische vrijheden, volkomen waar is’. Hij had dan ook zijn huiswerk gedaan, van hot naar her gereisd en vele betrokkenen geïnterviewd — onder wie Félix Rey.
Wat Bernadette Murphy in haar nieuwe boek boven water heeft gehaald, en wat de hele publiciteitsmachine van brandstof voorziet, is een schetsje dat Rey in 1930 voor Irving Stone maakte. Stone had hem kennelijk gevraagd te tekenen hoe Van Gogh zijn oor had afgesneden, en Rey maakt het, met behulp van een stippellijn, inzichtelijk. Daaronder laat hij ten overvloede ‘het aanzicht van wat resteerde van het lelletje’ zien, en dat is weinig. Opmerkelijk is zijn mening over Van Gogh: had hij hem twee jaar eerder nog een arme drommel genoemd, nu schrijft hij erbij:

Ik ben blij u de inlichtingen te kunnen geven die u vroeg over mijn arme vriend Van Gogh. Ik waag te hopen dat u niet zult nalaten het genie van deze opmerkelijke schilder te roemen zoals hem toekomt.

Minder opmerkelijk is uiteraard dat Rey in zijn tekening het hele oor afhouwt — dat had hij immers altijd gezegd. (Het is wel slordig dat Irving Stone er in Lust for life, ondanks de duidelijke instructies van dokter Rey, het rechteroor van maakt.)
Het briefje voegt echter, zoals Steven Naifeh al direct in de New York Times opmerkte, weinig toe aan het bestaande bewijsmateriaal. ‘Het is niet nieuw, in die zin dat dokter Reys argument al tientallen jaren bekend was en het is, naar mijn mening, niet geloofwaardig,’ antwoordde hij desgevraagd in een e-mail. Julian Bells antwoord was al even stellig, en hij vindt Rey bovendien een niet erg betrouwbare getuige — ‘daar zit hij, op z’n oude dag te praten met Irving Stone, terwijl Vincent inmiddels wereldberoemd is, en zoals een visser die vertelt over een vangst van jaren geleden, waarom zou hij niet een beetje overdrijven over de wond die hij had behandeld?’
Het zou, welbeschouwd, een grotere doorbraak zijn als Murphy een briefje van Rey had opgeduikeld waarin hij opeens meldt dat Van Gogh slechts zijn halve oor had afgesneden. Dat zou de controverse werkelijk voor eens en altijd beslechten — zolang het oor niet is gevonden, natuurlijk.

Portret van dokter Rey
Portret van dokter Rey, door Vincent van Gogh (1889) – Poesjkinmuseum Moskou

Félix Rey wist zich volstrekt geen raad met het cadeau van Van Gogh en hij liet het schilderij, met nog een paar andere doeken van de schilder, op zolder verstoffen. In 1901 ontmoet hij bij een invalbeurt als legerarts de dienstplichtige schilder-­in-­de-­dop Charles Camoin, ze komen over Van Gogh te spreken, en Camoin stelt voor de doeken door een kunsthandelaar in Marseille te laten verkopen. Aangezien er daar geen enkele interesse is, stuurt de handelaar ze zonder veel hoop naar zijn fameuze Parijse collega Ambroise Vollard, en die weet waarachtig 350 frank (1350 euro) voor het portret te krijgen — belachelijk veel, volgens Rey.
Dan verdwijnt het portret zeven jaar, tot het in 1908 door weer een andere handelaar voor 4600 frank aan de Russische liefhebber Sergej Sjtsjoekin wordt verkocht — wie erop staat afgebeeld, is tegen die tijd een raadsel.
Dat raadsel werd in 1924 opgelost door de samensteller van de eerste beredeneerde catalogus van Van Goghs werken, Jacob Baart de la Faille. Hij stuurde een fotootje van het schilderij — dat inmiddels in een Moskous museum hing, de bolsjewieken hadden het ingenomen — naar iedereen die Van Gogh in Arles gekend moest hebben. Dokter Rey zal amper hebben geweten wat hem overkwam: in een klap had hij wereldfaam.
De foto uit Moskou hing Rey, met een portret dat Charles Camoin van hem maakte, vol trots in zijn werkkamer.

Museum

De vraag dringt zich zo langzamerhand op wat de deskundigen ervan vinden. Heeft Murphy werkelijk het definitieve bewijs, of is het de zoveelste afzwaaier in de biografie van Van Gogh?
Bij het Van Goghmuseum is Teio Meedendorp de onomstreden Van Gogh-expert. Hij is in Groningen op Van Gogh afgestudeerd, werkte vier jaar bij het Kröller-Müller en zit sinds 2009 bij het Van Gogh. Wat vindt hij? Als hij een nihil obstat voor Murphys boek heeft gegeven, kan ik mijn bedenkingen beter niet op papier zetten. (Nu wordt het ook wat autobiografisch, excuus.)
Mijn telefoontje naar het museum, een week na de opening van de tentoonstelling, wordt onderschept door de afdeling Persvoorlichting van het museum. Een gesprek met Meedendorp, dat gaat zomaar niet — of ik een mailtje wil sturen met mijn vragen. Dat is ergerlijk: een journalist houdt aanvankelijk de kaarten graag wat aan de borst, want wie weet in wat voor wespennest je terechtkomt.
Maar ik stuur toch een mail met een tot het uiterste ingedikte versie van het bovenstaande, en vraag of Meedendorp mij verder kan helpen. Het antwoord van Catherine Wolfs komt de volgende dag, 19 juli:

Hartelijk dank voor uw uitgebreide e-mail. Het museum, Teio Meedendorp incluis, kent het boek van mevrouw Murphy nog niet in zijn geheel en is het nu aan het lezen. In september zal daar een reactie op volgen.

Dat is, in meerdere opzichten, verbijsterend. Niet eens omdat hier vrij bot een gesprek met een expert wordt geweigerd of omdat die experts zo traag lezen, maar vooral omdat het museum de conclusie van Murphy kennelijk klakkeloos heeft overgenomen zonder dat ze precies wisten wat haar bewijsmateriaal was. Het was allemaal diep en diep geheim — de Volkskrant zou 50.000 euro boete moeten betalen bij schending van het embargo — maar het is vrij onvoorstelbaar dat het museum zich zo in de luren laat leggen. En dan wel de conclusies gebruiken als lokker voor de nieuwe tentoonstelling? Als het is zoals ik denk dat het is, is het van bedenkelijk academisch en artistiek niveau.

Bernadette Murphy: Van Goghs oor: Het ware verhaal. Amsterdam: Hollands Diep, 2016, 343 pagina’s. € 24,99.

Uit: Skepter 29.3 (2016)

Hans van Maanen is hoofdredacteur van Skepter sinds december 2014.