Een hete zomer

Skepsis gevraagd voor UFO’s en Cirkels

door Marcel Hulspas

Een mooie zomer is een UFO-zomer. Vooral als er al in mei en juni volop genoten kan worden van het mooie weer, en velen tot tegen middernacht buiten blijven zitten (of zo nu en dan naar buiten lopen), zijn de UFO-meldingen niet van de lucht. En de ene melding veroorzaakt de andere. Het feit dat ufo’s op een geven moment ‘in het nieuws’ zijn trekt anderen over de drempel: zij hebben een dag later (of een week eerder) ook iets geks gezien, en melden dat graag óók even. Zo kan die ene UFO-melding die toevallig de krant haalt uitgroeien tot een lokale ‘UFO-golf’.

Deze zomer was het raak in Leiden en omstreken. De eerste waarneming vond plaats op dinsdag 14 juni, en was afkomstig van de bezoekers van sportpark Ter Spekke bij Lisse. Om kwart voor negen ’s avonds zag men (een rechtopstaande formatie van) drie aan elkaar vast zittende ‘schijven’ voorbijkomen. Het drietal vloog ‘in drie minuten tijd’ voorbij en dhr. Donker, een van de waarnemers, schatte dat de formatie 4 à 6 meter hoog was geweest, en een snelheid had van circa vijftig kilometer per uur.

Donkers informeerde de volgende dag bij de politie, maar er waren verder geen meldingen binnengekomen. Hij stuurde ook een fax naar Stichting de Koepel (de vereniging van amateursterrenkundigen), en die belandt uiteindelijk bij mij (maar de krantenberichten hadden me al eerder bereikt). De vlam is dan al in de pan. De melding van Donker komt via de politie in Het Leidsch Dagblad en op de Kabelkrant. Prompt melden zich bij het Leidsch Dagblad en bij Skepsis meerdere getuigen van vreemde lichten, nu vooral uit Leiden. Op 20 juni meldt de lokale correspondent van het Algemeen Dagblad zich. Ik vertel hem dat de melding boven het sportpark wellicht een groepje ballons betrof. Zo ’s avonds laat zijn vorm, afstand en grootte moeilijk te schatten, de ‘dingen’ dreven met de wind mee – en Nederland hing op dat moment tjokvol oranje WK-ballonnetjes. Wie weet waren er drie op drift geraakt. Woensdag 22 juni verschijnt de UFO-melding in het AD – met mijn ontnuchterende mogelijke verklaring.

In Leiden bereikt het UFO-golfje dan zijn hoogtepunt. Die middag belt een redactrice van Het Leidsch Dagblad met de mededeling dat ze verscheidene waarnemers om zich heen heeft verzameld. Of ik gelijk maar wil luisteren en een verklaring voor de waarnemingen wil geven. Ik vertel daar geen zin in te hebben. Wie wat gezien heeft, moet zijn relaas opschrijven en naar Skepsis sturen.

Ik zal niets ontvangen. Een dag later namelijk barst de zeepbel. De stroom van meldingen (niet die van de drie ‘schijven’!) blijken veroorzaakt door een lasershow, gehuurd ter opluistering van de opening van een nieuwe disco in Noordwijk. Prompt sterft de UFO-golf een stille dood.

‘Magnetronstralen’

Een paar weken later is het weer raak: graancirkels deze keer. Het eerste exemplaar (eigenlijk een ‘formatie’ van een grote cirkel, via een ‘slurf’ verbonden met twee kleinere, dit alles zeer slordig uitgevoerd) wordt aangetroffen in een veld in de buurt van Zierikzee. De pers duikt erop als ware het een wereldwonder. Een journalist van De Telegraaf belt en vraagt wat ik ervan denk. Ik leg hem uit dat cirkels mensenwerk zijn en dat in Engeland de grap er ondertussen allang weer van af is. Gezien het amateuristische uitvoering gaat het waarschijnlijk om een eerste poging (het interview levert één skeptisch regeltje op in De Telegraaf van 16 juli). Andere media hebben überhaupt geen behoefte aan kritische informatie. Cirkels blijken, te midden van de gruwelijke beelden uit Rwanda, hét perfecte komkommernieuws.

Het NOS-journaal komt zelfs twee achtereenvolgende dagen op de Zeeuwse cirkel terug, de tweede keer met als intro: ‘Onderzoek aan geheimzinnige cirkels’. De ‘onderzoeker’ blijkt een medewerker van de Stichting Contact Network International (een club met licht waanzinnige denkbeelden, zie Skepter, maart 1993) die zonder met zijn ogen te knipperen beweert dat de cirkel misschien ontstaan is door ‘magnetronstraling’.

Er verschijnen andere cirkels, in Almere, Bovensmilde – zeven in totaal volgens de Stichting CNI. Zij doet er alles aan om, nu zij in de belangstelling staat, zo serieus mogelijk over te komen. Cirkellokaties worden ‘geheim’ gehouden om een massale toeloop (zoals die in Zierikzee ontstond) te voorkomen, en monsters van het graan worden naar Engeland opgestuurd. Eind juli wordt het stil. Twee snikhete weken later kunnen de boeren al gaan oogsten.

Uit: Skepter 7.3 (1994)

Marcel Hulspas is wetenschapsjournalist en was hoofdredacteur van Skepter van 1988 tot en met 2002